Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Schumanns wrede lot

05 november 2019 Siebrand Krul

Gunda, zijn vrouw, vond hem op een zweterige zaterdag in het schuurtje achter hun huis. Hij had zich opgehangen. Een afscheidsbrief ontbrak. Ze wist dat hij regelmatig door zijn verleden werd ingehaald. Dan dacht hij dat de Stasi een rekening kwam vereffenen. Altijd dat opgejaagde gevoel. Hij was gevlucht, maar nooit ontsnapt. Conrad Schumann werd wereldnieuws met zijn sprong over de Berlijnse Muur in aanbouw.

Op dinsdagmiddag 15 augustus 1961, om tien over half vier, sprong hij, op de hoek van de Bernauer Straße en de Ruppiner Straße, over een haag van prikkeldraad. Hier, óók hier, zou weldra de Berlijnse Muur komen. Het draad lag er als stekelige aankondiging. Aan de overzijde stond Peter Leibing. Hij legde de sprong van de Oost-Duitse grenswacht haarscherp vast. Een kwestie van opletten én op het juiste moment de ontspanner van je camera indrukken, vertelde hij later. Schumann zweeft als het ware niet in Oost, niet in West. Leibing voor deze precieze timing ervaring opgedaan bij de Hamburgse derby. ‘Daar moet je de paarden in de sprong fotograferen.’

Schumanns sprong is op talloze manieren afgebeeld, onder meer op een stuk uit de muur.

Massablad Bild drukte het beeld als eerste af. Vervolgens vloog het de wereld over. De Koude Oorlog in zwart en wit, dankbaar materiaal voor de westerse propagandamachine. Meer nog dan de deserteur bracht de fóto het Oost-Duitse regime in verlegenheid. De Staatssicherheitsdienst besloot direct tot operative Maßnahmen zur Zurückholung. Stasi-chef Erich Mielke had jaren eerder al gewaarschuwd: ‘Geen enkele verrader, waar hij zich ook bevindt, zal zijn straf ontlopen’. Opperwachtmeester H.C. Schumann, negentien jaar, werd gevangen in een dossier en heette voortaan Fahndungsobjekt 101615. Hij moest worden teruggehaald of, dat toch op zijn minst, als Schwachsinnig, totaal mesjogge, worden neergezet.

Schumanns aanloop tot de sprong. (Polizeihistorische Sammlung des Polizeipräsidenten in Berlin)

Schumann heeft zijn dossier nooit ingezien. Op 9 november 1989, nu alweer dertig jaar geleden, viel de Muur en diende de kans zich aan. Maar inzage zou, zelfs toen nog, zijn angsten hebben gevoed. Die lieten zich toch al nauwelijks beteugelen. Nadat ze hem de 20ste juni 1998 dood had aangetroffen, vroeg echtgenote Gunda de documenten wél op. Ze las hoe de gevreesde dienst hen continue in de gaten had gehouden. Tot in het Beierse Oberemmendorf, hun laatste woonplaats, het gehucht van honderd en nog wat inwoners waar zij was geboren en waar hij een einde aan zijn leven had gemaakt.

Voor en na de sprong. (Central Intelligence Agency)

Hij zag ze niet, hij róók ze

Sie waren wieder da, had Schumann herhaaldelijk gezegd. Zo vaak dat anderen dachten: misschien is hij inderdaad een beetje mesjogge. Maar hij had gelijk, zo bleek uit het dossier. Ze waren er steeds weer, de agenten van de Stasi. Ook als hij opdraafde voor een persconferentie of een andere gelegenheid. Schumann zág ze niet, hij róók gewoon dat ze er waren. En zíj wilden dat hij het wist. De angst was tijdens zijn sprong over het prikkeldraad meegelift. Hij werd ondervraagd door politie, inlichtingendiensten, ook door een psycholoog. Die laatste zag in de stoel tegenover hem ‘een verwarde, schuwe jongeman’. Een jaar later, na een nieuw consult, noteerde de therapeut: Ein gebrochener Mensch. Een gebroken mens dat meer hulp nodig had, vulde hij aan. Maar zijn superieuren zagen de noodzaak niet.

De huidige Bernauer Straße is grotendeels een openluchtmuseum gewijd aan de Muur. Uiteraard is de sprong er prominent aanwezig.

Schumann besefte dat zijn familie en vrienden in Zschochau, een dorp tussen Leipzig en Dresden, de Stasi op bezoek zouden krijgen. Hun gangen, post en telefoonverkeer werden gecontroleerd. Net als de zijne. Op haar beurt schreef moeder Elisabeth, gedicteerd door de duivels van de dienst, dat hij gerust langs kon komen. Heus, hem zou geen haar worden gekrenkt. Eén keer kwam hij in de verleiding. Na een indringend gesprek met de West-Duitse inlichtingendienst zag hij af van familiebezoek. Zijn angst verhevigde door boze tijdingen. Andere vluchtelingen werden ontvoerd, teruggebracht naar de DDR en in de cel geworpen. Of het liep nog slechter met ze af.

Jonge soldaten van de Bereitschaftspolizei (waartoe ook Schumann behoorde) tekenen de verklaring van trouw aan partij en staat. (Bundesarchiv)

Iemand van niks en nergens

Het was niet alleen die angst, er was meer. Schumann beschouwde de Bondsrepubliek, Beieren en Oberemmendorf als zijn thuis. Hij beweerde geen enkele spijt te hebben van zijn vlucht. Integendeel. En toch, ja toch, hoorde hij in zijn hoofd voortdurend een stem die beweerde dat hij, Conrad Schumann, iemand van niks en nergens was. Hij had die stem voor het eerst gehoord, fluisterend nog, kort nadat zijn brigade in juli 1961 vanuit Dresden was overgeplaatst naar oostelijk Berlijn. Schumann maakte deel uit van de Bereitschaftspolizei, een paramilitaire eenheid.

Schumann woonde in de schaduw van de kerk van Oberemmendorf.

Berlijn, na de oorlog door de overwinnaars in sectoren verdeeld, was in die dagen de enige plek waar burgers nog ongehinderd de grens over konden, van het oostelijke, Russische deel, naar het westen. Daar hadden Britten, Fransen en Amerikanen hun zones. Het verleidde Oost-Duitsers tot een massale uittocht. Alleen al gedurende de maand waarin Schumann in Berlijn arriveerde, zeiden dertigduizend landgenoten auf Wiedersehen. De DDR liep leeg. En daar moest een einde aan komen. Op 13 augustus verkondigde staatschef Walter Ulbricht aan de wijde wereld dat er een muur zou worden gebouwd. Niet om de vijand búiten maar om de eigen inwoners bínnen te houden. Dat laatste zei hij er niet bij.

September 1961: West-Berlijners zwaaien naar kennissen ‘drüben’ in de Bernauer Straße. (Central Intelligence Agency)

‘Wij stonden er tussenin’

In de vroege ochtend van 12 augustus was Schumann vast naar zijn post gecommandeerd. Op de hoek van de Bernauer- en Ruppiner Straße hoorde hij de dagen daarna de hoon aan de overkant van het prikkeldraad, waar West-Berlijners zich groepeerden. Maar hij kreeg ook de woede van landgenoten in de straten achter zich mee. Zelf zei hij daarover: ‘De mensen beschimpten ons. Wij dachten simpelweg onze plicht te doen, maar werden van alle kanten beledigd. Die Westberliner brüllten uns an, und die östlichen Demonstranten brüllten uns an. Wij stonden er tussenin.’ Ja, híj stond er tussenin. Zoals hij na zijn sprong over dat prikkeldraad tussen de geheime diensten in kwam te staan. De Stasi, die hem terug probeerde te halen, aan de ene kant.

Het prikkeldraad is muur geworden. In de combinatie van plek en gebaar is alle mogelijke emotie te zien. (Library of Congres/Dan Budnik)

Anderzijds de West-Duitse en Amerikaanse inlichtingendiensten, die zoveel mogelijk informatie uit hem wilden persen. Op de meeste vragen kon hij, eenvoudig onderofficier uit een Saksisch gehucht, niet eens antwoord geven. Dan was er ook nog eens de heldenstatus die hem in het westen ten deel viel. Een hosanna dat dissoneerde met de veroordelingen vanuit zijn geboortedorp, met verwijten die nooit zouden verstommen. Ook niet na de val van de Muur. Toen hij eindelijk voor familiebezoek naar Zschochau durfde, naar zijn ouders, broer en jongere zus, toen waren er genoeg dorpsgenoten die niets met hem te maken wilden hebben, die hem nog altijd als verrückte Verräter zagen. De stem in zijn hoofd bleef hem jennen, luider, steeds luider. Zelfs toen hij vertroosting zocht in de alcohol.

De Berliner Morgenpost van 10 november 1989. De Muur is gevallen.

De leugen en het kleine meisje

Schumann had zich in maart 1961 dan wel vrijwillig gemeld voor de grensbewaking, werk dat extra wedde opleverde, het liefst was hij teruggekeerd naar de overzichtelijke wereld van Zschochau. Want wat was er mooier dan het hoeden van de schaapskudde van de collectieve Landwirtschaftliche Produktionsgenossenschaft (LPG) Käthe Kollwitz?

De avond van 9/10 november, de Muur is ook bij Checkpoint Charlie open. (Bundesarchiv/Klaus Oberst)

Het idee om te vluchten ontstond pas die eerste dagen aan de grens. Toen hij de 15de augustus kort na zijn sprong door de politie werd verhoord, verklaarde Schumann dat hij aan de overzijde van het prikkeldraad niet de duivelse vijand had gezien waarvoor hij in zijn opleiding was gewaarschuwd. ‘Hij had door dat hem leugens waren verteld’, constateerde zijn ondervrager.
Later gaf Schumann aan wat voor hem de doorslag had gegeven. ‘Ik zag hoe een klein meisje, dat haar grootmoeder in het oostelijk deel van Berlijn had bezocht, aan de grens werd tegengehouden en niet meer naar het westen terug mocht. Haar ouders stonden een paar meter van het prikkeldraad, maar het kind werd gewoon teruggestuurd.’

Foto uit 1984, monumentje voor een van de bekendste slachtoffers van de Muur, Peter Fechter. (Wikicommons)

Na de verhoren en een kort verblijf in opvangcentrum Marienfeld, ging Schumann in de kost bij het gezin Kreuzer in Krumbach. Dat bood de geordende thuishaven waarnaar hij snakte. Daar in Beieren, tijdens zijn opleiding en werk als psychiatrisch verpleegkundige, kwam Schumann collega Gunda tegen die al snel zijn echtgenote zou worden. In de jaren zeventig verhuisde het stel, met de inmiddels geboren Erwin, naar Oberemmendorf. Ook toen nog dook hij regelmatig op in de media, was hij eregast bij officiële gelegenheden. Schumann meende zijn verhaal te móeten doen, hoewel de anonimiteit hem meer trok. Hij verscheen bij de Arbeitsgemeinschaft 13. August, die lief en leed rond de Muur volgde. Aan de overzijde noteerde de Stasi in dossier 101615: Feindlich aktiv.
Twan van den Brand

Openingsbeeld: Conrad Schumann voor de befaamde foto. (Getty images)

Lees het volledige verhaal in de nieuwe G-GECHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder