Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Opkomst van de Azteken

08 april 2020 Siebrand Krul

Na lange omzwervingen vestigen de Azteken zich omstreeks 1325 in het gebied van het huidige Mexico City. Ze worden het machtigste volk van Midden-Amerika. De rijk geïllustreerde ‘Codex Aubin’ is een unieke bron voor de vroege geschiedenis van de Azteken en volgt het volk vanuit de nevelen tot de fatale komst van de Europeanen in 1519.

De Codex situeert het stamland van de Azteken op een eiland in een meer in het noordwesten van het tegenwoordige Mexico. Hun hoofdstad zou ‘Aztlan’ geheten hebben, een naam waar ‘Azteek’ van is afgeleid.
Ergens aan het eind van de 13de of het begin van de 14de eeuw moeten de Azteken zijn opgebroken, samen met acht naburige stammen. Na een jarenlang rusteloos rondtrekken vestigden ze zich dan in de Vallei van Mexico: een met meren bezaaide hoogvlakte, ongeveer 2.000 meter boven de zeespiegel. Als hun toenmalige aanvoerder noemt de codex de oorlogs- en zonnegod Huitzilopochtli. Een van diens overige namen was Mexitli. Hem ter ere noemden de Azteken zich daarom zelf ‘Mexica’. Het daarvan afgeleide ‘Mexico’ zou dan zoveel betekenen als ‘plaats waar Mexitli’s tempel werd gebouwd’.

De god Tezcatlipoca in de Codex Borgia, een van de weinige pre-Spaanse codices.
Monoliet van de Steen van de Zon, de Azteekse kalender. De basalten steen dateert uit de periode 1502–1521 en meet liefst 3,58 meter doorsnee, bij een dikte van 98 centimeter. Ze werd in 1790 gevonden bij reparatiewerk aan de kathedraal van Mexico Stad. Nationaal Museum voor Antropologie en Geschiedenis, Mexico-stad)

In het midden van het schier onmetelijke stadsgebied van het moderne Mexico City stichtten de Azteken in 1325 hun hoofdstad Tenochtitlan. Ze zouden er een reusachtige adelaar gezien hebben, die op een cactusboom was neergestreken om een slang te verorberen. Deze ontmoeting zou de doorslag gegeven hebben bij de keuze van een vestigingsplaats – een stichtingsmythe waarvan de symbolen nog altijd op de nationale vlag van Mexico te vinden zijn.

Maïs is het hoofdvoedsel van de Azteken. Uit de Florentijnse codex.


Tenochtitlan lag op een eiland in het Tetzcocomeer, dat later grotendeels drooggelegd werd. Ook op andere eilanden in het meer bouwden de Azteken nederzettingen, waaronder de stad Tlatelolco in het noorden. Het waren sterke staaltjes van stedenbouwkundig vernuft: gebouwen en wegen waren beschermd door dijken en dammen van steen en aarde. Daartussen lagen kanalen, waarop scheepvaart plaatsvond en die met waterpoorten konden worden afgesloten.

Het opvoeden van jongens en meisjes: hoe werk aan te pakken, en wat er gebeurde bij misdragingen. Uit de Codex Mendoza.

De Azteken waren verbazingwekkend goed aangepast aan het leven op het water. Ze bouwden niet alleen grote vlotten van het riet dat ze aan de oevers oogstten, maar ook drijvende elanden (‘chinampa’s’). Daarvoor heiden ze houten palen in de meerbodem en hingen daar een vlechtwerk aan op dat ze met lagen slik vulden. Op dit nieuwe land verbouwden ze de groente en het fruit voor de stedelingen. Die voedden zich hoofdzakelijk met maïs, pompoen, bonen, chilipepers, tomaten, avocado’s en vijgen. Vlees was kostbaar en werd daarom maar zelden gegeten.
De drinkwatervoorziening stelde de Azteken voor een flinke uitdaging, want het water in het Tetzcocomeer was brak. Zoet water betrok Tenochtitlan vooral via een lang aquaduct. Deze bovengrondse waterleiding voerde het water dat in de heuvels van Chapultepec, ten zuidwesten van Tenochtitlan, ontsprong over het meer tot in de stad. Al met al telde het dal van het tegenwoordige Mexico City omstreeks 1400 tussen de een en anderhalf miljoen inwoners, van wie er waarschijnlijk enkele honderdduizenden in Tenochtitlan woonden.

Het eiland van Tenochtitlan.

Aanvankelijk werden de Azteken geregeerd door religieuze leiders, een soort priesterkoningen, maar in de tweede helft van de 14de eeuw kwamen in de steden wereldlijke heersers aan de macht. De koning van Tenochtitlan heette ‘grote spreker’ (Huey Tla‘toani). Hij beschikte over tal van volmachten en zijn waardigheid erfde over op zijn oudste zoon.
De eerste koning van Tenochtitlan was de sinds 1376 regerende Acamapichtli. In 1391 volgde zijn zoon Huitzilihuitl II hem op. Deze werd aan de westelijke oever van het Tetzcocomeer geconfronteerd met een machtige rivaliserende stam, die een agressieve expansiepolitiek bedreef: de Tepaneken.
In de Tepaneekse hoofdstad Azcapotzalco resideerde koning Tezozomoc, die Tenochtitlan door dreiging met geweld tot een bondgenootschap dwong. Dat maakte de Azteken schatplichtig aan de Tepaneken. Ter bezegeling van de nieuwe machtsverhoudingen verbond Tezozomoc zijn dochter in de echt met Huitzilihuitl II, koning van Tenochtitlan.

Het masker van Xiuhtecuhtli, uit de periode 1400-1521. Het meet 16,8 cm hoog. (British Museum, Londen)

Na de dood van Tezozomoc in 1426 besteeg diens tweede zoon Maxtia de troon. Daarvoor ruimde hij zijn oudere broer uit de weg en volgens de overlevering overtrof hij in bloeddorst en machthonger dan ook zijn vader. Vervolgens liet hij Chimalpopoca, de zoon van Huitzilihuitl II, vermoorden. Uit angst voor een vergelijkbaar lot sloten de steden Tlacopan aan de westoever en Tetzcoco aan de oostoever van het meer een pact met Tenochtitlan. Gedrieën hoopten ze het juk van de Tepaneken af te schudden. Ze vormden een driebond, die verantwoordelijk was voor al hun externe aangelegenheden. Namens Tenochtitlan had daar Itzcoatl zitting in, de nieuwe sterke man, een buitenechtelijk kind van eerder genoemde Acamapichtli en een slavin.
Nadat Maxtla, koning van de Tepaneken, een vergeefse poging gedaan had Tenochtitlan te veroveren, ging Itzcoatl in 1428 tot de tegenaanval over. Onder zijn aanvoering trok het vereende leger van de drie stadstaten op naar Azcapotzalco. Het kwam tot een vernietigende slag, die vijftig uur geduurd zou hebben. Daarna capituleerde Maxtla. Hij werd in een of¬ferceremonie door de koning van Tetzcoco gedood. Dat was het signaal voor grootscheepse plunderingen in Azcapotzalco.

Blad uit de Codex Mendoza dat laat zien hoe een eenvoudige Azteek een opmars door de rangen maakt door het gevangennemen avn vijanderen tijdens de oorlog. Het was nauwkeurig voorgeschreven welke nieuwe kleding hij mocht aantrekken bij zo en zoveel gevangenen.

Na deze geweldsuitbarsting vervielen de Tepaneken tot betekenisloosheid, terwijl de Azteken zich tot het machtigste volk van heel Midden-Amerika ontwikkelden. Daarbij bleven Tenochtitlan, Tetzcoco en Tlacopan zelfstandige stadstaten, die zelf hun interne aangelegenheden regelden. We moeten ons bij het Aztekenrijk dan ook geen strikt centralistische, op moderne leest geschoeide staat voorstellen.
Dat neemt niet weg dat de Azteken nu een sterke expansiedrang aan de dag legden. In gemeenschappelijke veldtochten onderwierpen de drie stadstaten stap voor stap vele stammen op de Mexicaanse hoogvlakte – en maakten hen schatplichtig. In ruil daarvoor zegden ze deze stammen bijstand in militaire conflicten toe.
Uiteindelijk ontstond er een gecompliceerd stelsel van 38 provincies, elk onder het bestuur van een soort ontvanger der belastingen. Tribuut in de vorm van voedingsmiddelen, dierenvellen, kledingstukken, veren en cacao vulden de reusachtige magazijnen van de stadstaten. Daarnaast leverden de onderworpen stammen gratis arbeidskracht, wat de bouwactiviteit in het Aztekenimperium deed bloeien.
Daniel Carlo Pangerl

Openingsbeeld: Diorama van een markt in Tlatelolco.

Lees het volledige artikel, en nog veel meer over de Azteken, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder