Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Uitverkocht!

19 februari 2020 Siebrand Krul

Darwins On the Origin of Species schreef geschiedenis, maar het zal maar door weinigen helemaal gelezen zijn. Dus wat weet ‘men’ eigenlijk van de stellingen waar het boek om draait? En hoe revolutionair was het nu werkelijk? Darwin zelf was gechoqueerd over de beschuldiging van blasfemie en aarzelde eindeloos met publiceren. Wat was Darwins merite, wat mythe?

‘Het voelt alsof ik een moord bekend heb.’ Charles Darwin wist dat zijn boek brisant was en niet zo’n beetje ook. ‘Ik was zo beducht voor vooroordelen, dat ik mijzelf een tijd lang verbood ook maar het kleinste opzetje voor het boek te maken,’ schrijft hij in zijn autobiografie. Als Het ontstaan der soorten op 24 november 1859 dan toch verschijnt, is de eerste druk in één dag uitverkocht. Het is dan ook niet niks wat Darwin zich daar permitteert.
Welbeschouwd zijn het vier theorieën waarmee hij het publiek overvalt: Darwin bewijst in zijn boek dat planten- en diersoorten veranderlijk zijn (evolutie). Die verandering verloopt in kleine stappen, zonder grote sprongen of onderbreking (gradualisme). En dat niet alleen: al het leven op aarde valt te herleiden tot een enkele gemeenschappelijke oorsprong (afstamming, descendentie). Drijvende kracht achter dit alles is voor de bioloog de ‘natuurlijke selectie’.

Dit viertal nieuwe zienswijzen staat in de 19de eeuw gelijk aan een wetenschappelijke revolutie – het wereldbeeld van een complete maatschappij gaat erdoor aan duigen. De tot dan geldige scheppingstheorie bleek achterhaald. Christenen moeten zich bovendien gezegd laten dat het door hen gepropageerde altruïsme een sta-in-de-weg voor overleven is (de een z’n brood is de ander z’n dood). En waar is de unieke status van de mens gebleven? Ineens zijn de wonderen en schoonheid van de natuur geen bewijs meer voor de goddelijke almacht. Nee, net als al het andere zijn zij de uitkomst van een verbitterde strijd om te overleven. Hoe kan zo’n bioloog het wagen zoiets te verkondigen? Men vergeet dat Darwin zich maar al te zeer bewust was van het onthaal dat zijn theorieën onder de tijdgenoten zouden krijgen. Hij aarzelt niet voor niets twintig jaar lang zijn evolutietheorie publiek te maken – bijna net zo lang tot een ander hem voor is.

‘Dat laat niets over van mijn originaliteit, wat die ook waard moge zijn!’ laat Darwin zich ontvallen over het manuscript dat hem in juni 1858 onder ogen komt. En dat terwijl hij al in 1837 de eerste stamboom in zijn notitieboekje getekend had. Het beslissende idee, zo schrijft Darwin later, kreeg hij al eind september 1838. Darwin leest op dat moment een verhandeling van Thomas Robert Malthus. Deze Britse filosoof en econoom had het fenomeen van de bevolkingsgroei onderzocht en vastgesteld dat bij mensen de populatie sneller groeit dan de voedselproductie. Het geeft Darwin te denken over de strijd om het bestaan waar alles en iedereen in verwikkeld is. Zijn inzicht: als Malthus’ fenomeen zich bij alle soorten voordoet, dan moet er ook een mechanisme zijn dat dit overschot binnen grenzen houdt.
‘Nu had ik eindelijk een theorie waar ik mee aan de slag kon’: de natuur zelf, concludeert Darwin, selecteert. Dynamisch, maar blindelings. Slechts de optimaal aangepasten overleven, vaak door het allerkleinste voordeel, dat ze aan hun nakomelingen doorgeven. Geen god dus en dus geen goddelijke, tot heil strekkende en volmaakte schepping.

(Gettyimages)

In 1842 werkt Darwin deze gedachte uit in een verhandeling van 35 bladzijden, die hij in 1844 uitbreidt tot een kleine 230 bladzijden. En nu dreigt deze Alfred Russel Wallace hem voor te zijn (zie het artikel op blz. 38 e.v.). Darwin was al in 1856 door Charles Lyell geattendeerd op een opstel waarin deze Britse natuurgeleerde een vergelijkbare theorie ontvouwde. Toen had Darwin geen belang gehecht aan diens omhaal van woorden. Maar zou hij nu dan toch de eer niet aan Wallace moeten laten?
Zijn vrienden Lyell en Joseph Dalton Hooker vinden van niet en komen met een diplomatieke oplossing. Op 1 juli 1858 worden delen van beide verhandelingen aan de dan vergaderende Linnean Society in Londen voorgesteld. Die is echter niet bijster onder de indruk. In het jaarverslag van het genootschap staat dat er geen revolutionaire ontdekkingen te melden zijn. Die revolutie komt pas een jaar later, als Darwin zijn boek publiceert en verhitte debatten uitlokt.

Darwins handschrift. (Gettyimages)

Op dat moment zijn zijn beweringen niet echt gewaagd meer. Darwins evolutieleer hing in wetenschappelijke kringen al in de lucht. Zij valt in een tijd die voor alles natuurwetenschappelijke verklaringen zoekt, een tijd waarin de natuurkunde allang het primaat onder de wetenschappen verworven heeft. In 1809 gaf Jean-Baptiste Lamarck al een natuurwetenschappelijke verklaring voor het ontstaan van de soorten. Eerder had Darwins grootvader Erasmus (1731-1802) al de eerste vermoedens over de onwikkeling van organismen geuit. Zijn kleinzoon weet zelf ook dat hij niet de enige vader van de evolutieleer is. De derde druk van zijn boek voorziet hij van een inleiding, waarin hij de ‘ontwikkeling van de opvattingen over het ontstaan der soorten’ schetst en de onderzoekers noemt die zich daar het meest verdienstelijk voor gemaakt hebben. De ophef die Darwin veroorzaakt moet ergens anders in gelegen hebben.

(Gettyimages)

Het is de niet eerder vertoonde systematische en beargumenteerde weerlegging van het scheppingsverhaal in Genesis, waar Het ontstaan der soorten – door Darwin onbedoeld – op neerkomt . Darwins ware prestatie ligt daarin dat hij als eerste de bestaande evolutietheorieën samenvat én met tal van eigen waarnemingen staaft. Zeker, anderen waren hem in de afstammingsgedachte voorgegaan, maar de een formuleerde die niet overtuigend (Lamarck), de ander niet helder genoeg (Wallace), een derde werd door de wetenschap niet serieus genomen. Sommige theorieën waren zelfs anoniem gepubliceerd. In 1844 verscheen bijvoorbeeld het zeer succesvolle Vestiges of the Natural History of Creation, dat later door Robert Chambers geschreven bleek te zijn.

(Gettyimages)

Heel recentelijk, in 2018, wisten twee onderzoekers aan de universiteiten van Gent en Antwerpen van nog eens twee anoniem gepubliceerde teksten uit de evolutietheoretische canon de auteurs te achterhalen. De zelflerende algoritmen die zij op het woordgebruik daarin loslieten, brachten aan het licht dat de artikelen uit 1826 en 1827 hoogstwaarschijnlijk uit de pen van de geoloog Robert Jameson en zijn leerling Ami Boué stammen. Pikant detail is dat Jameson in Edinburgh de geologiedocent van de jonge Charles Darwin was.
Op welke tegenstand zijn boek hem te staan zal komen weet Darwin maar al te goed. Vandaar dat de gelovig opgevoede wetenschapper de afstamming van de mens buiten Het ontstaan der soorten houdt. Het blijkt dat Darwins twijfels aan het christelijk geloof tijdens het schrijven aan zijn boek sterk verhevigden, zoals de Amerikaanse cognitiewetenschapper Philip Lieberman onlangs vaststelde in zijn boek The theory that changed everything. Hij maakt dat op uit de voor het eerst in 1958 verschenen onverkorte autobiografie van Darwin, waar staat: ‘Zo bekroop mij tergend langzaam het ongeloof, tot ik uiteindelijk een volstrekt ongelovige was.’
Sebastian Kirschner

Openingsbeeld: Charles Darwin kort voor zijn afvaart met de Beagle, geportretteerd door George Richmond in 1840.

Lees het volledige artikel en nog veel meer verhalen over Charles Darwin in de nieuwste G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder