Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Laatste Schimmelpenninck

09 oktober 2019 Siebrand Krul

Na bijna 800 jaar is een einde gekomen aan een tijdperk toen de laatste Schimmelpenninck van der Oye van Kasteel Duivenvoorde vertrok. De familie woonde de de laatste vijftig jaar in de zuidvleugel. Onduidelijk is wat er met dit deel van het kasteel gaat gebeuren nadat Ludolphine van Haersma Buma barones Schimmelpenninck van der Oye de deur achter zich dichttrok.

Weinig mensen kunnen bogen op een zo lange familiegeschiedenis op hetzelfde kasteel. In de 13de eeuw werd hier een verdedigingstoren opgericht, eigendom van de familie Van Wassenaer. Is Duivenvoorde het oudste kasteel waar de familie nog woont? ‘Dat durf ik niet te zeggen’, zegt de barones. ‘Het is wel bijzonder dat het kasteel de laatste twee eeuwen via de vrouwelijk lijn doorgegeven is.’
Waren het eerst mannen die het kasteel erfden, in 1817 is de tienjarige Henriette Jeanne Christine van Neukirchen de erfgenaam. Zij trouwt met Nicolaas Steengracht. En dat Voorschoten een spoorlijn heeft, is, weliswaar tegen wil en dank, te danken aan een andere nazaat van de familie. ‘De spoorlijn Haarlem-Den Haag werd dwars door de landerijen van het kasteel gepland. Daar had eigenaar jonkheer Nicolaas Steengracht overwegende bezwaren tegen. Hij verloor de rechtszaak echter maar wist wel te bereiken dat er een halte bij het kasteel kwam. Als de jonkheer zelf mee wilde reizen, zette het personeel een rode vlag bij de lijn. Die vlag hebben we hier nog.’

De barones vertrekt met pijn in het hart, maar wil het voorvaderlijk buiten goed achterlaten.

Vanaf 1912 is de familie Schimmelpenninck van der Oye eigenaar. Willem Anne Assueer Jacob woonde er met zijn zus Ludolphine Henriette. ‘Toen was er nog geen elektriciteit en stromend water. Wat zullen ze het koud hebben gehad want dit is eigenlijk gebouwd als kasteel voor de zomermaanden. Zeg maar een vakantiehuis.’ Toen de baron in 1957 plotseling overleed, ging het kasteel over naar zijn zus Freule Ludolphine. Vanwege de hoge successielasten besloot zij het kasteel en inboedel in een stichting onder te brengen. In 1963 gingen de deuren voor het publiek open. Na haar overlijden gingen op haar verzoek haar broer en schoonzuster, zij hadden vier kinderen, Ludolphine is de derde dochter, op het kasteel wonen.

‘Ik ben in de oorlog geboren. In Oosterbeek, waar mijn ouders destijds woonden. Mijn vader was burgemeester van het Zeeuwse Kloetinge maar werd uit zijn ambt gezet door de Duitsers en ze moesten verhuizen. Na de oorlog zijn we teruggegaan maar bezochten mijn oom en tante in Voorschoten regelmatig. Mijn oom ontving ons altijd met een liedje uit de Duitse speelklok. Die staat nu op de overloop maar stond toen in de grote hal. Als kinderen trokken wij wel eens stiekem aan het touwtje, maar ja dat hoorde iedereen natuurlijk gelijk. Voor ons was het kasteel een avontuur. Zoveel kamers, zoveel gangen. Je kon er makkelijk verdwalen. Als mijn oom zoektochten organiseerde, gebeurde dat ook regelmatig. En zo’n kasteel leeft. Het piept en kraakt en was er tochtig. Ontzettend spannend als je ’s avonds in je bed ligt.’ In een hemelbed dan wel te verstaan en dat bed staat nog steeds in het kasteel. En natuurlijk werd er volop gespeeld op de paardrijstoel, ofwel de chambre-horse. Ook dat staat er nog steeds maar er op spelen, dat mag niet meer.

Beeld boven: De Bibliotheek met tegen de wand de paardrijstoel. Hierboven: De Blauwe logeerkamer met het hemelbed.

‘Mijn ouders hebben echt aan de basis gestaan van de Stichting. Helaas overleed mijn vader jong, daarna kwam het op mijn moeder aan. Zij had een passie voor het kasteel en de traditie, en vond dat ze ervoor moest zorgen.’ Ludolphine zelf, opgeleid als medisch kleuterleidster, vond een baan in Kindertehuis Nieuw Voordorp. ‘Dat was niet makkelijk. Veel kinderen kwamen als baby bij ons. Dan werden ze afgestaan door ongetrouwde moeders die daarna weliswaar nog drie maanden bedenktijd hadden. Maar sommige kinderen bleven tot hun 18de bij ons. Wij probeerde ze het dagelijks leven van een gezin te geven. Op vrijdag gingen we met ze naar de markt bijvoorbeeld. Maar toen ik mijn man (Roland van Haersma Buma) leerde kennen, ben ik gestopt.’ Haar huwelijk werd in De Omroeper, de toenmalige huis-aan-huis krant, breed aangekondigd. Het paar trouwde op het kasteel en het was voor het eerst in honderd jaar dat er weer een bruiloft was. Volgens de krant was het kasteel getooid met de witte bruidswimpel en burgemeester Kool zelf sloot het huwelijk. Dat was precies vijftig jaar geleden. Een feestje? ‘Groot feest”, lacht de barones.
Voor het werk van haar man reisde Ludolphine de hele wereld over. ‘Begin jaren 2000 kwamen we terug. Mijn moeder leefde nog en ze wilde hier perse blijven wonen tot haar laatste snik. Dat kon ze zelfstandig maar had wel hulp nodig. Ik was hier dus vaak. Na haar overlijden, en in overleg met mijn zussen en broer, zijn wij hier komen wonen. Dat is nu vijftien jaar geleden.’
Maar dan nu toch het vertrek? ‘Ja, een emotioneel besluit dat ook pijn doet. Ik realiseer me dat ik de laatste in een lange familielijn ben maar we wilden geen van beiden alleen achter blijven in het kasteel. Hebben er echt heel lang over nagedacht en voor ons is het een goed besluit.

Na haar vertrek blijft ze nog wel betrokken bij het Kasteel, onder andere voor de rondleidingen. ‘Dat is ontzettend leuk, vooral als er kinderen bij zijn of als kinderen, zoals op Open Monumentendag, zelf rondleidingen geven. Ik vertel ze dan over de ‘plofplee’ en vertel dan waar die gezeten heeft. Gegarandeerd succes. Of Duivenvoorde interactief is? Ja, dat kun je wel zeggen. Er is zo veel te zien, noem met haar aanschouwelijk onderwijs. Er zijn inmiddels ruim 120 vrijwilligers die dagelijks aan het behoud van het kasteel en het landgoed werken, naast een handvol vaste krachten. Daarnaast zijn er trouwerijen (‘dat mogen er van mij wel veel meer worden’), concerten en vergaderingen. Het onderhoud kost veel geld, dat inkomen is hard nodig. Verder zijn er nog familiestukken die we aan het kasteel schenken. Zoals een kroonluchter, een vroege olielamp en meer. Die moeten allemaal geregistreerd worden. Daar ga ik bij helpen. Nee, uit het oog is zeker niet uit het hart. Het Kasteel zal altijd een plekje houden!’
Bron: Voorschotense Krant/Marjolein Altena/Stichting Duivenvoorde


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder