Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Ieper heropbouwen?

16 juni 2020 Siebrand Krul

Het is de lente van 1919. Na vier jaar oorlog wordt de stad Ieper officieel voor 100% vernietigd verklaard. De inwoners keren maar met mondjesmaat terug. Hun aantal wordt einde april 1919 op slechts 125 geteld tegenover 17.000 voor de oorlog. De Britten zijn nog steeds heer en meester in ‘Ypres’ zoals zij de stad bij haar Franse naam noemen. En zij willen de puinhopen als herinnering laten liggen. Maar de bewoners willen terug naar huis.

Ook al zijn de vijandelijkheden al op 11 november 1918 gestaakt, de oorlog is officieel nog niet ten einde. Bovendien moeten de slagvelden geruimd worden en de doden begraven. Daarnaast heeft de Town Major, zoals de Britse plaatscommandant genoemd wordt, nog een andere zorg: hoe kan hij ervoor zorgen dat Ieper niet verder onteerd wordt? Niet alleen het aantal bewoners dat terugkeert neemt immers toe maar elke dag strijken honderden toeristen neer die die wereldberoemde ruïnes nu ook wel eens met eigen ogen willen zien. In de barakjes midden tussen het puin wordt café gehouden of logies aangeboden. Behalve het toerisme is er immers weinig waarmee men zijn brood kan verdienen. Vele bezoekers beklimmen de ruïnes en nemen er stukken van mee als souvenir.

Ieper, 1919. Zo ziet volkomen verwoesting er uit. (In Flanders Fields Museum)

Brits symbool van standvastigheid

Heiligschennis is het in de ogen van Town Major Beckles Willson en daarom laat hij op verschillende plaatsen in Ieper grote borden plaatsen met de boodschap: ‘Dit is Heilige Grond. Geen steen van dit gebouw mag weggenomen worden. Het is erfgoed voor alle beschaafde volkeren’. Daarmee staat Beckles Willson op een lijn met zijn grote baas, minister van Oorlog Winston Churchill. Reeds in januari 1919 had die de wens uitgedrukt ‘to acquire the whole of the ruins of Ypres’ want ‘a more sacred place for the British race does not exist in the world’. De Britten hadden in de vier jaar oorlog bij Ieper meer dan 200.000 doden te betreuren gehad, en voor het Britse Rijk is de Vlaamse stad het equivalent van wat Verdun voor de Fransen is: dé plaats bij uitstek waar de natie tot het uiterste had stand gehouden om de Duitse vijand te bedwingen.

Voorlopige woningen op het Minneplein. Op de achtergrond de ruïnes van kathedraal en Lakenhallen. (Imperial War Museum)

Ieper voor de Ieperlingen!

Maar wat Ieper voor de Britten niet is, is een thuis. De inwoners van Ieper waarvan de laatsten reeds in mei 1915 geëvacueerd waren, hebben het vaste voornemen om hun stad herop te bouwen. Op 23 februari 1919, ongeveer een maand nadat Churchill had verklaard Ieper voor de Britten te willen verwerven, beslist de gemeenteraad in ballingschap om te ijveren voor een integrale wederopbouw van de stad naar vooroorlogs model. Daarmee bevestigen de Ieperlingen onomwonden de houding die hun burgemeester en stadsarchitect al tijdens de oorlog hadden ingenomen. Want het debat van wat te doen met het vernietigde Ieper was al enkele jaren aan de gang. Al in het voorjaar van 1915 waren urbanisten en architecten in Londen samengekomen om er te discussiëren over de naoorlogse wederopbouw. Sommigen progressieve stemmen pleitten ervoor de hele stad – en bij uitbreiding misschien wel alle vernietigde plaatsen in België – tot een tuinstad om te vormen. Anderen wilden ook toen al de puinen bewaren als aanklacht tegen de Duitse barbarij en op een andere plaats een moderne stad doen herrijzen. Burgemeester Colaert en stadsarchitect Coomans stonden echter steeds pal: Ieper zou herrijzen en dat zou gebeuren in een traditionele, streekeigen stijl. Moderne experimenten waren uitgesloten.

Het ‘Holy Ground’-bord in de opgeschoonde ruïnes van de Lakenhallen, 8 augustus 1920. Foto van Antony d’Ypres. (In Flanders Fields Museum)

Belfort

Centraal in het internationale debat over de heropbouw van Ieper stonden de Lakenhallen. Dit majestueuze gebouw met een gevel van 132 meter en een belfort van zeventig meter hoog dateerde uit de 13de eeuw. Het stond wereldwijd bekend als het grootste niet-religieuze gebouw uit de Middeleeuwen en was daarom verplichte kost voor architectuurstudenten, niet in het minst in het Britse Rijk van koningin Victoria. Onder meer het treinstation St Pancras in London uit 1868 maar ook het Hooggerechtsgebouw in Calcutta uit 1872 waren erop geïnspireerd. En precies dit wereldberoemde pand werd op 22 november 1914 door de Duitse artillerie in brand geschoten. De foto’s van de brandende Lakenhallen gingen algauw de wereld rond en werden het symbool van hoe de oorlog eeuwenoude cultuurgoederen vernietigde.
En precies als aanklacht tegen de oorlog moesten die ruïnes in de ogen van sommigen dan ook behouden blijven. Professor architectuurgeschiedenis Eugène Dhuicque, die nota bene door de Belgische regering was aangesteld om de kunstschatten uit de frontstreek te redden en het bedreigde erfgoed te registreren, was van mening dat de ruïne het logische eindpunt van elk gebouw was. De Lakenhallen herbouwen zou dan ook niets meer zijn dan een leugen dat de loop van de geschiedenis ontkende.

Een van de talrijke werken die moesten herinneren aan de brand van de Lakenhallen op 22 november 1914. (Coll. Jeroen Cornilly)

Anderen hoopten dan weer dat het tabula rasa zou aangegrepen worden om een resoluut modern gebouw neer te zetten. Een van hen was de modernistische Brugse architect Huib Hoste. In 1918 hield hij in zijn gastland Nederland een enquête over de wederopbouw van de Ieperse Lakenhallen. Onder de respondenten waren vele prominente figuren uit de toenmalige kunst- en architectuurscene. De architecten Berlage, De Klerk en Dudok en De Stijl-theoreticus Theo van Doesburg toonden zich – zoals men mocht verwachten – voorstanders van nieuwe, moderne Lakenhallen. Piet Mondriaan daarentegen was verrassend genoeg een andere mening toegedaan: ‘Hoewel ik ben voor het nieuwe, lijkt mij uit esthetisch, kunsthistorisch, nationaal en internationaal oogpunt de herbouw gewenscht’, zo schreef hij.

Piet Mondriaan spreekt zich uit voor de heropbouw van de Lakenhallen, 13 december 1918. (Universiteitsarchief KU Leuven)

De Hallen als huiskamer van Ieper

Het was iets dat de inwoners van Ieper graag zouden gelezen hebben. Voor hen waren (en zijn) de Lakenhallen immers zoveel meer dan een iconisch pand. Het gebouw domineerde niet alleen de skyline van de kleine stad, maar was ook het hart van de plaatselijke gemeenschap: in de Hallen werd er gehuwd, de stadsdiensten waren er gevestigd, er werden handelsforen gehouden en alle grote feesten gingen er door. Voor de Ieperlingen in 1919 lijdt het dus geen twijfel: samen met de rest van de stad moeten ook de Lakenhallen naar hun vooroorlogs uitzicht heropgebouwd worden.
Maar dat is dus buiten de Britse publieke opinie gerekend. Maandenlang dringt de Britse minister van Buitenlandse Zaken er bij de Belgische overheid op aan om minstens een deel van de Ieperse ruïnes te bewaren.

De wederopbouw is begonnen. Veel huizen kregen hun oude uiterlijk terug, maar wel met een gevelsteen met het nieuwe bouwjaar, wat een bevreemdend effect geeft.

Op 14 juli 1919 vindt uiteindelijk in de ruïnenstad zelf een ontmoeting plaats tussen vertegenwoordigers van beide regeringen. Daar wordt beslist om een gebied af te bakenen waar elke herbouw zou verboden worden. Die ‘zone de silence’ bevindt zich pal in het midden van de stad en omvat de ruïnes van de Lakenhallen, de kathedraal, het stadspark en het aanpalende huizenblok. De Ieperse stadsarchitect Coomans die aanwezig is op de vergadering moet het intekenen op het vooroorlogse stratenplan van de stad. Al dan niet bewust ‘vergeet’ hij daarbij het stadspark in de stiltezone op te nemen. Niet aanwezig die 14de juli is de burgemeester van Ieper. Enkele dagen later tekent hij in vlammende bewoordingen protest aan.

De inhuldiging van de Menenpoort op 24 juli 1927. De poort herdenkt de ruim 54.000 gedode maar niet teruggevonden soldaten van het Britse Rijk.

Belgische regering durft niet te kiezen

De ingenomen posities zijn duidelijk: aan de ene zijde de Britse overheid die een deel van Ieper als ruïne bewaard wil zien en aan de andere zijde de Ieperlingen die een integrale heropbouw van hun stad wensen. De Belgische regering bevindt zich daardoor tussen twee vuren: terwijl de Britten bij haar aandringen om het besluit van 14 juli 1919 te officialiseren, kan zij moeilijk haar burgers die al zo te lijden hadden onder de oorlog het recht ontzeggen om hun eigendommen herop te bouwen. Het gevolg is dat de Belgische regering laat aanmodderen. Inmiddels wordt naar het einde van 1919 toe en in de loop van 1920 de Britse ‘bezettingsmacht’ in Ieper steeds verder afgebouwd en dat terwijl de Belgische overheden én steeds meer bewoners naar de stad terugkeren. De burgemeester en zijn administratie laten oogluikend toe dat de bewoners van het huizenblok dat paalde aan de Lakenhallen en kathedraal en dat inbegrepen was in de ‘zone de silence’ er zich opnieuw gaan vestigen. Evenmin beletten zij dat de herbouw van de woningen er een aanvang neemt. Integendeel, er wordt zelfs een nieuw rooilijnenplan aangenomen met het oog op de wederopbouw.

De inhuldiging van het wederopgebouwde belfort, 29 juli 1934.

Britten verleggen aandacht naar bouw Menenpoort

De Britten betreuren dat maar laten het gebeuren. Immers, ze hebben inmiddels hun zinnen gezet op de bouw van een groots monument elders in de stad: de Menenpoort. Deze reusachtige boog zal niet alleen moeten herinneren aan de verdediging van Ieper door de troepen van het Britse Rijk maar moet tegelijk op haar muren de namen vermelden van zijn vermiste militairen. Om dat te realiseren zijn ze afhankelijk van de goodwill van de Belgen en hebben ze de samenwerking van de plaatselijke bevolking nodig. Zonder het aanvankelijk met zoveel woorden te zeggen laten ze dus hun verzet tegen een volledige wederopbouw van Ieper varen. Zo kan op 11 november 1922 de eerste steen gelegd worden voor de heropbouw van de kathedraal en tegen 1930 kan die opnieuw gewijd worden.
Dominiek Dendooven, In Flanders Fields Museum

Bezoektip

In het In Flanders Fields Museum in Ieper loopt tot 15 november 2020 de tentoonstelling ‘Feniks. De wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog’. De tentoonstelling maakt deel uit van het ruimere toeristische programma Feniks2020 waarmee de Westhoek haar wederopbouw herdenkt. Meer info op www.feniks2020.be

Openingsbeeld: Toeristen en Britse militairen op de Grote Markt van Ieper, 15 september 1919. Rechts achteraan, in het puin van de Lakenhallen staat een bord dat aankondigt dat dit ‘Holy Ground’ is. Foto van Antony d’Ypres. (In Flanders Fields Museum)

Lees ook de andere helft van dit boeiende verhaal in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder