Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Da Vinci’s visioenen

17 december 2019 Siebrand Krul

Niemand uit de tijd van de Renaissance wordt zo sterk geïdealiseerd tot universeel genie als Leonardo da Vinci. Vooral de tekeningen van de vreemdste machines – van vliegtuigen en duikersuitrustingen tot gemotoriseerde wagens en oorlogstuig – die zijn schetsboeken bevolken, leverden hem de reputatie van een visionair op, iemand die met zijn uitvindingen zijn tijd ver vooruit was. Maar functioneren zijn vernuftige bedenksels ook?

Vijf eeuwen geleden, op 2 mei 1519, stierf Leonardo, 67 jaar oud. Zelfs in zijn stoutste dromen had hij zich vast niet voor kunnen stellen dat zijn Mona Lisa, met glimlach en al, op ruimtemissie zou gaan. Toch was dat wat ze bij de NASA in 2013 deden. In dat jaar verstuurde men een zwart-witversie van zijn beroemdste schilderij, 152 bij 200 pixels groot, van het Goddard Space Flight Center in Maryland naar de maanverken-ningssonde Lunar Reconnaissance Orbiter – per laser, over een afstand van 386.000 kilometer. De keuze van de Mona Lisa voor de eerste geslaagde transmissie van data naar een ruimtesonde met behulp van lasersigna-len was een zoveelste eerbetoon aan het vermeende praktische vernuft van de grote Leonardo.

Bouw van de vliegmachine (‘hefschroefvliegtuig), die amper aan de grond genageld hoeft te worden: dit ding kan onmogelijk het luchtruim kiezen.


Bijna even beroemd als de Mona Lisa is Leonardo’s versie van de Mens van Vitruvius – een man met ideale proporties, zoals bepaald door de Romeinse architect Marcus Vitruvius Pollio. De tekening geldt als het zin-nebeeld van het huwelijk tussen kunst- en werkelijkheidszin, waaruit wij de Westerse beschaving maar al te graag zien voortkomen.

Tientallen jaren werkte Da Vinci aan zijn technische vondsten, maar geen enkele kon functioneren.

Helaas zijn de meeste door hem geschetste en beschreven apparaten niet bestand tegen een toetsing in de praktijk, of alleen na meer of minder ingrijpende technische aanpassingen of aanvullingen. Dat blijkt over-duidelijk uit het onderzoek dat wetenschapsjournalist Matthias Eckoldt onlangs publiceerde. Ook de door Zürichse historicus Bernd Roeck geschreven biografie leidt tot die ontnuchterende conclusie.

Leonardo’s ‘faam’ als universele geleerde stoelt vooral op de campagne die Mussolini daarvoor voerde.

We weten al langer dat Leonardo niet de eerste mens was die bevangen werd door de droom van het vlie-gen. De idee dat een mens met vleugels als van een vogel het luchtruim kiest, komt al tot uitdrukking in de vroegste mythen uit de Oudheid en het verhaal van de bouwmeester Daedalus en zijn zoon Icarus. Die pro-beerden het eiland Kreta te ontvluchten, waar ze door koning Minos gevangen gehouden werden. Daedalus maakte vleugels van veren, garen en was, bevestigd op een traliewerk. Hoe die constructie gewerkt zou heb-ben verraadt ons de klassiek-Romeinse dichter Ovidius in zijn versie van het verhaal niet. Bovendien heeft hij het de ene keer over zweven, de andere keer over het slaan met de vleugels.

Doordat de sage van Daedalus en Icarus eeuwenlang zo’n grote bekendheid bleef houden, verwondert het niet dat zich onder de vele door Leonardo da Vinci geschetste vliegmachines ook een variant op deze con-structie uit de Oudheid bevindt – wat dan toch op een soort zweeftoestel neerkomt. In 2003 werd het op basis van Leonardo’s schetsen nagebouwd en door de Britse deltavliegster Judy Leden getest. De meervou-dig wereldkampioene presteerde het weliswaar daarmee een afstand van meer dan tweehonderd meter door de lucht te overbruggen, maar daar waren wel eerst de nodige onzachte landingen aan voorafgegaan. Hoe dan ook werkte de reconstructie alleen nadat er ingrijpende veranderingen in Leonardo’s ontwerp waren aangebracht.

Technische vooruitgang is vaak afhankelijk van de vraag van militairen. Ook Leonardo da Vinci vond daarin een broodwinning, zoals met deze enorme kruisboog.
Militair object, als tank gezien.

En dat terwijl de renaissancekunstenaar langdurig en nauwlettend de vlucht van vogels bestudeerd had. Zijn aantekeningen en schetsen bewijzen tot welke inzichten omtrent de duimvleugel hij daarbij kwam. Deson-danks vertonen Leonardo’s ontwerpen teveel tekortkomingen op beslissende details om er een bruikbaar vliegtuig mee te kunnen construeren.

Schaalmodel van Da Vinci’s ’tank’.

Dat blijkt eens te meer bij de andere vliegapparaten van Leonardo, die uitgaan van het gebruik van menselij-ke spierkracht in toch vrij ongemakkelijke lichaamshoudingen, bijvoorbeeld om de vleugels door zwengels met de hand of pedalen met de voet te bewegen, of het vliegtuig door draaien van het hoofd te besturen. Stuk voor stuk zijn ze ongeschikt om mee te vliegen, net als Leonardo’s helikopterachtige ‘vliegschroef’. Wat de praktische uitvoerbaarheid vooral in de weg staat, is het onvermogen van het menselijk lichaam om de kracht te genereren die nodig is om het zware toestel los te krijgen van de grond.
Zelfs op het idee van dergelijke vliegtuigen is Leonardo niet als eerste gekomen: vergelijkbare machines staan al beschreven in het werk van de franciscanenmonnik Roger Bacon, die in de 13de eeuw leefde. Niet voor niets eerde men de ingenieuze Bacon met de grootse titel ‘doctor mirabilis’ ( ‘bewonderenswaardig leermeester’).

Een hardnekkig fabeltje is dat Leonardo da Vinci en zijn helper Tommaso di Giovanni Masini da Peretola vliegexperimenten uitvoerden op de Monte Ceceri ten noordoosten van Florence. Daarbij zou Tommasso verscheidene ribben of zelfs een been gebroken hebben. Ondertussen is in Leonardo’s uitgebreide aanteke-ningen geen verslag te vinden van een proef met een vliegapparaat. Ook over het vermeende ongeluk staat er niets te lezen.
Nee, bij Leonardo’s leven is er geen enkele van de technische fantasieën die hij aan het papier toevertrouwde verwezenlijkt – niet door hem zelf, noch in opdracht door een ander. De modellen die tegenwoordig her en der getoond worden (bijvoorbeeld in het Florentijnse Museo Leonardo da Vinci) zijn pas in de loop van de 20ste eeuw vervaardigd. En daarbij permitteerden de moderne ingenieurs zich heel wat vrijheden. In de meeste gevallen werd namelijk al snel duidelijk dat Leonardo’s fantasierijke projecten in de werkelijkheid geen kans van slagen hadden.

Da Vinci’s standbeeld aan het Uffizi in Florence.

Dat geldt ook voor het pantservoertuig, waarvoor de kunstenaar opnieuw op oudere ontwerpen terug kon vallen. Het zou met het door hem getekende zwengelmechanisme nooit in beweging gebracht kunnen wor-den. Pikant detail is dat uitgerekend de fascistische dictator Benito Mussolini veel voeding aan de mythe van Leonardo als geniaal uitvinder heeft gegeven. Hij was het die modellen naar schetsen van de renaissan-cekunstenaar liet maken – voor een tentoonstelling die vanaf 1939 de wereld rondreisde. Volgens Matthias Eckoldt heeft deze modellencollectie wezenlijk bijgedragen aan de faam van Leonardo als universeel geleer-de. De gebreken in de ontwerpen, waardoor ze nooit naar de bedoeling van hun maker hadden kunnen func-tioneren, werden voortaan welwillend afgedaan als opzettelijke slordigheden en bij het nabouwen stilzwij-gend gecorrigeerd.
Kay Peter Jankrift

Lees de andere helft van dit boeiende verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder