Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De markies en zijn utopie

07 oktober 2020 Siebrand Krul

Als elfjarige wilde Charles du Breil de Rays ‘ontdekkingsreiziger’ worden. Op zijn 21ste lokte de Amerikaanse goldrush; hij werkte er uiteindelijk in een suikerfabriek en als paardendresseur. Later richtte hij zijn pijlen op Madagaskar, Senegal en na een mislukt plantage-project in Cambodja, trouwde hij terug in Bretagne en kreeg vijf kinderen.

Dit is het markante verhaal van een markies die aanvankelijk zelf veel reisde, maar vervolgens honderden mensen met hemelse beloften naar verre oorden liet afreizen, terwijl hijzelf thuis bleef.
Charles Bonaventure Marie du Breil de Rays werd in 1832 geboren in een Bretons adellijk geslacht. Toen hij acht was, zou hij aangeklampt zijn door een krom voorovergebogen vrouwtje, dat voorspelde dat hij koning zou worden. Na het stichten van zijn gezin werd hij benoemd tot consul van Bolivia en wilde een kolonie stichten, onder het mom: eenheid van volkeren, samensmelting van rassen, vooruitgang! Dit ‘La Nouvelle France’ zou gevestigd worden op een eilandje in Papoea Nieuw-Guinea, want: ‘Dit stuk land ligt voor het oprapen.’ Ontdekkingsreiziger Duperray beschreef het als een paradijs, met allerlei vegetatie, nauwelijks regen, een briesje wind en een beschutte baai.

Markies de Rays met zijn eretekenen omhangen.

Ver weg van onrust, revolutie en wanorde

De expedities vonden plaats tussen 1879 en 1882. Aanvankelijk bood de markies grond aan voor vijf franc per hectare. Zijn vriend Lucien de Puydt zag de zichzelf tot koning Charles I gekroonde markies het geld als water uitgeven aan etentjes, reizen en wervingsbijeenkomsten. Met de publiciteit werd hij geholpen door een Belgische arts, Paul de Groote. Met aanplakbiljetten wist deze in Marseille een zaal vol te krijgen met 2.000 mensen. De kolonie zou ‘vrij’ en, om een grote groep aan te spreken, katholiek zijn: ‘… ver weg van politieke onrust, revoluties en wanorde hier.’ Aziatische gezinnen zouden tegen een vijfde van de opbrengst de grond bewerken. La Gazette du Midi schreef: ‘Zijn bedoeling is oprecht en zijn hoop is realistisch.’ Ook in België ontstond interesse, mede door zijn tweemaandelijkse krant La Nouvelle France.

La Nouvelle France van 15 oktober 1879.

Inmiddels steeg de grondprijs vijftigvoudig. Vanaf vijftien hectare ontving de koper bovendien de titel hertog of markies. Eerst zouden 126 avontuurlijke Fransen, Belgen, Italianen en Zwitsers de kolonie gaan opbouwen, het administratieve werk later door trappisten verzorgd worden. De Franse overheid werd argwanend; wervende emigratiebureaus konden geen gegevens over het ‘beloofde land’ overleggen. Omdat Le Havre weigerde de Chandernagor, een enigszins aangepast vrachtschip, te laten uitvaren, werd naar Antwerpen uitgeweken en vervolgens Vlissingen. De Middelburgse Courant speculeerde dat het schip Peru en Bolivia van ‘oorlogsbehoeften’ wilde voorzien.

Een baai op New Ireland. (Temblor.net).

Opnieuw aan de ketting gelegd en de bemanning grotendeels opgestapt, werden nieuwe ‘utopisten’ geworven, volgens Zeeuwse kranten ‘dwaas genoeg om (…) een mystieke dweper te geloven’. De havenmeester riep uit: ‘De gekte van die man kent werkelijk geen grenzen’. En inderdaad, in het holst van diezelfde nacht liet de markies het schip illegaal uitvaren. Eenmaal het zeegat uit, zong de bemanning het door hem gecomponeerde volkslied: ‘La Nouvelle France, het gouden land, bereidt u voor op de komst van de Fransen van de Chandernagor’. Later schreef een kolonist dat ze vanwege watergebrek bloed opzogen uit gevangen vogels. In Singapore weigerde de bemanning verder te varen en werden 32 nieuwe ‘kolonisten’ geronseld. Een missionaris op een naburig eiland noemde hen ‘het grootste uitschot (…) uit de slechtste steden.’ Zes wisten in een bootje de Solomon Eilanden te bereiken, waar vijf door kannibalen werden opgegeten.

Eveline Rethmeier schreef een boek over de markies, verschenen bij Hollands Diep in 2019.

Een liederlijk bestaan

Evenals de markies schuwde De Groote een ‘leugentje om bestwil’ niet. Zo schreef hij dat de markies zelf het beloofde paradijs had bezocht, en betitelde kritische Europese en Australische kranten als leugenachtig, terwijl La Nouvelle France ‘de ene vooruitgang na de andere’ boekte: hotels verrezen, straten werden aangelegd, oogsten binnengehaald. In werkelijkheid was er amper iets ge- of verbouwd, heersten er voedselgebrek, ziekten en lethargie. Er waren pamfletten te koop met het portret van de markies, een kaart van La Nouvelle France en De Groote schreef een boek: ‘Vroeg of laat zullen mensen ontdekken dat dat hele boek uit de duim van De Groote komt. Of heb jij dit allemaal verzonnen?’ reageerde vriend De Puydt, waarop de markies repliceerde: ‘Ik denk dat wij elkaar niets meer te zeggen hebben.’ Uitgeweken naar Barcelona vierde de bon vivant er een liederlijk bestaan. In de armste Italiaanse regio werden mensen geronseld, die uiteindelijk gedesillusioneerd (verplicht dertien uur dagelijks werken) naar Australië doorreisden om hun geluk daar te beproeven. Zij stichtten er New Italy, dat zo’n zeventig jaar heeft bestaan. In 1882 bereikte het vierde schip Nouvelle France: een desolate, kommervolle ‘kolonie’.
Lex Veldhoen

Openingsbeeld: De groep Italiaanse immigranten, in 1880 gestrand op New Ireland; later doorgereisd naar Australië.

Lees de andere helft van dit wonderlijke verhaal in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder