Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Zacht en kleverig

27 mei 2020 Siebrand Krul

Asfalt is ouder dan de weg naar Rome. Toch was die weg daar niet van gemaakt. Want hoewel het materiaal al in de grijze Oudheid bekend was, is het gebruik ervan voor bestrating nog betrekkelijk jong. Asphalt noemden de Grieken het. Jodenpek, jodenlijm of lijm van Judea, zo stond het in onze streken vroeger bekend vanwege de oudst bekende vindplaats, de kusten van de Dode Zee

Asfalt is van nature taai, zacht en kleverig. Het werd gebruikt als lijm en om naden mee te dichten maar ook werd het wel medicinaal toegepast. Asfalt is als natuurlijke afzetting te vinden daar waar aardolie door spleten in de aardkorst aan de oppervlakte komt. De lichtere delen van de aardolie verdampen en het zwaardere restproduct asfalt -ook wel bitumen genoemd- blijft achter.
In het begin van de 19de eeuw werd natuurlijk asfaltsteen voor het eerst gebruikt voor de aanleg van wandelpaden in Parijs, Londen en Philadelphia. Het was vooral bij regen spekglad. Omstreeks 1845 werd de Amsterdamse Halsteeg als proef van asfalt voorzien. De paarden die toen nog de koetsen en wagens voorttrokken, gingen er bij bosjes onderuit zodat het al snel weer werd verwijderd. Toen in 1873 de Kalverstraat geasfalteerd zou worden, haastte een oude koetsier zich om die ellende in herinnering te brengen. Zijn paard had in de Halsteeg een been had gebroken en moest worden afgemaakt. Een winkelier ter plekke had hem destijds toegeroepen: ‘Och koetsier, gij zijt al de zeven-en-twintigste vandaag wiens paard valt’.

Drongensesteenweg (N466) tussen Gent en Drongen. In het midden de oude steenweg. Links en rechts de beide rijrichtingen van de huidige asfaltweg. (Spotter 2/Wikipedia, 2012)

‘Het leek wel toverij!’

Het asfalt was ondertussen door Edmund J. De Smedt wel sterk verbeterd. Deze naar de Verenigde Staten geëmigreerde Vlaming staat te boek als de uitvinder van het moderne asfaltbeton. De Smedt ontwikkelde in 1870 een mengsel op basis van natuurasfalt waaraan onder verhitting steenslag en een vulmiddel was toegevoegd. De eerste moderne asfaltweg kwam te liggen in Newark (New Jersey). Al snel werden dat er meer, veel meer.
De Amerikaanse Laura Ingalls, schrijfster van de autobiografisch reeks Het kleine huis op de prairie sprak in 1894 haar verwondering uit over de nieuwe straten: ‘In het centrum van de stad waren de wegen bedekt met een of ander donker goedje dat het anders zo harde geluid van de wielen van de wagens en de hoeven van de paarden dempte. Het leek een beetje op teer en ook wel op rubber maar pappa zei dat het dat niet was. De hakken van de dames lieten deukjes achter in het wegdek die zich vervolgens langzaam weer opvulden. Alsof het leefde. Het leek wel toverij!’

Voetafdruk achtergelaten in het asfalt van Pitch Lake. Dit meer op het eiland Trinidad bevat grote hoeveelheden natuurlijke bitumen. (GettyImages)

Dat dempen van geluid was een van de meest in het ‘gehoor springende’ voordelen van het asfalt. Zo drongen de bewoners van de Haagse Wagenstraat in 1900 aan op de asfaltering van hun straat ‘met het oog op het onhoudbare lawaai, dat de talrijke voertuigen en omnibussen in die straat veroorzaken’. Want het werd steeds drukker in de straten. De snelle opkomst van de auto na 1900 vroeg om meer en betere wegen. Het asfaltbeton maakte het mogelijk. Inmiddels werd asfalt in olieraffinaderijen op grote schaal geproduceerd zodat de afhankelijkheid van verre vindplaatsen voorbij was en de kosten daalden.

Asfalteringswerkzaamheden aan de Catharijnesingel te Utrecht, ter hoogte van de Pasteurstraat: het walsen van het asfalt, 1931. (Utrechts Archief)

Gemotoriseerde bourgeoisie

Bij de introductie van de asfaltweg in Nederland speelde Hendrik Boesewinkel een belangrijke rol. In 1921 richtte hij de N.V. Bitumenweg op die zich in de markt zette als eerste aanbieder van asfaltbestrating. In 1923 verstrekte de stad Amsterdam, waar men het onderhoud aan de wegen door het toenemende autoverkeer maar amper kon bijbenen, de eerste opdracht. Het ging om de asfaltering van de Stadhouders- en de Nassaukade. Om de klus te klaren durfde Boesewinkel het aan de kostbare asfaltmenginstallatie die daarvoor nodig was aan te schaffen. Vanuit de Verenigde Staten haalde hij er een naar Nederland, een Cummer, de eerste op het Europese continent.
Sindsdien is de opmars van het asfalt onstuitbaar gebleken. Was het dan alleen maar halleluja? Nee dus. Asfalt werd in jaren zestig het symbool van de toenemende dominantie van de auto, de ‘heilige koe’. De linksradicale Amsterdamse Provo-beweging lanceerde in 1965 in een manifest de term ‘asfaltterreur’: ‘Amsterdammers! De asfaltterreur van de gemotoriseerde bourgeoisie heeft lang genoeg geduurd. Dagelijks worden mensenoffers gebracht voor de nieuwste autoriteit waaraan het klootjesvolk zich heeft overgeleverd: de auto-autoriteit’. Als ‘tegenaksie’ lanceerde Provo het witte fietsenplan, dat overigens jammerlijk mislukte.
Harry Stalknecht

Openingsbeeld; Inbedrijfstelling van een asfalteermachine, opgesteld bij Fort De Bilt, tijdens de werkzaamheden ten behoeve van de doortrekking van de Biltstraat te Utrecht door het fort, 1928. (Utrechts Archief)

Lees het volledige artikel, en nog veel meer, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder