Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

‘Sultan, je kunt onze rug op!’

24 augustus 2020 Siebrand Krul

Gelijkheid, vrijheid, avonturiersgeest: de Zaporoger Kozakken vormden de kwintessens van het Kozakkendom. En die is nergens sprekender verbeeld dan op een van de beroemdste Russische schilderijen, van een van de beroemdste Russische kunstenaars, Ilja Repin. Het toont de Kozakken als onverschrokken, wild, voor niemand bang.

Op het hoogtepunt van de Oekraïne-crisis hangen in 2014 op het Maidan-plein in Kiev posters met de oproep ‘Kies!’. Op de poster staan de twee bekendste schilderijen van de Rus Ilja Repin (1844-1930) afgebeeld. Het ene, de ‘Wolgaslepers’, toont een rij mannen in vodden, die zich afbeulen om met een touw een vrachtschip langs een jaagpad voort te trekken. Op het andere schilderij zien we de Zaporoger Kozakken, die een spotbrief aan de sultan opstellen. Dat is dus de keus waar de Oekraïners volgens de poster voor staan: zuchten onder het Russische juk, of fier verzet tegen een schijnbaar oppermachtige potentaat, te weten Poetin.

De Zaporoger Kozakken trekken ten aanval.

Het voorbeeld geeft aan welke grote politieke zeggingskracht er nog altijd uitgaat van het monumentale historiestuk ‘De Zaporoger Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief’. De schilder Repin had in 1878 op een gezellig samenzijn bij een mecenas voor het eerst van deze legendarische brief gehoord, die de Zaporoger Kozakken volgens de overlevering in 1676 aan de sultan gestuurd hadden. De Turkse heerser had zich al langere tijd geërgerd aan de rooftochten die de Kozakkenpiraten op de Zwarte Zee ondernamen. En als het nu bij het kapen van schepen gebleven was … Maar nee, in 1637 hadden de Kozakken zelfs de Turkse vesting Azov veroverd. De sultan had zozeer genoeg van deze ongezeglijkheid, dat hij onder dreiging met een strafexpeditie de onvoorwaardelijke onderwerping van deze wilde horde eiste. Natuurlijk wilden de trotste stepperuiters niets van onderwerping weten. Ze stelden een antwoordschrijven op dat in zijn omkering van ’s sultans titels niets aan duidelijkheid te wensen overliet: ‘Jij Turkse duivel! […] Jouw leger doet ons niets en we zullen het ter land en ter zee met je opnemen, geneukt zij je moeder, jij keukenhulpje van Babylon, rademaker van Macedonië, geitenhoeder van Alexandrië, brouwersknecht van Jeruzalem, zwijnenhoeder van Groot- en Klein-Egypte, zwijn van Armenië, Tartaarse geitenbok, Podoolse struikrover, beul van Kamenec en risee van de hele wereld én de onderwereld, Gods achterlijke loopjoch, kleinzoon van de baarlijke duivel en jeuk aan onze eikel. Varkenskop, paardenreet, schurftige hond, heidenvod, geneukt zij je moeder! Zo antwoorden jou de Zaporogers, kale knikker […] Nou, we breien er een eind aan. De datum weten we niet, want we hebben geen kalender. De maan is aan de hemel, het jaar staat in het boek en het is hier dezelfde dag als bij jullie. Daarom: kus onze reet!’

Koeban-Kozakken, eind 19de eeuw.

De geuren en kleuren van dit verhaal toverden al gauw een gedetailleerde compositie voor Repins kunstenaarsoog. Om nog meer inspiratie voor zijn historische tableau op te doen ondernam hij in 1880 een reis naar de benedenloop van de Dnjepr, het Oekraïense stamland van de Zaporoger Kozakken. Het Turkse woord kasak betekent ‘avonturier’, ‘vrij man’ en de bepaling ‘zaporožer’ is afgeleid van za porogamy, ‘achter de stroomversnellingen’. Daar, op een eiland in de Djnepr, hadden de Kozakken ooit hun onneembare vrijbuitersvesting. Natuurlijk bestond die allang niet meer, maar op straat vielen er voor Repin nog genoeg karakterkoppen te bewonderen, naast bonte klederdrachten, exotische mutsen en petten. Zulke knoestige types fascineerden de kunstenaar, die zich in deze periode vooral ten doel stelde door te dringen in het leven en de levenshouding van het gewone volk. ‘Je oren tuiten van het kabaal dat ze maken,’ schreef hij in een brief. ‘Ik leef nu al twee en een halve week in hun midden en kan er maar geen genoeg van krijgen – een grappig volkje!’ Bijna had hij het gevoel zich echt onder Zaporoger Kozakken te bevinden: ‘Geen mens op de wereld voelde vrijheid, gelijkheid en broederschap zo sterk als zij!’

De Kozakken onder Jermak veroveren Siberië.

Repin refereerde daarmee aan de beroemde ‘steppendemocratie’ van de Zaporoger Kozakken. Hoewel ze nooit volledige politieke en economische onafhankelijkheid bereikten, bleef hun in het ‘wilde veld’, de onafzienbare vlakten die Rusland, Polen-Litouwen en het Ottomaanse Rijk elkaar betwistten, genoeg speelruimte om naar eigen wetten te leven. Hoe zouden heersers ook moeten weten wat zich in dit niemandsland tussen oriënt en occident afspeelde? En zo konden de Kozakken zich uitleven in het krijgs- en roverswezen.
De Zaporoger Kozakken waren geleidelijk ontstaan uit de versmelting van ruiternomaden en boeren die hun grond ontvlucht waren, een bonte mengeling die reikte van edellieden tot voormalige lijfeigenen. Geen volk, maar een hechte groep gelijkgestemden. Ze kozen hun leiders zelf en zetten die zo nodig ook weer af. Besluiten werden na uitvoerige beraadslagingen bij stemming genomen – basisdemocratisch. ‘De Zaporogers belichaamden alles wat de bijzondere levensvorm van de Kozakken uitmaakte,’ schrijft slavist Klaus J. Gröper. ‘Gelijkheid en vrijheid, een romantische avonturiersgeest, onverschrokkenheid, levenslust en een afkeer van alles wat naar dwang riekt.’
Repin maakte aan de Dnjepr tal van schetsen voor zijn doek, maar het zou uiteindelijk toch nog elf jaar duren, voordat hij het voltooide (1891). Hij kreeg wel loon naar werken, want nog datzelfde jaar werd het doek aangekocht door tsaar Alexander III – voor 35.000 roebel. Het was op dat moment de hoogste som ooit betaald voor een enkel werk van een Russische kunstenaar. Wat de tsaar erin aangetrokken moet hebben is nog altijd goed na te voelen, want het straalt een ongemene kracht uit.
Christoph Driessen

Lees de andere helft van dit verhaal, plus nog veel meer artikelen over de Kozakken, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder