Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Bliepjes uit de ruimte

19 februari 2020 Siebrand Krul

Nog geen vijftig jaar geleden werd de skyline van de meeste Belgische en Nederlandse steden en dorpen getekend door de massale aanwezigheid van antennes, hoog op de daken van de huizen. Een ontsierende chaos van palen en staken, overal waar het oog reikte. Dat beeld is verdwenen.

‘Van geen enkel nut’, zei Heinrich Hertz over de radiogolven waarvan hij in 1887 het bestaan had bewezen. De uitvinding van de radio in 1895 bewees zijn ongelijk. Daarbij was de antenne onmisbaar.
De eerste zenders waren nog beperkt in bereik maar werden snel krachtiger. Al in 1901 wist Marconi een verbinding tussen Engeland en de Verenigde Staten te leggen. In België was Robert Goldschmidt radiopionier, daarbij enthousiast gesteund door de koninklijke familie. In 1913 werd op het koninklijk landgoed Laken een groot zendcomplex gebouwd waarmee zelfs de Congo kon worden bereikt. In Nederland verzorgde de Fries Hans Idzerda in 1919 de eerste radio-uitzending. Vier jaar later werd op de Veluwe Radio Kootwijk in gebruik genomen, speciaal bedoeld voor verbinding met Nederlands-Indië. De bijbehorende antenneconstructie was net als die van Laken gigantisch en bestond uit zes 212 meter hoge masten met daaraan onderling verbonden koperen kabels.

Ter promotie werd in 1924 in Amsterdam de Internationale Radio Tentoonstelling gehouden.

‘Ergerlijke ontsiering van het stadsbeeld’

Voor de gewone man was de radio toen nog een ver van mijn bed show. Enkel een handjevol hobbyisten, radioamateurs genoemd, waren er in hun vrije tijd mee bezig. Eenvoudig was het niet. Een Belgische liefhebber vertelt in het Maandschrift Radio van 15 mei 1924: ‘Ik heb mij een luchtdraad gemaakt, buiten gespannen, 7 tot 8 meters hoog van 25 meters; daarna twintig meters in V-bijgevoegd, daarna nog een draad van 32 tot 33 meters bijgevoegd. Om de grote nieuwsgierigheid mijner geburen wat te vermijden, kreeg ik het gedacht een viertal draden op een meter afstand op den zolder te spannen: groven, fijnen, koperdraad, zinkdraad, ijzerdraad, van alles wat, hier aaneen gesoldeerd, daar aaneen gewrongen’.

Eén van de zes 212 meter hoge zendmasten van Radio Kootwijk, ca. 1930.

In de jaren dertig werd de radio gemeengoed. Als de spreekwoordelijke paddenstoelen verschenen de bijhorende antennes in de vorm van houten staketsels met daarom gedrapeerde ‘luchtdraden’ op de daken. Voor elke radio één. Plaatsing ervan vertoonde anarchistische trekjes en er zijn waarschijnlijk heel wat burenruzies door ontstaan. Vooral in de steden werd het op de daken een wirwar van door en over elkaar lopende draden en masten. Er werd breeduit geklaagd over het ‘antennevraagstuk’. De Haagse Courant bijvoorbeeld sprak in 1930 van ‘ergerlijke ontsiering van het stadsbeeld’, een gevolg van de ontelbare antennemasten ‘groote, kleine, dikke, dunne, rechte, scheeve, kromme. Werkelijk, het ziet er dikwijls uit alsof na een reusachtigen brand een leger van half verkoolde en verwrongen staken overeind staat’. De ‘radiodistributie’ -waarbij zenders centraal werden ontvangen en doorgegeven- bracht wat verlichting. Tegen het eind van het decennium zorgden technische verbeteringen ervoor dat een kort antennedraadje binnenshuis voortaan volstond. In de steden werden de radioantennes in rap tempo van de daken verwijderd.

Reclame voor Philips radiobuizen, ca. 1925.

Nauwkeurig richten

Maar met de komst van de televisie in de jaren vijftig begon het hele antennecircus opnieuw. Voor iedere televisie verrees een metershoge ontvangstmast. In Nederland kon je daarmee de twee nationale zenders ontvangen. Op sommige plaatsen waren ook buitenlandse stations haalbaar, daar moest dan wel weer een extra antenne voor worden geplaatst. Want nog sterker dan bij de radio luisterde de positie van de antenne nauw. Hij moest nauwkeurig op het gewenste station worden gericht. In België, waar het op de daken al net zo’n kluwen was, konden al naar gelang de locatie vaak meer zenders worden ontvangen: Waalse, Vlaamse, Duitse, Franse of zelfs Nederlandse. De antenne werd via een bij de tv geplaatst kastje met een grote knop naar het gewenste station gedraaid.
Harry Stalknecht

Openingsbeeld: Een wirwar van televisieantennes op de daken in de jaren zestig-zeventig. Plaats onbekend, Nederland 1968. (Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/NFP/Fotograaf onbekend)

Lees het volledige artikel, plus nog veel meer historische wetenswaardigheden in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder