Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De Goelag is de hel

06 januari 2021 Siebrand Krul

De mensen kregen koude rillingen als het woord viel, het stond voor deportatie, draconische straffen, honger, kou, uitputting en dood: Goelag. Een vreselijker oord dan dat was niet voorstelbaar. De Goelag was een op Stalins wensen toegesneden Hades - dé plaats om zijn vijanden te vernietigen en en passant de onmetelijke grondstoffenvoorraad van Rusland te delven en de industrialisatie aan te zwengelen.

Zo’n twintig miljoen Russen hebben kanalen gegraven, delfstoffen gewonnen, woonden en werkten onder barre omstandigheden. Hoe langer Stalins heerschappij duurde, des te verder vertakte zich het stelsel van strafkolonies, werkkampen en gevangenissen. Aan het eind ervan, begin jaren vijftig, waren er enkele honderden kampcomplexen, met een totale bevolking van 2,5 miljoen mensen. Er kwamen meer dan twintig miljoen mensen, een schamele twee miljoen konden het navertellen. Bij deze enorme aantallen valt het kampstelsel uit het oude tsarenrijk volledig in het niet.

Overblijfselen van Poolcirkelspoortweg tussen Salechard en Nadym (2004).

De verbanning en tewerkstelling van criminelen en bannelingen in de periferie van het immense land was geen uitvinding van Stalin. De katorga – een meestal levenslange verbanning naar het onherbergzame Siberië of het Pacifische eiland Sachalin – was in de 19de eeuw al gangbaar. Nieuw was de volslagen willekeur in het aanwijzen van slachtoffers.

Goudmijn aan de Kolyma (1934).

Onder Stalin volstond diefstal van levensmidden, het rapen van steenkool, aardappels of graanaren voor een lange kampstraf. Naast zware criminelen en politieke gevangenen werden steeds meer kruimeldieven op transport gesteld. En natuurlijk ‘klassevijanden’ als aristocraten, geestelijken, grondbezitters en leden van bepaalde minderheden. Toen de Sovjet-Unie conform het Hitler-Stalin-pact delen van Oost-Europa overmeesterde, kreeg de Goelag er 170.000 Polen, Balten en Oekraïners bij. Na de inval van de Wehrmacht werden een miljoen van oorsprong Duitse Sovjetburgers als collaborateurs gebrandmerkt en gedeporteerd. Ook soldaten van het Rode Leger die bij het snelle oprukken van de Duitsers omsingeld en gevangen genomen waren golden als landverraders.

Goelaggevangenen aan het werk, 1937.

In de loop van de tijd verschenen talloze gedenkboeken over de Goelag. De Goelag Archipel, het encyclopedische, meerdelige boek van Aleksandr Solzjenitsyn, beschrijft nachtelijke arrestaties en huiszoekingen waarbij, op jacht naar belastend materiaal, de doodskist van een kind omgestoten, wondgaas weggerukt en tandkronen uit iemands gebit gebroken worden. Hij maakt gewag van perfide martelmethoden zoals het volgieten met zout water om een extreme dorst op te wekken of het gebruik van een rasp om iemands rug open te halen.

In een gevangenenbarak, 1936/37.

De Oekraïner Myroslav Symtsjtytsj, die tussen 1948 en 1985 viermaal gearresteerd werd en in totaal 32 jaar in de Goelag doorbracht, herinnert zich in zijn ooggetuigenverslag dat Die Welt in 2012 afdrukte aan de beruchte balanda: een dunne soep die gevangenen naast hun dagelijkse portie brood van 600 tot 800 gram brood voorgezet kregen. Toen het broodrantsoen gehalveerd werd, zorgde Symtsjtytsj ervoor dat hij vaker in de kleine isoleercel terechtkwam. Daar hing het ijs weliswaar aan de muren, maar ‘als het in het kamp 51 graden onder nul was, werden we buiten aan het werk gezet. Daar was het dan min 53 of 57 graden. Nee, dan liever opgesloten zitten. In de cel ben je omgeven door wanden, buiten staat er ook wind, dan bevries je.’

Restanten van een officiers- en een bewakerswoning bij de tinmijn van Boetoegytsjag.

Tientallen jaren sliep Symtsjtytsj op een brits en drukte zich zo stijf tegen zijn buurman, dat ze alleen gelijktijdig op hun andere zij konden gaan liggen. Voor zonsopgang marcheerde hij in colonne naar het werkterrein, om pas ’s avonds daarvan terug te keren naar het met prikkeldraad omheinde kamp. Hij was goudwasser in de ijswoestenij van Kolyma, die het zonlicht zo sterk weerkaatste, dat veel van zijn makkers er blind van werden. Hij werd met een ijzeren staaf bewusteloos geslagen – maar overleefde.

Montage van beelden uit de Goelag, 1920-1950.

Tot 1953, het jaar van Stalins dood, kwamen er 2,7 miljoen strafgevangenen om. Ze stierven onderweg in veewagons, verhongerden in de kampen, bezweken aan ziekten en door gebrek aan medische voorzieningen.
De ‘Goelagindustrie’ was genadeloos, maar leverde weinig op. Een kampgevangene produceerde de helft minder dan een normale arbeider. Bovendien was er voor het kampsysteem een log en ineffectief bestuursapparaat in het leven geroepen. In 1953 verdienden 445.000 personen hun brood aan het kampbestaan van 2,5 miljoen gevangenen, ruim de helft van hen als bewakers, de overigen in de administratie. Desondanks waren de kampen goed voor eenderde van de goud- en nikkelproductie in de Sovjet-Unie en voor de helft van de houtkap en de steenkoolwinning. Ook het uranium waarmee het land zijn eerste atoombom bouwde stamde uit een Goelag. Maar de prestigieuze megaprojecten, vaak door Stalin zelf bedacht en niet zelden ook zijn naam dragend, waren economische mislukkingen. Neem het 227 kilometer lange Witte Zee-Oostzeekanaal, door 170.000 dwangarbeiders aangelegd, van wie er 25.000 omkwamen. Onder tijdsdruk werd er op veel plaatsen nauwelijks dieper dan 3,6 meter gegraven. Volgens Solzjenitsyn bevoeren op een dag in 1966 slechts twee schepen het kanaal, beide met brandhout beladen.

Ruïne van kamp 503, aan de Jenissei.

Pas door Stalins dood kwam er een eind aan de massale dwangarbeid. Zo’n twintig grote projecten werden onmiddellijk geschrapt. En al een paar weken later, in maart 1953, werd aan bijna de helft van alle kampbewoners amnestie verleend. Aan het eind van het jaar waren er van de 175 kampen ‘slechts’ 68 over. In 1956 werd het Goelagstelsel formeel afgeschaft, maar veel werkkampen bleven onder een andere aanduiding bestaan, sommige tot het eind van de Sovjet-Unie.
André Weikard

Openingsbeeld: Werken aan het Belomorkanaal, het Witte Zeekanaal, 1932.

Lees ook de andere helft van dit gruwelverhaal, plus nog veel meer artikelen over Stalin, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder