Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Geheime operaties

07 juli 2020 Siebrand Krul

Op 22 juli 1940 gaf Winston Churchill bevel om Europa in vuur en vlam te zetten door het uitvoeren van snelle commandoraids en sabotageacties om de nazi-oorlogsmachine te ontregelen. Een begrijpelijke maar onuitvoerbare oproep. Churchill stond een geheime dienst voor ogen zoals hij die tijdens de Boerenoorlog had meegemaakt.

Deze dienst moest alleen of in samenwerking met lokale verzetsgroepen guerrilla-acties uitvoeren: een Special Operations Executive (SOE) zou opgericht worden.
Het rekruteren en het opleiden van agenten afkomstig uit verschillende landen was geen eenvoudige opdracht. De uitgekozen mannen uit verschillende legereenheden kregen een commandotraining in Arisaig in Schotland en samen met de vrouwen een cursus ‘geheim agent’ in Beaulieu in Hampshire. Een parachutistencursus sloot de opleiding af.

Elaine Madden, cadet ensign (leerling-officier), samen met haar SOE teamleden André Wendelen (agent) en Jacques Van de Spiegel (radio). (Collectie Sue Elliott)

Secties in actie

Vanaf mei 1941 stuurde SOE de eerste agenten naar bezet Europa. Ook door de Intelligence Service (MI6), de ontsnappingslijnen (MI9) en de regeringen in ballingschap werden agenten in bezet gebied geparachuteerd.
De eerste agent die SOE in mei 1941 boven België dropte, nabij Vielsalm, was Emile Tromme. Hij werd in oktober 1941 opgepakt en op 25 februari 1942 in Beverlo geëxecuteerd. Tegen eind oktober 1942 had Sectie T, de Belgisch-Luxemburgse afdeling van SOE, 45 agenten gestuurd, waarvan er tweeëndertig bij de parachutelanding verongelukten of opgepakt werden door de Duitsers. In augustus 1941 werd Armand Campion in Silly nabij Bergen gedropt. Als voormalig soldaat in het Franse Vreemdelingenlegioen werd hij uiterst geschikt gevonden om een sabotagegroep op te zetten. In januari 1942 werd hij in Brussel gearresteerd en ‘gekeerd’, waarna hij (of zijn Duitse operator) Duitse neprapporten naar Londen stuurde en te horen kreeg wanneer en waar versterkingen zouden geparachuteerd worden, recht in Duitse armen. Gelukkig kwam Campion op 7 september 1943 om bij een bombardement op de gendarmeriekazerne van Etterbeek waar hij gevangen zat.
In totaal sneuvelden een honderdtwintigtal Belgen die als SOE agent werden geparachuteerd, als laatste ‘Antenor’, marconist Albert Wouters die net voor de bevrijding op 5 september 1944 door terugtrekkende Duitsers in het Gentse werd neergeschoten toen hij met orders op weg was naar een verzetsgroep.

Een groep van 5SAS pauzeert bij Oosterhesselen (Coevorden). (Beeldbank WO2-NIOD)

Englandspiel

Sectie N diende de acties in Nederland uit te voeren maar bleek tussen 1942 en februari 1944 het schoolvoorbeeld van amateurisme. De eerste agenten zoals Huub Lauwers werden snel opgepakt en ‘gekeerd’. Londen kreeg een stortvloed van Duitse nepberichten over verzet en sabotage. Door het niet opvolgen van veiligheidsprocedures in Londen sneuvelden vijftig van de vierenvijftig nagestuurde en direct opgepakte geparachuteerde SOE-agenten. Alhoewel ze allemaal een militaire rang en marsorders hadden, en dus onder het krijgsrecht vielen, werden ze op bevel van Hitler omgebracht, mochten niet als krijgsgevangenen worden behandeld. Het door de Abwehr, de Duitse militaire contraspionage, zelf stopgezette Englandspiel kostte ook het leven van MI6- en MI9-agenten en aan honderden Nederlandse verzetslui. Sommigen zoals KLM stewardess Beatrix Terwindt van MI9 overleefden Mauthausen. Enkelen konden ontkomen zoals kapitein Henry Druce van de SAS op MI6-missie. De Special Air Service (SAS) was ontstaan uit lange afstandsverkenningseenheden in de woestijnoorlog tegen de Italianen en Rommels Afrikakorps. Dankzij Churchill werd een los gevechtsverband omgevormd tot een gespecialiseerde eenheid met Franse en Belgische detachementen. Druce sprak als zoon van een Nederlandse moeder en Britse vader naast Engels ook uitstekend Nederlands en Frans. Terug in Engeland werd hij in 1944 met een eenheid van 2SAS in de nog door de Duitsers bezette Vogezen ingezet. Bij het geallieerde eindoffensief in april 1945 was hij terug in Nederland actief om er met een SAS-eskadron de weg vrij te maken voor Canadese tanks.

KLM stewardess en MI9-agente Beatrix Terwindt overleefde Mauthausen.

Vrouwelijke agenten

In tegenstelling tot Frankrijk werden er boven de Benelux nauwelijks vrouwelijke SOE-agentes gedropt. Pas in 1944 zocht SOE naar vrouwelijke kandidaten. Slechts twee van de 182 operatoren van sectie T waren vrouw, waaronder Elaine Madden uit Ieper. Haar Australische vader werkte als voormalig soldaat voor de Commonwealth War Graves Commission en daardoor kon ze naar de British Memorial School in Ieper waar geestdrift voor het Britse imperium centraal stond. In mei 1940 vluchtte ze naar Engeland en werd in 1944 gerekruteerd door de Belgische sectie van SOE. Na haar training werd ze begin augustus 1944 met twee mannen als SOE-team geparachuteerd. Ze werkte als koerier in Brussel en de Ardennen waar ze een tijdlang de ondergedoken prins Karel, de latere regent, diende te beschermen. Na de bevrijding van Brussel werd ze naar Antwerpen gestuurd ter ondersteuning van SOE acties in bezet Nederland.

Gedenkteken ter ere van de vrouwelijke SOE-agenten aan de Albert Embankment in Londen. (GettyImages, foto Loop Images/Universal Images Group)

Helpen bij de bevrijding

Om de acties van het verzet beter in samenhang te brengen met die van de oprukkende geallieerde troepen, kwam de focus te liggen op het ontregelen en saboteren van de aanvoer van Duitse troepen. Daartoe werden tussen juni en september 1944 meer dan honderd SOE-sabotageteams gedropt in Frankrijk, België en Nederland. Die teams, bekend als Jedburgh, waren gemengde eenheden van Britten, Fransen, Amerikanen, Belgen en Nederlanders zoals Jacobus Groenewoud, kapitein bij de Nederlandse Prinses Irene brigade. Hij werd in het Jedburghteam ‘Claude’ samen met twee Amerikaanse militairen gedropt bij operatie Market Garden. Hun opdracht was de acties van de Britse parachutisten te coördineren met het Nederlandse gewapende verzet. Groenewoud was meer dan gewoon verbindingsofficier en nam actief deel aan de gevechten bij de brug in Arnhem. Hij sneuvelde er op 19 september 1944 toen hij zocht naar medicamenten voor gewonde parachutisten.
Harry van Royen

Openingsbeeld: Piet Veeninga met een gedropte container. Zijn vader was boer nabij Dokkum toen daar wapens werden gedropt. De boerderij werd nadien ‘Droppinghiem’ genoemd, maar stond ook bekend als ‘De Rimboe’ omdat ze zo afgelegen lag. (Part. Coll.)

Lees nog veel meer spannende verhalen in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder