Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Liefde voor de zelfkant

12 januari 2020 Siebrand Krul

Het was de combinatie van grimmige realiteit met de compassie die vaak in de ruwe Berlijnse volkstaal meeklonk, die het werk van Heinrich Zille tot op de dag van vandaag zo’n geloofwaardige kroniek van het andere Berlijn maakt. Zille, in 1858 als zoon van een klokkenmaker geboren in het Saksische Radeburg, kende de wereld van de binnenplaatsen maar al te goed.

Een van de binnenplaatsen in Berlijn, vuil, ingeklemd tussen huizenwanden en zo donker, dat alleen ’s zomers wel eens een zonnestraal de grond bereikt. In een leunstoel zit een klein meisje, met een kussen als steuntje in de rug en het gezicht door een zware ziekte getekend – een veraanschouwelijking van Zilles bewering dat je een mens net zogoed met een woning kunt doden als met een bijl? Maar er is nog een ander meisje, het oudere zusje van de zieke. Ze roept in onvervalst Berlijns de duistere krocht in die de gezinswoning is: ‘Moeder, breng ons toch de twee bloempotten. Liesje zit zo graag in het groen!’
Het was de combinatie van grimmige realiteit met de compassie die vaak in de ruwe Berlijnse volkstaal mee-klonk, die het werk van Heinrich Zille tot op de dag van vandaag zo’n geloofwaardige kroniek van het andere Berlijn maakt.

Zelfportret uit 1922.

Zilles ouders bekochten hun verhuizing naar de rijkshoofdstad met het verlies van hun positie in de lage burgerij. Heinrich moest al vroeg als boodschappenjongen en bezorger bijverdienen. Gelukkig hield hij daar genoeg zakgeld aan over om tekenlessen te kunnen nemen. Met de adviezen die zijn leraren hem gaven deed Zille zijn voordeel. Zo liet hij zich inderdaad tot lithograaf opleiden, wat hem bestaanszekerheid bracht. De gestaag uitdijende markt voor geïllustreerde kranten en tijdschriften schreeuwde als het ware om nieuw beeldmateriaal.
De tweede goede raad kwam van zijn leraar aan de academie. ‘Zoek de straat op, de buitenlucht, observeer zelf.’ En Zille ging ‘uff die Straße’ en ‘ins Jrüne’, om de mensen en hun dagelijks leven vast te leggen, geestrijk en ironisch, maar ook met medeleven en gevoel voor de volkstaal.

Deze titel zegt alles over Zille’s leefwereld en zijn inspiratiebron.. 1913.

Het ‘Milljöh’ dat Zille vastlegde was dat van de arbeiders- en armenbuurten met hun louche kroegen en hun labyrintische stegen en binnenplaatsen. Snel gebouwde, dicht opeengepakte woonblokken waren het ant-woord op de enorme bevolkingsgroei in Berlijn – de 19de-eeuwse variant van onze naoorlogse systeembouw. De propperige bouwwijze had getrapte huurprijzen als voordeel: hoe verder een binnenplaats van de straat aflag en hoe donkerder hij was, des te lager de huur. Ook dan konden veel gezinnen slechts één kamer beta-len, soms met een keuken erbij; arbeiders in ploegendienst deelden een bed en wie zich zelfs dat niet kon veroorloven, vond misschien een plaatsje als ‘Trockenmieter’, iemand die mocht blijven tot de stuc aan de nieuwe muren gedroogd was.

Zille’s werk sloeg aan, zie de oplagecijfers die steevast op zijn prentuitgaven werden vermeld. 1908.

Keer op keer zocht Zille deze harde wereld op vanuit het deftige Charlottenburg, waar hij als employee van de Photographischen Gesellschaft Berlin kon wonen. Als ‘Pinselheinrich’ won hij het respect van zijn model-len uit het Berlijnse proletariaat. Zille wist met zijn schetsen algauw een eigen publiek te boeien en te vermaken, al leidden ze in de academische schilderswereld tot gefronste wenkbrauwen – daar achtte men het ge-halte aan echt leven te hoog, helemaal toen Zille ook nog de sores en desillusies van de Berlijnse prostituees en hun pooiers in ‘Hurengespräche’ vast ging leggen. Sommige Berlijnse kunstenaars, zoals Max Liebermann, bewonderden Zille en moedigden hem aan. Met Käthe Kollwitz, de grote aanklaagster van nood en ellende, verbond hem een vriendschap voor het leven. Zij en Zille waren allebei links, maar weigerden zich voor het karretje van een partij te laten spannen.

Waar Duitsland ‘eeuwig’ benauwd voor is: de tweefrontenoorlog. Zille brengt het in 1915 in alle eenvoud in beeld.

Zilles levenshouding en zijn onverbloemde milieuschilderingen kwamen hem na dertig jaar op ontslag bij de Photographische Gesellschaft te staan. Een harde slag voor iemand van vijftig, maar gek genoeg baande dit voor Zille als karikaturist en genretekenaar definitief de weg. Hij exposeerde op de salons waarmee rebelse kunstenaars de gevestigde orde uitdaagden, publiceerde platenboeken met Berlijnse taferelen en werd een gewaardeerd medewerker van de grote geïllustreerde tijdschriften, zoals Simplicissimus, Jugend of Die lustigen Blätter.

In de Berlijnse lompenkolonie.


Voor veel Duitsers presenteerde Zille het leven van de typische Berlijners. Zijn getekende grappen waren meer van het onschuldige soort – met bijvoorbeeld een pronte conductrice die door de coupé roept: ‘Voor is het bij mij vol, maar achter heb ik nog wel plaats!’ Een veelgehoord verwijt was dat Zille zijn wereld te roos-kleurig voorstelde. Toch schrok ‘Vadder Zille’ zoals het kleine volkje dat voor hem model stond hem noem-de er niet voor terug de werkelijkheid drastisch weer te geven. Zo laat hij een tuberculeus meisje zeggen: ‘Wenn ick will, spuck ick Blut in’ Schnee!’
Franz Metzger

Lees het volledige artikel, en nog veel meer over Berlijn, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder