Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De onbekende soldaat

24 augustus 2020 Siebrand Krul

Tijdens de Eerste Wereldoorlog stierven naar schatting tien miljoen soldaten. Velen werden nooit teruggevonden en kregen geen graf, enkel een naam op een of ander monument. Vele anderen werden begraven onder een anonieme grafsteen, vermits men hun identiteit niet meer kon achterhalen. Om al deze slachtoffers te herdenken ontstond het idee voor een speciaal monument.

Anonieme graven droegen enkel de tekst: ’Gestorven voor het vaderland’, ‘Mort pour la patrie’, ‘An unknown soldier’ of ‘Ein unbekannter Soldat’. Als eerbetoon aan die talloze naamloze gesneuvelden richtten verschillende landen na de oorlog een monument voor de Onbekende Soldaat op, waar symbolisch alle naamloze gesneuvelden van hun land herdacht en herinnerd worden.
Het idee om een monument voor de Onbekende Soldaat op te richten, ontstond al tijdens de oorlog, zowel in het Britse als in het Franse leger. Toen de Britse aalmoezenier David Railton in 1916 nabij het Noord-Franse Armentières een soldaat begroef, werd hij getroffen door een naamloos graf met op het houten kruis enkel de tekst ‘An unknown British soldier’. Toen Railton zich afvroeg hoe hij de pijn kon verzachten van de nabestaanden van de vele anonieme gesneuvelden – hun vader en moeder, hun broers en zussen, hun verloofdes of echtgenoten, hun vrienden – kwam hij op het idee om het lichaam van een anonieme gesneuvelde terug naar het vaderland te brengen, als symbool voor de vele anonieme gesneuvelden, die op het slagveld of in de loopgraven achterbleven. De begrafenis en teraardebestelling van een anonieme soldaat vormde een symbolisch afscheid van de verdwenen soldaten wie deze eer op het slagveld niet te beurt vielen en moest de herinnering aan hen blijvend bewaren.

Precies twee jaar na de wapenstilstand vond de Franse ceremonie rond het graf van de Onbekende Soldaat plaats, onder de Arc de Triomphe, 11 november 1920.

Ruiker op de zesde

In Frankrijk stelde François Simon, plaatselijk voorzitter van de Souvenir français die de doden van de Frans-Pruisische oorlog uit 1870 herdenkt, al in november 1915 voor om een onbekende soldaat een laatste rustplaats te schenken in het Parijse Panthéon, waar sinds de Franse Revolutie politieke en artistieke grootheden als Jean-Jacques Rousseau, Voltaire, Victor Hugo en Emile Zola werden begraven. Met de begrafenis van een simpele soldaat in het Panthéon zou Frankrijk eer betonen aan de voltallige Franse strijdkrachten, meende François Simon. Pas na het einde van de vijandelijkheden werden de plannen concreet. In plaats van in het Panthéon besliste de Franse overheid echter om de onbekende soldaat een rustplaats te geven onder de Arc de Triomphe.

De bijzetting van de grafkist van de Onbekende Soldaat onder de Arc de Triomphe, begin 1921.

Welke soldaat als Onbekende Soldaat zou worden gekozen, werd de verantwoordelijkheid van minister van Oorlogspensioenen André Maginot, die als infanterist tijdens de oorlog zelf een schotwonde aan de linkerdij opliep. Op 9 november 1920 liet hij in de citadel van Verdun – de legendarische stad, waar het Franse leger zijn meest bloedige strijd had geleverd – in een rouwkapel de resten van acht Franse soldaten opbaren, gesneuveld op evenveel slagvelden, waar het Franse leger strijd had gevoerd: Vlaanderen, Artois, de Somme, Ile-de-France, de Chemin des Dames, Champagne, Lotharingen en Verdun zelf. Een compagnie van het 132ste infanterieregiment trok in de rouwkapel de erewacht op. De volgende dag overhandigde minister Maginot een tuil rood-witte anjers aan de 21-jarige soldaat Auguste Thin, die als oorlogsvrijwilliger bij het infanterieregiment dienst deed en wiens vader zelf als soldaat vermist werd. De anonieme soldaat op wiens doodskist Auguste Thin de ruiker zou leggen, zou als Onbekende Soldaat naar Parijs worden overgebracht. ‘Het was eenvoudig’, verklaarde Auguste Thin later: ‘Ik maakte deel uit van het 6de Legerkorps en de som van de cijfers van mijn regiment, het 132ste, bedroeg eveneens zes. Daarom besloot ik de ruiker op de zesde kist neer te leggen’.

Brigade-generaal Louis John Wyatt koos de Britse Onbekende Soldaat.

Nog dezelfde dag werden de resten van de soldaat die Auguste Thin aanduidde onder militaire escorte naar Parijs overgebracht. Op 11 november – precies twee jaar na de wapenstilstand – werd de Onbekende Soldaat plechtig onder de Arc de Triomphe geplaatst. De officiële begraving volgde pas enkele maanden later, in aanwezigheid van de Franse generaals Foch, Joffre en Pétain, de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Henri Jaspar en de Britse eerste minister Lloyd George. De inscriptie op de zerk vermelde: ‘Ici repose un soldat français mort pour la patrie 1914-1918’ (Hier ligt een Frans soldaat die stierf voor het vaderland 1914–1918). Op 11 november 1923 ontstak André Maginot bij het graf voor het eerst de Eeuwige Vlam, die voortaan elke dag stipt om 18.30 uur ceremonieel wordt aangewakkerd. De zeven andere anonieme soldaten, die tijdens de ceremonie in de citadel van Verdun werden opgebaard, rusten sedertdien op het Ereperk van de Zeven Onbekenden op de militaire begraafplaats van Faubourg Pavé nabij Verdun.

De kist met de Britse Onbekende Soldaat arriveert in Dover.

For King and Country

Eveneens na de wapenstilstand stelde in Groot-Brittannië aalmoezenier Railton opperbevelhebber Sir Douglas Haig en de deken van Westminster voor om een onbekende Britse gesneuvelde soldaat een laatste rustplaats te schenken in Westminster Abbey, waar traditioneel ook de Britse koningen gekroond en begraven worden. Dat was aanvankelijk niet naar de zin van de Britse koning George V, die echter al snel toch zijn goedkeuring gaf.
In de late avond van 7 november 1920 werden in de kapel van Saint-Pol-sur-Ternoise nabij Arras de resten van vier anonieme Britse soldaten opgebaard, gesneuveld aan de Aisne, de Somme, bij Arras en Ieper. Net op het moment dat de klok middernacht sloeg, legde brigade-generaal Louis John Wyatt met gesloten ogen zijn handen op een van de doodskisten, die alle bedekt waren met de Britse Union Jack. De volgende dag werden de stoffelijke resten van de anonieme soldaat overgebracht naar Boulogne, waar ze in een schrijn werden geplaatst met bovenop een koninklijk zwaard en de inscriptie ‘A British Warrior who fell in the Great War 1914-18 for King and Country’.

Koning George V bij de kist. Hij wilde aanvankelijk niet dat de Onbekende Soldaat in Westminster Abbey werd begraven, bij de koninklijke grafkelder.

De volgende ochtend werden de anonieme stoffelijke resten met een span van zes zwarte paarden en een erewacht van Franse troepen naar de haven gebracht. Terwijl de kerkklokken van Boulogne luidden en maarschalk Foch vanop de kade een eresaluut bracht, werd het schrijn aan boord van de Britse oorlogsbodem Verdun gedragen. Vanuit Dover voerde de tocht ten slotte per trein naar Victoria Station in Londen.
Net als in Frankrijk werd de Britse Onbekende Soldaat in de ochtend van 11 november – precies twee jaar na de wapenstilstand – ten grave gedragen. Een span van zes paarden trok de affuit, waarop de kist was geplaatst, onder massale publieke belangstelling tot bij Downing Street, waar koning George V de Cenotaph onthulde: het symbolisch lege graf, dat een eerbetoon vormt aan de talloze gesneuvelde Britten die geen graf vonden. Daarna volgden koning George, de koninklijke familie en een aantal ministers het span met het schrijn naar Westminster Abbey, waar de Onbekende Soldaat tenslotte begraven werd. Honderd veteranen, onderscheiden met het Victoria Cross, vormden daarbij de erewacht. Te midden van de grafstenen van koningen en tal van hoogwaardigheidsbekleders is de grafsteen van de Onbekende Soldaat sindsdien de enige die niet mag betreden worden.

De Amerikaanse Onbekende Soldaat arriveert vanuit Europa in de marinehaven van Washington.

Arlington National Cemetery

Precies een jaar na de plechtigheden in Londen en Parijs werd ook in de Verenigde Staten een monument voor de Onbekende Soldaat ingewijd. Op Memorial Day – de laatste maandag van de maand mei, wanneer de gesneuvelden van de Amerikaanse Burgeroorlog werden herdacht – werden op Amerikaanse begraafplaatsen in Frankrijk vier niet-geïdentificeerde Amerikaanse soldaten opgegraven. In oktober legde sergeant Edward F. Younger – een gerespecteerd en onderscheiden oorlogsveteraan – in het stadhuis van Châlons-en-Champagne een ruiker witte rozen op één van de vier doodskisten neer en koos op die manier welke anonieme gesneuvelde voortaan als Onbekende Soldaat zou worden beschouwd. Vanuit de Franse havenstad Le Havre werden de stoffelijke resten van de anonieme soldaat aan boord van de USS Olympia naar Washington overgebracht. In aanwezigheid van de Amerikaanse president Warren Harding volgde op 11 november 1921 de plechtige begrafenis op het Arlington National Cemetery, waar de Onbekende Soldaat – sinds 1937 – dag en nacht het gezelschap van een militaire erewacht heeft gekregen.

Sergeant Edward F. Younger, die de Amerikaanse Onbekende Soldaat had gekozen, legt bloemen op zijn graf in Arlington.

Station Brugge als rouwkapel

In 1922 besloot België het voorbeeld van Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten te volgen en eveneens zijn Onbekende Soldaat te aan te duiden. Op vijf Belgische begraafplaatsen werden evenveel anonieme militairen opgegraven, zonder dat men zelfs maar de rang of graad van deze gesneuvelden kende. Op 10 november 1922 werden de lijkkisten opgebaard in de eerste klas-wachtzaal van het station van Brugge, die speciaal voor deze gelegenheid als rouwkapel was gedecoreerd.
Na een herdenkingsdienst voor alle gesneuvelden in de Brugse kathedraal, werd de blinde oorlogsveteraan Renold Haesebrouck naar het station in Brugge gebracht. In oktober 1917 was hij tijdens een verkenningsopdracht door een granaat getroffen. Liefst 42 granaatscherven werden door de dokters uit zijn lichaam verwijderd. Eén scherf lieten ze in zijn hoofd zitten omdat het te riskant was om die weg te nemen. Voortaan zou hij als blinde door het leven gaan. Begeleid door de Belgische minister van Landsverdediging liet Renold Haesebrouck in de rouwkapel zijn handen over de vijf kisten glijden. Dan wees hij met zijn witte stok de vierde kist van links aan. Daarmee had ook België zijn Onbekende Soldaat gekozen.

Het graf van de Onbekende Soldaat in Arlington heeft dag en nacht een erewacht.

In de vroege ochtend van 11 november 1922 droegen acht oorlogsinvaliden – vier van wie de linkerarm en vier van wie de rechterarm was geamputeerd – de kist met de Onbekende Soldaat naar een wachtende trein terwijl een klaroen de Brabançonne speelt. Onderweg naar Brussel stonden de perrons vol; in de stations hing de Belgische driekleur halfstok.
Rond 10.00 uur arriveerde de trein in het Noordstation in Brussel. De acht oorlogsinvaliden droegen er de kist naar een rouwkapel, waar koning Albert een respectvolle groet bracht. Daarna begeleidde hij de kist naar de Congreskolom, waar hij de hoogste militaire onderscheidingen bevestigde aan de Belgische vlag, die de kist bedekte. Overal in Brussel klonken kanonschoten als eresaluut, gevolgd door een minuut stilte. Daarna werd de kist begraven onder een bronzen plaat met de tekst ‘1914-1918. Hier rust een Onbekende Soldaat, voor ’t Vaderland gesneuveld’. Na een laatste koninklijke hulde aan de anonieme gesneuvelde werd de Eeuwige Vlam ontstoken, die voor altijd de herinnering aan de Belgische gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog moet bewaren.
Mark De Geest

Openingsbeeld: België had een bijzondere methode voor het kiezen van de Onbekende Soldaat: de blinde oorlogsveteraan Renold Haesebrouck wees een van de vijf kisten aan. Op 11 november 1922 vond de bijzetting plaats in de Congreskolom in Brussel.

Lees het volledige artikel, en nog veel meer boeien de geschiedenis, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder