Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Kookpunt Fasjoda

23 november 2020 Siebrand Krul

Fasjoda, een vervallen fort in een moerassig gebied in zuidelijk Soedan, in 1855 gebouwd als antislavernijcontrolestation. Zinderende hitte en malariamuggen maken het leven er tot een hel. Toch was deze buitenpost in 1898 wereldnieuws. Het Fasjoda-incident groeide uit tot hét symbool van de krachtmeting tussen de twee imperialistische grootmachten, Engeland en Frankrijk.

Al in de 5de eeuw v. Chr. noemde de Griekse geschiedschrijver Herodotus Egypte ‘het geschenk van de Nijl’. Deze gevleugelde uitspraak ging aan het einde van de 19de eeuw nog steeds onverkort op. Vooral om haar strategische ligging – het Suezkanaal was in 1869 in gebruik genomen – bezetten de Britten in 1882 Egypte. Voor een effectieve controle was beheersing van het stroomgebied van de Nijl van levensbelang. Egypte en Soedan waren, aldus een Egyptische staatsman, ‘onverbrekelijk verbonden als lichaam en ziel’.

Vertrek van de koloniale troepen van kolonel Marchand, 1899. (Universal History Archive/Universal Images Group via Getty Images)

Maar de Fransen wensten zich niet voetstoots neer te leggen bij de Britse suprematie in dit deel van Afrika. Aan de Quay d’Orsay, waar op de linkeroever van de Seine het Ministerie van Buitenlandse Zaken is gevestigd, werden plannen gesmeed om de Britten een hak te zetten. Vooral tijdens het ministerschap van Gabriel Hanotaux (1853-1944) werden er spijkers met koppen geslagen. Deze promiscue en wispelturige notariszoon was een doorgewinterde sociaaldarwinist bij wie koloniale expansie meer door emoties dan door rationele afwegingen gestuurd werd.
Voor Hanotaux was het verlies van de Franse invloed in Egypte niet te verkroppen. Zijn idee was simpel: hij wilde een internationale conferentie waarin de ‘heropening van de Egyptische kwestie’ centraal stond. De Franse onderhandelingspositie zou daarbij sterk zijn als dit land een belangrijk steunpunt aan de Nijl stevig in handen had.

Commandant Marchand in Fashoda, 1898. Schilderij door Paul Philippoteaux. (WikiData)

Drie keer is scheepsrecht

Vanaf het voorjaar van 1893 traden de Franse plannen in werking. De eerste twee missies leden voortijdig schipbreuk. Toen de Italianen in 1895 in de Hoorn van Afrika steeds luidruchtiger aan de imperialistische poort begonnen te rammelen en een – overigens mislukte – poging deden zich van Ethiopië meester te maken, kregen de Fransen haast. Maar door kabinetscrises kon de derde missie pas in juli 1896 van start gaan.
Deze expeditie stond onder leiding van kapitein Jean-Baptiste Marchand (1863-1934). Samen met vijf andere officieren, vier onderofficieren, een arts, een tolk, een paar ambtenaren en een landschapsschilder arriveerden ze eind juli 1896 in Loango, een havenstad aan de Atlantische kust. Ze kregen gezelschap van ongeveer 150 soldaten. En ongetwijfeld een enorm leger aan sjouwers: bij vertrek nam de expeditie ongeveer honderd ton aan goederen mee. Behalve veel voedsel en drank (cognac, pernod en 1.300 liter rode Bordeaux) werden veel ruilgoederen meegenomen om onderweg een veilige doortocht af te kopen. Want de 70.000 strekkende meter textiel en 16.000 kilo Venetiaanse kralen zullen beslist niet voor eigen gebruik zijn meegesjouwd.

De route van Jean-Baptiste Marchand.

Hoewel Marchand zijn barre tocht van bijna 5.000 kilometer liever gedeeltelijk door de savannes had willen afleggen, kreeg hij van hogerhand de opdracht om zo veel mogelijk de waterwegen te volgen. Voor zijn tocht had hij de beschikking over een klein stoomschip, de Faidherbe. Maar omdat de rivieren op veel plaatsen onbevaarbaar waren, moest het schip om de haverklap gedemonteerd en in onderdelen stroomopwaarts gedragen worden.

Contemporain affiche van Marchands Franse missie. (WikiCommons)

Hoewel Marchand aanvankelijk dacht de tocht in tien maanden te kunnen afleggen, nam zijn missie bijna twee jaar in beslag: op 10 juli 1898 bereikte het uitgedunde gezelschap Fasjoda. Er vonden een paar schermutselingen plaats met Soedanese mahdisten. Maar deze erkenden al snel de suprematie van de Franse kanonnen. Toen Marchand op 3 september een verdrag met de mahdisten sloot en van het aan de Witte Nijl gelegen Koninkrijk Shilluk een Frans protectoraat maakte, leek de missie van Marchand geslaagd.

Allegorie op de Fashodacrisis tussen Frankrijk en Groot-Brittannië, die de krachtsverhoudingen duidelijk maakt. Groot-Brittannië is de grote boze wolf, Frankrijk Roodkapje. Tekening van F. Meaulle voor Le Petit Journal, 20 november 1898. (Leemage/Universal Images Group via Getty Images)

Armpje drukken

Maar hierbij hadden ze buiten de Britse waard gerekend. Een dag daarvoor vond bij Omdurman, een voorstad van Khartoum, een treffen plaats tussen het door Horatio Herbert Kitchener (1850-1916) aangevoerde Brits-Egyptische leger en een grote Soedanese legermacht. In nog geen halve dag tijd sneuvelden er 11.000 mahdisten (en 16.000 gewonden). In Kitcheners leger waren er 48 doden te betreuren en raakten 382 soldaten gewond. Nadat een krijgsgevangen mahdist vertelde dat ruim 600 kilometer zuidelijker Europeanen zich een gebied aan de Nijloever had toegeëigend en hij de daar wapperende vlag beschreef, wist Kitchener genoeg. Spoorslags trok hij richting Fasjoda, waar hij ruim twee weken later al arriveerde.

Lord Kitcheners verovering van Soedan, 1898. Na de Slag van Atbara is luitenant Mahmoud gevangengenomen, waarmee de strijd in Brits voordeel is beslist. Uit The Illustrated London News, 1901. (Historica Graphica Collection/Heritage Images/Getty Images)

Beide legeraanvoerders hadden voldoende zelfbeheersing om het niet meteen tot een militair treffen te laten komen. Zij lieten het oplossen van deze crisis wijselijk over aan de politici in Londen en Parijs. In Londen waande men zich superieur. De Britten hadden een groot leger ter plaatse dat, na Omdurman, in een overwinningsroes verkeerde. De Fransen hadden slechts een handvol soldaten en een honderdtal inheemse hulptroepen. Doorslaggevend bij deze machtsstrijd was dat voor Engeland de Nijl een kwestie van nationaal belang was; voor de Fransen was het hooguit een zaak van prestige. Bovendien was de Franse politiek vleugellam door steeds wisselende kabinetten en belandde het land in 1898 in een diepe politieke crisis door de Dreyfusaffaire.
Cor van der Heijden

Openingsbeeld: Jean-Baptiste Marchand met zijn expeditielegertje onderweg naar Fasjoda. Ingekleurde foto van de tocht via de bronnen van de Niger en de Nijl naar Fasjoda, tegenwoordig Kodok. (Universal History Archive/Universal Images Group via Getty Images)

Lees de andere helft van dit verhaal, plus nog veel meer artikelen over de wedloop om Afrika in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder