Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De reis van de Beagle

27 januari 2020 Siebrand Krul

Op 27 december 1831 licht marinebark de HMS Beagle in Engeland het anker. Het wordt een reis die ons wereldbeeld verandert. De Beagle, een oorlogsbodem uit 1820, wordt vertimmerd, de bemanning wordt teruggebracht van 120 naar 74 man. Er gaat een vracht navigatieapparatuur mee zodat kapitein FitzRoy precies weer waar hij Darwin aan land zet.

Liefst 22 chronometers moeten borg staan voor een exacte bepaling van de lengtegraad en de kanonnen zijn van brons, om de kompaswaarden niet te beïnvloeden. In Brazilië reist Darwin van Bahia naar Rio en raakt in de ban van de tropen. Op een rit over de pampa van Argentinië stuit hij op generaal Rosas, die bezig is de indianen uit te roeien. In het onmetelijke Patagonië verdiept hij zich in de geologie en maakt jacht op fossielen. Aan de Straat van Magellaan leert hij het harde leven van de oorspronkelijke bevolking kennen en treft een oude bekende. In Zuid-Chili is hij getuige van een vulkaanuitbarsting. In de Chileense havenstad Valdivia overleeft hij ternauwernood een aardbeving – een traumatische ervaring. Maar op de Galapagoseilanden is het eind goed, al goed: de onvergelijkelijke fauna daar brengt een ommekeer in zijn denken teweeg.

Charles Darwin kort voor Beagle, geportretteerd door George Richmond in 1840.

Als de Beagle op de rede van Bahia voor anker ligt, begeleidt Darwin een landgenoot naar Rio de Janeiro. Na sommige nachten onder de vrije hemel ontdekt hij bloederige gezwellen aan schouder en hals van de paarden: ‘De gewone vampier zorgt voor de nodige ongemakken doordat hij de paarden in de hals bijt.’ Maar de Braziliaanse paarden zijn taaier dan hun Engelse soortgenoten en herstellen zich snel van deze ader-lating. Op 23 april bereiken de mannen eindelijk Rio de Janeiro, waar Darwin kamers huurt. Hij is lyrisch over de plaats: ‘Een mens kan zich onmogelijk iets heerlijkers wensen dan aldus een paar weken in zo’n magistraal land door te brengen.’ Wormen, spinnen, kevers, vlinders, mieren – vlak voor zijn huisdeur spreidt het leven een tropische overdaad ten toon.

De Beagle in de Straat Magellaan.

Van geen van zijn kleine expedities keert Darwin met lege handen terug. Hij is evenwel niet alleen getuige van de schoonheid, maar ook van de genadeloosheid van de natuur: wespen verlammen hun slachtoffer om in diens lichaam hun eitjes achter te laten. Naast insecten en gelede dieren zijn het vooral de onooglijke, te land levende platwormen die hem fascineren, primitieve diertjes met een geheimzinnige ‘levenskracht’. Hij constateert dat als je zo’n wurm overlangs doormidden snijdt, elk van de helften zich ontwikkelt tot een nieuw dier, dat wekenlang in leven blijft.

De Beagle ankert bij Vuurland.

Argentinië, 3 t/m 24 augustus 1833 – De gauchogeneraal

Opnieuw lokt het avontuur als Darwin de geborgenheid van de Beagle verlaat om over land te reizen, dit keer onder begeleiding van vijf gaucho’s en een Engelsman. Na een rit van drie dagen bereiken ze aan de Rio Colorado een kamp van het Argentijnse leger. Dat leger heeft veel weg van een horde wilden: ‘Het lijkt mij sterk dat er ooit eerder zo’n schurkachtig bandietenleger bijeengebracht werd.’ Het stond onder bevel van Juan ¬Manuel de Rosas, grootgrondbezitter, politicus en toekomstig dictator. De man was een begenadigd ruiter, ook zonder zadel en teugels: ‘Daardoor en ook door zich aan de kleding en gebruiken van de gaucho’s aan te passen, werd hij mateloos populair en verwierf hij ten slotte absolute macht.’
Het gaucholeger maakt genadeloos jacht op de indianen aan de Rio Colorado om ruimte voor de veebaronnen te scheppen. Darwin noteert in zijn dagboek: ‘Hoewel deze vernietigingsoorlog volstrekt barbaars gevoerd wordt, zal hij ongetwijfeld van groot nut blijken. Hij zal de rundveehouderij in één klap […] van voor-treffelijk land voorzien.’
Rosas blijkt ondanks dat alles ook indiaanse bondgenoten te hebben, die de reiziger in de dagen daarop leert kennen.
Terwijl de mannen door de strijd in beslag genomen worden, verrichten andere handen de dagelijkse werkzaamheden: ‘Het is taak van de vrouwen de paarden te be- en ontpakken en de tenten voor de nacht op te zetten – kortom: om net als de vrouwen van alle wilden nuttige slaven te zijn.’
Na een audiëntie bij de generaal – ‘er kon geen lachje af’ – verwerft Darwin een laissez-passer en kan hij zijn reis vervolgen. In de haven van Bahia Blanca, een schamele verzameling barakken, stuit hij weer op de Beagle.

De Beagle voor de Australische kust.

Patagonië, 13 april t/m 8 mei 1834 – Muizen en giganten

Kapitein FitzRoy besluit de Santa Cruz-rivier in het zuiden van Patagonië met drie sloepen te verkennen. Darwin moet constateren dat de fauna van deze onherbergzame streek voornamelijk uit knaagdieren bestaat, waaronder diverse muizensoorten: ‘Het lijken allemaal kannibalen te zijn, want zodra er een muis in een van mijn vallen liep, werd die door een andere muis opgegeten.’ Verder bevolken guanaco’s, wilde lama’s, het land. Voor Darwin bestaat het zoölogische hoogtepunt van de expeditie uit de condors: ‘Je kunt de condors vaak op grote hoogte gracieus hun cirkels rond een bepaald punt zien beschrijven.’
Maar de bestaande fauna valt in het niet bij de uitgestorven diersoorten. Nog 12.000 jaar geleden leefde hier megatherium, een reuzenluiaard met de afmetingen en het gewicht van een Aziatische olifant. ‘Hoe, vraag je je dan af, moet de vegetatie er in die tijd wel niet uitgezien hebben? Was het land toen even onherbergzaam en onvruchtbaar als nu?’
In Argentinië verandert de keververzamelaar in een ijverige fossielenjager: ‘Ik had geluk met fossielen, ik heb delen van minstens zes verschillende diersoorten,’ schrijft hij aan de mecenas uit zijn studentenjaren in Cambridge, professor in de botanie John Henslow. De grootste slag die hij slaat is de ontdekking van Mylodon Darwinii, een nauwe, waarschijnlijk gras etende verwant van megatherium. De fossielen stellen de ge-leerde voor een vraag die hem de rest van zijn leven niet los zal laten: waarom sterven diersoorten uit?

De oude Darwin, in een tijd waarin uitbundige wenkbrauwen nog een teken van wijsheid waren.

Straat van Magellaan, 5 mei t/m 8 juni 1834 – Aan het einde van de wereld

In december 1832 had het schip ook al voor Vuurland voor anker gelegen. Toen werden er drie goed geklede passagiers naar de wal gebracht. Ze droegen de vreemde namen York Minster, Jemmy Botton en Fuegia Basket. Het waren door kapitein FitzRoy gekidnapte Vuurlanders die in Engeland onder dwang tot het christendom overgegaan waren. Op 5 mei nadert een kano het schip, bestuurd door een ‘inboorling’ met zwarte gezichtsbeschildering. ‘Deze man was de arme Jemmy, nu een lange, magere wilde, met woeste ma-nen en afgezien van een flard van een deken naakt,’ noteert Darwin vol ontzetting over deze ‘pijnlijke ge-daanteverwisseling’.
Jemmy Botton vertelt FitzRoy dat ook York Minster en Fuegia Basket civilisatie en christelijk geloof de rug toegekeerd hadden om hun vertrouwde leven weer op te nemen: ‘De volstrekte gelijkheid tussen individuen zou hen wel eens voor lange tijd immuun kunnen maken voor het beschavingsproces, ’concludeert Darwin later in zijn reisverslag.
Mede door de geschriften van Alexander von Humboldt komt ook de Engelsman tot het besef hoe hecht biotoop, flora en fauna met elkaar verweven zijn. Een sprekend bewijs voor wat een ecosysteem is gaan he-ten ziet hij in de onderzeese wouden van Magellaanse reuzenwieren. De planten bieden onderdak aan zee-egels, zeesterren, krabben, schelpdieren, koppotigen en kleine vissen: ‘Het aantal soorten die in hun leefwijze aangewezen zijn op de kelp is enorm,’ schrijft hij.

Even zoeken, en dan blijkt er wereldwijd een grote productie in bouwpakketten van de Beagle te bestaan.

Zuid-Chili, 21 november 1834 t/m 4 februari 1835 – Regen en vuur

Na een onderbreking in de havenstad Valparaiso laat FitzRoy koers zetten naar het zuiden, om de wateren rond het eiland Chiloé in kaart te brengen. Darwin noteert over het weer: ‘Ik durf wel te zeggen dat er maar weinig plaatsen in gematigde klimaatzones zijn waar zoveel regen valt.’ De eilanders zijn arm en behelpen zich vaak met ruilhandel. De aankomst van de Engelsen in dit ‘stille en afgelegen stukje aarde’ is een kleine sensatie. Darwin en zijn kameraden worden allervriendelijkst ontvangen: ‘Nooit heb ik meer welwillendheid en bescheidenheid gevonden dan onder deze mensen.’
Op 15 januari 1835 is Charles Darwin getuige van een nachtelijke vulkaanuitbarsting. Later hoort hij dat in diezelfde nacht ook de Cosigüina, in het verre Nicaragua, vuur gespuwd heeft. Van de werking van de con-tinentale platen heeft men in die tijd nog geen weet en daarom formuleert Darwin voorzichtig: ‘Het is lastig om zelfs maar te gissen of deze samenloop slechts toeval was of het gevolg van een ondergrondse verbin-ding.’
De dierenwereld op de schrale Zuid-Chileense eilanden is ‘zoals verwacht zeer pover’. Daar staat tegenover dat de zee rondom wemelt van het leven: ‘Het aantal zeehonden dat we onderweg zagen was verbluffend.’ Darwin meende een vriendelijke inborst bij hen te herkennen: ‘Maar zelfs zwijnen zouden zich schamen voor zoveel vuil en zo’n weerzinwekkende stank.’

In 1871 drukte Vanity Fair een karikatuur van Darwin af.

Valdivia, 20 februari 1835 – Dag van toorn

Het zijn de langste minuten in het leven van Charles Darwin – een aardbeving doet Chili trillen. De Beagle was na een opnemingsmissie de haven van Valdivia binnengelopen en Darwin had in zijn tijd aan wal zoals gebruikelijk de omgeving verkend, een missiepost bezocht en een Spaans fort bezichtigd. Hij rust net uit in een bos als zonder enige waarschuwing de grond beeft. Op die plaats ‘een uiterst interessant, maar allerminst angstwekkend fenomeen’. Maar de Valdivianen staan intussen doodsangsten uit,hun huizen wankelen op hun grondvesten, slaan tegen elkaar en de bewoners rennen in paniek de straat op.
Toch hebben de mensen in Valdivia geluk, want hun flexibele houten huizen storten niet in. De vernietigen-de kracht van de aardbeving wordt Darwin pas ten volle duidelijk als de Beagle een paar dagen later Conceptión aandoet: ‘De hele kust was bezaaid met balken en huisraad, alsof er duizend schepen vergaan waren.’ De kathedraal en de huizen eromheen zijn puinhopen vol lijken. Op tal van plaatsen is de aarde opengescheurd, reusachtige rotsblokken werden het strand op geslingerd, in sommige bergaders is de leisteen verpulverd: ‘Een zware aardbeving snijdt in één klap onze meest vertrouwde banden door. De aarde, inbegrip van houvast, bewoog onder onze voeten, als een dunne korst op een vloeistof.’ De traumatische aanblik van Conceptión zal Darwin nog maandenlang slapeloze nachten bezorgen.

Galapagos, 15 september t/m 20 oktober 1835 – Het grote raadsel

De geologisch jonge eilanden zijn een universum op zich, bevolkt door uitzonderlijke creaturen. Zwaar onder de indruk schrijft Darwin: ‘Het lijkt alsof we zowel in tijd als in ruimte enigszins de nabijheid ervaren van dat grote feit – dat raadsel aller raadselen -, het verschijnen van nieuwe organismen op aarde.’ Een raadsel dat de jonge man koste wat het kost wil oplossen. De grootste dieren van de archipel, de enorme landschild-padden, doen hem niet zoveel. Hij vermoedt namelijk dat ze als levende scheepsproviand op de eilanden uitgezet zijn. De zeeleguanen daarentegen fascineren hem. In tegenstelling tot hun verwanten op het Zuid-Amerikaanse vasteland lijken zij een ‘aquatisch’ leven te leiden. Darwin voert sectie op een van de reptielen uit en vindt zeewier in de maag van het dier.
Onvermoeibaar verzamelt en catalogiseert hij vogels, vooral vinken, waaronder hij dertien verschillende soorten onderscheidt die alleen op de Galapagoseilanden voorkomen: ‘Als je zoveel gradaties en zo’n structurele diversiteit in een kleine, nauw verwante groep vogels ziet, zou je waarachtig geloven dat één soort uit een gering aantal vogels uitgekozen en aan verschillende doeleinden aangepast werd.’ Maar hoe is het mogelijk dat nieuwe, ‘aangepaste’ soorten ontstaan? En hoe kwam het tot de uitzonderlijke aanpassing van de zeeleguanen aan een oorspronkelijk zo vijandige leefomgeving? Vijfentwintig jaar later zal Darwin deze vragen kunnen beantwoorden.

De bemanning
*Robert FitzRoy
Kapitein | Adellijk marineofficier die na een mislukt politiek avontuur het commando over het opnemingsvaartuig de Beagle krijgt.
*Charles Darwin
Onderzoeker | Natuurfilosoof Darwin grijpt de kans van zijn leven aan en reist als begeleider van de kapitein mee naar Zuid-Amerika.
*John Lort Stokes
Scheepsmaatje | De latere admiraal dient als jong matroos op de Beagle. Met Darwin deelt hij een levendige belangstelling voor de natuurlijke wereld.
*Conrad Martens
Kunstenaar | Engelse schilder, voegt zich in 1833 bij de expeditie als vervanger van de zieke Augustus Earle. Hij brengt acht maanden aan boord door.

Openingsbeeld: De Beagle voor de onherbergzame kust van Vuurland. Aquarel van Conrad Martens, die als tekenaar aan de expeditie deelnam.

Lees het volledige verslag van de reis van de Beagle en nog veel meer artikelen over Charles Darwin in de nieuwste G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder