Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Een vergiftigd geschenk

27 januari 2020 Siebrand Krul

Tijdens de Vredesconferentie van Parijs (1919) paaiden de grootmachten brave little Belgium met de aanhechting van een stukje Duitsland waar bijna niemand op zat te wachten: de drie zogenoemde Oostkantons. Voor een minderheid van de inwoners van het kanton Malmedy betekende dit een blijde thuiskomst in het Franstalige België; voor de inwoners van Eupen en Sankt Vith het begin van een decennialange haat-liefdeverhouding.

De Duitstaligen zijn intussen model-Belgen: twee-, meestal drietalig, koningsgezind, overwegend katholiek en genietend van ruime faciliteiten, in het zog van de Vlaamse strijd voor meer autonomie.
De Oostkantons vormden een langgerekte strook, geklemd tussen Nederland, België, Duitsland en Luxemburg. Economisch stelde het dunbevolkte, agrarische grensgebied weinig voor; alleen militair-strategisch had het enige betekenis om de Maasvallei beter te beschermen tegen een Duitse inval. Taalkundig was de regio een lappendeken. In het noorden werd nog Plat-Diets gekaljd (gesproken); Malmedy had zijn Waalse karakter weten te bewaren en in de rest van de dorpen en de twee provinciestadjes Eupen en Sankt Vith was Duits de voertaal.

Het Comité Politique Nationale, een rechts-nationalistische pressiegroep, kreeg in 1919 veel respons met deze campagne. Naast de Oostkantons (paars) meende België ook op andere buitenlandse gebieden (rood) aanspraak te mogen maken om historische redenen.

Ook historisch viel er geen peil op te trekken. Het abdijprinsdom Malmedy-Stavelot fungeerde meer dan duizend jaar als een zelfstandige entiteit in het Heilig Roomse Rijk; Eupen en Sankt Vith behoorden respectievelijk tot het hertogdom Limburg en Luxemburg en enkele gemeenten maakten deel uit van het keurvorstendom Trier. De Franse revolutionairen zorgden voor een eerste eenmaking op bestuurlijk vlak.

Oost-België is een smalle landstrook van twintig tot vijftig kilometer breed. Malmedy en Waimes behoren tot de Franse gemeenschap; de andere gemeenten tot de Duitstalige gemeenschap met faciliteiten voor de Franstalige minderheden.

Pruisisch grondgebied

Pruisen pakte de zaken grondiger aan. Het Congres van Wenen (1815) wees de Oostkantons toe aan Pruisen ter compensatie van verloren gebieden in Saksen. Koning Friedrich Wilhelm III was een tevreden man: ‘Die gebieden kunnen niet tot een ander rijk behoren, want hun taal, traditie en wetgeving zou hen vreemd zijn’. Een uitspraak die getuigde van weinig kennis van zaken over die verre uithoek van zijn rijk. Onder zijn (tweede) zoon keizer Wilhelm I werd in 1879 het gebruik van het Duits in het onderwijs opgelegd; twintig jaar later werd het onderricht van de Franse taal helemaal verbannen. De harde aanpak van de katholieke kerk onder de protestantse kanselier Bismarck – beter bekend als de Kulturkampf – maakte de erg gelovige bevolking van de Oostkantons eerder wantrouwig tegenover de Pruisische heersers. Toch sneuvelden meer dan 1.800 jongemannen uit dit gebied voor de Duitse keizer in de Eerste Wereldoorlog.

Gouverneur-generaal Baltia verantwoordde zijn autoritaire optreden als volgt: ‘Deze mensen zijn erg gedisciplineerd door de kazerne of de school maar misbruiken de vrijheid als hen die te snel geschonken wordt’.

De Vredesconferentie van Parijs (1919) maakte dezelfde foutieve redenering als het Congres van Wenen dat een ver gemeenschappelijk verleden voldoende was voor de samenvoeging van regio’s. De ‘teruggave’ van de Oostkantons was overigens maar een onderdeel van groter pakket eisen dat de even flamboyante als drammerige minister van Buitenlandse Zaken Paul Hymans in Parijs kwam verdedigen. Tijdens de harde en langdurige bezetting waren de ideeën gerijpt van een ‘Groot België’, waarbij Nederlands-Limburg, de monding van de Schelde in Zeeland en het Groothertogdom Luxemburg bij België werden gevoegd. Die claim op Nederlands grondgebied was vooral voor Engeland onbespreekbaar. De Belgische delegatie keerde terug met als troostprijs de Oostkantons en het ministaatje Moresnet.

Het Belgisch-Duitse grensgebied speelde tijdens de Eerste Wereldoorlog een cruciale rol in de aanvoer van troepen naar het Westen, maar ook in de opvang van gewonde soldaten, zoals deze lazaret in het vroegere weeshuis van Eupen.

Referendum?

In de lijn van het recht op zelfbeschikking, het centrale idee van het Verdrag van Versailles, moest de bevolking zich gunstig uitspreken voor een aanhechting bij het nieuwe vaderland. Daar zag het niet naar uit, uitgezonderd in Malmedy. Zodra de annexatieplannen bekend raakten, circuleerden de eerste petities en in april 1920 vond een algemene staking plaats. De uitslag van dat ‘referendum’, gehouden tussen januari en juli 1920, leverde nochtans een verpletterende meerderheid pro België op.

In 2019 werd in de gemeentelijke archieven van Malmedy bij toeval dit document gevonden. Met houtskool was een van de plakkaten die de gesneuvelden van de Pruisische oorlogen herdachten, op kalkpapier overgewreven. Zowel de plakkaten als het monument zijn in 1920 bij de aanhechting vernield.

Farce belge

Het referendum had meer weg van een klucht. Alleen wie tegen de aanhechting was, mocht zijn protest kenbaar komen maken in openbare registers, hetzij in Malmedy, hetzij in Eupen. Voor vele inwoners op het platteland betekende dit al snel een dagreis. De eerste proteststemmers werden uitgewezen, afgedreigd met het intrekken van hun voedselbonnen of mochten hun waardeloze Duitse marken niet wisselen voor Belgische franken. Resultaat van het plebisciet dat in Belgische politieke kringen bekend stond als ‘la petite farce belge’ en dat de bevolking als onrechtvaardig en ondemocratisch ervaarde: 271 proteststemmen, meestal van voormalige Duitse ambtenaren, op een totaal van 33.700 stemgerechtigden. Einde 1920 gingen de grootmachten akkoord met de aanhechting van de ‘cantons rédimés’, letterlijk de ‘vrijgekochte kantons’.

In 1940 ervaarden vele Oost-Belgen de inval van de Wehrmacht als een bevrijding en gingen ze zich actief engageren in uiteenlopende naziorganisaties.

Koloniaal in Ostbelgien

De internationale goedkeuring van de overdracht was het eerste en enige succes voor luitenant-generaal Herman Baltia (1863-1938). De perfect Duitstalige en erg katholieke militair had zijn strepen verdiend in Congo en in de Eerste Wereldoorlog. Om de definitieve annexatie voor te bereiden stelde de Belgische regering hem voor een onbepaalde periode aan als verantwoordelijke van een overgangsregime, het zogeheten Gouvernement. Gouverneur-generaal Baltia nam zijn functie in januari 1920 op met een duidelijke opdracht. ‘Zorg ervoor dat alles zonder problemen verloopt en dat de kosten redelijk blijven. U zal zoals een gouverneur van een kolonie zijn die in direct contact staat met het vaderland’, sommeerde eerste minister Delacroix hem.

Het vervallen station van Raeren, de laatste halte voor de Duitse grens. Sinds de sluiting van de lijn in de jaren 1990 zijn er verschillende initiatieven genomen om museumtreinen te herstellen en te laten rijden, maar zonder succes.

Baltia moest enkel verantwoording afleggen aan de eerste minister, beschikte over uitvoerende én wetgevende macht en diende louter de liberale geest van de grondwet te respecteren. Vrijheid van taal, geloof, pers en vereniging waren het glijmiddel om van de Neubelgier goede Belgen te maken. De gouverneur verwachtte dat het twee tot drie generaties zou duren om de bewoners te assimileren en trad aanvankelijk behoedzaam op. Op de oorlogsgraven stond bijvoorbeeld niet te lezen ‘Gevallen voor het vaderland’ maar ‘Gevallen voor de vrede’. De enige, blijvende indruk die Baltia heeft nagelaten, is evenwel het potsierlijke trapmonument aan de Signal de Botrange. Dankzij de annexatie van de Oostkantons en de zes meter hoge constructie overschreed België de magische hoogte van 700 meter boven de zeespiegel.

De voormalige Vennbahn.

Zodra de Volkenbond de aanhechting had goedgekeurd, begon Baltia heel autoritair op te treden. Zijn eerste beleidsdaad was in Malmedy, de bestuurlijke hoofdplaats, het monument dat opgedragen was aan de gesneuvelden van de Pruisische oorlog tegen Oostenrijk (1866) en tegen Frankrijk (1870), te laten afbreken. Pro-Duitse politieke samenkomsten waren verboden of moesten op voorhand een goedkeuring krijgen. Kritische journalisten werden op het commissariaat ontboden en vervangen; één Duitsgezinde krant kreeg zelfs een verschijningsverbod.
Luc Minten

Openingsbeeld: Koning Albert tijdens een bezoek aan het legerkamp van Elsenborn (1921). Veel Belgen vervulden in deze kazerne een deel van hun dienstplicht.

Lees het volledige artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder