Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Valse sultan van Marokko

27 november 2019 Siebrand Krul

Dat de geliefde vorst (sic) Leopold II zijn koloniaal oog liet vallen op Congo is algemeen bekend, maar hij had ook belangstelling voor Marokko. Daarvoor gebruikte hij een marionettenfiguur: Bou Hamara. De tijd leek geschikt: op het einde van de 19de eeuw verkeerde het sultanaat van Marokko in grote chaos.

De macht van de heersende sultans van de Alaoui-dynastie is tanende en hun positie komt geregeld in conflict met rebelse krijgsheren uit het Rifgebergte, in het noorden van Marokko. Op internationaal gebied wordt de legitimiteit van de sultan voortdurend uitgehold en tal van Europese landen lonken begerig naar Marokko als mogelijk koloniaal gebied.
Wanneer sultan Hassan I in 1894 overlijdt, staat er geen sterke troonopvolger klaar en de positie van Marokko als autonoom sultanaat komt in het gedrang. Zijn minderjarige zoon Abdel Aziz wordt sultan, aanvankelijk bijgestaan door een oudere grootvizier. Maar wanneer ook deze sterft, komt de hopeloos onervaren Abdel Aziz zelf aan het roer van het zwalkende sultanaat.

Bou Hamara, foto uit 1903. (CC)

Het is in deze erg onstabiele context dat Bou Hamara voor het eerst van zich laat horen. Geboren als Jilali ben Driss Zirhouni al-Youssefi weet deze intelligente ingenieurstudent zich op te werken tot secretaris van Moulay Omar, een broer van de sultan. Hij wordt echter veroordeeld wegens fraude en verdwijnt – tijdelijk – van het politieke toneel.
Intussen toont de Belgische koning Leopold II belangstelling voor Noord-Afrika. Hij bracht zelf driemaal een bezoek aan Marokko: in 1862, in 1897 en in 1900. In een poging een deel van de Marokkaanse koek voor zich op te eisen, gebruikt hij een Franse avonturier, Gabriël Delbrel, als vertrouwenspersoon aan het Marokkaanse hof.
Sultan Adel Aziz krijgt het verwijt dat hij zich laat manipuleren door de Europese koloniale machten. En plots duikt daar opnieuw Bou Hamara op. Als een soort messias, gezeten op een ezelin (= de letterlijke betekenis van zijn bijnaam Bou Hamara), verschijnt hij in dorpen.

Sultan Abdel Aziz is niet echt een kordaat heerser. Hij amuseert zich liever, zoals hier met de fiets. (CC)

Hij beweert dankzij handoplegging mensen te genezen en verspreidt het gerucht dat hij niemand minder is dan Moulay Mohammed, de oudste broer van de sultan die opzijgeschoven was en een verborgen leven leidde, maar in naam wel bekend was bij de bevolking. Bou Hamara pretendeert dus eigenlijk de ware sultan te zijn, de verloren prins die na jaren in het verborgene eindelijk zijn rechtmatige positie komt opeisen. De boodschap slaat aan en het ene dorp na het andere sluit zich aan. Stilaan verwerft Bou Hamara zijn tweede bijnaam, namelijk die van le rogui, hetgeen zoveel betekent als ‘de troonpretendent’.
Aanvankelijk laat sultan Abdel Aziz, weinig doortastend als hij is, begaan. Maar wanneer Bou Hamara en zijn volgelingen erin slagen de stad Taza in te nemen, moet de sultan wel ingrijpen. Hij laat zijn broer, de échte Moulay Mohammed, opdraven op een markt in de hoop zo Bou Hamara in diskrediet te brengen. De acte de présence van Mohammed ontaardt echter in een massahysterie die eerder in het voordeel van de valse troonpretendent Bou Hamara uitdraait, en alleen maar bijdraagt tot diens mysterie.

Bou Hamara, gezeten op zijn ezelin. (Le Petit Journal)

Belgische betrokkenheid

Bou Hamara vertoont zich voortaan met een parasol, een attribuut dat normaal gezien voorbehouden is voor de sultan. Hij zoekt ook internationale steun bij de genoemde Gabriël Delbrel, die in naam van België in de regio actief is. Delbrel steunt Bou Hamara en zo is Leopold II opeens betrokken partij in deze Marokkaanse dynastieke Game of Thrones.
Leopold II biedt samen met Frankrijk zijn steun aan de claim van Bou Hamara. Een marionettenstaat in Noord-Marokko onder leiding van de valse sultan zou mooi in de kaart spelen van de Franse en Belgische belangen. Delbrel pendelt geregeld tussen Marokko en België en wordt ontvangen op het paleis in Laken om de Marokkaanse ontwikkelingen te bespreken met de koning.

Sultan Abdel Aziz onder de parasol, ca. 1900-1905. (rr)

Leopold stuurt ook militaire hulp naar Bou Hamara, in de vorm van wapenleveringen: 1.200 geweren, twee kanonnen en meer dan 600.000 kogels vertrekken uit de Luikse wapenfabrieken richting Marokko. Ironisch genoeg had België in de jaren voordien ook wapens geleverd aan de échte sultan, zodat de strijd gevoerd wordt met Belgische wapens aan beide kanten van het front. Beide partijen gaan zich te buiten aan wreedheden. Verhalen over folteringen van gevangenen verschijnen op de voorpagina’s van de internationale pers, maar het politieke en diplomatieke gehakketak op de achtergrond blijft voor het brede publiek grotendeels verborgen.

Gevangenen worden gefolterd. (Le Petit Journal)

De actieve betrokkenheid van België in Marokko staat in contrast met de officiële houding van het land op de Conventie van Algeciras, in april 1906, over de Marokkaanse kwestie. Trouw aan de officiële richtlijn moet België zich neutraal opstellen en mag het geen voordeel halen uit de conventie. Maar intussen gonst het van de geruchten dat de Belgische driekleur wappert op Marokkaans grondgebied, en sluit Leopold II deals met Bou Hamara over wapenleveringen en mijnconcessies.
Op het toppunt van zijn macht heerst Bou Hamara over een gebied in de Rifstreek van 900 kilometer breed, tweemaal groter dan België. Hij heeft ruim 20.000 strijders onder zich. Hoewel hij na verloop van tijd de stad Taza moet opgeven, blijft Bou Hamara een aanzienlijk deel van het Marokkaanse hinterland controleren.

De ondertekening van de Conventie van Algeciras, 1906. (CC)

Nieuwe sultan
Ontevreden over de internationale conventie – lees: de buitenlandse bemoeienissen – schuift Abdelhafid, broer van de sultan, in 1908 de machteloze Abdel Aziz aan de kant. De kersverse sultan Abdelhafid besluit korte metten te maken met de opstandige Bou Hamara. Hij profiteert van de groeiende macht van de clan Ait Waryaghar, de belangrijkste fractie van de Berbers in Noord-Marokko, die de troepen van Bou Hamara verslaan. De valse troonpretendent wordt gevangengenomen en, opgesloten in een apenkooi, naar Fez gevoerd.
De clan Ait Waryaghar zal later uitgroeien tot een cruciale speler in de Rif. In de jaren twintig daagt hun leider Adb-El-Krim namelijk met succes enkele jaren de koloniale machten uit met zijn Riffijnse Republiek.

Bou Hamara, voor de leeuwen gegooid. (Le Gaulois du Dimanche)

Op 10 september 1909 wordt Bou Hamara in Fez ter dood veroordeeld. Terwijl de sultan en zijn harem toekijken – althans zo bericht de sensatiepers – wordt Bou Hamara voor de leeuwen gegooid in de dierentuin van het paleis. De beesten verwonden hem wel, maar weldoorvoed als ze zijn verslinden ze hem niet. Een dienaar moet hem de doodsteek geven met een dolk. Volgens een andere versie wordt hij doodgeschoten. Tenslotte wordt zijn lichaam verbrand.
Met de dood van Bou Hamara eindigt ook de Marokkaanse droom van Leopold II. De projecten die de Belgische koning had voorzien, belanden in de onderste schuif van het koninklijk bureau. Voortaan focust hij zich alleen nog maar op dat ándere projectje van hem: Congo-Vrijstaat.

De kooi van Bou Hamara, nu een toeristische attractie in Fez. (rr)

Vergeten geschiedenis

In Marokko blijft de affaire nazinderen. Het nationalisme in de Rif – het Berbergebied in Noord-Marokko – leeft tot op vandaag en steekt nog geregeld de kop op. Nu de Arabische Lente ook in de Rif een tweede adem heeft gevonden, wappert de vlag van de Riffijnse Republiek bijvoorbeeld fier tijdens de protesten.
Het verhaal van Bou Hamara toont bovendien aan dat de vele Belgen met wortels in het noordoosten van Marokko, al veel eerder verbonden waren met de Belgische geschiedenis dan ze zelf wellicht vermoeden. Lang voordat hun ouders of grootouders, in de periode van de naoorlogse arbeidsmigratie, hun thuisland verlieten, werd er door één van Leopolds vele imperialistische projecten al een vergeten bladzijde van de gedeelde Belgisch-Marokkaanse geschiedenis geschreven.

(Canvas Curiosa/Canvas/Koen De Vos. Met dank aan Gert Huskens, doctoraatsstudent geschiedenis aan de ULB en Ugent)

https://www.canvas.be/canvas-curiosa

Openingsbeeld: Bou Hamara in de kooi. (rr)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder