Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Rode staatsterreur

15 december 2020 Siebrand Krul

Geen drie letters wekten ooit meer huiver dan KGB, de Russische afkorting van het Comité voor Staatsveiligheid - Komitet Gosudarstvennoy Bezopasnosti. Decennia lang was de geheime dienst het repressieve apparaat bij uitstek waarmee het communistisch regime zich in eigen land wist te handhaven en daarbuiten het kanaal waarmee inlichtingen over de vijand werden verzameld.

In een recent boek doet journalist Bernard Lecomte het hele verhaal, met extra aandacht voor de buitenlandse steun, het neerslaan van de opstanden in het Oostblok, de verhouding met de CIA, de destabilisatie door dissidenten en het einde onder Gorbatsjov.
De oorsprong van de Sovjet-geheime dienst ligt in 1917 toen Lenin nog tijdens de Russische burgeroorlog de Tsjeka stichtte, bedoeld als een tijdelijke organisatie waarop de bolsjewieken konden vertrouwen om hun macht te consolideren. De Tsjeka werd belast met het onderzoek naar contrarevolutie en sabotage, maar begon als snel ‘vijanden van de staat’ te arresteren en te executeren: de voormalige adel, de bourgeoisie en de clerus. Stichter Feliks Dzerzjinski vormde de dienst om tot een effectief en genadeloos instrument van de heersende Communistische Partij. Nadat de burgeroorlog was afgelopen werd de Tsjeka in 1922 afgeschaft, maar snel vervangen door de GPU, dan de NKVD, vervolgens de MGB tot uiteindelijk de KGB in 1957, kort na de dood van Stalin.
De naam mocht veranderen, de politiek bleef onveranderd dezelfde – alle oefenden ze een ware staatsterreur uit. Mediocre, op macht beluste apparatsjiks als Iagoda, Iejov of Beria deporteerden of executeerden miljoenen mensen die als ongewenste elementen werden beschouwd, totdat ze zelf geëxecuteerd werden, slachtoffer van Stalins paranoia of vernietigd door de totalitaire machine die ze zelf hadden aangedreven.

KGB-officieren tijdens het bezoek van de Britse premier Margaret Thatcher aan Rusland in 1981.

Morbide getallenpolitiek

Onafgebroken was de politieke politie de ijzeren arm van het communistische regime. Haar agenten werden gerekruteerd volgens de criteria die waren opgesteld door Feliks Dzerzjinski, de eerste leider van de Tsjeka; die zocht ‘vastberaden kameraden, hard, onwrikbaar, zonder scrupules, bereid om zichzelf op te offeren voor het heil van de revolutie. ‘Een van zijn adjuncten stelde: ‘De Tsjeka is noch een onderzoekscommissie, noch een tribunaal. Het is een strijdwapen dat actie voert op het thuisfront van de burgeroorlog. Hij veroordeelt de vijand niet, hij slaat hem neer’. Of de slachtoffers schuldig of onschuldig waren, maakte niets uit, want met de woorden van Lenin was ‘de waarheid zeggen slechts een kleinburgerlijke gewoonte.’
De liquidatie van ‘anti-communistische elementen’ werd uitgevoerd door Afdeling V, de ultrageheime afdeling voor moord en sabotage. Stalin legde zelfs quota vast voor arrestaties, executies en deportaties, een morbide ‘getallenpolitiek’ die voortdurend toenam om de bloedige repressiemachine te voeden en terreur te verspreiden. In minder dan anderhalf jaar tijd schoot de NKVD 750.000 verdachten neer op bevel van Iejov, onveranderlijk collaborateurs, verraders en contra-revolutionairen genoemd. De dienst zelf schatte het aantal mensen dat tussen 1935 en 1940 werd gearresteerd op negentien miljoen, waarbij de leiders van de Communistische Partij evenmin gespaard bleven. De geheime dienst was tevens belast met spionage, het ontfutselen van geheime informatie uit niet-communistische landen (met name de VS). Internationale netwerken werden uitgebouwd, waarbij Moskou achter de schermen aan de touwtjes trok middels overtuigde buitenlandse marxisten als compagnons de route.

Willi Münzenberg (vooraan links) op een bestuursvergadering van de Internationale Socialistische Jeugdverenigingen, rond 1915. (Zürich, Archives Sociales).

Duits eenmansorkest speelt Internationale

Een bij het grote publiek onbekend gebleven figuur was de Duitser Willi Münzenberg (1889-1940), fervent bewonderaar van Lenin, die op eigen houtje als een eenmansorkest alles in het werk stelde om steun voor de bolsjewieken te verwerven. Zo richtte hij de Internationale Arbeidershulp op, die studenten en sympathiserende intellectuelen verzamelde om de Russische revolutie te steunen door het organiseren van wetenschappelijke conferenties en culturele evenementen. Daarnaast nam hij het initiatief voor de Internationale Rode Hulp, verantwoordelijk voor het helpen van de uitgehongerde Russische bevolking, die ‘meer jonge idealisten en toegewijde intellectuelen aantrok dan alle marxistische meetings van die tijd’, en mengde hij zich in de zaak Sacco en Vanzetti in de Verenigde Staten door een brede opiniebeweging tegen de Amerikaanse justitie op gang te brengen. Münzenberg was tegelijk erg actief als uitgever (Neuer Deutscher Verlag, de kranten Welt am Abend, Berlin am Morgen en vooral de Arbeiter Illustrierte Zeitung), waardoor hij zijn propaganda-activiteiten kon financieren, en veel inkomsten verkreeg om een groot aantal geheimagenten, gepatenteerde spionnen en andere informanten van de GPU- en de GRU (Russische militaire inlichtingendienst) te onderhouden. Hij richtte tevens de Wereldbond tegen het Imperialisme op, die in 1928 een congres hield in Brussel, en was actief in alle vredesbewegingen, zoals het Amsterdam-Pleyel-comité dat Franse intellectuelen samenbracht. Deze ‘uitzonderlijke communicator’ mobiliseerde ook tegen het fascisme en kon daarbij in meer of mindere mate de medewerking verkrijgen van prestigieuze auteurs als Dos Passos, Malraux, Hemingway, Brecht, Romain Rolland, Barbusse of Koestler. Voor ware anti-fascisten was er volgens Münzenberg geen andere keuze dan aan de kant van de USSR te staan.

Het voormalige KGB-hoofdkwartier op het Lubyanka-plein in Moskou, nu het hoofdkwartier van de FSB. Foto uit 1985, toen nog met het standbeeld van Feliks Dzerzjinski, stichter van de Tsjeka.

KGB versus CIA

Pas in 1946 gingen de Verenigde Staten de balans opmaken van de infiltraties van Sovjet-spionnen op hun grondgebied, ook binnen hoge politieke kringen. De reactie nam toen de paranoïde vorm aan van McCarthyisme, genoemd naar de grote gangmaker John McCarthy; het jaar daarop werd de CIA geboren, verantwoordelijk voor het verzamelen van informatie over de USSR en haar acties over de hele wereld, voornamelijk in Europa, naast de FBI die contra-spionage op Amerikaans grondgebied beheerde. In de context van de Koude Oorlog werden de Sovjet-geheime diensten gereorganiseerd onder Nikita Chroesjtsjov. Werd er niet langer grootschalig ‘gezuiverd’, in het wilde weg en in het grootste geheim gefusilleerd, het betekende niet dat de voortaan KGB genoemde dienst ophield zich te ontwikkelen, op het vlak van personeel, vaardigheden en al dan niet juridisch twijfelachtige operaties. Haar nieuwe actieterrein werden de opstanden in Hongarije en Tsjecho-Slowakije, die werden onderdrukt volgens welomschreven mechanismen. Omdat de twee nucleaire supermachten geen directe confrontatie konden aangaan, op straf van een apocalyps, werden hun twee concurrerende geheime diensten ertoe gedreven zichzelf te ontwikkelen en te professionaliseren tot op het punt dat ze ware virtuele legers werden.

Plaatsvervangend voorzitter Vladimir Pirozhkov inspecteert de Speciale Afdeling van de KGB (Alpha Team), midden jaren 1970.

Destabilisatie door dissidenten

De KGB was verantwoordelijk voor een heksenjacht op dissidente schrijvers, joodse intellectuelen, geleerden en andersdenkenden (katholieke en orthodoxe clerus). Geen middel werd onverlet gelaten om ze het leven zuur te maken; ze werden gevolgd, afgeluisterd of van hun bed gelicht voor een onderzoek naar zogenaamd staatsgevaarlijke activiteiten. Wie weigerde zich te conformeren aan het communistische regime kon eindigen in een psychiatrische kliniek. Anderen werden uit de schrijversbond verstoten wegens hun vermeende anti-communistische overtuiging. Vanaf de jaren 1960 werd het fenomeen van de Sovjet-dissidenten voor de KGB een almaar zwaardere uitdaging, een kettingreactie die niet meer te stoppen viel. ‘Wat de KGB niet voorzag, is dat elke nieuwe veroordeling nieuwe golven van verontwaardiging en openbare demonstraties veroorzaakte, die aanleiding gaven voor nieuwe arrestaties en processen die op hun beurt leidden tot bijeenkomsten, protesten en krantenartikels waarin de ongerechtvaardigde repressie aan de kaak werd gesteld‘, schrijft Lecomte. Om de hardnekkige oppositie het hoofd te bieden, werd daarom een speciale afdeling van de KGB opgericht. Maar de internationale uitstraling van dissidenten als Solzjenitsyn en Sacharov bleef het Kremlin, dat zich geen raad wist met het westerse concept van de mensenrechten, achtervolgen.

De KGB werd opgericht in 1953 als het ‘schild en zwaard’ van de communistische partij, afgebeeld op het embleem, en was actief tot het einde van de Sovjet-Unie in 1991.

Einde onder Gorbatsjov

De definitieve destabilisatie van de KGB kwam er toen Michail Gorbatsjov in 1985 president werd. Coulanter in de ideologie gaf hij de dissidenten meer armslag en nam geen vrede met de onbetrouwbare rapporten van de geheimagenten die gewend waren de regering te vleien en naar de mond te praten uit angst te worden ontslagen. Perestrojka (hervorming) en glasnost (openheid) werden de nieuwe ordewoorden. Ze trokken het functioneren van de KGB als staat binnen de staat in twijfel. Maar de KGB verzette zich en organiseerde in augustus 1991 een putsch tegen de president die op een fiasco uitdraaide. In oktober ontbond Gorbatsjov de geheime dienst, gevolgd door het uiteenvallen van de Sovjet Unie in december. De nieuwe leider van de Russische Federatie, Boris Jeltsin, richtte prompt een Federaal Veiligheidsagentschap op (‘omdat het simpelweg ondenkbaar was dat een land als Rusland geen politieke politie zou hebben‘), vanaf 1995 Federale Veiligheidsdienst (FSB) genoemd, met een soortgelijke rol als haar voorganger, zij het met minder beruchte reputatie. Helemaal van het toneel verdwenen is de KGB evenwel niet – een voormalig officier van de geheime dienst, Vladimir Poetin, heerst sinds 1999 tot op vandaag over Rusland.
André Capiteyn
https://www.herodote.net/La_veritable_histoire_des_services_secrets_sovietiques-article-2673.php?ID_dossier=78

Openingsbeeld: Vladimir Poetin tijdens zijn KGB-opleiding in Leningrad, ca. 1975, toen de latere secretaris-generaal van de USSR, Joeri Andropov, de leiding had. Tot 1991 was Poetin buitenlandse inlichtingenofficier.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder