Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Keizerlijk Berlijn

17 december 2019 Siebrand Krul

Stormachtige tijden breken in 1871 aan als Berlijn hoofdstad van het nieuwe Duitse rijk wordt. Binnen de kortste keren verandert de Pruisische residentie in de modernste metropool van het continent. Toen Mark Twain in 1891/92 een half jaar aan de oevers van de Spree vertoefde, schreef hij verbaasd: ‘Het is nu een nieuwe stad, de nieuwste die ik ooit gezien heb. […] Het grootste deel oogt alsof het vorige week gebouwd werd.’

De tomeloze, welhaast anarchistische groeispurt die de stad tussen 1870 en de Eerste Wereldoorlog doormaakte, veranderde haar aanzien ingrijpend: er kwam een moderne riolering, die het afvalwater naar vloeivelden aan de rand van de stad voerde, er kwam een elektrische tram, een S-Bahn, een metro. In Berlijn klingelde de eerste telefoon, straalden de eerste straatlantaarns, reed de eerste op een privé-persoon geregistreerde auto, regelde het eerste verkeerslicht het verkeer (op de Potsdamer Platz), probeerde Otto Lilienthal zijn eerste vliegmachine uit.

Bouwwerkzaamheden aan de Grenadierstraße.

Het motto van Wilhelminisch Berlijn was ‘tempo, tempo, tempo!’ De vier miljard aan herstelbetalingen die na de Duitse-Franse oorlog uit Frankrijk binnenstroomden, wekten een heuse goudkoorts . ‘De NV’s schoten als paddestoelen uit de grond. Uit heel Duitsland stroomden de mensen toe, complete industrieën werden naar de hoofdstad verplaatst,’ berichtte Sebastian Hensel over de ‘roes, de waanzin’ van de speculanten kort na ‘71’. Alleen al in 1872 zagen 250 nieuwe bedrijven het licht. Banken, verzekeringsmaatschappijen, handelsondernemingen, fabrieken dreven de industrialiseringscurve die rond het midden van de 19de eeuw ingezet had steil omhoog.

De Berlijnse Beurs aan de Friedrichsbrücke.

De binnenstad veranderde in een ‘city’, waar representatie, bestuur en consumptie hand in hand gingen. Grote banken vestigden zich bij voorkeur tussen Französischer-, Mauer- en Behrenstraße, verzekeringsmaatschappijen en handelsondernemingen in de Leipziger Straße. Rond de Kochstraße agglomereerden de dagbladen, de Friedrichstraße werd een promenade met tal van amusementsgelegenheden. Wie zich aan luxe over wilde geven, vond in ‘Mitte’ de chicste eetgelegenheden en warenhuizen: Hermann Tietz aan de Alexanderplatz en in de Leipziger Straße, Wertheim aan de Leipziger Platz en het iets later, in 1907, geopende KaDeWe in de Tauentzienstraße boden alles waar een dure smaak naar verlangt. In Café Bauer en het Café des Westens nipte een verwend publiek aan koffie of chocolademelk, bladerend in kranten als de Vossische Zeitung, de Berliner Börsen Courier of de Berliner Zeitung.

Berlijn in vogelvlucht, Meinhardt, 1871.

De ongekende boom van de laatste drie 19de-eeuwse decennia (de zogeheten ‘Gründerzeit’, die van de grondlegging van het verenigde Duitsland) kreeg gestalte in zware en overdadige bouwstijlen als het Historisme en de Wilhelminische Barock. Het sobere Classicisme had in de hoofdstad allang afgedaan. ‘Spree-Athene is dood, Spree-Chicago ontwikkelt zich,’ juichte Walther Rathenau, zoon van de oprichter van AEG. Weelderige stucgevels met kroonlijsten, beelden, erkers, torentjes en imposante entrees (waarachter soms al liften schuilgingen) verrezen aan de grote boulevards, waarbij parvenu’s, aristocraten en hofkringen met elkaar wedijverden. Vooral de overheidsgebouwen wilden indruk maken: rechtbanken, postkantoren, musea en gymnasia oogden als immense paleizen. Rond de Wilhelmstraße streken de nieuwe (rijks)overheidsdiensten neer: de ministeries van Buitenlandse en Binnenlandse Zaken en de Rijkskanselarij. Maar ook bestaande instellingen als de beide kamers van het Pruisische parlement kregen een nieuw onderdak, in de stijl van de Italiaanse Hoog-Renaissance. Van 1884 tot 1894 werd er gebouwd aan de pompeuze Rijksdag van Paul Wallot.

Paul Höniger, de Spitalmarkt in Berlijn.

‘Kolossaal’ werd het lievelingswoord van de Berlijners. Maar het leek wel of de jonge metropool zich zo bravoureus voordeed om nood en armoede te verhullen. In de uit haar krachten groeiende stad verdrongen in de zijvleugels en aan de binnenplaatsen van de stadspaleizen de huurkazernes elkaar, waar de velen huisden die met hun arbeid de rijkdom van de happy few bijeenbrachten. Op een lange voettocht trokken ze dag voor dag naar satellietsteden als Tegel, Spandau, Schöneweide en Adlershof om daar in reusachtige fabrieken een hongerloon te verdienen. Tot de grootste werkgevers behoorden machine- en locomotiefbouwer August Borsig, de elektrofrabrikant Werner von Siemens en de door Emil Rathenau opgerichte Allgemeine Elektrizitätsgesellschaft (AEG), met haar latere dochtermaatschappij Telefunken. De fabrieksarbeiders leidden temidden van de kapitalistische overdaad een ellendig bestaan, dat door de prentkunstenaar Heinrich Zille in duizenden tekeningen en schetsen werd vastgelegd (zie het artikel op blz. 30 e.v.).
Hét biotoop van arm Berlijn was de binnenplaats of koer, waarvan er op de soms wel 57 meter diepe percelen zeven achter elkaar konden liggen. De binnenplaatsen waren slecht verlucht, schemerig en net groot genoeg voor de draaicirkel van de toenmalige brandspuit (ca. 5,34 meter). De woningen waren hopeloos overbevolkt, doordat zelfs kinderrijke gezinnen nog ‘Schlafburschen’ als onderhuurders aannamen om de huur te kunnen voldoen. Geen zolderkamertje zo tochtig, geen kelder zo vochtig, of er nam wel een haveloos iemand genoegen mee.

Keizer Wilhelm II en zijn zes zonen tijdens de parade op Nieuwjaarsdag 1914, Berlijn.

De Berlijnse bouwwoede wist dan ook geen gelijke tred te houden met de bevolkingstoename. In de ergste huurkazernes deelden 36 huishoudens een gang. Toiletten waren er alleen op de binnenplaats of in het trappenhuis. Ziektes bleven dan ook niet uit en de kindersterfte lag in de arbeiderswijken in het noorden en oosten van de stad rond de 35 procent – en de betere buurten daarentegen ‘slechts’ bij vijftien of iets daar onder.
Geen wonder dat de arbeiders in rap tempo politiek bewust werden en radicaliseerden. Berlijn werd een bolwerk van de arbeidersbeweging; vakbonden en sociaal-democratie hadden hier de trouwste aanhang. Het ‘rode Berlijn’ leefde steeds op voet van oorlog met het keizerhuis en zijn regering. De Hohenzollern meden hun rebelse arbeiderstad zoveel mogelijk.
Karin Schneider-Ferber

Lees het volledige artikel, en nog veel meer over Berlijn, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder