Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Het drama Bloch

04 mei 2020 Siebrand Krul

Een zwarte dag was het voor velen, toen twaalf jaar terug patisserie Bloch na ruim honderd jaar in Gent voorgoed de deuren sloot. Vervlogen waren de zalig zoetige banketgeuren in de Veldstraat die passanten naar binnen lokten - het vast cliënteel bleef verweesd achter. Enkel tijdens de Tweede Wereldoorlog ging de zaak eerder al eens dicht; een deel van de Joodse bakkersfamilie vluchtte toen naar New York, anderen werden gedeporteerd en kwamen nooit terug.

Wanneer de Duitsers in mei 1940 België binnenvallen, slaat bakker Rodolphe Bloch onmiddellijk met zijn vrouw Alice en kinderen Nicole en Jacques op de vlucht. De beslissing verdeelt de familie. Zijn schoonmoeder Sophie Loeb, weduwe van Benjamin Bloch, wil mee, maar met de reiskoffer al in de hand bedenkt ze zich. Vreest ze op haar 67ste de vluchters te veel tot last te zijn? Of wil ze niet weg zonder haar andere dochter?
Margot was al uit Brussel naar Frankrijk gevlucht en zit vast door een bombardement op het station van Kortrijk; pas in september 1940 geraakt ze weer thuis. Intussen heeft Sophie met de hulp van Rodolphe’s vader Max de Boulangerie Alsacienne weer geopend. Rodolphe belandt met zijn gezin na een lange zwerftocht door Frankrijk, Spanje en Portugal in New York, niet in Londen zoals gehoopt. En voor vijf jaar, niet voor een paar weken.

De Boulangerie Alsacienne in de Gentse Veldstraat omstreeks 1920. (Verzameling J. Bloch)

Registratie, confiscatie, deportatie

In België nemen de Duitse maatregelen tegen de Joden toe, ook in Gent. In totaal vaardigt de bezetter achttien anti-Joodse verordeningen uit. Inschrijving in een speciaal register wordt verplicht. In het voorjaar van 1941 moeten ze ter herkenning de davidster dragen en al hun bezittingen en ondernemingen aangeven. Meer en meer worden die hen ook ontnomen en onder Duits bewind geplaatst; de Joden worden economisch gebroken en van de bevolking afgezonderd. De volgende fase is de deportatie. In augustus 1942 krijgen Margot en haar man Marcel Levy een Arbeitseinsatzbefehl om zich in de kazerne Dossin in Mechelen aan te melden voor tewerkstelling in Duitsland. Ze gaan er op in om – tegen de propaganda in ‘te tonen hoe hard Joden kunnen werken’. In werkelijkheid worden ze weggevoerd naar Auschwitz en zullen het vernietigingskamp niet overleven.

De patisserie kort voor de sluiting in maart 2008. Tien jaar later installeerde de Duitse kunstenaar Gunter Demnig er op het trottoir drie Stolpersteine of struikelstenen met de namen van de omgekomen familieleden. (Foto Storm Calle)

Diezelfde zomer plaatst de Duitse bezetter de patisserie onder sekwester en wordt Freiherr von Wangenheim als beheerder aangesteld. Hij verbant Sophie meteen naar de tweede verdieping, het wordt haar almaar moeilijker gemaakt, de druk om te verhuizen neemt toe. Enkele maanden later zetten de Duitsers de boulangerie te koop, maar de Gentse kandidaten haken af wanneer ze horen hoe de situatie is; Paul Verhelst, een Duitsgezinde uit Kortrijk heeft er geen probleem mee en neemt als exploitant in februari 1943 zaak in handen. Kort voordien is Sophie listig naar de Kommandantur in Brussel gestuurd; daar wordt ze meteen na aankomst in het Noordstation gearresteerd en vanuit Mechelen naar Auschwitz op transport gezet. Ook de bejaarde Max Bloch wordt opgepakt, maar ontsnapt aan de deportatie. Tussen 1942 en 1944 worden meer dan 25.000 Joden uit België naar Auschwitz gevoerd. Slechts vijf procent overleeft. Rodolphe keert na de bevrijding met zijn gezin vanuit New York terug naar Gent om de bakkerij weer uit te baten.

Boulangerie Viennoise Bloch Frères in de Veldstraat in Gent omstreeks 1910, Sophie poseert met haar verkoopsters. (Verzameling J. Bloch)

Prangend actueel

Toegankelijk gebracht en historisch goed onderbouwd, maakt het boek van Tina De Gendt en Karel Van Keymeulen, ‘Het verhaal van de familie Bloch. Een Joodse patissier op de vlucht tijdens de Tweede Wereldoorlog’ (Uitgeverij Lannoo, 2019) de escalatie van de Jodenvervolging in België voor en tijdens de oorlogsjaren heel aanschouwelijk, aan de hand van het pregnante verhaal van één familie, nog aangrijpender gemaakt door de intense herinneringen van de inmiddels 91-jarige Jacques Bloch en enkele bewaarde brieven. Onder de extreme omstandigheden leidt een mix van keuzes, geluk en blind toeval de enen naar de redding, de anderen naar de ondergang, steeds overgeleverd aan het moreel geweten van elkeen die hun pad kruist.

Identiteitskaart van Sophie Bloch-Loeb. (Verzameling J. Bloch)

Het boek raakt impliciet actuele thema’s aan als: mensen op de vlucht, zoeken naar zondebokken, vervolging van minderheden op grond van geloof of ras. Ook vandaag dringen morele afwegingen of keuzes zich op. Doorwegend motief voor de publicatie is de groeiende Jodenhaat in Europa, zichtbaar in het toenemend aantal antisemitische incidenten; in België stijgen de door Unia geregistreerde incidenten sinds 2008 – in 2018 verdubbelden ze bijna van 56 naar 101. In Gent werd het Michaël Lustig- monument, met daarnaast de namen van de 67 gedeporteerden, in november 2018 voor de derde keer in korte tijd zwaar beschadigd, enkele dagen voor de jaarlijkse Kristallnacht-herdenking.

Margot Bloch voor de winkel in de Veldstraat. (Verzameling J. Bloch)
Drie Stolpersteine of struikelstenen ter hoogte van de verdwenen Bloch-panden.

Elzas in Gent

In 1899 opende Benjamin Bloch in de Gentse Veldstraat een filiaal van het bakkersbedrijf Bloch Frères (de broers Bernard en Max, zonen van de stichter Isaac, uit een andere familietak in het Saarland). Hij zelf was de zoon van een veehandelaar uit Mackenheim in de Elzas. Na diens zelfmoord trok zijn moeder met haar kroost naar Charleroi waar ze reeds een kleine bakkerij uitbaatten. Andere bakkerijen van Bloch Frères waren te vinden in Brussel, Luik, Antwerpen en Oostende. De luxueuze winkels kregen het opschrift ‘Boulangerie Viennoise’, verwijzend naar de Weense herkomst van de boter- en suikerkoeken, tot op vandaag bekend als ‘viennoiserie’, die toen nergens elders te koop waren. Op initiatief van Benjamins vrouw, Sophie Loeb, kwam er omstreeks 1905 als primeur een verbruikerssalon bij, een ontmoetingsplaats voor de lokale bourgeoisie.

Na WO I, toen alles wat verwees naar Duitsland en zijn bondgenoten het in België had verkorven, werd de naam gewijzigd in ‘Patisserie Alsacienne’, naar de herkomst van Benjamin. Dat klonk goed omdat de Elzas door de oorlog weer in Franse handen was gevallen. Gevel en interieur imiteerden de vakwerktraditie uit de Elzas. Na zijn huwelijk met Benjamins dochter Alice nam Rodolphe, zoon van Max, de zaak in 1925 over en nam die in 1946 ook weer in handen tot Jacques in 1958 de fakkel overnam. De patisserie werd in 1956 en 1975 uitgebreid met de aangrenzende panden. Bloch was een begrip in Gent en ver daarbuiten; de winkel bleef artisanaal brood en banket aanbieden; Joodse specialiteiten en Israëlische producten benadrukten haar oorsprong, tot het onverwachte einde op 29 maart 2008. Of toch niet helemaal: nieuwe initiatieven laten de merknaam in de bakkerswereld voortleven. www.bloch1899.be
André Capiteyn

Lees het volledige artikel, en nog veel meer, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder