Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Natie van dwangarbeiders

08 april 2020 Siebrand Krul

Op 29 april 1770 verschijnt de ‘grote witte vogel’ voor de Australische oostkust aan de horizon van de Stille Zuidzee. Vol verbazing zien de Aboriginals van het Gweagal-volk hoe zijn vleugels over het water glijden. Toen, 250 jaar geleden, plantte James Cook in naam van koning George III de vlag van Groot-Brittannië op het ogenschijnlijk onbeheerde vijfde werelddeel. Het bleek de grondslag van een woelige natie.

Ineens zien de Aboriginals dat er onder de vleugels een soort van reusachtige kano hangt en als de raadselachtige verschijning op hun baai afkoerst, zijn er in die kano merkwaardige gestalten waar te nemen. Die bewegen zich als mensen, maar ze hebben witte gezichten en bontgekleurde lichamen. Enkelen van hen stappen over in een kleine kano en komen naar de kust geroeid. Het lijkt de Gweagals maar beter om hun speren in gereedheid te houden.
De vreemdelingen gedragen zich echter vreedzaam. Ze leggen glimmende voorwerpen en delen van hun bonte lichaamsbedekking op het zand en zwermen uit om landplanten en -dieren te bestuderen. Dat mag er allemaal onschuldig uitzien, maar het is hier wel Gweagal-land en de krijgers van de stam stellen zich steeds dreigender op. Voor het opperhoofd van de indringers is dat het teken om zijn mensen terug te roepen en met zijn grote witte vogel verder te trekken.

Plattegrond van Nieuw Holland, waarop New South Wales en Botany Bay met juist ontdekte gebieden. Fielding and Stockdale, 1786.

Het ‘opperhoofd’ in kwestie, kapitein James Cook, kreeg daarover heel wat klachten van de natuurwetenschappers aan boord, want zij hadden de fascinerende flora en fauna van het ‘Zuidland’ maar wat graag nader bestudeerd. Als pleister op de wonde noemde Cook de baai ‘Botany Bay’. Bovendien zouden de experts, onder wie ook de vermaarde botanisten Joseph Banks en Daniel Solander, nog ruimschoots gelegenheid krijgen de natuur van het continent te onderzoeken, aangezien hun schip, de Endeavour, een paar weken later, na een noordwestelijke koers genomen te hebben, op het Grote Barrièrerif aan de grond zou lopen en een langdurige reparatie moest ondergaan. Aan de kust waar dat gebeurde, ligt het tegenwoordige Cooktown. Niet ver daarvandaan nam de kapitein de oostkust van Australië in naam van Zijne Majesteit George III voor Groot-Brittannië in bezit.

James Cook door William Hodges, die met hem meevoer op zijn tweede reis.

Cook was namelijk op een tweeledige missie. Officieel had hij de taak om astronomische, biologische en etnografische verkenningen te doen, maar in het geheim was hij ook gekomen om de Britse aanspraken op Pacifisch gebied kracht bij te zetten. Nadat de Spanjaarden en Portugezen en vervolgens de Nederlanders de Stille Zuidzee meer dan twee eeuwen als hun territorium als het hunne hadden beschouwd, strekten nu vooral de Fransen en Britten de vingers uit naar de vele eilanden hier – en naar het mysterieuze ‘Zuidland’, vooral gedreven door angst dat de rivaal het in ging pikken.
Delen daarvan hadden Portugese en Nederlandse zeevaarders in de 16de en 17de eeuw ontdekt, maar de kennis die ze daarbij opdeden hadden ze angstvallig voor zich gehouden – ook de informatie over de oorspronkelijke bevolking, die in de uitgestrekte leegte nog hetzelfde steentijdbestaan als jager-verzamelaars leidde als de eerste mensen die ongeveer 50.000 jaar geleden vanuit Zuidoost-Azië naar Australië gekomen waren.

Cook landt in Botany Bay in 1770.

Koning George mocht zich nu de soeverein van een compleet continent noemen, maar wat kon je eigenlijk aanvangen met dit stuk afgelegen, onontgonnen land? Het antwoord op die vraag kwam van de Britse justitie, bekend om haar uitzonderlijke strengheid: voor het kleinste vergrijp kon je aan de galg eindigen. Maar wat te doen met de lieden aan wie zelfs de grimmigste rechters geen halsmisdrijf ten laste konden leggen? Wat te doen met veroordeelde bedelaars, vagebonden, prostituees, Ierse opstandelingen, organisatoren van arbeidersbonden en simpele kruimeldieven? Om de toch al overvolle gevangenissen en aftandse hulken (onttakelde oorlogsschepen) te ontlasten, was men op de straf van deportatie gekomen – dwangarbeid overzee. Daarvoor was aanvankelijk de keus gevallen op de Noord-Amerikaanse kolonies, maar toen die hun onafhankelijkheid bevochten hadden, viel de mogelijkheid weg.

Hulken met gevangenen op de Thames. Hier werden duizenden hele en halve en mogelijk-criminelen onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten voor afreis naar de andere kant van de wereld.

Op zoek naar alternatieve ballingsoorden moest minister van Binnenlandse Zaken Lord Sydney wel op het ‘lege’ Nieuw-Zuid-Wales van kapitein Cook komen. Daar konden de delinquenten een nuttige bijdrage aan de maatschappij leveren door te helpen een Britse kolonie op te bouwen.
En zo zag marineofficier Arthur Phillip, zoon van een Frankfurtse boekhandelaar, zich in 1786 tot eerste gouverneur van Nieuw-Zuid-Wales bevorderd. Hij kreeg opdracht in Botany Bay een strafkolonie te stichten en die op termijn in een reguliere kolonie om te zetten. In mei 1787 voer de ‘Eerste Vloot’ in Portsmouth het zeegat uit. Aan boord van de elf schepen bevonden zich, naast 550 matrozen en soldaten, 758 veroordeelden, in leeftijd variërend van dertien tot zeventig jaar, 563 mannen en 193 vrouwen. Ruim acht maanden later bereikte Phillip met zijn vloot Botany Bay, om gelijk vast te stellen dat de baai voor zijn smaldeel te klein was. Daarom zette hij koers naar een dieper landinwaarts dringende baai, een paar mijlen verder noordelijk. De daar gestichte kolonie kreeg uiteindelijk de naam Sydney.

Gevangenen in Nieuw Holland, op wel heel flatteuze wijze uitgebeeld door Juan Ravenet, 1793.

Een stad uit de grond stampen bleek een zeer zware opgave. De nieuwkomers waren aangewezen op hun eigen voorraden en bouwmateriaal. Van de oorspronkelijke bevolking was geen hulp bij akkerbouw en huizenbouw te verwachten, die hadden daarvan geen notie. Met de hongerdood voor ogen stond Phillip al op het punt de onderneming af te blazen, toen de ‘Tweede Vloot’ arriveerde. Die had er een helse reis opzitten en van de 1.071 veroordeelden waren er 267 op zee gestorven. Hun dood betekende echter meer brood voor de overlevenden, zodat opvarenden van de Derde Vloot, die met minder sterfte te maken had gekregen, in oktober 1791 in Sydney al enigszins geordende omstandigheden aantroffen. Van nu af aan bleven de nieuwe dwangarbeiders maar toestromen. Tot het eind van de deportaties in 1868 werden er in totaal 137.000 mannen en 25.000 vrouwen naar Australië verscheept.
Men was er echter al vroeg toe overgegaan om vrije kolonisten land te schenken om het in cultuur te brengen. Hun rijen werden gaandeweg en volgens plan versterkt door dwangarbeiders die hun straf erop hadden zitten en afgezwaaide soldaten.

De eerste zending gevangenen arriveert in Botany Bay, 21 januari 1788.

De bewakers hoefden zich geen grote zorgen te maken dat strafgevangenen ontsnapten om in de bush onder te duiken, wat wel regelmatig voorkwam. In de kampen viel al gauw te horen dat de overlevingskansen voor een Europeaan te verwaarlozen waren – hitte, honger, dorst, gifslangen en een verdwaalde Aboriginal-speer waren de meest geduchte omheining van de kampen. Maar voor menigeen was de ellende in de concentratiekampen erger.
Dat bleek eens te meer in de strafkolonies die de Britten vanaf 1803 inrichtten op het eiland Van-Diemens-Land, vernoemd naar Anthony van Diemen, gouverneur van Nederlands-Indië (sinds 1856 draagt het de naam van zijn ontdekker Abel Tasman, Tasmanië). Hier waren de omstandigheden zo bar, dat dreiging met overplaatsing naar Tasmanië een effectief middel was om de gevangenen in Sydney in het gareel te houden. Bar mag ook de omgang met de oorspronkelijke bevolking van het eiland genoemd worden, want van de ongeveer 5.000 Aboriginals op Tasmanië was er in 1865 niemand meer in leven. De genen van hun volk leefden enkel nog in nakomelingen van gemengd bloed voort.

Kleding van bewoners van Australië: gevangenen, bewakers, kolonisten.

Die waren ook in Nieuw-Zuid-Wales ruim vertegenwoordigd. De wanverhouding tussen mannen en vrouwen op de eerste gevangenentransporten bleef ook voor de kolonie een probleem. De talloze liaisons tussen blanke mannen en Aboriginal-vrouwen leidden echter niet tot integratie – in tegendeel: de ontmoeting met Europeanen werd ook de oorspronkelijke bevolking van Australië fataal. Infectieziekten en alcohol roeiden complete stammen uit en als het door de gestage uitbreiding van de landbouwbedrijven tot conflicten kwam, werden er regelrechte veldtochten tegen ‘de zwarten’ ondernomen. Op de kaart van Australië vind je nog altijd namen als Slaughterhouse Creek, Murder Island en Skull Hill die daar aan herinneren. Van de ongeveer 600.000 Aboriginals overleefde minder dan de helft. Toch had het land nooit zonder de hulp van de inheemse bevolking ontsloten kunnen worden vanuit de ver uiteenliggen (straf)kolonies.
In 1829 voer een kleine vloot de Swan River op en verklaarde daarmee ook de westelijke helft van Australië tot Brits Kroonbezit. Aan de monding van de rivier ontstond de stad Perth. Voor stad en achterland zocht men aanvankelijk vrije kolonisten, maar toen die weinig animo toonden, werd naast Perth nog de strafkolonie Fremantle gesticht. In Zuid-Australië (gesticht in 1836, hoofdstad Adelaide) ging het wel zonder tuchthuisklanten. Daar vonden veel Duitse wijnboeren een nieuw thuis en legden de grondslag voor de Australische wijnbouw.

William Buckley’s avonruren van transport en ontsnapping naar de Wathaurong, 1803. Getekend door de Aboriginalartiest met de non-Aboriginal naam Tommy McRae.

Een uitzondering op de regel, want ook Melbourne en Brisbane begonnen hun bestaan als strafkolonie. Melbourne werd gesticht in 1835 en werd in 1851 hoofdstad van Victoria, nadat dat afgesplitst was van Nieuw-Zuid-Wales. Brisbane is van 1824. Het werd in 1859 de hoofdstad van de kolonie Queensland. In de tweede helft van de 19de eeuw kregen de zes koloniën (vijf op het vasteland, plus Tasmanië) verregaand zelfbestuur. Het dunbevolkte Noordelijk Territorium viel administratief onder Zuid-Australië.
In heel Australië leefden omstreeks 1850 nog niet veel meer dan 400.000 Europeanen. Een duidelijke groei kwam er pas aan het eind van de 19de eeuw, toen de ‘vrij’ geworden kolonies ook immigranten uit andere Europese landen verwelkomden.
De onherbergzame natuur maakte het een helse toer om tussen de centra van deze kolonies verbindingen over land tot stand te brengen. Dat ondervond de Duitse natuurvorser Ludwig Leichhardt aan den lijve. Hij verdween in 1848 spoorloos bij een poging Australië van oost naar west te doorkruisen. In 1861 wist een expeditie onder Robert O’Hara Burke wel van de noord- naar de zuidkust te komen, maar op de terugreis kwamen zeven van de acht expeditieleden, waaronder Burke zelf, om het leven.
Franz Metzger

Openingsbeeld: De Catalpa-ontsnapping uit Fremantle, 1876.

Lees het volledige artikel, en nog veel meer, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder