Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Congolese pijn

24 augustus 2020 Siebrand Krul

Black Lives Matter heeft ook in België een golf van protest en verontwaardiging veroorzaakt. Standbeelden van Leopold II zijn gevandaliseerd, zijn bustes naar universitaire magazijnen verbannen en het parlement installeert in het najaar een soort van waarheidscommissie. Of dat volstaat om het collectieve geheugen te dekoloniseren, is maar de vraag.

In Tienen, een Vlaams-Brabantse provinciestad, hangt een eenvoudige gedenkplaat aan een gevel van de binnenstad. In het Frans staat te lezen dat daar generaal Emile Wangermée is geboren, gouverneur van Katanga en stichter van Elisabethstad, het huidige Lubumbashi. In Etterbeek (Brussel) is ook een straat vernoemd naar de man en op de begraafplaats van Elsene rust hij onder een monumentale grafzerk in de vorm van een obelisk.

Bustes van koning Boudewijn en generaal Wangermée (rechts) die de gouverneursresidentie van Katanga versieren. De gul lachende Boudewijn contrasteert met het beeld van de sociaal bewogen maar strenge en ascetische vorst.

Het openbare domein maakt een burger niet veel wijzer over de verdiensten van deze militair. Volgens de Amerikaanse historicus Matthew Stanard vormen onwetendheid en onverschilligheid de belangrijkste voedingsbodem om de clichés van de koloniale propaganda bij het grote publiek ingang te doen vinden, inclusief het paternalisme en het verdekte racisme. Een burger die zich wil informeren, kan tegenwoordig terugvallen op de wondere wereld van het internet, zou men dan denken. Welaan, de meest volledige biografische schets die men van Wangermée terugvindt, is afkomstig van de website van de eerbiedwaardige Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen. Die instelling heeft tussen 1948 en 2015 een Belgische koloniale biografie uitgegeven, een soort ‘who’s who’ met zo’n 5.600 notities van Belgen en niet-Belgen, van missionaris tot ontdekkingsreiziger.

Herdenkingsmonument uit 1902 voor de gebroeders Vandevelde in het Gentse Citadelpark. Voor het zwarte jongetje stond Sakala model, een Congolese jongen die in de jaren 1880 in de stad verbleef en zich wonderwel aanpaste. (Foto Giel Cardinael)

‘Magnifieke industriële ontwikkeling’

Wangermée mocht vanzelfsprekend niet ontbreken in het eerste deel van deze prestigieuze reeks. Uit de levensschets valt op te maken dat hij onder generaal Brialmont, de ontwerper van de fortengordel rondom Antwerpen, carrière gemaakt heeft in de genie. Die werkervaring kwam van pas toen hij in 1893 een eerste keer naar Congo werd uitgestuurd om een gelijkaardig fort te bouwen. Nadien klom hij stelselmatig op in het militaire apparaat van Congo-Vrijstaat en wist zich te handhaven na het overlijden van Leopold II (1909) en de overdracht van zijn privé-kolonie aan België. In 1910 werd hij aangesteld als eerste gouverneur van de provincie Katanga, de zuidelijke regio van Congo die moeilijk toegankelijk was maar ongemeen rijk aan koper, goud en uranium. Daar wees hij persoonlijk de hoogvlakte aan waar de latere hoofdstad Elisabethville tot ontwikkeling zou komen. De biografische nota bejubelt Wangermée niet alleen als stedenbouwer, maar ook als grondlegger van de ‘magnifieke industriële ontwikkeling’ aldaar en als een van de daad die de ‘achting en waardering genoot van alle kolonialen die hem hebben gekend’. De teneur van het artikel is triomfalistisch en zelfgenoegzaam, en typeert het toenmalige denken over Congo. Wangermée heeft gezorgd voor orde, economische ontwikkeling en beschaving, dezelfde boodschap als de officiële propaganda die dus nog altijd op het internet circuleert.

Dit standbeeld van een trompetterende olifant uit 1949 gedenkt de Congo-pioniers uit Geraardsbergen.

Het Grote Vergeten

In de Belgische publieke ruimte herinneren volgens de Amerikaanse historicus Stanard welgeteld 443 monumenten aan dat koloniale verleden. Vele dateren van de periode 1925-1940. Ze kwamen er op initiatief van lokale herdenkingscomités en werden gefinancierd door de regering, met opvallend meer gedenktekens in Wallonië dan in Vlaanderen. Het honderdjarig bestaan van het land en het heldhaftige verzet tijdens de Eerste Wereldoorlog zorgden voor een opstoot van nationalisme waardoor het grote publiek het bestaan van een kolonie algemeen aanvaardde. Zonder meer. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond in de publieke opinie zelfs een zekere fierheid over de zogeheten modelkolonie. Kritische stemmen vielen niet te horen, of enkel in de marge. Rechtstreekse contacten tussen de kolonie en het moederland zijn bewust heel beperkt gehouden; relatief weinig Belgen trokken naar Congo. Adam Hochschild, de Amerikaanse journalist die in 1998 met zijn boek over Leopolds dwangregime de geesten wakker schudde, spreekt daarom van het ‘grote vergeten’.

Dit monument dateert van 1900 en herinnert aan de gewelddadige dood van twee Blankenbergse militairen tijdens de Arabische Veldtocht.

Die gedenktekens in allerlei formaten en vormen bejubelden de koloniale inspanningen en verzwegen de historische werkelijkheid. Zo waren de meeste Europeanen in dienst van Congo-Vrijstaat bijvoorbeeld niet-Belgen. Door die weinige Belgische pioniers vervolgens letterlijk op een voetstuk te plaatsen, verdwijnt elk historische besef over de genadeloze exploitatie van de inlandse bevolking onder Leopold II. Op de zeedijk in Blankenberge memoreert een kolossaal standbeeld ‘de verheven heldendood voor de beschaving’ van twee plaatselijke Congo-pioniers. In het Grupellopark in Geraardsbergen trompettert een olifant als huldeblijk aan de gesneuvelden in Congo. In het Gentse Citadelpark bezingt een zwarte jongen op een rotspartij de bevrijding van Congo met daaronder een bronzen medaillon met beeltenis die verwijst naar de twee, in Congo overleden broers.

In 2004 zaagde een protestcomité uit Oostende de hand af van de zwarte naakte man die reikt naar de weldoener Leopold II op zijn paard, een standbeeld uit 1931. De actie verwijst symbolisch naar een gangbare praktijk in Congo-Vrijstaat om rechterhanden af te hakken indien de plaatselijke bevolking de opgelegde rubberquota niet haalde. Het openingsbeeld is hiervan een detail.

Academische wereld blijft opvallend achter

Kwintessens van die stereotype beeldvorming was het majestatische museum in Tervuren, een persoonlijk initiatief van Leopold II om zijn Afrikaanse onderneming te propageren. Vanaf 1910 bouwde het een uitzonderlijke collectie op van kunst, etnografische voorwerpen en archiefstukken uit Centraal-Afrika. Het is al die tijd ook het meest bezochte museum van het land geweest, al was het door de verplichte schooluitstappen. In 1968 telde het bijna 200.000 bezoekers of twee procent van de bevolking, een waanzinnig hoog relatief cijfer. Impressionante wandkaarten, kijkkasten, diorama’s en een hele reeks opgezette dieren gaven een idee van een primitief continent dat dankzij het genie van Leopold II aan de duisternis was ontkomen. Illustratief is de ronde, monumentale inkomhal. Gouden allegorische beelden kondigen aan dat ‘België de beschaving aan Congo schenkt’: puur imperialisme en getuigend van een blank superioriteitsgevoel.

Een halfnaakte Congolese krijger in een krans van buitgemaakte machetes, speren en pijlen, een ouderwetse museale opstelling uit het Legermuseum in Brussel.

De kentering in de beeldvorming tussen moederland en kolonie kwam er rond de eeuwwisseling. De genocide in Rwanda (1994) en de val van het Mobutu-regime (1997) zorgden voor een Congolese diaspora naar Brussel. Nadien kwam een parlementaire onderzoekscommissie tot de conclusie dat de Belgische regering onrechtstreeks mee verantwoordelijk was voor de moord de Congolese president Lumumba. Een nieuwe generatie historici, David Van Reybrouck en zijn bestseller ‘Congo’ voorop, hield de koloniale geschiedschrijving kritisch tegen het licht en steunde voor het eerst op honderden gesprekken met Congolezen. Alleen kreeg die nieuwe aanpak geen vervolg op academisch vlak, ook een constante in het beleid.

Intussen heeft het museum in Tervuren na een jarenlange renovatie een inhoudelijke make-over gekregen onder de nieuwe naam AfricaMuseum. Foute sculpturen zijn in een aparte ruimte samengebracht en de inbreng van Afrikaanse kunstenaars is duidelijk zichtbaar. Critici vinden nochtans dat de dekolonisering niet ver genoeg gegaan is. In de wettelijke beschermde inkomhal staan nog steeds de allegorische voorstellingen, al heeft recent de Congolese kunstenaar Aimé Mpane die versluierd achter doorzichtige doeken.
Luc Minten

Lees ook de andere helft van dit artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder