Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Fatale ontmoeting

17 maart 2020 Siebrand Krul

Aangelokt door berichten over goudschatten zet Hernán Cortés in 1519 voet op Azteekse bodem. De geschenken waar de bezoeker op onthaald wordt, prikkelen de veroveraar in hem. Het is al snel duidelijk wat de vreemdelingen willen: goud. ‘Als apen graaiden ze naar het goud, hun hele hart hadden ze erop gezet,’ vermeldt een later bericht. Maar wie zijn ‘zij’?

Tendile, de gouverneur van Aztekenvorst Montezuma II, en zijn gevolg zijn gefascineerd en ontzet tegelijk: het gezicht van de vreemdelingen is overwoekerd met lange haren, hun huid is als van kalk en hun kleding bedekt bijna het gehele lichaam. Bovendien stinken ze. Kennelijk baden ze niet genoeg. Hun honden zijn reusachtige beesten en ze hebben ontzaglijke, briesende ondieren, waarop ze over het strand jakkeren.
Het is 24 april 1519. Voor Hernán Cortés en de zijnen betekent dat: Eerste Paasdag. Twee dagen geleden zijn ze hier, niet ver van het eiland San Juan de Ulua, aan land gegaan. Rond de 500 man zijn met Cortés meegekomen, verder zestien paarden en een aantal mastiffs, bloedhonden zo groot als een kalf, met brede koppen. Musketten hebben ze ook, armborsten en tien kanonnen. En nu willen ze weten wat er waar is aan de gouden bergen die in het binnenland zouden liggen.

Montezuma wordt gevangengenomen door Cortes.

In de jaren voor 1500 hebben de Spanjaarden voornamelijk de Caribische eilanden ten oosten van het vasteland verkend. Als christenen voelen ze zich superieur aan de naakte mensen die daar in eenvoudige hutten huizen. Hun god, zo hun stellige overtuiging, heeft hen met verstand en vlijt begiftigd en boven de barbaren gesteld. Zo wil het de goddelijke orde. Als de Spanjaarden na 1500 ook de kusten van het Amerikaanse vasteland verkennen, worden ze door twijfel beslopen. Hier bedekken mannen en vrouwen wél hun schaamstreek. Ze hebben boeken vol kunstige tekens. De Europeanen zien geplaveide straten, huizen ‘als door Spanjaarden gebouwd’ en kolossale tempels. Maar er kleeft bloed aan die tempels. De ontdekkers stuiten op de verminkte lijken van geofferde mensen.

Dood en crematie van Montezuma. Uit de Florentijnse code.
Verentooi zoals Montezuma die zou hebben gedragen. Uit een Mexicaanse tentoonstelling.

Wat ze na hun terugkeer vertellen doet hun gehoor huiveren – en wekt hebzucht. In die schitterende gebouwen en bij die rijk geklede inboorlingen valt veel te halen. Ook Cortés zijn de verhalen ter ore gekomen. Hij heeft een lid van een eerdere expeditie meegenomen naar San Juan de Ulua, een man die door de inboorlingen gevangen genomen werd, maar wist te ontsnappen. Die vertelt van wrede offerhandelingen, van kannibalisme. ‘Degenen van ons die er getuige van waren,’ zal Cortés later schrijven, ‘spreken van het wreedste en angstwekkendste wat ze ooit meegemaakt hebben.’ Rechtvaardigen zulke misdragingen niet de onderwerping van de heidenen die ze begaan? Moeten die niet opgevoed worden in het geloof aan de enig ware en barmhartige god?

Montezuma’s paleis. Uit de Codex Mendoza uit 1542.

Op 24 april 1519 echter is dat van later zorg. Cortés en de Azteekse gouverneur Tendile wisselen geschenken uit. Cortés wil indruk maken op de man. Hij laat kanonnen afschieten en ruiters spiegelgevechten voeren. De galopperende paarden ranselen het zand met hun hoeven en het schuim staat hun op de lippen. De Azteken kennen geen rijdieren en nemen ruiter en paard als vervaarlijke centauren waar. Tendile laat zijn schrijvers van alle verwarrende indrukken aantekeningen maken. Hij is met name gecharmeerd van een Spaanse helm. Het hoofddeksel doet hem denken aan dat van zijn oorlogsgod Huitzilopochtli. Cortés overhandigt hem de helm en vraagt hem die terug te brengen– met goudstof gevuld.

De plek waar Cortes en Montezuma elkaar zouden hebben ontmoet.

Over het ijlbodenetwerk van de Azteken bereikt het nieuws van de landing van de vreemdelingen en van hun geschenken Montezuma in zijn residentie Tenochtitlan. Waarschijnlijk hebben verspieders hem al eerder het naderen van de Spaanse schepen gemeld. Er zou een man aan het hof gekomen zijn met een verhaal over een gebergte dat op zee drijft. Nu hoort Montezuma dat de vreemdelingen ‘op hun herten voortsnellen’, hij hoort van hun metalen kleding, de ‘hoofdhuizen’ die ze dragen, van de schrik die ze wekken als ze ‘vuur spuwen’. Volgens de waarschijnlijk in 1577 voltooide Codex Florentinus beweerden de boodschappers dat de vreemdelingen met hun metalen buizen bergen konden doorklieven en dat hun ‘herten’ ‘hoog als de daken van huizen’ waren.

Hernan Cortes, de conquistador.

Er zijn uiteenlopende berichten over de reactie van Montezuma hierop. Welk daarvan het betrouwbaarst is, valt nauwelijks uit te maken. Waarschijnlijk wist Montezuma niet precies wat hij van de berichten moest vinden. Hij besluit een nieuwe afvaardiging te sturen. Die bereikt eind april het kamp van de Spanjaarden.
Cortés ontvangt de Azteekse hoogwaardigheidsbekleders op zijn vlaggenschip, breeduit in galakledij zittend op zijn kapiteinsstoel. Volgens de omstreeks 1590 geschreven Codex Mexicanus schonken de gezanten hem turquoise mozaïeken, een gouden schijf zo groot als een wagenwiel en een zilveren schijf, die zon en maan symboliseerden. Cortés is onder de indruk van de artistieke vaardigheden van de Azteken. ‘Geen goud- of zilversmid ter wereld,’ schrijft hij later, ‘kon hen overtreffen’. De gezanten brengen ook de helm terug, inderdaad gevuld met goud. Ze behangen Cortés met sieraden, draperen een verenmantel om zijn schouders en bieden hem gerechten aan. Misschien zijn de geschenken bedoeld om de macht en rijkdom van de Aztekenvorst te demonstreren, misschien ook om te testen of Cortés en zijn mannen goddelijke wezens zijn.
Chroniqueurs beweren later dat de Azteken de conquistador aanzagen voor de teruggekeerde god Quetzalcoatl. Zoals christenen hun hoop stellen in het Rijk Gods dat de Bijbel verkondigt, zo wachten de Azteken op de herrijzenis van het ondergegane rijk Tula. De legendarische priester-koning Quetzalcoatl van dat rijk zou over de oostelijke zee weggevaren zijn om op een dag terug te keren en zijn heerschappij opnieuw te vestigen. Zou het kunnen dat de Azteken in Cortés hun rechtmatig heerser zien?

Montezuma op een 17de-eeuwse afbeelding.

Waarschijnlijk niet. Het lijkt veeleer een verklaring achteraf, uitgelokt door de zo plotselinge ineenstorting van het Aztekenrijk, het halfhartige verzet van Montezuma, alsof hij van zijn stuk gebracht was door een profetie die leek uit te komen. De legende komt Cortés ook goed uit. Nu kan hij stellen dat de inboorlingen zich vrijwillig aan hem onderworpen hebben. Voor een verovering met geweld had hij geen mandaat gekregen van zijn vorst, koning Karel van Spanje.
Svenja Muche

Openingsbeeld: Cortes laat zijn eigen vloot voor de kust van Veracruz tot zinken brengen om terugtrekking van zijn eigen troepen te verhinderen.

Lees het volledige artikel en nog veel meer verhalen over de geschiedenis van de Azteken in de nieuwste G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder