Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Thatcher, splijtzwam

15 december 2020 Siebrand Krul

Margaret Roberts (1925-2013) groeide op in Grantham, een klein provinciestadje zo’n 150 kilometer ten noorden van Londen, waar haar vader Alfred Roberts een kruidenierszaak runde. Als kind hoorde ze aan de keukentafel de tirades tegen de tandeloze en passieve Volkenbond die er mede debet aan waren dat zij een levenslange scepsis tegen supranationale instellingen koesterde.

In oktober 1944 begon Margaret in Oxford aan haar studie scheikunde. In 1947 rondde ze deze af en ging meteen in een laboratorium aan de slag. De avonden en weekenden werden gevuld met activiteiten voor de Conservatieve Partij; in deze jaren had ze genoeg aan vier uur nachtrust. Ze las veel om haar opvattingen te scherpen en ze volgde cursussen welsprekendheid en debattechnieken. Geen wonder dat ze bij het partijkader snel in het vizier kwam. In 1950 mocht ze in een kiesdistrict dat stevig in handen van Labour was, warmdraaien en ervaring opdoen in het voeren van een verkiezingscampagne.

De Ierse kwestie hing voortdurend als een donderwolk boven Thatchers regering. Ian Paisley, leider van de Noord-Ierse protestanten, en Margaret Thatcher in het Europees Parlement in Straatsburg, 9 december 1986. (Foto Dominique Gutekunst/Gamma-Rapho)

Tijdens een van de campagnebijeenkomsten ontmoette ze Denis Thatcher, erfgenaam van een florerend chemisch concern. Kort daarna trouwden ze en in januari 1954 schonk Margaret Thatcher het leven aan een tweeling. De kapitaalkrachtige vader huurde een kindermeisje in zodat zijn echtgenote fulltime haar politieke dromen kon najagen. In oktober 1959 won ze met grote overmacht de verkiezingen in Finchley, een welvarend kiesdistrict in het noorden van London. Tijdens haar ‘maiden speech’ in het Lagerhuis (5 februari 1960, bij de behandeling van een wetsvoorstel om de media een ruimere toegang bij lokale politieke bijeenkomsten te verschaffen) gaf ze haar visitekaartje af. Ze hield energiek en gepassioneerd voor de vuist weg een toespraak van een half uur, waarbij ze kwistig met feiten en cijfers strooide.

Margaret Thatcher op bezoek bij Ronald Reagan in het Witte Huis, juni 1982. (Foto David Hume Kennerly)

De IJzeren Dame aan het roer

In de jaren zestig, waarin de Tories voornamelijk de oppositiebankjes warm hielden, ontwikkelde Thatcher zich tot een echte dossiertijger. Zo maakte zij – tot haar afgrijzen – kennis met de complexiteit van alle regelingen van het sociale verzorgingsstelsel. Nadat de Conservatieven in 1970 de verkiezingen gewonnen hadden, werd Margaret Thatcher minister van Onderwijs in het kabinet-Heath. Dit kabinet kon zich moeilijk ontworstelen aan de erfenis van Labour. Ondanks de beloften van een terugkeer naar de partijbeginselen, deed Heath telkenmale het tegenovergestelde. Thatcher ergerde zich groen en geel als de premier weer eens een ‘U-bocht’ nam. Na het verlies in 1974 weigerde Heath het veld te ruimen. Maar bij veel Conservatieven ter rechterzijde had hij zijn krediet verspeeld.

Margaret Thatcher bezoekt met haar man Denis Stanley Junior School op de Falkland Eilanden, 1983. (Foto Keystone/Hulton Archive)

Nadat de gedoodverfde tegenkandidaat met politiek incorrecte uitspraken zijn hand had overspeeld, was het aan Thatcher om de strijd met het partijleiderschap met Heath aan te gaan. Hoewel echtgenoot Denis haar geen schijn van kans gaf (‘You haven’t got a hope’), nam zij per 11 februari 1975 het stokje over. Als leider van de oppositie zocht ze openlijk toenadering tot de Verenigde Staten en nam ze in felle bewoordingen afstand van de Sovjet-Unie en de Oost-Europese satellietstaten. Dit leverde haar in de Sovjetpers een bijnaam op: The Iron Lady. Later zei ze dat de Russen haar geen groter plezier hadden kunnen doen dan met het munten van deze geuzennaam.
In deze jaren besteedde Thatcher veel tijd en energie aan haar imago. Er kwam een ervaren tekstschrijver voor haar speeches, een styliste voor haar garderobe en een logopediste om haar bekakte Oxfordaccent af te leren. Deze campagne verliep succesvol: in de tabloids werd ze bij toerbeurt als de IJzeren Dame ten tonele gevoerd, maar ook regelmatig als ‘Maggie’.

Rellen tussen stakende mijnwerkers en de politie in Wooley (tussen Sheffield en Leeds), 1984. (Foto Alain Nogues/Sygma/Sygma)

Géén draaikont

Onder Labour-premier James Callaghan stevende Groot-Brittannië regelrecht af op een financiële ramp. In 1976 werd een dieptepunt bereikt toen hij de vernederende stap moest zetten om bij het IMF – die gewoonlijk vooral ontwikkelingslanden bijstaat – een lening moest aanvragen. Twee jaar later moest hij daar andermaal voor een flinke lening van 2,3 miljard pond aankloppen. Op dat moment bedroeg het rentepercentage zestien procent en de inflatie was twintig procent. Maar in 1978/79, tijdens ‘the winter of discontent’, bleek dat het nog erger kon. Er braken de ergste stakingen sinds een halve eeuw uit. Nagenoeg alle vitale onderdelen van de samenleving werden er door geraakt; zelfs de doodgravers legden de schop neer.

Op 4 juni 1975 draagt Margaret Thatcher, gestoken in een trui met daarop de vlaggen van de leden van de EEG, een toorts bij een optocht van pro-Europeanen voor het standbeeld van Churchill op Parliament Square, Londen. Het Verenigd Koninkrijk zou in een referendum de dag erna met tweederde meerderheid kiezen voor behoud van het lidmaatschap van de EEG. (Foto P. Floyd/Daily Express/Hulton Archive)

Nadat de liberalen zich uit de coalitie terugtrokken, werden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven. De Conservatieven wonnen deze en Margaret Thatcher werd de eerste vrouwelijke premier van Engeland. Ze liet er geen gras over groeien. Om de werkgelegenheid en de economische groei te bevorderen, zette ze rigoureus het mes in de overheidsuitgaven. De subsidies aan staatsbedrijven werden flink beknot. Tegelijkertijd verlaagde ze de inkomstenbelastingen en verhoogde ze het BTW-tarief. Hierdoor werden de lagere inkomensgroepen onevenredig zwaar getroffen. Ze opende een frontale aanval op de Civil Service, de regeringsambtenarij. Zowel de omvang ervan als haar politieke invloed werden beperkt. Vanaf dit moment, zo verklaarde ze, zet ik de politieke krijtlijnen uit en de Civil Service voert het beleid uit. Niet meer en niet minder.
Toch was de reikwijdte van de koerswijziging beperkt. Mede door een wereldwijde recessie stond de Britse economie er zes maanden na haar aantreden slecht voor. De inflatie bedroeg nog altijd achttien procent en er waren meer dan drie miljoen werklozen. Om haar opponenten – niet alleen de media of Labour, maar ook leden uit de eigen Conservatieve partij – de wind uit de zeilen te nemen, verklaarde ze op voorhand dat ze niet op haar schreden zou terugkeren: ‘The lady’s not for turning’.

In 1989 wilde Thatcher een poll tax, een hoofdelijke belasting, invoeren. De plannen lokten de ergste ongeregeldheden in Engeland in een eeuw uit. Woedende menigten bestormden gebouwen rond Whitehall, West End, branden werden gesticht, winkels geplunderd. Er vielen 113 gewonden. De belasting zou vooral gezinnen treffen. (Foto Richard Baker/In Pictures)

Het afscheid van Keynes

In 1981 presenteerde ze een begroting die precies het tegenovergestelde beoogde van alles wat in de Keynesiaanse traditie gedaan zou moeten worden. In plaats van overheidsinvesteringen om de vraag te stimuleren, werd er nog verder in de budgetten gesneden. De kinderbijslag werd verlaagd, de belastingen werden verhoogd om de gestegen kosten voor gezondheidszorg en werkloosheidsuitkeringen op te vangen en de accijnzen op alcohol, tabak en benzine gingen fors omhoog. Dit ging zo tegen de logica in dat een groep van 364 vooraanstaande economen in een ingezonden brief in The Times schreef dat deze budgettaire maatregelen ‘de depressie zullen versterken, de industriële basis onder onze economie uithollen en een bedreiging vormen voor de sociale en politieke stabiliteit’.
Maar het bleek dat deze economen niet over een glazen bol beschikten. In 1980/81 waren er weliswaar zestien maanden met een negatieve economische groei; de periode 1981-1989 liet een gemiddelde groei van 3,2 procent zien. Het economische beleid van Thatcher had echter wel een keerzijde: de samenleving werd in twee steeds sterker van elkaar gescheiden groepen werd verdeeld. De hoog opgeleiden (veelal werkzaam in de financiële wereld en de dienstverlening) ging het voor de wind. Maar de groeiende onderklasse van laag geschoolde handarbeiders kreeg het steeds zwaarder.

Nabij het stadhuis van Belfast wordt een Thatcher voorstellende pop in brand gestoken, 23 november 1985. Het protest is gericht tegen het nieuwe Brits-Ierse akkoord waardoor Ierland een adviserende rol in Noord-Ierse zaken krijgt. (Foto Kaveh Kazemi)

Privatisering als panacee

Tijdens haar tweede ambtstermijn legde Thatcher de bijl aan de wortel van het naoorlogse Labourbeleid. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog had de Britse overheid allerlei sleutelondernemingen genationaliseerd om zo de productie van goederen of levering van diensten voor het algemeen belang veilig te stellen. Het achterliggende idee was dat zo enerzijds de kortetermijnbelangen van aandeelhouders beteugeld konden worden en dat anderzijds de lonen en andere arbeidsvoorwaarden van de arbeiders op een aanvaardbaar peil bleven. Bovendien zou zo voorkomen worden dat de Britse economie een speelbal van het buitenland zou worden.
Thatcher brak stap voor stap met dit beleid. Uitgangspunt was dat geen industrie in overheidshanden moest blijven, tenzij er een overweldigende positieve reden is om het wel te doen. Tussen 1979 en 1991 deed de Britse regering twee van de vijf bedrijven van de hand die het ooit had bezeten.

Bij de dood van Thatcher in april 2013 gingen opvallend veel Britten de straat op om te feesten. Een reflex die op het continent niet gauw te zien is. (Foto Danny E. Martindale)

Het verkocht meer dan vijftig grote bedrijven die samen meer dan 900.000 werknemers in dienst hadden. Hiertoe behoorden bedrijven als Jaguar en Rolls-Royce, British Telecom, British Gas, British Airways en British Steel. De schatkist voer er wel bij: er werd meer dan vijf miljard per jaar bijgeschreven. Het merendeel der bedrijven ging via de aandelenbeurs in private handen over. Het aandeel van de volwassen bevolking dat aandelen in bezit had, steeg van zeven procent in 1979 naar 25 procent tien jaar later.
Al snel klonken kritische geluiden: de aandelen zouden voor een veel te lage prijs van de hand zijn gedaan en de beurshandelaren zouden er buitensporig veel aan verdiend hebben. Een andere klacht was dat de uitverkoop diende om de gaten in de begroting te dichten, terwijl de gelden juist aangewend hadden moeten worden voor langetermijndoelen, zoals een verbetering van het wegennet, bruggen en spoorlijnverbindingen.
Cor van der Heijden

Openingsbeeld: Politieke satire is in Engeland een groot goed. Of het nu de koningin of de premier betreft, niemand ontkomt aan de bijtende humor, zeker Margaret Thatcher niet. (Foto In Pictures Ltd./Corbis)

Lees ook de andere helft van dit verhaal, plus nog veel meer boeiende historische artikelen, in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder