Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Abdij van Egmond

04 mei 2020 Siebrand Krul

Ergens in de zomer omstreeks het jaar 925 verzamelde zich een grote menigte uit de wijde omgeving bij een houten kerkje in het dorpje Egmond om getuige te zijn van een bijzondere gebeurtenis: het opgraven van de beenderen van de heilige Adalbertus om deze te kunnen overbrengen naar een nieuw gebouwd kloostertje zo’n kilometer verderop.

Wat velen hoopten gebeurde, want toen de heilige omhoog werd getild, vulde het graf zich met helder water dat weldra een bijzondere geneeskrachtige werking bleek te hebben voor blinden en bezetenen. Wederom een bewijs dat Adalbertus een bijzondere heilige was, die grote wonderen kon verrichten.
Niemand van de aanwezigen had overigens Adalbertus persoonlijk gekend. Volgens de overlevering was hij in 690 samen met Willibrord, de apostel der Nederlanden, met elf andere monniken vanuit Ierland de Noordzee overgestoken om de heidense Friezen, die toentertijd de gehele kuststrook tussen Duitsland en Zeeland bevolkten, te bekeren. Na zijn overlijden werd hij begraven in een door de plaatselijke bevolking gebouwd houten kapelletje.

9de-eeuws evangelieboek geschonken door graaf Dirk II en zijn echtgenote Hildegard van Vlaanderen ter gelegenheid van de inwijding van de nieuwe abdijkerk omstreeks 955. Het echtpaar legt het boek op een altaar. Op de achtergrond een schematische voorstelling van de nieuwe kerk. Linksboven de tekst ‘Dit boek is geschonken door Dirk en zijn geliefde vrouw Hildegard aan de gezegende vader Adalbertus opdat hij hen rechtvaardig zal gedenken in eeuwigheid’.

Een goede samenwerking

De translatie van Adalbertus gebeurde op last van de Westfriese/Hollandse graaf Dirk I, die gebruikmakend van de chaos als gevolg van de ineenstorting van het Karolingische rijksgezag, vastbesloten was een nieuwe dynastie te vestigen in de kuststrook. Daarvoor, zo meende hij, was de hulp van een lokale heilige nodig, die blijk had gegeven over wonderbaarlijke krachten te bezitten. Veel keuze had hij niet, want het aantal heiligen in deze uithoek van de beschaafde wereld was dun gezaaid, zodat hij dus genoegen moest nemen met Adalbertus. Eenmaal ter ruste gelegd in zijn nieuwe graf, werd de verering van de heilige toevertrouwd aan enkele nonnen, een in die tijd geen ongewoon gebruik, omdat de gezaghebbende paus Gregorius de Grote (590-604) had verklaard dat in de hemel beter naar het gebed en gezang van vrouwen werd geluisterd dan dat van mannen. Uiteraard werd van de vrouwen ook verwacht dat zij zouden bidden voor het succes en het zielenheil van Dirk I, zijn familie en nakomelingen voor wie in het klooster de laatste rustplaats was gereserveerd.

De abdij van Egmond in zijn gloriedagen. Geschilderd door Claes Jacobsz van den Heck in 1638 op basis van oudere afbeeldingen. (Rijksmuseum Amsterdam)

Hulp uit Gent

Erg lang hebben de nonnen het klooster niet bewoond. Omstreeks 955 gaf Dirks zoon, graaf Dirk II, opdracht het houten klooster te vervangen door een stenen kerk met bijgebouwen. Tegelijkertijd wist hij graaf Arnulf van Vlaanderen en de abt van de prestigieuze Sint Pietersabdij in Gent over te halen enkele benedictijner monniken naar Egmond te sturen om de nonnen te vervangen. De keuze voor Vlaanderen en Gent was niet verrassend. Als kind was Dirk II toevertrouwd aan de zorgen van Arnulf, wiens dochter Hildegard hij zou huwen. Van haar kreeg hij enkele kinderen, onder wie Arnulf die zijn vader in 988 zou opvolgen.

De restanten van de in 1573 verwoeste abdij van Egmond. Tekening van Cornelis Pronk, ca. 1725. (Regionaal Archief Alkmaar)

Van de monniken, die enkele relieken van Sint Bavo, de patroonheilige van Gent en de Sint Baafsabdij, hadden meegenomen, hadden Dirk II en zijn nakomelingen grote verwachtingen. Vanzelfsprekend dienden zij de regel van Benedictus stipt na te leven, zorg te dragen voor de verering van Adalbertus, inmiddels de beschermheilige van het Westfriese/Hollandse gravenhuis, de opleiding van nieuwe monniken en geestelijken te verzorgen, een grote bibliotheek op te zetten en uiteraard de overleden graven en hun gezinsleden op hun sterfdag te herdenken. Maar daar bleef het niet bij. Omdat de monniken in die tijd min of meer de enigen waren die konden lezen en schrijven, moesten zij de graven met raad en daad bijstaan door onder andere voor hen gewichtige zaken op papier te zetten, hen te vergezellen op diplomatieke of representatieve missies of namens hen onderhandelingen te voeren. Zo werd de abt van Egmond na de moord op graaf Floris V in 1296 naar Engeland gestuurd om het Engelse hof op de hoogte te brengen van deze tragedie en Jan, het minderjarig zoontje van Floris, die was uitgehuwelijkt aan Elisabeth, de dochter van koning Eduard I, mee naar huis te nemen. Zonder Jan keerde de abt terug, maar wel met het grote (volkomen verzonnen) nieuws dat hij tijdens zijn verblijf aldaar had vernomen dat Adalbertus de broer was van de heilige koning Edmund de Martelaar die in 869 door de Vikingen was vermoord, en dat hij 37 jaar als koning over Engeland had geregeerd.

Het huidige abdijcomplex. (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

Tanende invloed

Tegen de tijd dat de abt naar Engeland afreisde, was de glorietijd van Egmond als het intellectuele en spirituele centrum van Holland al lange tijd tanende. Een veeg teken was de oprichting in 1133 door gravin Petronilla van Saksen, de weduwe van graaf Floris II en regentes van haar zoontje Dirk VI, van de benedictinessenabdij van Rijnsburg. Uitsluitend adellijke jonkvrouwen konden hier intreden. Petronilla liet zich hier begraven en sindsdien zijn bijna alle graven en gravinnen van het Hollandse Huis, dat met de dood van Jan I in 1299 ten einde kwam, hier begraven. Zeven jaar later, in 1140, droeg graaf Dirk VI beide kloosters over aan de paus in Rome, waarmee formeel een einde kwam aan de zeggenschap van het grafelijk gezag over deze geestelijke instellingen. Een ander veeg teken was dat de graven steeds vaker Den Haag uitkozen als grafelijke residentie waardoor Egmond wel erg ver weg van ’s gravens hof kwam te liggen. Bovendien zorgden het toenemende gezag van paus en bisschoppen, nieuwe kloosterorden, de opkomst van de universiteiten en steden, die gepaard ging met bloeiende handel, geldeconomie en industriële bedrijvigheid ervoor dat vanaf de 13de eeuw in onze streken de invloed van de abdij van Egmond op het spirituele, intellectuele, economische en politieke leven sterk afnam.
Ben Speet

Openingsbeeld: Drie benedictijner heiligen en een priester. V.l.n.r. Sint Bonifatius, paus Gregorius de Grote, Sint Adalbertus en de priester Jeroen van Noordwijk, die volgens de traditie in 856 werd vermoord door de Vikingen, omdat hij weigerde aan hun goden te offeren. Schilderij van Jan Joostsz van Hillegom, 1529. Detail.

Lees de andere helft van dit boeiende artikel, en nog veel meer over de benedictijnen, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder