Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Een Vlaamse Karl May

16 september 2020 Siebrand Krul

In 2016 veilde Catawiki op het internet een jeugdreeks uit de jaren 1930: Sitting Bull. Het opperhoofd der Sioux indianen, van de drukkerij/uitgeverij Snoeck-Ducaju en Zoon. Een zeldzaam collectors item voor liefhebbers van indianen-verhalen dat tegelijk iets vertelt over de crisisjaren van de vorige eeuw.

Hoe kwam een Vlaamse drukker erbij om in volle economische crisis indianenverhalen uit te geven? De interesse voor tot het dwepen met het sterk tot de verbeelding sprekende volkje in Amerika verspreidde zich toen snel, vooral onder de jeugd. In de vele wijkcinema’s kwamen de eerste westerns op het grote scherm waarin nep- indianen werden opgevoerd. Eén der ferventste liefhebbers was Nand Snoeck (1899 -1937), telg uit de zesde generatie van een Gents drukkersgeslacht dat terugging tot 1782. Geregeld verzamelde hij zijn vriendenkring voor een verkleedpartij met kleurig vederbos; op verlofdagen kampeerden ze soms in een soortement wigwams aan de Semois – reenactment avant la lettre.

Omslag van aflevering nr.1 Tatanka Yotanka, de schrik der prairiën uit 1935. (Privé-collectie)

Buffalo Bill en 100 roodhuiden

Daarbij was de Europese tournee van kolonel William Frederic Cody, alias Buffalo Bill, en zijn Wild West Show nog niet vergeten. Die had zijn indrukwekkend spektakel, waarin ‘100 Roodhuiden uit Noord-Amerika’ meedraafden, vele keren in België opgevoerd: in Brussel en Antwerpen (1891 en 1906) en in Gent (1906). In Duitsland haalden de avonturenromans van Karl May (1842-1912), met als helden het Apache-opperhoofd Winnetou en zijn blanke bloedbroeder Old Shatterhand, ongeziene oplagen. De vroegste vertalingen van Karl May’s werken verschenen in Nederland al voor Wereldoorlog I, nadien volgde de ene herdruk na de andere, vooral bij H.J.W Becht in Amsterdam. In Vlaanderen was er nog een gat in de markt en Nand Snoeck wou van het populaire thema ook een graantje meepikken. Het bedrijf Snoeck-Ducaju & Zoon drukte toen nog enkel zelf uitgegeven werk. De schrijver van dienst zocht en vond hij economisch in eigen huis: een piepjonge typograaf, Frans Balthazar (1914-1988), die in januari 1930 als 16-jarige was aangenomen door de drukker-uitgever aan de Begijnhoflaan in Gent, waar ook zijn beide ouders werkten; hij was de neef van de socialistische schepen, directeur van Vooruit en latere minister August Balthazar.

Letterzetter wordt schrijver

In september1935 terug aan het werk na zijn militaire dienstplicht – dan 21 jaar – vroeg Snoeck hem of hij het zou aankunnen om de veertien dagen een verhaal te leveren, bestemd voor jongeren, uitsluitend over indianen en specifiek rond de historische figuur van Tatanka Yotanka, beter bekend onder zijn Engelse naam Sitting Bull – het kleurrijke opperhoofd van de Sioux-stam in Dakota. Na zijn dagtaak als ‘letterzetter’ werkte hij ‘s avonds eerder al aan een periodieke jeugduitgave, maakte Franse vertalingen en schreef onder een schuilnaam enkele korte verhalen voor Snoeck’s Grote Almanak , vanaf 1925 de literaire variant van de ‘kleine blauwe’ landbouwersalmanak en voorganger van het huidige Snoecks-jaarboek. Veel eer viel er met de nieuwe opdracht niet te halen, de verhalen zouden anoniem blijven, zonder auteursrechten.

Een foto van Nand Snoeck verkleed als indiaan staat op de cover van nr. 2 en van de laatste aflevering nr. 52 , na zijn overlijden. (Privé-collectie)

Uiteraard had Frans Balthazar evenmin als Karl May ooit een voet op Amerikaanse bodem gezet; van zijn baas kreeg hij enkele Franstalige boeken over de indianen om zich te verdiepen in geschiedenis, zeden en gebruiken. Later ging hij ook zelf op zoek naar documentatie. Bedoeling was niet enkel avontuurlijke lectuur te leveren over ‘Sitting Bull en de Bleekgezichten’, maar de jeugd tegelijk interesse bij te brengen voor de indiaanse cultuur, en haar te informeren over het lot van het uitgeroeide volk.

Memoires van een letterzetter. Stichting Mens en Kultuur, red. Gerda Verheecke, Gent 2001. Op het omslag: Frans Balthazar aan een linotype omstreeks 1930

De verbeelding moest enkel met woord haar werk doen, zonder beeld, op de ene omslagtekening na van een niet nader genoemde tekenaar uit Antwerpen (stripalbums waren er toen nog niet). Soms was het enkel een foto van Nand Snoeck zelf, getooid als indiaan.

Aankondiging van de Wild West Show van William Frederic Cody (1846-1917), alias Buffalo Bill, in de krant van 2juni 1891. Die bleef wegens het grote succes echter hangen in Brussel. In september 1906 kwam hij dan toch naar Gent, tijdens zijn derde en laatste Europese tournee. Nand Snoeck was toen zeven jaar. (Archief Gent)

Over de prairie aan de keukentafel

De sobere ‘crisisuitgave’ telde 32 bladzijden in tweekleurendruk op gekoetst papier, verkocht aan 1 frank; jaar en maand van uitgave zijn niet vermeld. Op de eerste pagina staat onderaan ‘Copyright by Smith Brs , Chicago, U.S.A. and by Snoeck-Ducaju & Zoon, Gent’ ; het eerste behoorde, zoals de tekst, allicht tot het rijk van de fantasie; het wekte de illusie dat de indianenverhalen uit Amerika kwamen en uit het Engels waren vertaald. Smith Brothers fabriceerde hoestpastilles ! Over de verloning zegt de schrijver in zijn memoires: ‘De prijs die ik toen voor het schrijven van een verhaal vroeg was 60 frank. Rekende ik te veel of te weinig ? Dat zal ik nooit weten. Maar het was in elk geval lekker meegenomen in die tijd. Als het verhaal een beetje vlotte, kon ik de klus in een viertal avonden klaren, eerst in de kelderkeuken op het Maria-Theresiaplein. Zo’n 15 frank dus per avond dat ik erbij verdiende. Ik moest er wel voor zorgen elk verhaal op een dergelijke manier af te ronden dat de spanning erin bleef voor het volgende.’

Na zijn overgave aan het Amerikaanse leger in 1881 toerde Sitting Bull als grote attractie zelf mee in de Wild West Show van Buffalo Bill. Zijn gewelddadige dood in 1890 bij Wounded Knee weerhield W.F. Cody niet om het jaar daarop opnieuw met (gevangen genomen) indianen naar Europa te trekken. (Library of Congress, Washington)

Dood van Snoeck, dood van Tatanka

Na verloop van tijd daalde het succes als gevolg van het door de groeiende economische crisis slinkende budget van de jongeren. Er werd overgeschakeld op krantachtig papier, enkel nog in rood en zwart gedrukt. Toen de verkoop in de loop van 1937 maar bleef dalen was het stopzetten van de reeks onvermijdelijk, wat wellicht werd versneld door het overlijden van Nand Snoeck op 20 augustus, amper 38 jaar. Na ruim twee jaar was het afgelopen met de indianen serie. In de eindaflevering nr. 52, ‘Het Noodlottige Tweegevecht’, kwam ook het Opperhoofd aan zijn einde, zij het iets romantischer dan in de harde realiteit: ‘ Toen sloot hij de oogen… een fijn bloedstraaltje vloeide over zijne lippen en langzaam zonk het met arendsvederen getooide hoofd van den sachem der Sioux ter zijde. Sitting Bull, de ‘Schrik der Prairiën’ was zijn voorvaderen in de Eeuwige Jachtvelden gaan vervoegen.’ In werkelijkheid stierf Sitting Bull in december 1890 vlak voor het bloedbad in Wounded Knee. De Lakota-indianen hadden hem overhaald om zich bij hen aan te sluiten maar eer dat zover was, werd hij door de politie van het indianenreservaat gearresteerd. Toen hij zich verzette ontstond er een schermutseling waarbij hijzelf en zeven van zijn stamgenoten om het leven kwamen.

Sitting Bull met moeder, dochter en kleinkind in 1881 (Wikipedia)

Frans Balthazar: ‘De reeks had in betere economische toestand wellicht veel langer geduurd. Ik voel nog steeds het grote plezier dat ik beleefde toen ik van mijn werk naar huis ging en op straat de kinderen hoorde spelen, zoals wij dat ook in onze jeugd hadden gedaan. Nu speelden ze niet meer ‘De Leeuw van Vlaanderen’, nu speelde men cowboy en indiaantje, ‘Sitting Bull en de Bleekgezichten’. Ik had een held geschapen die in de fantasie van de jongeren een plaats had ingenomen zoals de held van Conscience dat bij ons had gedaan.’ (Memoires van een letterzetter. Stichting Mens en Kultuur, red. Gerda Verheecke, Gent 2001).
André Capiteyn

Karl May’s Reisavonturen: 3de herdruk van Winnetou’s Dood (1921) en van Winnetou’s Testament (1922), Amsterdam – H.J.W.Becht.

Lees alles over het epos van de indianen in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder