Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

250 jaar Beethoven

23 november 2020 Siebrand Krul

Beethoven sprong rauw met zijn lichaam om. Hij dronk te veel, raakte suikerziek en halfblind, wantrouwig van nature verspeelde hij veel energie aan conflicten die hij dan weer moest bijleggen, een driftkop die fors uit zijn slof kon schieten en dan geen kleine woorden gebruikte. Hij was slordig, kwam veelvuldig te laat of helemaal niet, zijn werkkamer was een soort studentenkot waar de muziekpapieren overal rondslingerden. Maar wat een genie!

Het is herfst 1826. Dramatische ontwikkelingen rond zijn neef Karl doen Beethoven besluiten enige tijd met Karl de luwte te zoeken op het buitengoed van zijn broer Johann, tachtig kilometer ten westen van Wenen. Het bezoek verloopt niet zonder wrevel. Onverhoeds besluit Beethoven tot de terugreis naar Wenen bij barre weersomstandigheden.
Hij loopt een longontsteking op, vervolgens manifesteren zich in alle hevigheid de gevolgen van zijn weinig behoedzame levenswijze. Na een akelig ziekbed overlijdt Ludwig van Beethoven op 26 maart 1827.

Ferdinand Georg Waldmüller, Ludwig van Beethoven, reproductie van een tijdens de Tweede Wereldoorlog vernield olieverfschilderij, 1823 (Beethoven-Haus Bonn). Olie op canvas. (Imagno/Getty Images)

Grootvader Louis van Beethoven was vanuit Mechelen, via Leuven en Luik in Bonn, de residentie van de keurvorst-aartsbisschop van Keulen, terechtgekomen. Daar vervulde hij aan het hof de functies van zanger en kapelmeester. Zoon Johann volgde de voetsporen van zijn vader en trad eveneens als musicus in dienst van de keurvorst. Als geboortedatum van Johanns oudste zoon, Ludwig, wordt 16 december 1770 aangehouden. Het werd al spoedig duidelijk dat deze een groot muzikaal talent was die aan de piano indrukwekkende improvisaties wist te ontlokken. Hij was nog geen twaalf toen hij aan het hof als eerste vervanger van de kapelmeester werd aangesteld, twee jaar later als tweede hof-organist. Toen had hij net zijn eerste buitenlandreis gemaakt, met zijn moeder naar Rotterdam voor familiebezoek.

Het residentieslot te Bonn, ets door Johann Ziegler naar een aquarel van Lorenz Janscha .(Beethoven-Haus Bonn)

Uiteraard moest hij ook in Holland zijn muzikale kunsten vertonen, onder andere aan het Stadhouderlijke Hof. Hoewel niet bepaald slecht betaald, ervoer hij de ‘Hollanders’ als een stel duitendieven: ‘Mij zien ze daar nooit meer terug’.
In 1787 ging de reis naar Wenen met als kennelijk doel groten als Mozart en Salieri te ontmoeten. Mozart schijnt nogal zuinig op Beethovens onstuimige pianospel gereageerd te hebben. Terug thuis bleek zijn moeder ernstig ziek, op 17 juli overleed ze. Het was voor de jonge Ludwig een dubbele ramp. Terwijl de opgang van junior voorspoedig verliep, kwam senior als musicus weinig verder. Zijn toch al niet geringe drankgebruik nam navenant toe, zeker na het overlijden van zijn vrouw. Daardoor kwam op Ludwig, als oudste zoon, de verantwoordelijkheid voor het gezin neer. Troost en steun zocht en vond hij bij een Ersatzmutter wier culturele salon hij bezocht; en in een door allerlei kleurrijk volk bezocht café-restaurant. In beide gevallen raakte hij verkikkerd op de mooie dochter des huizes; in beide gevallen bleek hij als burgerman, hoe muzikaal ook, kansloos tegen jongelieden met een adellijke titel in de aanbieding. Het zal straks in Wenen niet veel anders zijn.

Beethoven speelt voor vrienden in Wenen, jaren negentig van de 18de eeuw. (Blank Archives/Getty Images)

Doofheid als vermomde zegening

Intussen is het revolutionaire Frankrijk in oorlog met bijna heel Europa. De ‘sansculotten’ zijn geestdriftig begonnen de volkeren van Europa te bevrijden van hun tirannieke vorsten omwille van de vrijheid, de gelijkheid en de broederschap. Door oorlogsgebied neemt Beethoven ‘met een bang hart’ opnieuw de koets naar Wenen (november 1792). Na Mozarts schielijke dood is het nu Haydn aan wie hij zich wil voorstellen. Zijn roem is hem vooruitgesneld en met de steun van een mecenas heeft hij zich enkele jaren onder leiding van de oude meester verder kunnen bekwamen in de kunst van het componeren. In 1796 neemt zijn weldoener hem mee op een concertreis, einddoel: Berlijn. In Praag wordt hij bejubeld, in Dresden en Berlijn maakt hij grote indruk aan het Saksische en Pruisische hof. Reizen bevalt Beethoven overigens maar matig, het zal dan ook zijn laatste grote tocht blijven. Bovendien wordt hij na terugkomst geveld door vlektyfus. Dat moet volgens Caeyers de oorzaak zijn geweest van de gehoorproblemen waar Beethoven enige tijd later mee geconfronteerd wordt.

Johann Baptist Lampi, Josephine von Brunsvik, Beethovens liefde van zijn leven, vanwege standsverschil onbereikbaar. (Coll. dr. H.C. Bodmer, Beethoven-Haus Bonn)

De doofheid neemt allengs toe, zodat hij moet vaststellen dat zijn gehoor onbetrouwbaar zal worden en dat hij zijn carrière van concertpianist zal moeten opgeven. Toch al overwerkt en gestrest trekt hij zich enige tijd terug om na te denken over wat nu. Moet hij de muziek eraan geven en maar boer worden? Hij komt tot de slotsom dat hem, ondanks alles, geen andere weg blijft dan te ‘leven voor de kunst’. Caeyers merkt hierbij op dat Beethovens doofheid als een vermomde zegening moet worden beschouwd. Meer en meer aangewezen op zijn innerlijke gehoor kon hij, zogezegd ongestoord, de nieuwe wegen die hij was ingeslagen verder exploreren. Meer ook dan voorheen moesten zijn toehoorders wennen aan Beethovens moderne muziek die hen menigmaal rauw op het lijf viel, gewend als ze waren aan de elegante tonen van de voorgaande eeuw.

In 1901 gaf de firma Liebig een reeks prenten uit met scenes uit Beethovens enige opera, Fidelio. (Fototeca Gilardi/Getty Images)

Zo’n tien jaar na de eerste symptomen was hij volledig doof, Beethovens brein bleef wonderbaarlijk productief. Zijn symfonieën stammen alle van 1800 en later. De enige opera die hij, overigens in een lange aanloop, componeerde –Fidelio- beleefde zijn première in 1814. De ouverture was weliswaar nog niet af – Beethoven knutselde voortdurend aan zijn composities – maar het succes was groot, met de ene uitvoering na de andere. In 1824 wordt zijn negende symfonie, met het bekende slotkoor Ode an die Freude, voor het eerst uitgevoerd. De componist zelf zit vooraan, dicht op koor en orkest, rug zaal, en neemt aanvankelijk helemaal niet waar hoe het publiek na het extatische slot de tent afbreekt van geestdrift.

Reiner Beissel, Tuinaanzicht van Beethovens geboortehuis te Bonn, tekening. (Beethoven-Haus Bonn)

Driftig, slordig, drankzuchtig, rusteloos

Een gelijkmatig leefpatroon kan Beethoven moeilijk worden nagegeven. Hij dronk te veel, raakte suikerziek en halfblind, wantrouwig van nature verspeelde hij veel energie aan conflicten die hij dan weer moest bijleggen, een driftkop die fors uit zijn slof kon schieten en dan geen kleine woorden gebruikte. Hij was slordig, kwam veelvuldig te laat of helemaal niet, zijn werkkamer was een soort studentenkot waar de muziekpapieren overal rondslingerden. Rossini die hem bezocht was ontsteld en verontwaardigd dat zo’n groot componist in dergelijke omstandigheden leefde.
Gezondheid was niet zijn enige probleem. Door onregelmatige inkomsten waren er ook regelmatig geldzorgen die hem in de rol drongen van gewiekste handelaar in muziek. En dan waren er de vrouwen die hem regelmatig het hoofd op hol brachten. Lang heeft hij geprobeerd de schone Josephine von Brunsvik ertoe te bewegen zijn vrouw te worden. Hij ontmoette haar voor het eerst in 1799. Vijf jaar later, Josephine was juist weduwe geworden, leek het inderdaad die kant op te gaan maar de maatschappelijke barrières waren weer eens te hoog: ze trouwde een ander, met ‘von’ in zijn naam. Een toevallige ontmoeting in 1812 in Praag, Josephine leefde gescheiden van haar man, lijkt tot grotere intimiteit te hebben geleid, maar zij durfde niet uit haar slecht gelukte huwelijk te stappen. Beethoven, intussen 42 jaar, zou ongehuwd blijven en Josephine, als ferne Geliebte, een bron van inspiratie.

Beethovens Beethovens woon- en musiceerkamer in het Schwarzspanierhaus in Wenen, omstreeks 1820. Werk van Johann Nepomuk Hoechle. (Imagno/Getty Images)

‘Moeilijke’ muziek raakt uit de gratie

Daarbij kwam nog een rusteloosheid die blijkt uit zijn vele verhuizingen. In 1817, bijvoorbeeld, wisselde hij liefst zes keer van woonadres. Rusteloos was ook een groot deel van het tijdvak waarin hij leefde. Revolutie en oorlog tastten de bestaande orde aan en zetten het oude continent op de kop. Beethoven was zeker niet ongevoelig voor vorstelijke waardering, noch afkerig van adellijke mecenassen. Toch had hij als burgerman niet veel op met de oude machten. Hij koesterde de vooruitstrevende denkbeelden die hij had opgedaan bij zijn bezoeken aan salon en café in Bonn. Vandaar dat hij korte tijd gecharmeerd is geweest van Napoleon als de verhoopte vernieuwer van de eeuw. Nadat deze het veld had geruimd was er lange tijd in de geteisterde Duitse landen een algemeen verlangen naar rust. Het bevorderde een sfeer van gezapigheid. ‘Gemakkelijke’ muziek als die van Joseph Lanner en Strauss senior raakten in de mode, voor ‘moeilijke’ muziek nam de belangstelling af, het grote succes van Beethovens negende symfonie ten spijt. De Weners waren al begonnen afscheid te nemen van hun beroemde stadgenoot.

Johann Daniel Böhm, Beethoven tijdens zijn wandeling, etsen, ca. 1820. (Beethoven-Haus Bonn)

Beethovens hoofdpijndossier is beslist het gevecht over de voogdij van zijn neef Karl geweest. Na het overlijden van de vader, Beethovens broer Kasper Karl, kwam het negenjarige kereltje in een oorlogszone terecht tussen zijn oom en zijn moeder. Ook nadat de laatste min of meer was uitgeschakeld, heeft Beethoven zich niet de meest geschikte pedagoog betoond. Negentien jaar oud deed een wanhopige Karl een mislukte poging zich van het leven te beroven. Het drama bracht Beethoven er eindelijk toe de voogdijschap over te geven aan een vertrouwde vriend. Om bij te komen van de emoties werd de reis naar buiten ondernomen, met de trieste nasleep, hierboven geschetst.
Jan van der Meer

Bespreking van: Jan Caeyers, Beethoven. Een biografie. De Bezige Bij, Amsterdam 2019. 704 blz., € 39,99 ISBN 978 94 0317450 1

Openingsbeeld: In de Philharmonie van Parijs dook deze ingekleurde prent van Beethoven op. (Fine Art Images/Heritage Images/Getty Images)

Lees de rest van dit artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder