Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Parthenon opgeblazen

05 november 2019 Siebrand Krul

Hij was altijd gekleed in het rood, van top tot teen. Hij was een pathologische vrouwenhater, en dus nooit getrouwd. Zijn enige grote liefde, die hij altijd bij zich had, was zijn kat. Na haar dood liet hij ze balsemen en bewaarde ze, met een muis tussen haar poten, in een doodskistje. De 17de-eeuwse Venetiaanse generaal Francesco Morosini had een grootse carrière, maar liet ook het Parthenon opblazen.

Het boegbeeld van zijn galei was een halfnaakte, geketende Turk, wat alles zegt over zijn vijandbeeld. Zijn naam is Francesco Morosini (1618-1694). Als de gewone burger al iets weet over die man, is het waarschijnlijk dat hij verantwoordelijk is voor de verminking van het Parthenon op de Akropolis in Athene, in het jaar 1687.

Palazzo Morosini in Venetië.

Hij was een telg van een oude Venetiaanse patriciërsfamilie. Zijn verre voorvader Domenico schopte het tot doge in de 12de eeuw. De familie leverde onder anderen vier doges (Francesco was de 108ste), twee kardinalen en 27 procuratoren, topambtenaren. Als je in Venetië door de wijk San Marco loopt, kom je op het Campo San Stefano voor het palazzo Morosini te staan, geen simpel optrekje. Francesco kocht het vervallen 14de-eeuwse palazzo in 1648 en liet het volledig opknappen. Toen de laatste erfgename in 1895 stierf, werd ‘s mans indrukwekkende collectie wapens en wapenrustingen (de grootste in heel Italië) door de stad Venetië aangekocht voor het Museo Correr. Francesco’s leven was dan ook één lange militaire carrière. Ze begon al toen hij zeventien was en aanmonsterde op een fregat dat de piraten moest verjagen uit de Adriatische Zee. In 1657, hij was 38, was hij een succesvolle kapitein-generaal in de Venetiaanse vloot.

De Palamidiburcht in Nafplion.

De Kretenzische Oorlog (1645-1669)

De militaire glanscarrière van Francesco begint in 1646. Hij is dan bevelhebber van de Venetiaanse vloot die onder zeil gaat naar Kreta. Na de Vierde Kruistocht, in 1204, was Kreta in handen gekomen van de Venetianen, die het Candia doopten. Het eiland was de gedroomde springplank voor hun handelsreizen naar de Levant. Na een reeks mislukte aanvallen doorheen de eeuwen, wordt het de Turken in 1645 menens. Een invasieleger van 416 schepen en 50.000 soldaten wordt op de been gebracht, en het eiland wordt in korte tijd onder de voet gelopen. Alleen de hoofdstad Candia (nu Iraklion) blijft onneembaar.

De ontploffing van het Parthenon.

Maar ten langen leste wordt de situatie hopeloos, vooral door de niet aflatende, moordende bombardementen van de Turkse artillerie. Na een belegering van 19 maanden en 69 bestormingen capituleert Morosini. Het was kiezen tussen een eervolle overgave of de totale afslachting. Uit respect voor de moed van zijn vijanden geeft de Turkse bevelhebber hun twaalf dagen om ongedeerd te vertrekken. Ze mogen zelfs al hun bezittingen, alle kerkschatten en veertig stukken geschut meenemen. Op 27 september verlaten de laatste belegerden de stad. Maar in Venetië wacht Morosini een verrassing van formaat. Hij wordt door de signoria beschuldigd van lafheid en verraad, maar het jaar daarop na een kort proces vrijgesproken.

De bronzen paarden van San Marco.

De zesde Turks-Venetiaanse Oorlog (1684-1699)

In 1683 belegeren de Ottomanen Wenen. De catastrofe wordt afgewend door de Poolse koning Jan Sobieski, die in extremis te hulp snelt. Het jaar daarop wordt, met de zegen van de paus, de Heilige Liga gesticht. Daardoor ziet Venetië de kans om revanche te nemen voor de smadelijke nederlaag van 1669.
In januari 1684 wordt Morosini aangesteld als opperbevelhebber. Massa’s huursoldaten melden zich uit Italië en de Duitse staten. Financiële en militaire steun komt er van de kant van Malta, Savoy, Toscane, Oostenrijk en de Pauselijke Staten. In juni vertrekt Morosini met de vloot naar Korfoe. Het hoofddoel van de expeditie is de verovering van de Morea (Peloponnesos). Maar eerst stelt hij zijn noordflank veilig: het westen van Centraal Griekenland. Op 25 juni 1685 landt Morosini dan met 8.000 man in het zuidwesten van de Peloponnesos en begint de belegering van de vesting van Korone, die na zeventien dagen capituleert.

De vesting van Monemvasia, op de zuidoostpunt van de Peloponnesos.

Na een reeks successen in Messenië volgt in de zomer van 1686 een bliksemoffensief in het oosten. Korinthe, Argos en Nafplion worden ingenomen. Nafplion wordt de daaropvolgende jaren zwaar versterkt. Het kroonjuweel is de Palamidi-vesting met haar acht bastions op de 216 meter hoge heuvel. Dit huzarenstuk wordt volbracht in nauwelijks drie jaar. Maar, o ironie, amper één jaar later, in 1715, valt ze al in handen van de Turken. In augustus 1687 is de verovering van de Morea een feit, behalve de vesting van Monemvasia in het zuidoosten. In Venetië zijn ze ondertussen in alle staten van euforie. Morosini krijgt de eretitel Peloponnesiacus en een bronzen borstbeeld in de Grote Raadszaal in het Dogenpaleis.

Morosini ‘Peloponnesiaco’.

Bezetting van Athene (1687-1688)

En dan is Athene aan de beurt, in september 1687. De Turken evacueren de stad, op het garnizoen op de Akropolis na. Die wachten op versterkingen uit Thebe. De Venetianen installeren hun geschut op de omringende heuvels en beginnen een beleg van zes dagen. En met succes. Op 26 september mikt een Duitse kanonnier vanop de Muzenheuvel een voltreffer pal op de tempel van Athena, die de Turken als kruitmagazijn gebruiken. Het dak en omzeggens de hele cella worden weggeblazen door de enorme explosie, en twee dagen lang staat de Akropolis in brand. Er vallen 300 doden: mannen, vrouwen en kinderen. In december besluiten de Venetianen Athene op te geven. Maar eerst wil Morosini nog zijn voet zetten naast die van de beruchte doge Dandolo. Tijdens de Vierde Kruistocht, in 1204, had die het bronzen vierspan uit de hippodroom van Byzantium geroofd en het als trofee boven de hoofdingang van San Marco geposteerd.

Bronzen buste van Morosini in het Palazzo Ducale, het Dogepaleis van Venetië.

Morosini wil de paarden van de wagen van Athena in het westfronton van het Parthenon als trofee mee naar huis nemen. Maar de touwen breken en de hele zaak stort te pletter op de rotsbodem en spat uit elkaar. Als troostprijs neemt hij de twee marmeren leeuwen mee bij de ingang van de haven van Piraeus. Die liggen nu nog altijd de bezoekers af te schrikken voor het Arsenaal in Venetië. Op 10 april 1688 trekken de Venetianen zich uiteindelijk terug uit Attica.

De leeuwen van Piraeus bij het Arsenaal in Venetië.

Morosini’s roem kent nu geen grenzen en in Venetië wordt hij ‘bij verstek’ met unanimiteit van stemmen tot doge gebombardeerd. Maar tegelijkertijd vragen ze hem op post te blijven, en dus worden de waardigheidsinsignes opgestuurd en hem overhandigd op het eiland Aigina. Dus, weer aan het werk. Maar de belegering van Negroponte (Chalkis) op het eiland Euboia loopt met een sisser af en 9.000 verliezen. Laat in het jaar 1689 doet hij nog een poging om Monemvasia in te nemen, maar eveneens zonder succes. Ziek en uitgeput keert hij naar Venetië terug, waar hij triomfantelijk ontvangen wordt.

De triomfantelijke terugkeer van Morosini na de verovering van de Morea (Peloponnesos).

Maar onder zijn opvolger lopen de zaken niet goed, en in mei 1693 wordt de oude Morosini opnieuw naar het front gestuurd. Groots afscheid op de Piazza San Marco en weg is hij. Maar, nu is het genoeg geweest, vinden de Moriai. Niet de Moren. Want niet lang daarna wordt hij zwaar ziek en sterft in zijn geliefde Nafplion op 16 januari 1694. Hij wordt begraven in de Santo Stefanokerk vlakbij zijn paleis.

Morosini biedt Venetië de heroverde Morea aan. Schilderij van Gregorio Lazzarini.

Alles tevergeefs

In januari 1699 sluiten beide uitgeputte en oorlogsmoeë partijen de Vrede van Karlowitz. De Venetianen behouden de Morea. Een vergiftigd geschenk, want de bevolking is van 200.000 teruggelopen tot 86.468, zoals de eerste census na de oorlog uitwijst. De Venetianen voeren grote versterkingswerken uit in het hele schiereiland, maar ze zijn zodanig verzwakt dat een groot offensief van de Ottomanen in 1715 hun fataal wordt. Het wordt wachten tot 1828 eer ze de erfvijand weer buiten de deur krijgen.
Hugo Dupont

Openingsbeeld: De belegering van Candia (nu Iraklion op Kreta).

Lees het volledige artikel in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder