Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Op kot in Leuven

15 december 2020 Siebrand Krul

Kot is een typisch Vlaams woord om een studentenkamer aan te duiden. De oorsprong is onduidelijk, maar lijkt evident: 't zijn soms niet meer dan veredelde hokken. Bij uitbreiding wordt het woord ook gebruikt om een bepaalde faculteit of studierichting aan te duiden, bijvoorbeeld boerekot (bio-ingenieur) en sportkot (lichamelijke opvoeding).

Kot wordt zelfs over de taalgrens gebruikt. In Brussel en Wallonië spreken ze over ‘kotter’ (op kot wonen). En een ‘kotteur’ of ‘kotteuse’ is dan een kotstudent(e). En op affiches lees je ‘kots à louer’.
Het Pauscollege in Leuven is genoemd naar zijn stichter, paus Adrianus VI, de enige paus uit onze Nederlanden. Wie was die Adrianus en wat had hij met Leuven te maken dat hij hier een college oprichtte?

Karel V, Frans I en Hendrik VIII, de politieke protagonisten bij de pausverkiezing van 1522.

Een conclaaf met een compromis

We moeten terug naar een winterdag 9 januari van het jaar 1522. In de Sixtijnse kapel in Rome is het conclaaf bijeen om een nieuwe paus te kiezen na de dood van Leo X. Al twee weken zitten de kardinalen opgesloten, maar door verdeeldheid tussen de verschillende fracties heeft de stemming nog steeds geen kandidaat opgeleverd met de vereiste tweederde meerderheid. Die verdeeldheid in het college der kardinalen is een afspiegeling van de politieke toestand in het Europa van die dagen: je hebt keizer Karel V aan de ene kant, zijn erfvijand de Franse koning Frans I aan de andere en dan ook nog de wispelturige Engelse koning Hendrik VIII, op dat ogenblik nog katholiek (later zal hij zich afscheiden en de anglicaanse kerk stichten).

Jan van Scorel: portret van paus Adrianus VI. (Centraal Museum, Utrecht)

Elk van deze vorsten heeft zijn favoriete kardinalen die geen duimbreed willen toegeven. Omdat het conclaaf er niet toe komt een kandidaat te kiezen uit de aanwezige 39 kardinalen, besluiten ze om de keuze te beperken tot de afwezigen, want door omstandigheden zijn enkele kardinalen niet in Rome geraakt voor het conclaaf. Een compromis om uit de impasse te geraken.
Adrianus van Utrecht, die de titel van kardinaal van Tortosa draagt, is op dat tijdstip in Spanje voor staatszaken in opdracht van Karel V. Na enkele stembeurten krijgt hij de meerderheid van de stemmen: bij afwezigheid en zonder zijn medeweten wordt hij tot paus gekozen.

Bernard van Orley, Karel V als jongeman. (Monastère royal de Brou)

Habemus Papam

De bijeengestroomde menigte in het Vaticaan weet niet wat ze hoort als de kardinaal-deken de gelovigen toespreekt: ‘Habemus Papam. Kardinaal van Tortosa, Adrianus van Utrecht.’ De Romeinen zijn niet in hun sas met deze paus uit het noorden. Waar komt die eigenlijk vandaan? Utrecht? Waar ligt dat? In Holland? Vlaanderen? Of Duitsland? Een barbaar! En hij is niet eens aanwezig in Rome…
Adrianus is de opvolger van een reeks beruchte kerkvorsten die bekend stonden door hun liederlijke en rijkelijke levensstijl: Alexander VI Borgia, Julius II Della Rovere, Leo X De’ Medici, renaissancepausen die meer oog hadden voor wereldse pracht en praal dan voor het spirituele. Ook stuk voor stuk pausen die het nepotisme hoog in hun vaandel droegen: hun naaste familieleden deelden allemaal in hoge kerkelijke benoemingen. Het pausdom was een mand waaruit royaal werd gegraaid en rondgedeeld. En dan komt daar opeens een onbekende noorderling. De vrees dat het gedaan zal zijn met het exuberante pauselijke hof, dé bestaansreden van Rome, is niet ongegrond.

Maarten van Heemskerck, zicht op de bouwwerf van de Sint-Pietersbasiliek, ca. 1530.

Wie was Adrianus van Utrecht?

Adriaan Floriszoon Boeyens werd geboren in 1459 in Utrecht als zoon van een scheepstimmerman. Ondanks zijn eenvoudige komaf kan hij gaan studeren aan de Latijnse school. In 1476 trekt hij naar de universiteit van Leuven. Zijn studie wordt betaald door een rijke weldoener. Hij studeert eerst de zogenoemde Vrije Kunsten aan de Artesfaculteit in de pedagogie Het Varken. De Leuvense universiteit was toen nog georganiseerd zoals in Oxford, Cambridge en Parijs met autonome colleges en pedagogieën die gezamenlijk de universiteit vormden.
Na twee jaar gaat Adriaan theologie studeren. Tegelijk doceert hij Artes aan jongere studenten, onder wie een leerling uit Rotterdam: Erasmus. Adriaan doctoreert, wordt priester, kanunnik en deken van de Sint-Pieterskerk te Leuven en professor aan de universiteit. Hij draagt ook tweemaal de titel van rector.

Grafmonument van Adrianus VI in de Santa Maria dell’ Anima, Rome.

Om de jonge prins Karel, de latere keizer Karel V, op te voeden en Latijn te leren wordt hij ontboden aan het hof van Margaretha van Oostenrijk in Mechelen. Vanaf 1509 verblijft hij meer in de paleizen van Mechelen en Brussel dan aan de Leuvense universiteit. Stilaan zal Adrianus opklimmen binnen de hofhouding en wordt hij één van de voornaamste adviseurs van de jonge vorst.
In 1515 trekt hij in opdracht van Karel naar Spanje als diplomatiek afgevaardigde. De promoties volgen mekaar snel op: koninklijk gezant, bisschop van Tortosa, kardinaal, groot-inquisiteur, regent van Spanje. Adrianus is gelaten: hij zou liever terugkeren naar de Nederlanden, maar Karel, intussen keizer geworden, blijft zijn oud-leraar bestoken met politieke en militaire opdrachten in Spanje. Het is daar dat hij op 22 januari 1522 een ijlbode ontvangt die hem het nieuws van zijn pausverkiezing meedeelt.

Voorgevel van het Pauscollege in 1865. (Universiteitsarchief KULeuven)

Haring en bier

Het zal nog maanden duren eer Adrianus VI, zo luidt zijn pausnaam, naar Rome afreist. Pas op 31 augustus 1522 wordt hij tot paus gekroond in de Sint-Pietersbasiliek van Rome, in die jaren een bouwwerf met de vroeg-christelijke kerk binnen de nieuwe Sint-Pieter, ontworpen door Bramante, in aanbouw.
Zoals de Romeinen al vreesden, wil Adrianus VI komaf maken met bepaalde (wan)toestanden binnen de kerk en vooral binnen de curie, het hoogste bestuursapparaat van de kerk. Je zou kunnen stellen dat hij een antwoord wil geven op de kritiek van Luther en consoorten. Zeer tegen de zin van de Italianen omringt hij zich met medewerkers uit de Nederlanden met als belangrijkste Willem van Enckevoirt, een Brabander met jarenlange ervaring in het Vaticaanse wespennest. De hervormingsplannen van Adrianus lopen vast op het conservatisme van de kardinalen, maar ook omdat hijzelf té bedachtzaam, té weifelend is. Met zijn ascetische levenswijze stoot hij op veel tegenstand. ‘Hij overleeft op een dieet van slecht bier en haring’, wordt er spottend gezegd.

Zicht op de grote trap (balustrade ca. 1850).

Begin augustus 1523, nog geen jaar na zijn kroning, wordt Adrianus – op dat ogenblik 64 jaar – geveld door hoge koorts. Zijn gezondheidstoestand slabakt en in de namiddag van 14 september 1523, na een pontificaat van amper 600 dagen, overlijdt Adrianus van Utrecht. Er gaan geruchten dat hij vergiftigd werd, maar die worden nooit bevestigd. Adrianus is de enige paus uit de Nederlanden en blijkbaar hadden de kardinalen na hem hun buik vol van buitenlanders, want hij zal de laatste niet-Italiaanse paus zijn tot 1978, wanneer de Pool Karol Wojtyla (Johannes Paulus II) wordt verkozen.
Eerst wordt zijn lichaam bijgezet in de Sint-Pieters, maar omwille van de bouwwerkzaamheden aldaar laat kardinaal Van Enckevoirt het lichaam later overplaatsen naar een nieuw grafmonument in de Santa Maria dell’ Anima, van oudsher de kerk van het Roomse keizerrijk en dus ook van Utrecht.

Zicht op de achtervleugel. (KULeuven)

Het college van de paus

In zijn testament had Adrianus bepaald dat zijn oude woning aan de ’s Meijersstraat in Leuven een college moest worden voor behoeftige studenten. Reeds in november 1524 opent het college zijn deuren. Al gauw worden er panden bijgebouwd en ingericht tot kapel en bibliotheek. In de late 18de eeuw was het complex erg bouwvallig geworden. Bij een instorting in 1775 komt zelfs een student om het leven.
Daarop beslist de toenmalige president Lambert Ghenne tot een grondige verbouwing. Zijn broer wordt aangesteld tot architect: hij bouwt een monumentale straatvleugel en twee zijvleugels in classicistische stijl. Tien jaar later tekent de hofarchitect Louis Montoyer de achtervleugel, waardoor er een gesloten rechthoek ontstaat van 70 bij 100 meter.

Kelder onder het college, vol lege wijnflessen. (Convento)

In de Franse tijd zal het gebouw dienst doen als tehuis voor veteranen van Napoleon, een succursaal van het Hôtel des Invalides in Parijs. Willige prostituées, neergestreken in de tegenover gelegen, voormalige Pedagogie Het Varken, bedienen de blijkbaar niet zo invalide veteranen. Deze pedagogie/bordeel zal worden gesloopt en plaats maken voor het huidige Hogeschoolplein.
Later wordt het Pauscollege een filosofisch instituut tot het bij de heroprichting van de Katholieke Universiteit in 1834 opnieuw, zoals bepaald door Adrianus, een studentenverblijf wordt. En dat is het nu nog steeds, ook na de in 2019 begonnen renovatie. Bedoeling is om in 2023, 500 jaar na de dood vcan Adrianus, de werkzaamheden af te ronden.

Verborgen schatten in de wijnkelder van de president.

Wijnschat

En wat die verborgen wijnkelder betreft: het hele college is onderkelderd met grote bakstenen gewelfde kamers. Sommige doen dienst als ‘pausbar’, de exclusieve bierkelder van de inwonende studenten. Anderen zijn dienstruimten of opslagplaatsen. In één van die kelders vond men honderden lege wijnflessen terug, wellicht ooit met smaak gedegusteerd door de president van het college, traditioneel een priester-professor van de universiteit, en zijn subregenten.
Maar onder het oude appartement van de president ligt nog een klein verborgen keldertje, alleen bereikbaar via een smalle houten trap. Dit was de private wijnkelder van de president. Hier liggen in gemetselde nissen nog tientallen volle wijnflessen en niet van de minste: Château Pontet-Canet (Pauillac Grand Cru), Château Toinet-Fombrauge (Saint-Emilion Grand Cru), Bourgogne-Passe-Tout-Grains, Pommard en andere pareltjes van de jaren zeventig en later. Een schat voor vinologen!
Canvas curiosa/Koen De Vos/Jeroen Revalk
Met dank aan Rebekka Jonkers (Pauscollege), Kjell Corens en Mark Derez (Universiteitsarchief KULeuven) voor de medewerking.

Openingsbeeld: Traditionele stoet der Togati op de binnenkoer van het Pauscollege. (KULeuven)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder