Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

’s Konings vluchtoord Congo

23 november 2020 Siebrand Krul

21 juli: het traditionele militaire défilé in Brussel. Een geruststellende gedachte dat het leger paraat is en onder het goedkeurend oog van de koning der Belgen en zijn regering waakt over het vaderland. Nu lijkt het allemaal een beetje achterhaalde folklore, maar in de jaren vijftig in volle Koude Oorlog was het andere koek.

Een aanval door de Russen leek niet denkbeeldig en dus werden in het geheim evacuatieplannen gesmeed voor de koninklijke familie en de regeringstop. Duik mee in de archieven en ontdek het verhaal van ‘Couillonville’ en de ondergrondse regeringsbunker in Brussel…
We schrijven 1950. De Tweede Wereldoorlog heeft het Europese continent opgedeeld in het ‘vrije’ Westen en het communistische Oostblok. In het Kremlin regeert Stalin. In Korea woedt een oorlog. Ook Belgische soldaten gaan meestrijden in dit conflict. De Koude Oorlog bereikt er een eerste kookpunt.
Hier in West-Europa groeit het onbehagen: als de Sovjet-agressie kan toeslaan op het Koreaanse schiereiland, waarom zou een Russische (nucleaire?) aanval op het Westen dan onmogelijk zijn? Wat zou er gebeuren als de Russen door de Noord-Duitse laagvlakte zouden aanvallen? Niet voor niets lagen daar duizenden NAVO-soldaten op de Lüneburger Heide. Een evacuatie van de koninklijke familie en de regering leek dan noodzakelijk. In de Tweede Wereldoorlog was een korte oversteek naar Engeland voldoende, maar in het nucleaire tijdperk waren andere maatregelen vereist.
In deze sfeer moeten we de beslissing zien van de Belgische regering Pholien, een homogeen katholiek kabinet dat regeerde in de periode ’50-’52. Bij een dreigende atoomaanval zouden de regeringsleden, hun naaste medewerkers, topambtenaren en legeroversten, samen met het Belgische koningshuis, Brussel verlaten en hun toevlucht zoeken in het verre en veilige Belgisch-Congo.

Belgische soldaten tijdens de Korea-oorlog. Let op de tekst voor op de jeep. (RR)

Naar Congo!

Op 14 september 1950 wordt het volgende genoteerd in de ministeriële correspondentie: ‘Le conseil des ministres a décidé que, dans le cas où le Gouvernement serait contraint de quitter le territoire métropolitain sous la pression de l’enemi, il se replierait au Congo Belge.’
Er zou een ‘Cité Gouvernementale’ gebouwd worden in de Belgische kolonie om al deze mensen te huisvesten. Deze geheime plek moest enerzijds afgelegen zijn, veilig en discreet, maar anderzijds vlot bereikbaar en dus liefst in de buurt van een militaire luchtmachtbasis, waar internationale vluchten konden landen. Tegelijk konden de aanwezige militairen instaan voor de beveiliging van de Cité. De nabijheid van een stad met een commerciëel centrum, scholen, medische voorzieningen enz. is een pluspunt. De uitbouw van een water- en stroomnetwerk moet mogelijk zijn. Hetzelfde geldt voor de installatie van een telefooncentrale.

Ligging van de Cité Gouvernementale bij Kamina. (Google maps)

Kamina

Op 22 januari 1951 laat de Gouverneur-generaal van Belgisch-Congo weten dat één locatie ideaal is, namelijk de stad Kamina in de rijke zuidelijke provincie Katanga. Op een twintigtal kilometer hiervandaan lag een garnizoen van het leger met een grote nieuwe luchtmachtbasis. Tussen de bestaande stad en het legerkamp biedt een vrije heuvel de perfecte plek voor de bouw van de nieuwe cité. Deze plek is ruim genoeg om 1.500 tot 1.600 personen te huisvesten:
Koninklijke familie, ca. twintig personen.
Ministers en hun voornaamste kabinetsmedewerkers, in totaal een honderdtal personen.
Topambtenaren en hoge functionarissen van diverse overheidsdiensten en het leger, kamerleden en senatoren, prominente geleerden, professoren…, ca. 400 personen.
Familieleden van twee, ca. 300 personen.
Familieleden van drie, ca. 600 personen.
Op de top van de heuvel zou het koninklijk verblijf met bijhorende gebouwen voor de hofhouding liggen. In de onmiddellijke buurt de villa’s van de ministers en hun familieleden, verderop woon- en werkgelegenheden voor de hoge ambtenarij en de legertop en gebouwen voor lager personeel. Alles veilig afgesloten achter een hoge omheining, geïsoleerd voor de buitenwereld.

Schets van de ‘agglomération provisoire’. (RR)

Geheime plannen

In het geheim worden plannen getekend, budgetten voorzien. Er wordt een krediet van 500 miljoen Belgische frank geopend, toentertijd een enorm bedrag. Om de hele agglomeratie snel te kunnen opbouwen, denkt men aan geprefabriceerde woningen van diverse types. Er worden aanbestedingen gedaan en onder meer een Amerikaanse firma krijgt de opdracht prefab-woningen te leveren.
Ter plekke wordt bekeken welke wegen rondom Kamina een nieuwe asfaltlaag dienen te krijgen. Aansluitingswegen vanuit Kamina Ville (de bestaande stad) en Kamine Base (de militaire basis) naar de nieuwe cité worden getekend. Studies voor waterputten en -leidingen, een nieuwe elektriciteitscentrale en andere infrastructuurwerken worden uitgevoerd. De ‘administrateur’ van de regio Kamina krijgt de opdracht na te gaan welke mogelijkheden er zijn op het gebied van voedselvoorziening voor ‘une agglomération européenne d’environ 1600 âmes’.

Type ‘maison démontable’ uit Katanga. (RR)

Prefab

Er worden prefab-woningen en andere bouwelementen per container overgebracht naar Congo. Daar bestond trouwens een traditie van prefab-woningen, geen kleine bungalowtjes, maar soms uit de kluiten gewassen villa’s. Zo is er sprake van huizen met drie slaapkamers en alle modern comfort. Mogelijk zou de Cité met dergelijke gebouwen worden opgetrokken.
Net wanneer de voorbereidende grondwerken in Kamina hun voltooiing naderen en de eerste huizen overeind staan, slaat het geopolitieke klimaat om.
In februari 1953 zegt het Comité Ministériel du Défence nog hetvolgende: ‘Au cas où les forces NATO ne pourraient tenir tête à une attaque russe, notre seul atout du point de vue national serait la Colonie.’ Maar wanneer op 5 maart 1953 Sovjetleider Stalin overlijdt en enkele maanden later in Korea een staakt-het-vuren wordt afgekondigd, lijkt de atoomdreiging een stuk minder acuut. Het hele opzet van de Cité Gouvernementale komt op losse schroeven te staan en tenslotte worden de concrete plannen voor het vluchtoord opgeborgen.
Intussen waren er wel bestellingen geplaatst, contracten getekend en betalingen gebeurd, ondermeer voor prefab-gebouwen. Dus worden er in Kamina toch nog hele ladingen met – intussen nutteloze – bouwmaterialen geleverd. De containers met de bouwmaterialen raken verspreid over de streek en worden dan maar gebruikt worden als woningen, ondermeer in Kamina en Likasi (Katanga). Zo is er een gewestbeheerder uit Kamina die in de late jaren vijftig in zo’n prefab-huis woonde, dat ooit bestemd was geweest voor de Cité. In de rest van de containers installeerde hij een schooltje. De woningen van de Amerikaanse leverancier zijn behoorlijk duur, maar wel van de meest moderne materialen. Ze zijn volledig in staal gebouwd, wat gezien het klimaat misschien niet de beste keuze is. In de zomer is de hitte naar verluidt niet te harden. Airco, heel gewoon in de Verenigde Staten, is immers niet voorzien.

Ligging van de bunker onder het Warandepark. (Bing maps)

Cité de la Peur

Hoewel in principe geheim, raakt het verhaal over de Cité toch bekend bij de kolonialen in en rond Kamina, bij de soldaten die gestationeerd zijn op Kamina Base en bij de lokale bevolking. Wanneer in 1955 koning Boudewijn tijdens zijn Congoreis Kamina bezoekt, gaat een meereizende journalist van Le Peuple, Fernand Demany, op zoek naar wat hij de Cité de la Peur zal noemen. Behalve wat overwoekerde restanten op het voormalige bouwterrein vindt hij zo goed als niets. Maar de bijnaam die hij in zijn artikels gebruikt, zal verder leven. Een andere benaming – iets minder deftig – is Couillonville, een term die wellicht in kringen van militairen is ontstaan. Op een kaart, in het paramilitair tijdschrift Fire!, wordt de locatie zelfs onverbloemd als zodanig aangeduid.
Hoewel het concrete plan voor de Cité in 1953 afgevoerd wordt, blijft het concept van een Réduit National wel voortleven. Wanneer in 1960 de onafhankelijkheid van Congo nakende is, worden in het parlement vragen gesteld hoe het nu verder moet. Zal ook in het nieuwe Congo plaats zijn voor een nationaal schuiloord?
In een studie over de grondwet en het inzetten van de strijdkrachten uit 2005 (co-auteur Guy Verhofstadt) verwijst men nog naar de Réduit National van Kamina, ‘een versterkt schuiloord waar het leger en de regering zich konden terugtrekken om betere tijden af te wachten’. In sommige documenten verwart men de Cité wel eens met de legerbasis.

3D-tekeningen van de bunker. (ECCRP)

Bunker onder Brussel

Terwijl men in de vroege jaren vijftig in Belgisch-Congo bezig is met de voorbereidingen van de Cité bij Kamina, bekijkt men in het vaderland hoe de vlucht van al die mensen vanuit België naar de kolonie kan georganiseerd worden. De koninklijke familie, de ministers en de parlementsleden zullen zich bij een acuut conflict in eerste instantie kunnen terugtrekken in een beveiligde atoombunker onder het Warandepark in Brussel. Dat is het plan.
Die ondergrondse schuilplaats bestond al en was aangelegd in de jaren dertig, aanvankelijk bedoeld als bescherming tegen vijandelijke luchtaanvallen. Het geheel van kelders ligt twaalf meter diep onder het park en is bereikbaar via een trap vanuit de Cercle Royal Gaulois, de exclusieve club achter het Théâtre Royale du Parc. Vanuit het Paleis der Natie, het parlement aan de overzijde van de Wetstraat, lopen tunnels naar deze schuilplek.
Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog en de inval van de Duitsers werd de bunker geëvacueerd en leeg achter gelaten. De Duitsers namen snel bezit van deze strategische plek en brachten er een opsporingspost onder die voor rekening van de Gestapo verboden zenders moest identificeren en lokaliseren.

Interieur bunker, toestand 2009. (RR)

Vocht, roest, afgebladerd beton

Na de oorlog kwam de bunker opnieuw in dienst van het Belgisch leger. Met de Koude Oorlog krijgt de bunker een nieuwe rol toebedeeld: het complex zal worden omgebouwd tot een tijdelijke schuilplaats voor de regering in afwachting van een evacuatie naar Congo. Daarvoor zijn aanpassingen nodig zodat de bunker een atoomaanval kan doorstaan. In 1953 wordt het plan goedgekeurd, maar uiteindelijk nooit uitgevoerd om dezelfde redenen als waarom men het plan voor de Cité in Kamina laat varen, met name de verminderde nucleaire dreiging.
De verbindingstunnels die vanuit de kelders van het parlement onder de Wetstraat naar het park liepen, zouden later bij de aanleg van de Brusselse metro afgesloten worden. In de jaren zestig wordt de bunker overgedragen aan de Civiele Bescherming. In de loop der jaren raakt het onderaardse complex in onbruik én in verval.
Maar het bestaat nog altijd, getuige een parlementaire vraag uit 2005 aan toenmalig minister van binnenlandse zaken Patrick Dewael. De minister bevestigde het bestaan van deze bunker, die momenteel onder de bevoegdheid valt van de Regie der Gebouwen. ‘Het is mij niet bekend, moet ik u ootmoedig toegeven, of die schuilkelder vandaag nog operationeel zou zijn’, voegde hij er nog aan toe. Recent fotomateriaal toont een weinig fraai beeld van deze ondergrondse schuilkelder: vocht, roest, afgebladerd beton. Als dit een beveiligde regeringsbunker is, ben ik blij dat ik géén minister ben.
Canvas / Koen De Vos

Openingsbeeld: Koning Boudewijn. (RR)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder