Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Leopolds goudmijn

23 november 2020 Siebrand Krul

Koning Leopold II van België was een typische 19de-eeuwse vorst: behept een imperialistisch ideaal. Zijn land zou geen knip voor de neus waard zijn was als het zich niet ook op het pad begaf om Afrikaanse kolonies te verwerven. Dat lukte op de conferentie in Berlijn in 1885 toen hij het gebied rond de rivier de Congo kreeg toegewezen, zeldzaam rijk aan grondstoffen. Niet voor zijn land, maar voor hem persoonlijk.

De kustlijn van Afrika werd sinds de 15de eeuw stelselmatig door de Portugezen verkend. Op gunstige plaatsen werden steunpunten ingericht om de bevoorrading van de eigen schepen veilig te stellen en handel te drijven. Zo kwam ook de monding van de Congostroom in het vizier. Niet alleen voor de vaart op Indië waren die steunpunten belangrijk, ook voor de Atlantische driehoekshandel tussen Europa en Amerika werd Afrika snel een onontbeerlijke schakel. Ook Fransen, Nederlanders, Denen en Engelsen hielden er halt en ruilden ijzeren staven, kralen en alcohol voor rood koper, ivoor en slaven.

Een uitzondering: het harmonieus gezin van oud-zouavenkapitein Leopold Joubert en de bekeerde Agnes Atakao, ca. 1900. (Coll. AfricaMuseum Tervuren)

De Portugezen deden sinds eind 16de eeuw beperkt aan missionering. Voor de VOC verkende de in Antwerpen geboren Amsterdammer Pieter van den Broecke begin 17de eeuw de monding van de Congo. Hij publiceerde een reisverslag met een eerste beschrijving van streek en bevolking voor hij naar Insulinde vertrok. Midden 17de eeuw verkenden Nederlandse handelaars tot vijfhonderd kilometer landinwaarts de Congorivier nadat ze de Portugese handelspost aan de monding hadden ingenomen.

Kaart van Belgisch Congo tussen Frans en Portugees Congo. (Coll Liberas Gent)

De Nederlandse expansie in Afrika werd tijdens de Napoleontische oorlogen door de Engelsen gekortwiekt. Dat de kolonies werden overgenomen betekende niet dat er geen Nederlandse handelsactiviteiten meer waren, ook op de Congorivier. In 1857 startten de Rotterdammers Lodewijk Pincoff en Henry Kerdijk met de bezetting van een centrale handelspost in Banana aan de monding van de Congo. Hun West-Afrikaans en Congolees netwerk van factorijen werd in 1868 gebundeld in de Afrikaansche Handels-Vennootschap. Na een frauduleus faillissement werd het bedrijf in 1880 herdoopt tot Nieuwe Afrikaansche Handels-Vennootschap. De lokale leiding van de factorijen was in handen van voormalige slavenhandelaars en de vennootschap werkte met eigen slaven.

De langzame kerstening: twaalf communicantjes voor priester Robert, ca 1938. (Coll. Priorij Bethanië Loppem)

De vennootschap had grote interesse in de kolonisatieplannen van koning Leopold II. Pincoff en Kerdijk waren aanwezig op de Geografische conferentie van Brussel in 1876 en financierden in 1878 mee het Comité d’études du Haut-Congo, waarvan ze ook bestuurders werden. Met deze studiemaatschappij wou koning Leopold II Midden-Afrika ontsluiten. Pincoff en Kerdijk verscheepten met hun bedrijf Stanley en zijn materiaal met vier gedemonteerde rivierboten gratis naar Banana (zie blz. 23 e.v.). Vanuit de hoofdpost van de Afrikaanse Handelsvennootschap vertrok hij op 14 augustus 1879 op de Congorivier.

Missiekalender 1909. (Repro KADOC-KU Leuven, KCC61)

Hij en later Congo Vrijstaat konden terugvallen op factorijen van de Afrikaanse Handelsvennootschap langs de Congorivier als uitvalsbases om bestuurs- en missiecentra toe te voegen aan de bestaande handelsposten. De liefde tussen beide partijen bekoelde in 1893, en samenwerking met de Compagnie du Kasai en de Compagnie du Lobay zorgde voor diversificatie en met de laatste ook een sterkere positie in Frans Congo. Ook na de overname door de Belgische staat bleef de handelsvennootschap in Congo actief en verzamelde bij de lokale bevolking vooral kopal (hars), ivoor en rubber. Bij voorkeur ‘rode Kasaï-‘ rubber omdat dit de beste kwaliteit was.

Blanken werden door berg en dal gedragen. Een missionaris onderweg in Katanga. (Coll. Archief Abdij Zevenkerken)

Leopold zoekt een kolonie

Leopold II was opgevoed met de duidelijke queeste dat België een kolonie nodig had. Zijn koloniseringsinitiatieven kregen politieke gedoogsteun van regering en administratie. De provinciegouverneurs zochten in 1876 leden voor de provinciale comités die het exploitatiestreven van de koning in Centraal-Afrika wilden ondersteunen. De leden van deze comités waren veelal industriëlen die een rol gespeeld hadden in de in 1875 afgeschafte handelskamers en op lokaal vlak dikwijls een politiek mandaat bekleedden. Die steun diende het werk van de Geografische conferentie van september 1876 te Brussel te vergemakkelijken.

Congoboot bij een tussenstop. De kapitein heeft vrouw en dochter bij zich. (Coll. Op Stoapel Temse)

De internationale vergadering riep op om Afrika geografisch in kaart te brengen, de beschaving te stimuleren en slavenhandel te bevechten via de Association Internationale Africaine. Uiteraard zou dat ook de gewone handel ten goede komen. Als kenteken werd in juni 1877 een blauwe vlag met een goud-gele ster gekozen. De door journalist Henry Morton Stanley gepubliceerde reisverhalen over zijn tocht door Afrika veroorzaakten veel politieke aandacht in Europa. De Duitse kanselier Bismarck zag zijn kans om de internationale politieke macht van Duitsland te versterken en organiseerde tussen november 1884 en februari 1885 een internationale conferentie in Berlijn over de toekomst van Afrika.

Titelblad missietijdschrift Trappisten Westmalle, ter meerdere eer van OLV van Congo.

Leopold II kreeg op de conferentie het ruime gebied rond de Congostroom toegewezen, al bleven Fransen en Portugezen in de monding aanwezig. De koning had zich van internationale steun, zeker van de Verenigde Staten, verzekerd door in te stemmen met vrijhandel in en een strikte neutraliteit van de beoogde kolonie. Het gebied zou niet door het koninkrijk België bestuurd worden, maar ten persoonlijken titel voor Leopold II zelf. Dat kon enkel indien het Belgische parlement daar mee instemde. Dat bleek geen probleem, 124 van de 126 volksvertegenwoordigers en 58 van de 59 senatoren stemden eind april 1885 in met die vraag.

Congoboot Synkin bij de opbouw op de Boelwerf in Temse. (Coll. Op Stoapel Temse BN509)

Missiewerk en anti-slavernijcampagne

Om het hele project te kunnen opstarten zocht de koning hulp waar hij die kon vinden. Reeds op de Congostroom actieve handelaars zoals de Nederlandse Nieuwe Afrikaanse Handels-Vennootschap zagen hun kans schoon. Stanley werd terug op pad gestuurd om lokale chefs over te halen de nieuwe soeverein te erkennen. Met de hem bekende Arabische slavenhandelaar Tippo-Tip sloot Stanley in februari 1887 een overeenkomst zodat Tippo-Tip als gouverneur werd erkend en betaald. In Europa werd dit door de katholieke kerk niet gesmaakt en in Brussel werd een internationale conferentie georganiseerd om in Afrika de slavenhandel te bevechten. In 1890 werd consensus bereikt met een conventie die vooral een goed uitgebouwd binnenlands bestuurs- en missienetwerk voorstelde.

Aandeel Compagnie Congo Belge opgericht in 1912. (Coll. Booneshares 1410)

Promotor kardinaal Charles Lavigerie, stichter van de Witte Paters, was zeer verheugd en preekte tegen de slavenhandelaars in de St-Goedelekathedraal in Brussel. Onze Lieve Vrouw van Congo werd boven de doopvont gehouden als schutspatrones van de antislavernijcampagne en de kerstening van een ongefundeerde optimistisch geschatte dertig miljoen Congolezen. Enkele militaire expedities vertrokken vanuit Antwerpen en verjoegen zowel slavenhandelaars bij Stanley Falls (Boyoma nabij Kisangani) als Soedanese Madhisten rond de Grote Meren. Het vestigen van bestuursposten en opleggen van belastingen verliep niet van een leien dakje, verschillende gebieden revolteerden en werden hardhandig onderdrukt met duizenden doden tot gevolg.

De expeditie van Henry Morton Stanley (1841-1904), Brits journalist en ontdekkingsreiziger. (PHAS/Universal Images Group via Getty Images)

Beschaving brengen

In Afrika was reeds een zware missioneringsdrang voelbaar en de rooms-katholieke kerk wou er zeker geen terrein verliezen tegenover allerlei protestantse zendelingen. Sinds 1880 waren Witte Paters met een missiepost aanwezig in het gearabiseerde deel van Congo. Zij gebruikten voormalige pauselijke zouaven als gewapende escorte en trachten de slavenhandelaars te verdrijven. Scheut was de eerste Belgische congregatie die in 1888 missionarissen naar Congo Vrijstaat stuurde op vraag van koning Leopold II. Alle Belgische contemplatieve orden en missiecongregaties volgden en kregen een zone toegewezen waar ze hun activiteiten konden ontplooien. Elke missie legde plantages aan, organiseerde (technisch) lager onderwijs en ving wezen op.

Een gevangene gefotografeerd in 1911 door E. Verdick. (Coll AfricaMuseum Tervuren)

Dit waren dikwijls kinderen die onder dwang werden meegenomen als onderdrukkingsmiddel bij militaire strafexpedities en nadien werden gekerstend. De missies voorzagen ook in rudimentaire medische zorg. In de eerste plaats voor blanken, voor lokaal personeel van de missies en van belangrijke bedrijven zoals de spoorwegen. De dodelijke slaapziekte, veroorzaakt door de tseetseevlieg, woekerde in de wildernis. De vliegen werden allicht door de sterk toegenomen vaart op de Congorivier verspreid. De in België gebouwde stoomboten werden, nadat ze getest waren op de Schelde, gedemonteerd en in Congo terug in elkaar gezet. Elke stoomboot kon verschillende goederenpontons slepen. In de kajuiten van de stoomboot sliepen en aten de blanke scheepsofficieren, handelaars, ambtenaren en missionarissen.
Harry van Royen

Openingsbeeld: Een boot op de Congostroom en de spoorwef bij Falahalla. Uit de Liebig kaartencollectie, deel Europese kolonies. (Culture Club/Getty Images)

Lees de andere helft van dit verhaal, plus nog veel meer artikelen over de wedloop om Afrika in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder