Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De Boerenoorlog

04 november 2020 Siebrand Krul

Een land vol bodemschatten onder bestuur van ongezeglijke Afrikaanders, dat is eind 19de eeuw, in de volle storm van koloniale hebzucht om Afrikaanse grond, de Britten een doorn in het oog. Maar eerst moeten ze nog leren de Boeren als tegenstander serieus nemen. De Britse aanvalsoperaties waren op 29 december 1895 begonnen. De Schot Jameson, gewezen arts en nu bewindvoerder over Zuid-Rhodesië, was met ruim vijf-honderd man te paard de Republiek Transvaal binnengevallen.

Granaten exploderen, kogels fluiten door de lucht. Bij Doornkop ten zuidwesten van Johannesburg klapt de val dicht. Britten onder commando van Leander Starr Jameson hebben op 2 januari 1896 geprobeerd de Boe-ren te verrassen, maar die waren op hun komst voorbereid. Ze zijn tussen twee boerderijen in stelling gegaan en omsingelen nu de ver opgerukte vijand. Zestien Britten sneuvelen, meer dan veertig van hen raken ge-wond. En de Boeren? Die kennen het terrein beter en hebben hun scherpschutters slim gepositioneerd. Ook over kanonnen konden ze alsnog beschikken. Zij verliezen maar vier man. Nee, de invasie van de Britten ver-loopt anders dan ze dachten, toen ze er kort voor de jaarwisseling opuit trokken om de Boeren wel even een lesje te leren.
De meeste manschappen van Jameson waren politieagenten, maar officieel golden allen als vrijwilligers. On-der hen was ook de 34-jarige beroepssoldaat Robert White, die meehielp de overval op Johannesburg te be-ramen. De militie had haar plannen vroegtijdig afgestemd met Cecil Rhodes, de premier van de Kaapkolonie.

Lord Methuens troepen delven het onderspit tegen De la Rey bij Tweebosch, 7 maart 1902.

Het was de bedoeling om Britten bij te staan die Paul Kruger, de president van Transvaal, in Johannesburg door een staatsgreep ten val moesten brengen. In Transvaal leefden 30.000 Boeren (ook wel: Afrikaanders, kolonisten van Nederlandse afstamming) met volledig burgerrecht en 60.000 ‘uitlanders’, die vooral in de mijnbouw werkten en die helemaal geen politieke, alleen tijdelijke verblijfsrechten hadden. Boeren en Engel-sen lagen al tientallen jaren met elkaar overhoop en in 1880 was er dan een oorlog tussen hen uitgebroken. Een van de voornaamste twistpunten was de slavernij, die de Britten verboden hadden. Bovendien waren er in Transvaal rijke goudaders aangetroffen.

Boerenfamilie met hun kar bij een boerderij, Zuid-Afrika, circa 1900. De titel luidt ‘vader en zoon vertrekken naar het front. Ingekleurde foto.

Jameson zag na een paar uur in dat de strijd in Doornkop uitzichtloos was en gaf zich over aan de Boeren. Die besloten om alle gevangen uit te leveren en stelden hen op transport naar Engeland. Daar werden de mi-litieleden voor de rechter gedaagd. Aanstichter Jameson werd tot vijftien maanden cel veroordeeld, waarvan hij echter maar een heel klein deel uitzat. Hij keerde naar Zuid-Afrika terug en werd daar in het parlement gekozen. Voor Cecil Rhodes had de affaire ernstiger gevolgen: hij moest aftreden.
Paul Kruger besloot het leger van de Boeren te versterken om een tweede invasie af te kunnen slaan. Daar-voor klopte hij bij Duitse wapenfabrikanten aan. Zo kreeg hij de beschikking over 37.000 Mausergeweren en enkele stuks modern geschut van de firma Krupp.

Het Spesiale Gesantskap van de Boerenrepubliek Oranje Vrijstaat (O.F.S.) en de Zuidadrikaanse Republiek (S.A.R.), onderweg naar Europa en Amerika, 1900. Vooral in Nederland werd fel gereageerd op het lot van de ‘stamverwante’ Boeren. Koningin Wilhelmina steunde president Kruger openlijk, in talrijke steden en dorpen kregen straten Zuid-Afrikaanse namen en nog altijd zijn er Paul Kruger-cafés, restaurants etc. V.l.n.r. voor: A.D.W. Wolmarans (S.A.R.), A. Fischer (O.F.S.), C.H. Wessels (O.F.S.), achter: Dr. W.J. Leyds (gevolmachtigd minister van de S.A.R. in België), Dr. H.P.N. Muller (consul-generaal van Oranje Vrijstaat in Nederland.

Ook de Britten in de Kaapprovincie bewapenden zich verder, deels in antwoord op de ‘provocatie’ van het bondgenootschap van Transvaal en die andere onafhankelijke Boerenrepubliek, Oranje Vrijstaat, in 1897. Op 22 september 1899 maakte de pers in Londen melding van voorgenomen troepentransporten naar de Kaap-kolonie. Zes dagen later bracht Kruger zijn troepen in staat van paraatheid.
Hetzelfde gebeurde in Oranje Vrijstaat. Uiteindelijk stelde Kruger de regering in Londen een ultimatum. Hij sommeerde de Britten al hun troepen binnen 48 uur van de grens met Transvaal terug te trekken. Groot-Brittannië liet het ultimatum verstrijken. Op 14 oktober scheepte het Britse leger de koloniale troepen in.
Op dat moment waren de eerste eenheden van de Boeren al tot de aanval overgegaan. Een tienduizend man sterke militie stak de grens met de kolonie Natal over en marcheerde richting Dundee, dat op 20 oktober be-reikt werd. Een andere groep belegerde het Britse grensfort Mafeking. Bovendien omsingelden de Boeren de stad Kimberley, aan de grens tussen Kaapkolonie en Oranje Vrijstaat.

Verzorging van Britse gewonden.

De Boeren waren goed bewapend en voor het overgrote deel bereden, wat hun eenheden snel en flexibel maakte. Maar hun grootste voordeel was dat hun strijders het terrein veel beter kenden dan hun tegenstan-ders. Ze gingen gekleed in burger, meestal in kaki. Hierdoor waren ze te velde goed gecamoufleerd. Heel wat anders dan die vele Britse soldaten in knalrood uniform, die een makkelijk doelwit vormden.
Een verslaggever van de Londense Morning Post uitte zich respectueus over de Boeren. ‘Elk van hen een scherpschutter, elk van hen eraan gewend zelfstandig beslissingen te nemen,’ schreef de correspondent die van de Boerenoorlog verslag deed. Zijn naam was Winston Churchill.
Aan het begin van het conflict waren de Boeren verrassend succesvol. De net in Zuid-Afrika aangekomen verse troepen werden door de Britse opperbevelhebber Redvers Henry Buller in drie groepen gesplitst, die tot taak hadden de ingesloten garnizoenplaatsen te ontzetten. Zijn plan liep in december 1899 uit op een fi-asco. De Britse kranten maakten gewag van een ‘zwarte week’.

Boerenguerrilla’s poseren voor hun schuilplaatsen op de hellingen van de heuvels bij de Tugelarivier. (Tropenmuseum)

De Boeren sloegen alledrie de aanvalsstoten af. Zo slaagden ruim 1.800 Britse infanteristen en artilleristen er op 10 december niet in het strategisch belangrijke spoorwegknooppunt Stormberg op de Boeren te herove-ren. Net als in de andere gevechten uit deze beginperiode was eigen falen daarvan de oorzaak: het werd niet nodig geacht eerst verkenners op pad te sturen, het officierskorps ageerde onsamenhangend en liet bijvoor-beeld 600 soldaten achter, die door de Boeren krijgsgevangen gemaakt werden.
Bij Spionkop, op zo’n veertig kilometer van Ladysmith, speelden zich op 24 januari 1900 nog chaotischere taferelen af. Hier gaven de Britten een zege die hun niet meer leek te kunnen ontgaan alsnog uit handen: terwijl de Boeren al aan de aftocht begonnen waren, gaven ook de Britse officieren hun manschappen het bevel zich terug te trekken.

Manschappen van de Lowland Scottish regimenten bouwen een brug.

De regering in Londen reageerde met een demonstratie van macht op het militaire falen in Zuid-Afrika. An-ders dan in de eerste oorlog tegen de Boeren probeerde men niet het conflict met een wapenstilstand te be-eindigen. De regering maakte een overwinning op de Boeren tot een zaak van nationaal prestige en mobili-seerde alle reservisten. Daarnaast bracht men nog een vrijwilligersleger van 20.000 man op de been. De on-fortuinlijke generaal Buller maakte plaats voor Lord Frederick Roberts, die zich eerder al in de oorlog in Af-ghanistan onderscheidde. Lord Horatio Kitchener, de man die een opstand in Soedan neersloeg, werd zijn stafchef. In Nederland leidde de Britse spierballenpolitiek tot grote publieke beroering; de verwantschap met de Boeren bracht koningin Wilhelmina ertoe internationale hulp voor Paul Kruger te mobiliseren. Tevergeefs, de Britten waren onvermurwbaar.

Commandant Potgeiter (Potgieter?), gedood in actie bij Rooivaal op 11 april 1902.

De Britten brachten 60.000 man verse troepen aan land en kozen meteen de aanval. De Boeren werden te-ruggedrongen. Beide partijen gingen steeds wreder te werk, mishandelden en doodden gevangenen. Op 13 maart wisten de Britten Bloemfontein in te nemen, de hoofdstad van Oranje Vrijstaat, en op 5 juni Pretoria, de hoofdstad van Transvaal. President Kruger vluchtte naar het buitenland. Het aantal parate Boeren was van 60.000 gekelderd naar 15.000 en die hadden 250.000 Britten tegenover zich. Over de uitkomst van de oorlog kon geen twijfel bestaan.
In december 1900 keerde Roberts naar Engeland terug en droeg het commando over aan Kitchener. De nieuwe bevelhebber kreeg te maken met een tegenstander die op een guerrillatactiek was overgeschakeld.
Hauke Friederichs

Openingsbeeld: Bij een heldendicht in de ‘Revue illustrée’ uit 1902 werd deze foto van strijdende Boeren geplaatst.

Lees het volledige artikel, en nog veel meer over de koloniale wedloop om Afrika, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder