Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De oorlog die bleef

04 mei 2020 Siebrand Krul

ederland en Nederlands-Indië staan voor grote uitdagingen als de Tweede Wereldoorlog ten einde is. Veel is verwoest en overal heerst schaarste. Een groot aantal Nederlanders keert niet terug uit vernietigings- en concentratiekampen, krijgsgevangenschap of van de arbeidsinzet. Duizenden mensen leven in grote onwetendheid over wat er precies is gebeurd met hun vermiste naasten.

De collectie van het Nationaal Archief in Den Haag herbergt verschillende archieven die in de jaren na de oorlog tot stand zijn gekomen en waarin informatie over vermiste en vermoorde Nederlanders verzameld is. Maar ook in archieven die met een heel ander doel zijn gevormd, kunnen gegevens terug te vinden zijn, die een deel van de geschiedenis van een vermist of vermoord iemand blootleggen. Al die documenten vormen een belangrijke bron van informatie voor de directe nabestaanden. Maar ook nu nog gaan tweede of derde generatie verwanten van oorlogsslachtoffers op zoek naar sporen van hun familie in de archieven.
Daarbij komt dat in Nederland naar schatting ongeveer 1.500 mensen die tijdens de Duitse bezetting vermist zijn geraakt, nog niet (terug)gevonden zijn. Nabestaanden weten tot op heden niet wat er met hun dierbaren is gebeurd. De Dienst Identificatie en Berging van de Koninklijke Landmacht is daarom vandaag de dag nog altijd bezig met het opsporen, bergen en identificeren van slachtoffers. Bij hun zoektocht maken zij ook veel gebruik van archiefmateriaal, onder andere de oorlogsarchieven uit de collectie van het Nationaal Archief.

Massagraf te Waalsdorp. Stoffelijk overschot van een man wordt weggedragen in een kist, augustus 1945. (Fotograaf: Piet van der Ham/Anefo/Nationaal Archief)

De duinen van Scheveningen

In de late namiddag van 6 november 1944 stappen twaalf gewapende Duitse militairen uit auto’s. Onder aanvoering van een officier leiden ze vervolgens drie gevangenen naar een duin links van de weg die naar de Waalsdorpervlakte voert, niet ver van een betonnen muur. Daar worden de gevangenen neergezet op ongeveer vijftig centimeter van elkaar. Daartegenover op vijf meter afstand positioneren de militairen zich en maken hun geweren in orde.
‘U bent terzake den Höheren Polizei- und SS-Führer ter dood veroordeeld en het vonnis zal thans voltrokken worden’, zo verklaart de officier in het Duits. Na zijn bevel ‘Fertig machen’ en ‘Feuer’ vuurt elk van de twaalf militairen een schot af op de gevangene die hem van tevoren is aangewezen. Vervolgens geeft de pelotonscommandant elk van de drie nog een ‘genadeschot’ in het hoofd. Tegen de aanwezige dokter meldt hij dat de executie is volbracht (‘Exekution durchgeführt’). Deze arts constateert vervolgens de dood bij alle drie de mannen.

Beschrijving van het stoffelijk overschot van Boy Ecury, zoals aangetroffen door de Dienst Identificatie en Berging in november 1946. (Nationaal Archief/Archief Bureau/Sectie Gravendienst en Dienst Identificatie en Berging van de Landmacht)

Hoe weten we dit zo precies?

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland wordt Alfred Rest, officier bij de Ordnungspolizei en commandant over verschillende executiepelotons, opgepakt. Net als heel veel anderen die worden verdacht van oorlogsmisdaden of collaboratie. Om een beeld te krijgen van wat iemand heeft gedaan, verzamelen lokale Politieke Opsporingsdiensten zoveel mogelijk bewijsmateriaal en worden veel getuigen gehoord. En uiteraard moeten de verdachten zelf ook een verklaring afleggen. Op het moment dat er voldoende aanleiding is om iemand op grond van zijn/haar handelen tijdens de oorlog aan te klagen, wordt diegene voor een Tribunaal of een van de vijf Bijzondere Gerechtshoven gebracht. Alle documenten en het verzamelde bewijsmateriaal zijn terechtgekomen in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) dat sinds 2001 deel uitmaakt van de collectie van het Nationaal Archief in Den Haag. Het behoort daar tot de meest geraadpleegde archieven en de belangstelling ervoor neemt nog steeds toe.

Portret uit de levensbeschrijving van Boy Ecury, opgenomen in een van de ‘Doodenboeken’, na de oorlog samengesteld door de Stichting Oranjehotel. Er zijn vier van deze ‘Doodenboeken’ gemaakt, met daarin 740 portretfoto’s en korte levensbeschrijvingen van gefusilleerde gevangenen uit het Oranjehotel. (Nationaal Archief/Archief Stichting Oranjehotel, Doodenboeken)

Identificatie

Ook Alfred Rest moet zich, als Duitse officier en prominente commandant over verschillende executiepelotons, verantwoorden voor zijn daden tijdens de oorlogsjaren. Een groot aantal getuigen legt belastende verklaringen tegen hem af. Zelf krijgt hij ook de gelegenheid om te vertellen wat hij heeft gedaan en te reageren op de beschuldigingen. Over de executie die op 6 november 1944 plaatsvindt, verklaart Rest: ‘Eigenlijk had ik de executies moeten voltrekken op de Waalsdorpervlakte te Scheveningen, doch ik wist dat daar reeds executies waren voltrokken en ik wilde niet dat wij bij het graven van het graf eventueel konden stoten op oude graven. Daarom zocht ik een geschikte executieplaats in de duinen nabij de Waalsdorpervlakte en vond deze plaats tegen een duin links van de weg die naar de Waalsdorpervlakte voert en wel op korte afstand van een zich aldaar bevindende betonnen muur.’ Daarna beschrijft hij tot in detail de gang van zaken bij de executies, zoals hierboven is gemeld. Vervolgens moet Alfred Rest eigenhandig laten zien waar hij de slachtoffers van zijn executies heeft laten begraven. In november 1946 wijst hij ‘in de duinen nabij de Waalsdorpervlakte (…) een drietal graven [aan], welke bij opening in totaal dertien lijken van ons onbekende personen bleken te bevatten’. Aanvullende informatie van Rest maakt duidelijk dat het bij een van deze graven gaat om drie Rotterdamse verzetsstrijders. Henk Brantenaar, lid van het verzet uit Rotterdam-Zuid, identificeert vervolgens in januari 1947 een van de lichamen ‘aan de hand van staaltjes der kleeding en gebitstatussen’ als dat van Boy Ecury.

Grafsteen van Segundo Jorge Adelberto (Boy) Ecury op de R.K. begraafplaats in Oranjestad op Aruba. (Fotograaf onbekend. Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad)

Wie was Boy Ecury?

Segundo Jorge Adelberto (Boy) Ecury wordt geboren op 23 april 1922 op Aruba. Hij is het zevende kind in een gezin van uiteindelijk in totaal dertien kinderen. Na zijn middelbareschooltijd vertrekt hij in 1937 naar Nederland. Daar doet hij een handelsopleiding aan het St. Louis Instituut in Oudenbosch. Maar dan vallen Duitse legers Nederland binnen en wordt het land bezet. Boy raakt al snel betrokken bij tal van verzetsactiviteiten in Tilburg en Oisterwijk. Door die acties raakt zijn signalement in de loop van de oorlog steeds meer bekend bij de Duitse bezetter. Uiteindelijk wordt de situatie te gevaarlijk voor hem en vertrekt hij naar het westen van Nederland en komt terecht bij de knokploeg (K.L.) Rotterdam-Zuid.
De contacten die Boy Ecury daar legt, zullen hem niet lang daarna fataal worden. Kees Bitter, ook actief in de K.L. Rotterdam-Zuid, wordt door de Duitse bezetter gearresteerd in oktober 1944. De Sicherheitspolizei weet hem zover te krijgen dat hij als hun informant gaat optreden.
Als Boy Ecury op zondag 5 november 1944 samen met ‘Tonny’ Brantenaar na de mis op de Mathenesserlaan langs het gebouw van de Sicherheitspolizei loopt, wijst Bitter ze van achter het gordijn aan. Allebei worden ze gearresteerd en overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen (het ‘Oranjehotel’). Er volgt voor de vorm nog een soort proces, maar de uitslag ervan ligt al bij voorbaat vast. De volgende dag wordt Boy Ecury, samen met twee andere leden van de K.P. Rotterdam-Zuid gefusilleerd bij de Waalsdorpervlakte.

Herbegrafenis op Aruba

De familie en kennissen van Boy Ecury zijn na de oorlog in eerste instantie nog een tijdje onwetend over wat er precies met hem is gebeurd. Om meer te weten te komen, sturen ze onder andere brieven naar het Informatiebureau van het Nederlandse Rode Kruis. Uiteindelijk leidt de getuigenis van Alfred Rest tot het opgraven van het lichaam van Boy Ecury en kan hij worden geïdentificeerd. Bijna direct na die identificatie door Henk Brantenaar laat de familie het lichaam van Boy naar Aruba overbrengen. Daar vindt een begrafenis met militaire eer plaats op de rooms-katholieke begraafplaats in Oranjestad. Twee jaar later onthult men in Oranjestad aan de Julianastraat, op de kruising met de George Madurostraat, een monument ter nagedachtenis aan de verzetsheld Boy Ecury. Postuum krijgt Ecury in 1984 het Verzetsherdenkingskruis toegekend.
Arjan Poelwijk, Nationaal Archief

Tentoonstelling De oorlog die bleef – de nasleep van de Tweede Wereldoorlog in Nederland
Nationaal Archief, Den Haag

In 2020 is het 75 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het Nationaal Archief bewaart met zo’n negen kilometer documenten de grootste collectie oorlogsarchieven van Nederland. Dit zijn de meest geraadpleegde archieven uit de collectie.
De belangstelling hiervoor neemt nog elk jaar toe. Daarom stelt het Nationaal Archief deze archieven centraal in de nieuwe expositie De oorlog die bleef, over de nasleep van de oorlog. Aan de hand van documenten en foto’s worden persoonlijke geschiedenissen verteld over de berechting van collaborateurs, mensen die terugkeerden uit de concentratiekampen,
de identificatie van omgebrachte personen en over hoe de naoorlogse periode door mensen uit Nederlands-Indië werd beleefd.
Meer info: www.nationaalarchief.nl/woii
Op het moment van schrijven is de tentoonstelling helaas nog gesloten voor publiek vanwege overheidsmaatregelen tegen de corona-uitbraak. Van de tragische geschiedenis van Boy Ecury heeft het Nationaal Archief ook een online verhaal gemaakt; zie nationaalarchief.nl/woii

Openingsbeeld: Massagraf te Waalsdorp. Duitse oorlogsmisdadigers en Nederlandse collaborateurs geven aanwijzingen waar slachtoffers begraven liggen en doen zelf het graafwerk. Nederlandse politie houdt toezicht. Canadese soldaten kijken toe. Augustus 1945. (Fotograaf: Piet van der Ham/Anefo/Nationaal Archief)

Lees het volledige artikel, en nog veel meer, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder