Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Schokkend nieuws uit de jungle

19 februari 2020 Siebrand Krul

In 1858 krijgt Charles Darwin post uit Nederlands-Indië. De onderzoeker Alfred Russel Wallace heeft een verrassing voor hem: een theorie over de strijd om het bestaan en het ontstaan der soorten – een tweede evolutietheorie! En dat terwijl Darwin draalt en draalt om zijn theorieën te publiceren. Haast is nu geboden.

Darwin kende Alfred Russel Wallace slechts oppervlakkig. Lang geleden had hij hem een keer ontmoet en sindsdien correspondeerden ze met tussenpozen over natuurwetenschappelijke zaken. Wallace bevond zich op dat moment in de Indische Archipel, op het Molukse eilandje Ternate om precies te zijn, vanwaar hij de brief ook verstuurd had. Het schrijven ging vergezeld van een manuscript van twintig kantjes, dat weldra als Ternate-Essay bekend stond. Toen Darwin de titel las, zal hij wel bleek weggetrokken zijn: On the Tendency of Varieties to Depart Indefinitely From the Original Type. Dat was precies het terrein waarop hij zelf al tientallen jaren actief was! Was die Wallace soms van plan zich de lauweren op het hoofd te drukken die alleen hem toekwamen? Wat was dat eigenlijk voor een man?

Een kaart uit The Malay Archipelago die de fysische geografie van de archipel laat zien en de reizen die Wallace door de regio maakte. De dunne zwarte lijn betreft Wallace’s reizen, de rode lijn is de keten vulkanen.

Anders dan Darwin, die een universele opleiding genoten had, was de in 1823 in Wales geboren Alfred Russel Wallace niet bepaald voor wetenschappelijke roem in de wieg gelegd. Al op zijn veertiende moest hij van school om aan de broodwinning voor het kinderrijke gezin bij te dragen. Zijn werk als landmeter opende hem de ogen voor de weelderige flora en fauna van zijn geboorteland, maar tot zijn ontmoeting met de jonge handelsbediende Henry Bates deed hij daar niet veel mee. Bates had een verzameling van wel duizend inheemse kevers. Nu ontwaakte de onderzoeker in Wallace, die van zijn botanische lectuur al wist dat er alleen op de Britse eilanden meer dan 3.000 keversoorten rondkrabbelden. Hoeveel zouden er dan wel niet op de hele wereld leven? En wat was eigenlijk de oorzaak van die diversiteit? Sinds Wallace het Beagle Journal van Darwin en vergelijkbare publicaties gelezen had, liet de vraag naar het ontstaan van de soorten hem niet meer los. Samen met Bates vatte hij in 1847 het avontuurlijke plan op naar Brazilië te gaan en het Amazonegebied te verkennen, waar ze vele onbekende insectensoorten vermoedden. Om zo’n begrotelijke reis te financieren wilden ze een deel van de verzamelde objecten in Londen aan musea en privé-verzamelaars verkopen.

Een vitrine met Wallace’s aantekeningen in de Linnean Society in Londen.

Al een jaar later hadden Wallace en Bates zoveel geld bijeengespaard dat ze de scheepsovertocht konden betalen. Op 29 mei 1848 bereikten ze de Braziliaanse kust. Ze besloten elk huns weegs te gaan om zoveel mogelijk nieuwe soorten te kunnen vinden. Wallace werd niet teleurgesteld en na vier jaar had hij een enorme verzameling tot stand gebracht, die ook een mooi bedrag op zou moeten brengen. Maar toen liep alles anders dan verwacht – de terugreis werd een catastrofe.

Alfred Russel Wallace, toegeschreven aan John William Beaufort. Het hangt in de hal van het Natural History Museum, Londen.

Het schip dat hem terug zou brengen naar Engeland werd op zee door brand verwoest. De bemanning wist zich weliswaar op tijd met reddingsboten in veiligheid te brengen, maar de complete lading ging verloren – inclusief de door Wallace met zoveel moeite vergaarde collectie van levende apen en papagaaien, duizenden kevers en vlinders, inclusief de vracht aan notities en tekeningen die hij gemaakt had. Het is dat er toevallig een vrachtschip passeerde en de schipbreukelingen oppikte, anders had hij het er niet eens levend van afgebracht. Wallace zwoer dan ook zich nooit meer scheep te gaan.

De Wallacelijn.

Maar hij had nog maar nauwelijks voet aan Engelse wal gezet, of hij was alles al weer vergeten. Wallace begon meteen een nieuwe reis te plannen. In 1854 begaf hij zich aan boord van een vrachtschip dat hem naar Nederlands-Indië zou brengen, waar hij in de acht jaren die volgden 20.000 kilometer aflegde om Sumatra, Java, Bali en tenslotte een deel van de Molukken te verkennen. Hij deed dit ook in de hoop meer over de oorsprong van de biologische soortenrijkdom te weten te komen. Hij had inmiddels vastgesteld dat soorten in de loop der tijd veranderingen ondergaan, maar waarom dat was ontging hem nog altijd.

Het leven op een Aru-eiland zoals getekend in Wallace’s boek The Malay Archipelago.

Als we zijn autobiografie van 1905 mogen geloven, kreeg hij de inval waar hij zo lang op gehoopt had in februari 1858, toen hij tijdens een malariakoortsaanval in een paalwoning ergens op een eilandje bij Ternate lag te malen. Vagelijk herinnerde hij zich een opstel van de Engelse filosoof Thomas Malthus uit 1798, met als onderwerp de samenhang tussen bevolkingsgroei en voedselproductie en als teneur een waarschuwing voor overbevolking, die onvermijdelijk tot hongersnoden zou leiden. Maar in het dierenrijk bestond er geen overbevolking, want daar regelde de natuur of een individu blijft leven dan wel sterft. Plotseling, schrijft Wallace, was daar het klare besef dat ‘over het geheel genomen zij overleven die het best aangepast zijn’. Verder schreef hij in zijn autobiografie: ‘Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer de innerlijke overtuiging groeide dat ik eindelijk de zo lang gezochte natuurwet gevonden had die een antwoord vormt op de vraag naar het ontstaan van de soorten.’

Ternate.

Dit baanbrekende inzicht kon en wilde hij niet voor zich houden. Nauwelijks had hij de koortsaanval doorstaan, of hij formuleerde zijn theorie in het beroemd geworden Ternate-essay. Vervolgens stuurde hij het manuscript met de eerstvolgende post aan Charles Darwin, die, zo wist hij, over uitstekende contacten in Londense wetenschappelijke kringen beschikte. Hij verzocht Darwin het opstel te lezen en het, als hij het belangrijk genoeg achtte, door te sturen aan Charles Lyell, de belangrijkste representant van de natuurwetenschap op dat moment. Wallace had geen enkel vermoeden dat de geadresseerde zich al jaren met hetzelfde vraagstuk bezighield en een vergelijkbaar opstel in de la had liggen.

Wat nu? Darwin was radeloos. Als het Ternate-Essay in vakkringen bekend zou raken, bestond het gevaar dat Wallace als bedenker van de evolutie ging gelden. Maar wegmoffelen kon hij het opstel ook niet, zeker niet omdat hij zijn mededinger respecteerde: ‘Als Wallace de beschikking had gehad over mijn opzet uit 1842, had hij geen betere synopsis kunnen schrijven,’ schreef hij aan de geoloog Charles Lyell. Daarom overlegde hij eerst met Lyell en de botanicus William Hooker. Het drietal besloot het opstel van Wallace op 1 juli 1858 voor te leggen aan de leden van de eerbiedwaardige Linnean Society, die zich sinds 1787 toelegde op natuurstudie, maar het ook vergezeld te laten gaan door twee verhandelingen van Darwin over hetzelfde thema. Die dag deed zich iets heel merkwaardigs voor: hoewel er het bepaald spectaculaire inzicht uiteengezet werd dat de soorten zonder toedoen van de goddelijke almacht ontstaan zijn, reageerde de vakwereld zeer terughoudend. Thomas Bell, voorzitter van genoemd genootschap, schreef zelfs in zijn jaarverslag dat 1858 ‘niet gekenmerkt werd door een van die eminente ontdekkingen die in een tak van de wetenschap direct een revolutie teweeg brengen’. Hoe was dat mogelijk? Hadden de heren niet goed geluisterd? Of hadden ze besloten Wallace te negeren? En zo zijn er nog een paar ongerijmdheden.
Karin Feuerstein-Prasser

Openingsbeeld: Wallace werkend in de tropen. Onderzoekers waren opvallend vaak ook goede tekenaars.

Lees het volledige artikel en nog veel meer verhalen over Charles Darwin in de nieuwste G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder