Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De dood van boven

05 november 2019 Siebrand Krul

De uitbarsting van de Vesuvius in 79 n. Chr. verwoestte een hele landstreek. Meer dan 1.500 stoffelijke overschotten zijn er tot nu toe in Pompeji en Herculaneum gevonden. Hoe beleefden de mensen in Pompeji de dag dat de Vesuvius uitbrak? Hoe kwamen ze aan hun eind? Onderzoek van vulkanologen en archeologen maakt een gedetailleerde reconstructie van de catastrofe mogelijk.

Er is onheil op til. Een kruidenier bij het forum van Pompeji, laten we hem Lucius noemen, voelt het aan z’n botten. Nu is het anders dan al de keren dat de aarde de afgelopen weken beefde. Daar had Lucius nog z’n schouders over opgehaald, want als je vaste grond onder de voeten nodig hebt, zit je in Pompeji verkeerd.
Maar vanochtend heeft de man die zijn winkel van olijven en granaatappels voorziet hem verteld over de kwalijke dampen rond de flanken van de Vesuvius, over de akelige stank die uit de aarde opstijgt en de bomen doet verdorren. De vlakke hellingen van de lage berg ten noordwesten van Pompeji zijn bedekt met bossen, weiden en wijnbergen. Verstrooid daar tussen liggen de villa’s van rijke Romeinen. Dichters bezingen de lieflijkheid van de berg. Maar wat Lucius vandaag ziet, bevalt hem maar niets. En hij heeft de hele morgen nog geen vogel gehoord, maar wel zoiets als verre donderslagen.

Schets van de stof- en puinwolk.

Zo ongeveer zou de dag voor Lucius en de andere bewoners van Pompeji, Herculaneum en de kleine nederzettingen aan de Golf van Napels hebben kunnen beginnen. De mensen zijn getuige van het ontwaken van de vulkaan waar ze niets van weten. Duizenden jaren heeft hij geslapen en hij is zo geërodeerd, dat z’n verschijning nog maar nauwelijks van de andere bergen rondom verschilt. Maar nu wordt de druk op de steenprop die de kraterpijp afsluit te groot. Zeewater is de volle magmakamers binnengedrongen, terwijl er in de spleten in de berg al water neersijpelt. Bij contact met de gloeiend hete gesmolten steen verdampt het water op slag.
Tegen het middaguur begint de Vesuvius regelrecht te koken, tot een geweldige explosie van waterdamp de verstopte kraterpijp vrijmaakt. Op slag valt de druk op het magma weg. De daarin opgeloste gassen zetten uit en persen de gesmolten steen met supersonische snelheid naar buiten. In minder dan 24 uur zal de Vesuvius tien miljard ton magma en een veelvoud daarvan aan gassen uitstoten. De kustlijn komt 400 meter verder in zee te liggen; Pompeji, Herculaneum, landgoederen en villa’s worden letterlijk door de aardbodem verzwolgen. Het is een van de grootste natuurrampen uit de Oudheid. Hieronder beschrijven we uur voor uur wat de fictieve Lucius beleefd zou kunnen hebben – en hoe het de werkelijke ooggetuigen, zoals Plinius de Oudere, verging.

Gipsafdrukken van slachtoffers van de vulkaanuitbarsting. In de ‘Tuin van de Vluchtelingen’.

Een rookzuil stijgt ten hemel
Pompeji, 24 oktober, 13.00 uur

In het acht kilometer verwijderde Pompeji nemen de bevingen sinds een uur aan kracht toe. Net als de meeste andere handelaars heeft ook Lucius zich naar het forum gespoed. Zouden ze daar meer weten? Plotseling braakt de Vesuvius een rookkolom uit. Het gevaarte verheft zich geluidloos ten hemel, tot er een doffe knal weerklinkt zoals Lucius van zijn leven nog niet gehoord heeft: de zuil van waterdamp, gassen, as en magmakorreltjes heeft met 341 meter per seconde de geluidsmuur doorbroken en 24 seconden later bereikt het geluid Pompeji.
Geen van de mensen daar is natuurkundig voldoende onderlegd om dit te bevatten. Elk rent bij zijn bezigheden weg om er getuige van te zijn hoe de immense zuil van rook de hemel verduistert en zijn top ver boven de berg een afgeplatte vorm aanneemt. Als de kroon van een pijnboom, zal Plinius de Jongere meer dan twintig jaar na dato aan de historicus Tacitus schrijven. De zeventienjarige zit in de dertig kilometer verwijderde marinehaven Misenum boven de boeken die zijn oom, admiraal Plinius de Oudere, hem als huiswerk heeft gegeven.

John Martin, De vernietiging van Pompeji en Herculaneum. 1821.

Op datzelfde moment bereikt Plinius de Oudere een noodkreet van zijn goede vriendin Rectina, zoals zijn neef in zijn verslag schrijft. Rectina’s villa ligt aan de voet van de Vesuvius, bij Herculaneum, waar het al sinds het eind van de ochtend as regent. Inmiddels kletteren er uit de rookzuil ook hete rotsblokken neer en maken de eerste slachtoffers. Plinius de Oudere laat direct de vloot uitvaren.
Het is de eerste inzet van een rampendienst in de geschiedenis – en tevergeefs. De admiraal kan Rectina, noch de andere bewoners van de dicht bevolkte kuststrook helpen. Door het uittreden van het magma is de zeebodem gestegen en de stormwind die door de uitbraak is opgestoken teistert de golven. Zelfs kleine scheepjes kunnen zo onmogelijk landen, laat staan de machtige vierdeksgaleien van de Romeinse vloot. Van zee komt geen hulp.

Het regent stenen
Pompeji, 14.00 uur

Door een krachtige wind naar het zuidoosten gedreven staat de rookzuil nu precies boven Pompeji en verduistert er de zon. Lucius en zijn stadgenoten tuimelen door de straten, verdringen elkaar in paniek. Onafgebroken hagelen kleine, witte, hete en merkwaardige lichte stenen op de mensen neer – puimsteen, gevormd uit het gasrijke magma. Met enige tussenpozen vallen er ook rotsblokken uit de veertien kilometer hoge rookzuil. En dan volgt de as. Die legt zich als een tonnen zwaar dek van hete sneeuw over Pompeji.

Laatste vluchtwegen
Pompeji, 15.00 uur

Lucius heeft zijn huis met vrouw, zoon en ouders bereikt. Buiten wervelt een storm as en puimsteen door de straten. De familieleden kruipen in de keuken bij elkaar. Ze hadden gisteren al de wijk moeten nemen, vindt Lucius’ vrouw, net als de buren. Lucius haalt de schouders op. Daar is nu niets meer aan te doen. Zoals veel van de anderen bleef hij in de stad omdat hij zijn nering niet zo maar wilde opgeven. Maar wat nu?
Op straat ligt er al een dertig centimeter dikke laag puimsteen. Met een kar kom je daar niet meer doorheen. Je ziet nauwelijks een hand voor ogen en de asdeeltjes prikkelen de ademwegen. Hoe moeten hij en zijn familie zich daar ooit te voet een weg doorheen banen?
Sommige buren hebben het allernoodzakelijkste op de rug genomen en vetrekken richting brug over de Sarno, weg van de Vesuvius. Het is koud, telkens weer struikelen ze, moeten onbedaarlijk hoesten en krijgen haast geen lucht. Maar het lukt hun de rivier over te steken. Die is aangezwollen met as en voert meer water door alle neergeslagen waterdamp. Nauwelijks een kwartier nadat ze de Sarno achter zich gelaten hebben, begeven de beide bruggen van Pompeji het. Daarmee is elke vluchtweg uit de stad afgesneden.
Katharina Maier

Openingsbeeld: Karl Pawlowitsch Briullow, De laatste dag van Pompeji, 1830–1833. (Russisch Museum, Sint-Petersburg)

Lees de andere helft van dit boeiende artikel in de Pompeji-special van de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder