Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De dame met de lamp

16 september 2020 Siebrand Krul

Ze stamt uit een rijke familie en had een heerlijk saai leventje kunnen leiden. Maar ze besluit al als jonge vrouw haar leven in dienst van de zieken te stellen en de gezondheidszorg grondig te hervormen: met hygi-ene, geld en statistiek. Toeval of niet, maar er woedt een epidemie als de amper zestienjarige Florence Nightingale zich door een uitzonderlijke ervaring plotseling tot een hogere taak geroepen voelt.

Op 7 februari 1837 vertrouwt ze haar dagboek toe: ‘God sprak mij aan en riep mij in Zijn dienst.’ Waaruit die dienst precies bestond weet de dochter uit de welgestelde, ontwikkelde Engelse upper class op dat moment nog niet.
Haar voornaam dankt ze aan de Italiaanse stad waar ze op 12 mei 1820, nu 200 jaar geleden, als tweede dochter van de rentenier William Edward Nightingale en zijn echtgenote Frances Smith ter wereld komt. Ze brengt haar jeugd gro-tendeels door op de landgoederen van de familie – ‘Lea Hurst’ in Derbyshire en ‘Embley Park’ in Hampshire. William Nightingale hecht grote waarde aan een opvoeding in liberale zin en als hij geen geschikte gouvernante vindt, onderwijst hij zijn dochters merendeels zelf in Latijn, Grieks, Duits, Frans en Italiaans. Ook ge-schiedenis en filosofie staan op het leerplan.

Spotprent uit Charles Dickens’ Martin Chuzzlewit. Verpleegster Sarah Gamp (links) werd het stereotype van een ongetrainde en incompetente verpleegster uit de vroege Victoriaanse jaren, voor de hervormingen van Nightingale.

Florence kan als kind al weinig waardering opbrengen voor de oppervlakkige levensstijl van de Engelse elite. Als intelligente jonge vrouw komt ze in opstand tegen knellende conventies en ze wijst verschillende aan-zoeken van ‘veelbelovende’ huwelijkskandidaten af. Ze heeft intussen wat ervaring opgedaan in het verplegen van zieke familieleden en gaat op ziekenbezoek in de omliggende dorpen. Dat wekt in haar de wens om verpleegster te worden. Als de 25-jarige Florence dat aan de familie meedeelt, is verontwaardiging haar deel. Het werk in de zorg staat op dat moment slecht aangeschreven en is voor iemand van haar positie not done. Welgestelde zieken mijden juist zo veel mogelijk de ziekenhuizen. Rond het midden van de 19de eeuw stamt het slecht betaalde personeel in de verpleging vooral uit de lagere klassen. Toch krijgt Florence het in 1850 gedaan dat ze twee weken door kan brengen in Kaiserswerth. In deze plaats in de buurt van Düsseldorf heeft dominee en sociaal hervormer Theodor Fliedner een ziekenhuis annex diaconesseninrichting gesticht. Het jaar daarop brengt ze opnieuw een paar weken in de diaconie door, waar ze een basisopleiding in de verpleging krijgt. Ze leert wonden te verzorgen en medicamenten samen te stellen. Daarnaast assisteert ze bij operaties. Later gaat ze in Parijs in de leer bij de Soeurs de la Charité.

Embly Park in Hampshire, een van de landhuizen van William Nightingale. Hier zou Florence haar goddelijke roeping hebben ontvangen. Tegenwoordig huist hier een school in.

In 1853 krijgt Florence Nightingale in Londen de leiding over een door wanbeheer geplaagd rusthuis voor armlastige adellijke dames, veelal gouvernantes. Jarenlang heeft ze stelselmatig gegevens over ziekenhuizen en verpleging verzameld en nu maakt ze van deze instelling een ziekenhuis naar eigen inzichten. Geldzorgen heeft ze niet, dankzij een royale toelage van haar vader die haar beroepskeuze inmiddels respecteert.
Datzelfde jaar breekt ook de Krimoorlog tussen Rusland en het Ottomaanse Rijk uit. De wereld beleeft de verschrikkingen van de eerste met industriële middelen gevoerde oorlog. Vanaf de zomer van 1854 staan Groot-Brittannië en Frankrijk de Turken militair bij in hun strijd tegen de Russische expansiedrift. Niet veel later bericht de Times over de erbarmelijke omstandigheden in de medische zorg ter plekke. Er overlijden meer soldaten in de hospitalen aan tyfus, cholera en dysenterie dan aan op het slagveld opgelopen verwon-dingen. Florence wordt door het Ministerie van Oorlog met de zorg voor de gewonden belast. Voor minister Sidney Herbert, die ze op een van haar reizen ontmoette, staat vast: ‘Ik ken in heel Engeland maar één per-soon die in staat is zo iets op te zetten en in goede banen te leiden.’

Florence Nightingale (midden) in 1886 met haar klas van geslaagde verpleegsters aan het St Thomas, gehuisvest in Claydon House, Buckinghamshire.

Samen met 38 verpleegsters komt ze begin november 1854 aan in het Brits militair hospitaal van Scutari, het tegenwoordige stadsdeel Üsküdar in Istanboel. Ze treft er hemeltergende toestanden aan: vuil, stank en on-gedierte. Aanvankelijke verzet het leger zich tegen civiele inmenging van haar kant en er heerst ook nog eens cholera. Het eerste wat Nightingale doet is van ingezameld geld sokken, hemden en bekers voor de gewon-den kopen. Ze richt een wasserij in en begint een schoonmaakoperatie.
Bovendien dwingt ze gezondere voeding voor de patiënten af, van wie er dan ook minder sterven. Niets ergert haar meer dan de laksheid van de legerinstanties. ‘Ik verkeer in een toestand van permanente woede,’ noteert ze in maart 1856. ‘Ik moest toezien hoe mannen, enkel met een vuile deken toegedekt, met niets aan hun lijf dan hun uniformbroek, deze vreselijke winter langs onnodige omwegen naar ons toe gebracht werden – terwijl we wisten dat de magazijnen uitpuilden van de winterkleding. De mannen waren levende geraamtes, aangevreten door ongedierte, onder de zweren, het hoofd in een deken gewikkeld. Zo werden ze bij ons afgeleverd, zonder een woord te zeggen. Ze stierven zonder een klacht te uiten.’ Terwijl ze overdag een taai gevecht voert voor betere omstandigheden in het lazaret, komt ze er meestal pas ’s avonds toe een ronde langs de zieken te maken – met een petroleumlamp in de hand. Al gauw krijgt haar naam bekendheid in En-geland. Soldaten schrijven hem in hun brieven, reporters in hun krantenartikelen. En zo ontstaat de legende van Florence Nightingale, de ‘lady with the lamp’.

Florence Nightingale, de engel van genade. In het Scutari ziekenhuis in Instanbul, 1855.

Nadat de laatste patiënt het lazaret aan de Bosporus verlaten heeft, keert Florence Nightingale juli 1856 terug naar haar vaderland. Ze is intussen zelf doodziek, lijdt aan de gevolgen van een ernstige bacteriële infec-tie en is voortaan door deze ‘Krimkoorts’ getekend. Tot aan haar dood zal ze ziekelijk blijven. Toch heeft ze al in 1857 haar ervaringen in de Krimoorlog tot een boek verwerkt, de Notes on Matters Affecting the Health, Efficiency and Hospital Administration of the British Army. Ook blijft haar inzet voor de goede zaak tomeloos. En die brengt de Zwitserse zakenman Henri Dunant er een paar jaar later toe het Rode Kruis op te rich-ten. In 1872 verklaart Dunant: ‘Wat mij er in de oorlog van 1859 toe bracht naar het slagveld van Solferino in Italië te gaan en er te helpen, was het grote voorbeeld dat Florence Nightingale ons op de Krim gegeven had.’
Barbara Beck

Openingsbeeld: ‘Nightingale ontvangt gewonden in Scutari’, schilderij door Jerry Barrett. Scutari was een ziekenhuis in Instanbul.

Lees het volledige artikel, en nog veel meer boeien de geschiedenis, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder