Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Spoorlijnen naar nergens

04 november 2020 Siebrand Krul

Nederland roemt zijn VOC-verleden en gaat vaak prat op het koloniale tijdperk. Dat er ook wel eens iets flink misging, blijkt uit twee spoorlijnen die in de vorige eeuw werden aangelegd in Suriname. Bovendien komt de in Nederland vermaarde ir. Cornelis Lely daarbij in een iets ander daglicht te staan.

Ergens in het binnenland van Suriname, verscholen achter een benzinestation, staan in Lelydorp twee passagierswagons weg te rotten en in een klein plantsoen herinnert een roestig monument aan De Goudlijn; een groenrode locomotief met op een sokkel de tekst: ‘Deze loco die in het jaar 1909 werd ingezet, heeft bijgedragen aan het transporteren van mensen en goederen van en naar het binnenland (gouddelvers en balatableeders).‘ Met de laatsten worden de rubbertappers bedoeld. Een oude man vertelt: ‘Ja, als jongetjes wachtten we de trein op en sprongen achterop de laatste wagon.’ Een andere man: ‘Ik reed op tienjarige leeftijd samen met mijn ouders mee als dagje uit tot Zanderij. Je zag een rookkolom uit de stoomlocomotief komen en hij moest onderweg steeds water bijvullen. Als hij een station naderde, gaf hij een fluitsignaal.’

De ‘goudveldentrein’ bij het eindstation Kabelstation, 1947. (Nat. Archief, foto Van de Poll)

In 1903 werd begonnen met de aanleg van deze ‘Goudlijn’, die Paramaribo zou verbinden met het Lawagebied, waar men verwachtte veel goud te vinden. Pioniers en machines zouden zo eenvoudiger de goudvelden kunnen bereiken en Suriname voorspoed brengen. Aanvankelijk werkten 1.200 arbeiders aan de lijn, later zelfs 1.700. Houtkap en grondverzet voor een spoordijk werd uitgevoerd door Javanen, hindoestanen en Afro-Surinamers (velen leden aan malaria) onder leiding van Nederlandse ingenieurs. De eerste tachtig kilometer vanaf Paramaribo tot Kwakoegron kwam gereed in 1906. Daarna werd hij zuidoostelijk doorgetrokken. Omdat een brug te kostbaar was, moest met een kabelbaan in een doosachtige liftcabine de rivier worden overgestoken. Aan de overkant stond weer een treintje klaar naar eindstation Dam. In 1912 kwam de lijn, 173 kilometer lang, gereed. Oorspronkelijk einddoel Lawa was in 1907 uit de plannen geschrapt, toen grootschalige goudwinning op zijn retour bleek. De goudkoorts had al eerder mensen verblind. Zo moest in 1882 de Nederlandse gouverneur Van Sypesteyn aftreden vanwege persoonlijk gewin bij de goudrush.

Dezelfde locomotief als boven in actie, in ontredderde staat, bij station Onverwacht. (Foto Mark Ahsman)

Van Goudlijn tot boemeltje

De spoorlijn was geïnitieerd door de voortvarende ir. Cornelis Lely, in diverse Nederlandse kabinetten minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid en tussen 1902 en 1905 gouverneur in Suriname. Twintig jaar later verzuchtte ex-gouverneur G.J. Staal: ‘Wat is er niet gehoopt en verwacht van dien spoorweg! Landbouwvestigingen langs de lijn, dorpen die zich zouden vormen, levendig goudbedrijf, boschontginningen! En wat is er van geworden? Lelydorp, de nieuwe vestiging op 17 km van Paramaribo, is niet het gehoopte bloeiende dorp geworden (…) van de zandige savannen naar wild onherbergzame bosch doorklieft de trein de eindelooze, eentonige verlatenheid.’

Het monument voor de Goudlijn in Lelydorp. (Foto Lex Veldhoen)

Op delen van het traject heeft hij nog als passagierstrein gefunctioneerd. Maar volgens vrijheidsstrijder Anton de Kom was het treintje ‘van volkomen onwaarde voor de onderlinge verbindingen van de landbouwdorpen.’ De dienstregeling kromp zo sterk in dat kleine landbouwers hun producten alsnog in ossen- en ezelkarren op een weggetje langs de spoorlijn vervoeren. De Kom is niet de enige criticaster. Al in 1923 publiceerde Richard O’Ferrall, lid van de Staten van Suriname, onder het pseudoniem Ultimus een satirische roman, waarin hij de megalomanie van de overheden, de neerbuigende houding tegenover de marrons en indianen en de idioterie van beschavingsmissies op de hak nam.

Bij de opening van de Lawaspoorlijn in Paramaribo in 1905 is een locomotief versierd met het wapen van Suriname, Nederlandse vlaggen en slingers.

Dat laatste omdat de spoorlijn ook bedoeld zou zijn om marrons en indianen in het binnenland te ‘civiliseren’. Hij schetst ironisch een ‘niet-officieele bijeenkomst bij de gouverneur (…) ter bespreking van het plan’, die de bezoekers aanmoedigt na het eten de keel met een glaasje wijn door te spoelen: ‘Wie zou niet gaarne gaan meedoen aan de beschaving van Indianen aan de Boven-Paloumeu?’
Journalist Jaap van Ginneken reed in 1986, een jaar voordat de lijn definitief opgeheven werd, mee. ‘De locomotief heet Para. Blijkens een koperen plaatje werd hij in 1916 gefabriceerd bij de machinefabriek Breda. […] Van de rijtuigen zijn de ijzeren balken doorgeroest, de verveloze planken verrot, de spijkers steken eruit.’ En eenmaal op weg: ‘Plotseling voelen we een harde schok gevolgd door gehots en gebots. Oorverdovend lawaai. […] de trein is ontspoord. Binnen een uur, na wrikken en slepen met biels en krikken, staan de wagons weer op de rails en bereikt het treintje Kwakoegron. Vanaf dat punt is de spoorlijn verder onbruikbaar.’

De glorietijd van de Goudlijn.

De heer André Palmtak vertelt in Lelydorp dat hij in 1987 in dienst van de districtscommissaris belast was met een heropstart: ‘Het zou een toeristische spoorlijn worden en locomotief Para en enkele treinstellen zouden opgeknapt worden. We maakten proefritten op een 22 kilometer lang tracé naar Plantage Republiek. Maar het is helaas niet doorgegaan. De Nationale Assemblée wilde uiteindelijk geen geld vrijmaken. Dat was een bittere pil voor me.’ Op YouTube is een filmpje te zien uit 2015, waarbij vlak voor de verkiezingen plannen ontvouwd worden de lijn te revitaliseren. Maar sindsdien is daar niets meer van vernomen.

Dezelfde lijn als hierboven.

De bauxietlijn

Liep de ‘Goudlijn’ in het midden van Suriname zuidwaarts, de ‘Bauxietlijn’ liep van de westgrens naar het zuidwestelijker Bakhuisgebergte. Heeft de Goudlijn nog gefunctioneerd om passagiers te vervoeren, de Bauxietlijn heeft, op enkele ritten na, nooit gereden. De 72 kilometer lange spoorlijn werd kort na de onafhankelijkheid (1975) aangelegd door ingenieursbureau DHV uit Amersfoort als onderdeel van een ontwikkelingsprogramma voor West-Suriname, met als pijlers bauxietwinning, bosbouw en waterkrachtenergie. Rond Apoera, dat de tweede Surinaamse bevolkingskern moest worden, zou bauxiet verwerkt worden tot aluminium; een plan van ir. Frank Essed, toenmalig minister van Opbouw.

De kabelbaan, waarmee passagiers van de Goudlijn de Surinamerivier overstaken.

Daaromheen zouden oliepalmplantages en grote veeboerderijen worden gevestigd. Nederland zou 400 miljoen schenken als ‘afscheidscadeautje’ vanwege de Surinaamse onafhankelijkheid (waarvan 200 miljoen gulden voor de spoorlijn). PvdA-politicus Marcel van Dam zag er wel wat in; plaatsvervangend ambassadeur Godert de Vos van Steenwijk vond het voorbarig, zolang er geen mijn geopend en bij Apoera geen haven aangelegd was. De Wereldbank signaleerde gebrek aan ‘managerial capacity’ bij de aanleg van de spoorbaan en bielzen werden door houtzagerij Surinam Timber traag geleverd. Wagons en locomotieven werden al met landingsvaartuigen naar Apoera gevaren, maar de trein reed slechts een tiental keren om gekapte boomstammen en stenen voor de kustversterking bij Nieuw Nickerie te vervoeren.
Na een tocht van drie uur met een snelle motorboot over de Corantijn, bezoek ik Apoera; honderd kilometer landinwaarts vanaf Nieuw Nickerie. Onderweg mangroven, regenwoud, gehuchten aan Guyaanse zijde en hoog in een boomtop een blauwgele ara. In het half afgebouwde haventje van Apoera staat solitair op een uitstekende kale hoogte een indrukwekkende gele locomotief, overwoekerd door klimplanten.

Het voormalige treinstation Onverwacht in 2008. (Foto Mark Ahsman)

Vlakbij doorkruis ik in het regenwoud overgroeide rails bij een hoge loods. De golfplaten gevel is doorboord met kogelgaten van bewakers die destijds verveeld het ongebruikte materieel moesten bewaken. Binnen staan werk-railvoertuigen en een locomotief. Apoera is nog steeds een dorpje met enkele duizenden inwoners. In het aanpalende indianendorp wordt vlecht- en houtsnijwerk verkocht aan toeristen die hier weten te geraken, nog steeds via de rivier of de onverharde, hobbelige verbindingsweg, tijdens moessons amper begaanbaar. Jeffrey, een 62-jarige Arowak-indiaan, vertelt: ‘De spoorlijn werd rond 1977 aangelegd. Ik werkte bij Surinam Timber; de dwarsliggers gingen rotten, omdat niet alleen het harde hart van de stammen werd gebruikt, maar ook het zachtere hout eromheen. Er was al begonnen met de havenaanleg hier, zodat schepen de bauxiet konden ophalen. Het is jammer dat het nooit gefunctioneerd heeft.’

De teloorgang van de Bauxietlijn. De natuur neemt uiteindelijk zijn plek weer in. (Foto Lex Veldhoen)

Geweldige ambities, nooit waargemaakt

Ir. Hielco de Boer was destijds plaatsvervangend teamleider bij Ingenieursbureau DHV, die ontwerp en aanbesteding verzorgde. Het werk zelf voerde een Amerikaanse aannemerscombinatie met ruim duizend mensen uit, ondergebracht in Kamp 52 (52 kilometer van Apoera). In 2010 hing bij De Boer thuis in Putten nog een foto van een spoorbrug met een testtrein, hij toonde een gedenkplaquette met railprofiel en Super-8 filmpjes met Twinotters die hoogwaardigheidsbekleders aanvliegen op de landingstrip in het Bakhuisgebergte om het aannemingscontract te ondertekenen: ‘Arron [toenmalig premier-red.] heeft toen een gedenksteen gelegd.‘ Op vergeelde foto’s is te zien dat koningin Juliana en prins Bernhard de spoorlijn in aanleg bezochten. De Boer leefde 2,5 jaar met een tiental Nederlandse gezinnen in Apoera, waar ze twintig Surinamers in dienst hadden: ‘Je kon er alleen via een missie-vliegveldje komen of na een lange tocht, deels per boot. Zo’n 500 indianen woonden langs de rivier; voor ons was oerwoud vrijgemaakt en waren een schooltje, een zwembad, een guest house en twintig houten huizen op palen gebouwd. Onze jongste zoon is er geboren. We zouden een eerste aanzet geven tot Apoera als tweede stad. Geweldige ambities die nooit zijn waargemaakt. Bezoekende Amerikaanse journalisten noemden het een spoorlijn van nergens naar nergens.’

De locomotief wordt in Apoera aan wal gebracht, waar hij nu nog staat.
De markthal bij station Lely, 1947. (Nat. Archief, foto Van de Poll)

280 miljoen in rook opgegaan

De Bakhuis-bauxiet blijkt steeds opnieuw aantrekkelijk. In 2002 al deed de Amerikaanse multinational Alcoa president Venetiaan een aanbod in ruil voor concessies, maar die hapte niet toe en deze weigering staat niet op zich. Steeds speelt de vraag: wie heeft geld om te investeren en wie profiteert ervan? In 2006 diende zich die nieuwe gegadigde in BHP Billiton aan. Ingenieursbureau Lievense in Breda onderzocht de mogelijkheden. De website van Lievense: ‘In het Bakhuisgebergte bevindt zich een voorraad bauxiet voor de komende vijftig jaar. (…) Jaarlijks zal zes miljoen ton bauxiet over de spoorlijn worden vervoerd.’ Grondmechanicus dr.ir. Sjoert Spierenburg vertelde vier jaar later: ‘We zijn in 2006 de spoorlijn afgelopen, tien kilometer per dag, voorafgegaan door een ploeg indianen die de overgroeide spoorbaan vrijkapte. In het berggedeelte werden grond en omgevallen bomen met kranen en bulldozers verwijderd. De bielzen waren allemaal verrot en de hele waterhuishouding functioneerde niet meer.’
Lex Veldhoen

Lees ook de andere helft van dit verrassende artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder