Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Gentse rivaliteit

04 mei 2020 Siebrand Krul

Als enige Vlaamse stad telde Gent niet één maar twee benedictijnenabdijen op wandelafstand van elkaar: de Sint-Baafsabdij - ontstaan als het Ganda-klooster, bij de samenvloeiing van Leie en Schelde, en de Sint-Pietersabdij - het vroegere Blandinium op de gelijknamige heuvel in het zuiden. Beide ontplooiden zich tot rivaliserende machtscentra – Sint-Pieters haalde het overwicht en schreef mee aan de geschiedenis van Vlaanderen, totdat de Franse revolutionairen er een punt achter zetten.

Voor ze uitgroeiden tot abdijen speelden de Gentse kloostergemeenschappen in de Vroege Middeleeuwen een hoofdrol in de verspreiding van het christendom in de Schelderegio. Eeuwenlang waren ze, in hechte relatie met graven en vorsten, de culturele en economische gangmakers, gaandeweg ingehaald door de ondernemende stedelingen. Ook toen nog verzekerde de sterke band tussen de wereldlijke en de religieuze macht met ups and downs hun invloedrijke rol in de middeleeuwse samenleving.

De Sint-Baafsabdij op de tekening van Gent in de Codex Iconographicus Flandriae uit 1562. Voor de kerk staat geschreven: ‘Abba(a) mon(m) S(ti) Bavon ord. S.Benedicti’ (De abdij van Sint-Baafs van de orde van Sint-Benedictus). (Bayerische Staatsbibliothek, München)

Amandus bekeert

De Gentse abdijen groeiden uit twee Merovingische monasteria, die nauw verbonden waren met het ontstaan en de ontwikkeling van de stad. De oprichting ervan maakte deel uit van de kerstening van Vlaanderen in de 7de eeuw, met als belangrijkste zendeling de uit Aquitanië afkomstige Amandus, die de hand had in beide stichtingen. Volgens zijn heiligenleven of Vita was er in de Scheldegouw veel weerstand tegen zijn bekeringswerk en poogde de vijandige bevolking hem zelfs te verdrinken. Amandus genoot echter de steun van de Frankische koning Dagobert I en bisschop Acharius van Noyon-Doornik. Blandinium ontstond wellicht als een soort missiepost op een geschonken koninklijk domein op de Blandijnberg aan de Schelde ten zuiden van de latere stad. Sint-Baafs groeide uit een kerk gesticht in de nederzetting Ganda, aan de samenvloeiing van Leie en Schelde. Oorspronkelijk heette dit klooster ook Ganda, maar vanaf 864 werd het vernoemd naar een van Amandus’ volgelingen, de heilige Bavo, die een tijdlang als kluizenaar in de omgeving had verbleven en wiens lichaam kort na zijn dood overgebracht werd naar het klooster.

Rond de abdij ontwikkelde zich het afhankelijke Sint-Baafsdorp of de Sint-Baafsstede, afgebeeld op Het panoramisch gezicht op Gent in l534, kort voor de afbraak door keizer Karel V in 1540.

Leven volgens de regels van Benedictus en Columbanus

Over de vroegste jaren van beide kloosters is weinig met zekerheid bekend, omdat de bronnen grotendeels herschreven werden in de 10de/11de eeuw, toen tussen de twee instellingen een verbeten rivaliteit heerste rond de vraag wie zich de eerste, oorspronkelijke stichting van Amandus mocht noemen; tot oorkonden toe werden vervalst in de competitieslag. Als gevolg van de populaire cultus rond de heilige Bavo was Sint-Baafs voor de invallen van de Vikingen manifest veel rijker dan Sint-Pieters. In de vroege 9de eeuw waren ze beide bevolkt door geestelijken die waarschijnlijk het zogenoemde Iro-Frankisch monachisme volgden, een combinatie van de orderegels van Sint-Benedictus en de Ierse abt Columbanus. Als Karolingische rijkskloosters werden ze ingeschakeld in de politiek van de Frankische vorst en geleid door een lekenabt, met als bekendste Einhard, de biograaf van Karel de Grote.

De heilige Amandus in het Gentse neringboek van de timmerlieden. (Archief Gent)

De invallen van de Noormannen in de 9de eeuw waren nefast voor de Sint-Baafsabdij. Weerloos gelegen aan de waterwegen werd ze tot tweemaal toe verwoestend aangevallen, in 851 en 880, en lag er nadien decennialang verlaten bij. De kloosterlingen vonden een toevlucht in Laon, in het noorden van Frankrijk, van waaruit ze pas voor het jaar 937 terugkeerden. De langdurige afwezigheid had verstrekkende gevolgen voor de verhouding tussen beide abdijen. Sint-Baafs zou haar vroegere positie niet meer kunnen herwinnen en overschaduwd worden door Sint-Pieters. In die jaren desintegreerde het West-Frankische rijk en ontstond het graafschap Vlaanderen. Sint-Pieters ontpopte zich tot het religieuze centrum van het graafschap, in korte tijd groeide ze uit tot de rijkste kerkelijke instelling in Vlaanderen, haar status was onbetwistbaar. Meest sprekend is het ceremonieel rond het aantreden van een nieuwe Vlaamse graaf. Die ging steeds eerst naar de abdij van Sint-Pieters, een traditie die ook later door alle nieuwe vorsten van de Nederlanden werd gevolgd. Onder ede bevestigde hij er haar vrijheden en rechten, pas daarna maakte hij zijn Blijde Intrede in de stad en ontving hij de investituur in zijn hoge ambt.

De ruïnes van de Sint-Baafsabdij vormen sinds 1882 het Museum voor Stenen Voorwerpen, met een rijke verzameling grafzerken en architectonische elementen van verdwenen monumenten.

Verreikende macht

Vooral graaf Arnulf I (918-965) spande zich in om de abdij als mecenas meer luister en aanzien te geven. In 941 besliste hij de kanunniken te vervangen door monniken, aan wie de Regel van Benedictus werd voorgeschreven. Eerste abt was de Lotharingse kloosterhervormer Gerard van Brogne onder wie de Sint-Pietersabdij uitgroeide tot een belangrijk hervormingscentrum met een uitstraling tot ver buiten de grenzen van het graafschap; vele belangrijke geschriften kwamen er tot stand. Tal van goederen, door zijn vader geüsurpeerd, schonk graaf Arnulf I terug en voegde er diverse nieuwe schenkingen aan toe. Hij liet ook prestigieuze relieken van heiligen overbrengen en startte op het einde van zijn leven een grote bouwcampagne. Tussen 960 en 979 werd daarbij een driebeukige kerk opgetrokken. Ten westen daarvan lag een groot atrium, een door galerijen omringd binnenhof dat fungeerde als begraafplaats voor edelen. Op die manier kregen zij een laatste rustplaats dicht bij de abdijkerk, die sinds begin 10de eeuw voor de grafelijke familie was gereserveerd; van 918 tot 1035 kregen vrijwel alle graven en gravinnen er een praalgraf (alle verdwenen tijdens de Beeldenstorm), hetgeen gepaard ging met tal van schenkingen en andere gunsten. Als gevolg daarvan had Sint-Pieters midden 11de eeuw meer landgoederen in bezit dan Sint-Baafs, tot in Engeland toe.

Paus Martinus (649-654) overhandigt in aanwezigheid van de Frankische koning Dagobert I (629-639) een bulle aan twee geknielde benedictijnen van de Sint-Pietersabdij. Miniatuur uit het Cartularium of Privilegie-boek van de Sint-Pietersabdij uit 1460 dat een overzicht biedt van alle door kerkelijke en wereldlijke heersers verleende privileges. (Rijksarchief, Gent)

Zo beschikte de abdij over een aanzienlijk domein in Lewisham bij Londen, geschonken door Dunstan, de abt van Glastonbury, die in 956 naar Vlaanderen was gevlucht en in de abdij onderdak had gekregen. Na twee jaar keerde hij terug naar Engeland en bracht er als aartsbisschop van Canterbury met de benedictijnse observantie het monastieke leven tot bloei.

Na de Beeldenstorm werd de Sint-Pietersabdij heropgebouwd, nu gedomineerd door de barokke monnikenkerk; daarnaast stond nog de gotische parochiale Onze-Lieve-Vrouwekerk. Eind 18de eeuw hief het Franse bewind de abdij op. Enkel de abdijkerk en de centrale gebouwen overleefden de sloop. Na 1950 werden ze gerestaureerd en kregen een culturele bestemming. Gravure van Antonius Sanderus in in Flandria Illustrata (1641).


Tot in de 13de eeuw speelde de Sint-Pietersabdij een sleutelrol in het economische leven. Daarna nam haar belang langzaamaan af, tot op de rand van het bankroet vooral als gevolg van slecht bestuur. Nieuwe bedelorden zoals de dominicanen en de franciscanen boden een beter antwoord op de groeiende noden van de verstedelijkte samenleving.
André Capiteyn

Lees de andere helft van dit boeiende artikel, en nog veel meer over de benedictijnen, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder