Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Pastoor De Smet en corona

27 mei 2020 Siebrand Krul

De coronacrisis die al enkele maanden wereldwijd toeslaat, ontlokt vaak de vergelijking met de Spaanse griep, die in 1918 en 1919 alleen in België al bijna 300.000 slachtoffers maakte en in Nederland 30.000, of met cholera-epidemieën in de 19de eeuw. Maar ze doet ook denken aan wat indianen meemaakten met ziekten die Europeanen meebrachten.

In de 18de en 19de eeuw brachten kolonisten besmettelijke ziekten als mazelen, pokken en cholera naar Noord-Amerika, daar tot dan onbekend. Via de pelshandel van de blanken bereikten de ziekten al gauw epidemische vormen, met massale sterfte tot gevolg.

Doosje met kruisjes van choleraslachtoffers (Archief Gasthuiszusters-Augustinessen Antwerpen/Asse)

Ook de bekend ‘indianenpater’ Pieter Jan De Smet was getuige van de ravages die vooral aan de pokken te wijten waren. Onder meer in het midden van de jaren 1820 en opnieuw tien jaar later, in het midden van de jaren 1830, eiste de kinderziekte een hoge tol. De Smet schrijft erover in zijn brieven, die een grote verspreiding kenden via zijn publicaties en dat zowel in het Engels en het Frans, als in het Nederlands en zelfs het Italiaans. Volgend citaat komt uit een brief die De Smet op 4 februari 1841 aan een confrater stuurde en die werd opgenomen in Reis naar het Rotsgebergte (Rocky-Mountains), 1840-1841 (Deventer, 1842), een eerste Nederlandse uitgave van De Smet:

Een boomgraf van de Assiniboine van de hand van de Zwitserse schilder Karl Bodmer, die op het moment van epidemie daar aanwezig was. (Library of Congress. Digital Collections)

‘‘s Anderendaags ging het door een woud, op de boorden der Missouri, die in 1835 winterkwartier verleend had aan de Dikbuiken [Gros Ventres/Hidatsa], de Arikara’s en de Mandanen [Mandan]. Daar werden die onzalige volken aangetast van de besmettende ziekte die in dat jaar schrikbare verwoesting onder de Indische stammen aanrigtte, stervende vele duizenden hunner aan de kinderpokken. Wij bespeurden doortrekkende de meeste lijken, in buffelhuiden gewikkeld en geknoopt aan de takken der grootste boomen. Dat wilde kerkhof bood een ijslijk treurig gezicht.’
(KU Leuven)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder