Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De pionier van de Zijderoute

07 juli 2020 Siebrand Krul

Met een mengeling van vrees en fascinatie beziet Europa in de 13de eeuw het immense, verre en vreemde Azië. Daar huizen de angstaanjagende Mongolen, maar naar men zegt zijn er ook onmetelijke rijkdommen. Marco Polo bedient een verlangen naar exotische verhalen en wordt een beroemdheid, zijn boek een bestseller.

Als het jaar des Heren 1298 ten einde gaat, kwijnen twee mannen in een Genuese kerker – en doorkruisen de woestijn. Ze beklimmen de hoogste bergen, doorschrijden schitterende paleizen, zien de mooiste vrouwen. Ze horen stemmen van geesten, meegevoerd op de wind, ze proeven kostelijke spijzen, gaan op jacht met de grootkhan en diens luipaarden. Het is een avontuur dat zo vreemd klinkt als een reis naar de maan. Vreemd en sprookjesachtig. Achter Genuese tralies komt de Zijderoute tot leven – 6.000 kilometer, van de Levant tot in China – want een van beide mannen heeft alles ‘met eigen ogen gezien’.
Zoals de krijgers van Vocian aan de Mekong, ‘vijf dagreizen ten westen van Caragian’. De mannen ‘hebben gouden tanden, dat wil zeggen: elke tand is met goud bedekt’. Of de gevleugelde rovers van Perzië. ‘In de bergen van Cherman broeden de prachtigste valken. En ik zeg jullie, ze vliegen zo verbluffend snel, dat geen vogel hun ontkomen kan.’

Vermoedelijke traject van Marco Polo, en van Carpinis en Willem van Rubroeck langs de Zijderoute.

Allerhande ‘merkwaardigs en wonderbaarlijks’ dist de Venetiaan Marco Polo zijn celgenoot Rustichello da Pisa op. Eerstgenoemde is een koopman die zijn halve leven in het fabelachtige Verre Oosten heeft doorgebracht, de ander een schrijver, die de verhalen van de wereldreiziger te boek stelt. De koopman was commandant op een schip in de door Venetië verloren zeeslag bij Curzola en werd in september 1298 krijgsgevangen genomen door de Genuezen. Tot mei 1299 heeft hij nu alle tijd om herinneringen op te halen. ‘Het was onvergeeflijk geweest’ om de ‘wonderbaarlijke avonturen’ niet vast te leggen, heet het later in het voorwoord van Polo’s reisverslag, dat ‘iedere onkundige’ – hetzij koning of burger, lezer of luisteraar – tot lering en vermaak dienen moge.
Met een mengeling van vrees en fascinatie beziet Europa in de 13de eeuw het immense, verre en vreemde Azië. Daar huizen de angstaanjagende Mongolen, maar naar men zegt zijn er ook onmetelijke rijkdommen. Marco Polo bedient een verlangen naar exotische verhalen en wordt een beroemdheid. Al gauw zijn er kopieën van zijn boek in omloop, doen aanhangers van zich spreken – en zijn er de eerste sceptici. Voor menigeen is het verhaal van de ‘beroemdste reiziger van de Middeleeuwen’ te mooi om waar te zijn. De verdenking van bedrog zal de China-ontdekker, die geen onderzoeker is, maar een waarnemer en een handelaar, nog eeuwenlang achtervolgen.

Marco Polo bij Koeblai Khan.

Het verslag in 234 hoofdstukken spreekt misschien ook iets te nadrukkelijk van ‘ware gebeurtenissen’. Hoe het ook zij – het boek krijgt naast titels als de Wonderen van de Oriënt en Wereldbeschrijving, ook het predikaat ‘Il Milione’, wat een spotnaam voor ‘Polo-de-fantast’ geweest zou kunnen zijn. Nu vragen de vele mirakels in woestijnen en op de steppen ook veel van de lezer. Polo gewaagt van bandieten die er met ‘duivelskrachten’ in slagen ‘het daglicht te verduisteren’, biljetten die overal in het rijk van de khan voor gangbare munt aangenomen worden. Hij treft mohammedanen die ‘soms wel dertig vrouwen hebben, al naar gelang hun rijkdom’, bereist ‘wonderland Indië’, treft heidense naaktlopers op het zonovergoten Ceylon, zet voet in ‘de prachtigste stad ter wereld’, Quinzai, met zijn twaalfduizend stenen bruggen, vergaapt zich aan de grote, rode parels op het legendarische eiland Cipangu (Japan). En het mooist van al: het gouden paleis van Koeblai Khan in het latere Peking.

Il milione.

Zonder deze Koeblai had de reis nooit plaatsgevonden. Hij heerst over een reusachtig rijk, dat zich van Oost-Europa tot aan de Gele Zee uitstrekt en is de kleinzoon van Dzjengis Khan, wiens ‘Mongoolse horden’ rond 1200 de schrik van het Westen waren (zie het artikel op blz. 36 e.v.). En hij is een vriend van de Polo’s.
Marco is niet de eerste China-kenner in de familie, die zich waarschijnlijk op de edelstenenhandel toegelegd had. Evenmin is hij de eerste Europeaan die het Verre Oosten bezoekt en daar verslag van doet. Eerder deed dat al de franciscaan Willem van Rubroeck (zie het artikel op 41). Maar hij is wel anders. Op z’n zeventiende gaat hij naar het andere einde van de wereld en blijft daar 26 jaar, wandelend in de voetstappen van zijn vader en een oom. Niccolo en Maffeo Polo waren namelijk in 1260 aan het hof van de grootkhan, die hen belast met een missie naar de paus. In Venetië pikken ze Marco op, wiens moeder inmiddels is overleden en die wel naar avontuur gesnakt zal hebben. In 1271 aanvaarden ze gedrieën de terugreis. ‘Ze reden zomer en winter,’ lezen we in Wonderen van de Oriënt, ‘sneeuw, regen en aangezwollen rivieren hinderden de reizigers’ en ‘dodelijk gevaar’.

Niccolò en Maffeo Polo met Gregorius X. Uit Le livre des Merveilles du Monde, handschrift uit de 14de eeuw.

Na duizenden kilometers, via Akko, Perzië, Kasjmir en India eindigt de reis met een ‘eervolle ontvangst’ bij de Mongolenvorst in Noord-China. ‘De machtigste aller machtigen, Koeblai Khan geheten, heeft een edel voorkomen,’ dweept de jonge Venetiaan, zeer tot verrassing van zijn lezers, die zich de khan als ongelikte beer voorgesteld zullen hebben. Marco Polo wordt een vertrouweling van Koeblai, met als taak diens enorme rijk te bereizen en daarvan verslag uit te brengen. Dat ‘is de reden waarom Messer Marco meer over dat land weet dan wie dan ook.’
Marco Polo’s boek is heel onvooringenomen voor zijn tijd en uit slechts zelden christelijke superioriteitsgevoelens. Het richt de blik vooral op landschappen, mensen, avonturen. De zielenroerselen van de held, die altijd in de derde persoon opgevoerd wordt, blijven geheim. Of hij op die talloze dagreizen te voet, op de rug van een kameel of per schip bang is, honger lijdt of heimwee heeft, blijft ongewis. Alles draait om de geheimen van het Verre Oosten.

Marco Polo in tatarenkostuum, 18de-eeuwse voorstelling. Alle afbeeldingen en verhalen van en rond Marco Polo zijn uit tweede of latere hand, waardoor soms wordt getwijfeld aan het waarheidsgehalte.

Met zijn aandacht voor exotische pracht en zijn details uit het handelsleven scoort het duo Polo/Rustichello, waarvan uiteindelijk alleen de eerste in herinnering blijft, een bestseller als het boek in 1300 verschijnt. De oude karavaanwegen door de vlakten van Azië houden er een mythische glans aan over, terwijl Polo toch vaak zo’n nuchtere toon aanslaat (‘Er is een Groot-Armenië en er is een Klein-Armenië’). Hij vermeldt dadelpalmen en witte ossen, bewoners en bijzonderheden – de Georgiërs ‘zijn een mooi volk’, de Armeniërs ‘stevige drinkers’, de aardolie van Mosoel ‘niet te drinken, maar geschikt als brandstof en het dient ook als zalf tegen schurft en etterbuilen van de kamelen.’ Hij vergeet christelijke wonderen en ‘doortrapte Saracenen’ niet – dat verlangt de middeleeuwse smaak nu eenmaal. En er zijn roman-achtige passages, waarschijnlijk ingevoegd door Rustichello, meestal ingegeven door bijzondere plaatsen, zoals de plek die 1500 jaar eerder werd bezocht door Alexander de Grote, die andere vermaarde Azië-ganger.
Frauke Scholl

Openingsbeeld: Marco Polo in China, uit Il milione, 1298–1299.

Lees het complete verhaal, en nog veel meer geschiedenis van de Zijderoute, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder