Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Birds of Australia

17 december 2019 Siebrand Krul

Op 30 mei 2018 werd bij veilinghuis Bonham in Londen een collectie boeken geveild, die in de catalogus vermeld stond als de bibliotheek van ‘Wassenaar Zoo’, dat wil zeggen afkomstig uit het bezit van de familie Louwman. Piet Louwman, de oprichter van Dierenpark Wassenaar, was een groot liefhebber van vogels. Topstuk uit de collectie was het zevendelige ‘Birds of Autralia’ van het echtpaar Gould.

Louwman was ook een succesvolle importeur van auto’s, waaraan zijn grote museum van antieke en bijzondere auto’s in Den Haag herinnert. Bij zijn villa richtte hij een volière in, maar zijn liefhebberij vereiste zoveel ruimte, dat hij een vogelpark oprichtte in Wassenaar, dat weldra werd uitgebreid met olifanten, leeuwen en apen, tot een echte dierentuin. Louwman verzamelde ook een prachtige ornithologische bibliotheek, waaronder dus Birds of Australia, van het echtpaar John en Elizabeth Gould, verschenen tussen 1840 en 1848. De zeldzame door Bonham aangeboden set werd afgehamerd op € 214.285.
Het echtpaar Gould had met deze en andere prachtig geïllustreerde boeken een monumentaal werk tot stand gebracht, veelal onder zeer moeilijke omstandigheden.

De dierentuin van de Zoological Society in Regent’s Park, Londen, werd in 1828 opengesteld voor wetenschappelijk onderzoek en pas in 1847 toegankelijk voor het publiek.

Zoological Society

John Gould (1804-1881) had zijn tijd mee. Er was grote belangstelling voor verre landen, vreemde volken en exotische dieren. In 1826 werd in Londen de Zoological Society opgericht met als eerste voorzitter Thomas Stamford Raffles. De Society ontplooide allerlei activiteiten, waaronder onderzoeksreizen en de aanleg van een dierentuin waar levende dieren konden worden bestudeerd. Er kwamen een bibliotheek en een museum, waar onder meer opgezette dieren werden getoond. John Gould was daar in dienst als preparateur. Hij werkte met de jonge Edward Lear, die uitblonk in het tekenen van vogels.

Portret van John Gould, litho gemaakt door de Engelse portrettist Tom. H. Maguire in 1849.

Toen Edward negentien jaar was, verscheen van hem een prachtig geïllustreerd boek over papegaaien. Het was een groot succes, maar Lear werd later bij het Engelse publiek vooral bekend door zijn doldwaze limericks. Een andere veelbelovende jongeman bij de Society was de tekenaar John Gilbert. Gilbert reisde met Gould mee naar Australië en zou daar later nog een keer heen worden gestuurd om vogels te tekenen en te verzamelen. Charles Darwin, eveneens verbonden aan de Zoological Society, kwam zijn op de Galapagos Eilanden verzamelde specimen brengen, waaronder balgen van tientallen vinken.

Australische vogels getekend door Elizabeth Gould.
John Gould kreeg veel erkenning met het preparen van deze giraffe, een geschenk van de pasha van Egypte aan koning George IV. Schilderij van de Zwitserse dierenschilder Jacques-Laurent Agasse, gemaakt circa 1827. De man met de hoge hoed is handelaar en dierentuineigenaar Edward Cross. (Royal Collection, Londen)

Darwin gebruikte de collectie vinken als bewijsvoering voor zijn evolutietheorie. Gould toonde aan dat er meer van de meegebrachte vinken verwant waren dan Darwin dacht, ondanks de uiterlijke verschillen in kleur van de veren en dikte van de snavels. Hiermee werd Darwins theorie, dat de dieren al naar gelang hun levensomstandigheden op den duur een aangepast uiterlijk krijgen, extra ondersteund.

Elizabeth Gould met een parkiet in haar rechterhand. (Anoniem schilderij in particulier bezit)

De tekenkunst van Elizabeth

John Gould begon zijn carrière als tuinmansknecht, onder de hoede van zijn vader, in de Koninklijke Tuinen van Windsor. Hij had liefde voor planten, maar meer nog voor vogels, en bleek te beschikken over enkele goed te combineren talenten. Hij was een vogelkenner, kon dieren levensecht opzetten en was daarnaast een goed zakenman. Hij werkte na Windsor nog een poosje in de tuinen van Ripley Castle en vestigde zich vervolgens als taxidermist in Londen, waar hij de aandacht trok met het prepareren van een giraffe die op wonderlijke wijze in Londen was gekomen. Het dier was een geschenk aan koning George IV van pasja Mohammed Ali van Egypte, die westerse vorsten bedacht met exotische geschenken, zoals giraffen.

Charles Darwin bracht van zijn reis naar de Galapagos Eilanden in 1836 onder meer balgen mee van vinken waarmee hij zijn evolutietheorie onderstreepte.
Dat men in de beginjaren nog niet altijd wist hoe men moest omgaan met exotische dieren is te zien op deze gravure van William Belch uit 1826. Een olifantenstier werd onhandelbaar en moest tot verontwaardiging van het publiek worden omgebracht.

Helaas stierf het dier in Londen al na twee jaar en Gould wist hem met succes op te zetten. Het bezorgde hem op 23-jarige leeftijd een baantje aan de Zoological Society, waar hij zich als een vis in het water voelde. John ontmoette in die tijd de talentvolle Elizabeth Coxen. Zij had tekentalent, musiceerde en had aanleg voor talen en bovenal was zij bijzonder vlijtig. De twee trouwden een jaar later en dat was het begin van een vruchtbare samenwerking.

Een python in de Londense dierentuin wordt door een oppasser gevoed met een boa.

John zette Elizabeth aan om haar tekentalent verder te ontwikkelen door les te nemen bij Edward Lear. Een grote partij geprepareerde vogels van de Himalaya bracht het stel ertoe om in twintig maandelijkse afleveringen het prachtige Birds of the Himalaya, uit te geven. Daarna werd begonnen aan afleveringen Birds of Europe. Twee broers van Elizabeth stuurden vogels vanuit Australië. Dat leidde tot een serie over de vogels van Australië, maar dat was Gould niet naar de zin. Hij wilde er zelf naar toe om het land te verkennen en de honderden onbekende vogelsoorten te ontdekken en in het wild te bestuderen.

Een emoe met kuikens, getekend door Elizabeth Gould. John kon het vlees van de vogel niet erg waarderen.
Een liervogel met zijn wonderlijke staartveren, getekend door Elizabeth Gould.

Wonderlijke Australische vogelwereld

Een reis naar Australië was een hele onderneming. John en Elizabeth lieten hun drie jonge kinderen achter onder de zorg van Elizabeths moeder. Een zoontje van zeven ging mee, evenals een neefje van vijftien, Henry Coxen, dat later een belangrijke rol zou spelen voor de veeteelt in Australië. Verder gingen een knecht en een meid mee en de jonge collega John Gilbert. In september 1838 kwam het schip de Parsee aan in Hobart Town. Gould en Gilbert trokken er onmiddellijk op uit. De zwangere Elizabeth bleef achter en werkte schetsen uit.

De rosella uit Tasmanië, getekend door Elizabeth Gould voor The Birds of Australia. John noteerde dat de rosella een erg smakelijke vogel was.
Grote geelkuifkakatoe (cacatua galerita), getekend door Elizabeth Gould.

Nadat haar vijfde kind, een zoontje, was geboren ging zij mee met haar man. Bij het zien van de enorme hoeveelheid levende en dode vogels die John verzamelde, merkte zij spottend op dat John zich binnen de kortste keren tot de grootste vijand van de Australische vogelwereld had gemaakt. Elizabeth maakte honderden tekeningen in kleur waarvan later litho’s werden gemaakt, grotendeels door haar zelf, die met de hand werden ingekleurd.

Een Brolgakraanvogel (grus rubicunda), getekend door Elizabeth Gould.
Een kobaltniltava (niltava grandis) getekend door H.C. Richter voor Birds of Australia.

Het is onvoorstelbaar hoe het onder primitieve omstandigheden reizende gezelschap zoveel werk kon verrichten. Er werd verzameld, getekend en beschreven. De dieren werden levend in kooitjes of geprepareerd meegenomen, evenals eieren en nesten. Gould keek zijn ogen uit bij het zien van de wonderlijke vogelwereld. Hij schreef dat hij zich in Australië voelde alsof hij op een andere planeet terecht was gekomen.

Een waadvogel, de lobi vannellus lobatus, getekend door Elizabeth Gould.
Prieelvogels getekend door Henry C. Richter.

Hij verbaasde zich over het wonderlijke nest van de prieelvogel, merkte op dat het vlees van de emoe smaakte naar taaie biefstuk, en keek zijn ogen uit naar de verenpracht van de liervogel, de rosella van Tasmanië, een soort papegaai, vond hij een smakelijke vogel en de gans van Cape Barren, een hoendergans, was volgens hem de lekkerste ganzensoort. Gould was erg gecharmeerd van de kleine kolibri, een voorliefde die hij een leven lang behield. Een goudvink noemde hij Chloebia Gouldiae, naar zijn volijverige vrouw.

Buidelratten getekend door Henry C. Richter voor Mammals of Australia, uitgegeven door John Gould als vervolg op zijn Birds of Australia.

Naarmate het jaar vorderde kreeg Elizabeth steeds meer heimwee naar haar achtergebleven kinderen. In april van het jaar 1840 keerde het gezelschap terug naar Engeland, waar onmiddellijk werd begonnen met het ook weer in hoofdstukken verschijnende Birds of Australia. De eerste aflevering verscheen op 1 december 1840, de 36ste in 1848, waarna de hele serie verscheen als zeven gebonden boeken. Elizabeth zou dat niet meer meemaken. Zij stierf op 15 augustus 1841 na de geboorte van Sarah, haar zesde kind en derde dochter, aan kraamvrouwenkoorts. De diepbedroefde John bleef achter met de kinderen en een berg materiaal. Onvermoeibaar zette hij het werk voort, daarbij geholpen door de achttienjarige, talentvolle Henry Constantine Richter. John Gilbert had hij kort na de aankomst in Londen weer naar Australië gestuurd, waar de man werkte tot hij op 33-jarige leeftijd werd vermoord door aboriginals, in juni 1845.
Ruud Spruit

Openingsbeeld: Tekening van een papegaai die Edward Lear maakte voor zijn papegaaienboek.

Lees het volledige artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder