Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Herontdekking van Pompeji

27 november 2019 Siebrand Krul

Pompeji is een absolute archeologische toplocatie: eeuwenlang woelt men hier al in de vulkaanaarde en de vindplaats is intussen even groot als Vaticaanstad. Maar de ruïnestad loopt gevaar. Er zijn voortdurend geldtekorten, er is een enorme toevloed aan toeristen (3,4 miljoen) en door het blootleggen verdwijnt de beschermlaag.

Na de uitbarsting van de Vesuvius in 79 n. Chr. staken alleen nog de zuilen van de antieke stad boven het vulkaangesteente uit. Overlevenden van de ramp en plunderaars waren de eerste die resten uit de ruïnes meenamen. Zaakgelastigden uit Rome brachten waardevolle objecten in veiligheid. Ten slotte werd het ter-rein geëgaliseerd, het graf van de stad gesloten. Weldra tierden gras en struiken op de vruchtbare bodem.
Bijna 1700 jaar lang lag Pompeji begraven. Af en toe deed men een toevalsvondst. Bij graafwerkzaamheden voor putten of kanalen doken antieke architectuurfragmenten op. Pogingen om de verdwenen stad weer bloot te leggen, liepen echter stuk op misverstanden, onenigheid onder geleerden en nieuwe uitbarstingen van de Vesuvius. Maar begin 18de eeuw ging dan toch de eerste spade van een vastberaden onderzoeker de grond in.

Het uitgraven van een huis, eind 19de eeuw.

De Oostenrijkse generaal Moritz Emanuel von Lothringen was opmerkzaam geworden op kunst- en architectuurfragmenten in de omgeving van de vulkaan. Het maakte een doldrieste schatgraver van hem: vanuit de schacht van een put liet hij gangen in het lavagesteente graven, gaten boren om zo antieke voorwerpen in een soort mijnbouw te winnen. In zijn lukrake en vernielende zoektocht werd hij gedreven door het verlangen naar kostbaarheden, niet door historische interesse. Toch gaf hij hiermee de aanzet tot ’s werelds grootste en belangrijkste opgravingsproject. Decoraties en plastieken uit een antiek theater kwamen aan het licht. Daarom gelastte Karel III van Spanje, koning van Napels en Sicilië, in 1738 de eerste officiële opgraving op een locatie die twee jaar later aan de hand van een inscriptie als Herculaneum geïdentificeerd kon worden: de werklieden hadden de buurgemeente van het oude Pompeji gevonden.

Een gebroken, loden, waterleiding.

In 1748 werd het onderzoeksgebied uitgebreid. De Spaanse ingenieur Rocque Joaquín de Alcubierre, kapi-tein in het koninklijke leger, en de geestelijke Giacomo Martorello uit Napels legden een paar kilometer bui-ten Herculaneum eveneens delen van antieke gebouwen bloot. Mijnbouwtechnieken waren daar niet nodig, doordat de bodemstructuur er anders was. De lavaresten waren er minder hard. Met scheppen groeven de werklieden zich een weg naar de resten van de bebouwing. In de ruïnes ontdekten ze wandschilderingen, beelden en mozaïeken. Uit welke stad deze vondsten stamden bleek uit een vondst in 1763. Op een steen in een huismuur stonden de woorden ‘res publica Pompeianorum’ te lezen: ‘gemeente Pompeji’.

Resten van de Apollo-tempels. Vooraan het altaar, in het verschiet de Vesuvius.

Karel III hield de vondsten uit Herculaneum en Pompeji voor zichzelf. Hij liet ze overbrengen naar zijn zomerresidentie in het nabijgelegen Portici en toonde de antiquiteiten alleen aan selecte gezelschappen. Zelfs toen in het slot een museum ingericht werd voor al het moois uit deze Vesuvius-steden mocht niet elke belangstellende er naar binnen. De heerser hield de stukken achter slot en grendel. Zelfs natekenen ervan was verboden. En de opgravingen in Pompeji liet hij weer dichtgooien.

Graffiti van een fallus in het Theatrum tectum (Odeion). In Pompeji zijn liefst 10.000 vormen van graffiti blootgelegd.

Desondanks ging in heel Europa de mare van het herontdekte Pompeji. Berichten en heimelijk gemaakte tekeningen lokten nieuwsgierigen naar Zuid-Italië. Onder hen ook een Duitse geleerde die tegen de plundering van de unieke locatie in het geweer kwam: niemand minder dan Johann Joachim Winckelmann, die al de nodige roem vergaard had met zijn werk Gedancken über die Nachahmung der Griechischen Wercke in der Mahlerey und Bildhauer-Kunst uit 1755. Hij drong aan op een planmatige werkwijze in Herculaneum en Pompeji. Er was, zo stelde hij, immers al te veel informatie over het verleden verloren gegaan.
Winckelmanns inzet voor een systematisch onderzoek van de antieke resten geldt als mijlpaal in de ontwikkeling van de archeologie tot een serieuze tak van wetenschap. De geleerde wist toestemming te krijgen om in de ruïnes te werken. Hij nam deel aan opgravingen, ordende eerdere verslagen van werkzaamheden en voegde daar zijn eigen aan toe.

Overzicht van het getroffen gebied.

Daarnaast waren er vermogende jongelieden die, op hun ‘grand tour’ door Europa, het aangename met het nuttige verenigend, nu ook Pompeji aandeden. Onder hen de Duitse schrijver Johann Wolfgang von Goethe. Uit de as was in kunst en literatuur een nieuw enthousiasme voor de Oudheid voortgekomen: het Classicisme was geboren. Goethe bezocht in 1787 samen met de schilder Heinrich Tischbein de ruïnes en legde zijn in-drukken vast in zijn Italienische Reise. Zijn kunstbroeder Friedrich Schiller dichtte in 1797 over Pompeji en Herculaneum: ‘Griechen! Römer! O kommet und seht, das alte Pompeji findet sich wieder, aufs neu bauet sich Herkules’ Stadt.’
Ondanks de woelingen in de Italiaanse politiek werden de opgravingen nooit onderbroken. Begin 19de eeuw kreeg men al een redelijke indruk van de omvang en de stedelijke structuur van Pompeji. Het Huis van de Faun met zijn bronzen beeld van een dansend boswezen en het Alexander-mozaïek werd ontdekt. En Pom-peji kreeg een dependance in Aschaffenburg, in het koninkrijk Beieren, waar Lodewijk I het Huis van de Dioscuren liet nabouwen.

Het blootleggen van de Isis-tempel in de 18de eeuw.

In 1863 begon een nieuw hoofdstuk in de verkenning van Pompeji, toen Giuseppe Fiorelli benoemd werd tot directeur van het Nationaal Archeologisch Museum in Napels. Hij introduceerde wetenschappelijke metho-den voor het opgraven en de documentatie ervan, hief entree (waarvan hij de opzichters betaalde die diefstal moesten voorkomen) en ontwikkelde een nog altijd bruikbare rubricering van de stad, inclusief huisnummers. Verder maakte Fiorelli de archeologische ontdekkingen tot onderwerp van een internationale uitwisseling, maar het opzienbarendst was wel dat hij de slachtoffers van de vulkaanuitbarsting door het tentoonstellen van gipsafgietsels onder de aandacht van de bezoekers van Pompeji bracht.
Dirk Husemann

Tijdtafel
Gouddelvers en geleerden
1592
Eerste aanwijzingen voor een archeologische vindplaats
1738
Begin van opgravingen onder koninklijk toezicht
1763
Locatie als Pompeji geïdentificeerd
1787
Johann Wolfgang von Goethe bezoekt de ruïnes
1863
Fiorelli directeur van het Nationaal Museum in Napels
1943
Geallieerd bombardement van de stad
1997
Pompeji en Herculaneum worden UNESCO-werelderfgoed
2014
Massimo Osanna locatiedirecteur in Pompeji

Lees het volledige verhaal in de nieuwste G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder