Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Het Surinaamse ‘paradijs’

09 oktober 2019 Siebrand Krul

Hij was veelzijdig, opvliegend, maar ook sociaal bewogen, verbleef op veel plekken als soldaat, schreef (dag)boeken, leefde in de Surinaamse jungle en bewerkte de grond van zijn landhuis in Engeland. Onlangs verscheen een boeiende biografie over deze complexe persoonlijkheid, die het opnam voor slaven. Het leven van John Stedman begon echter beroerd.

John Gabriel Stedman (1744-1797) was een zoon van Schotse ouders, maar leefde vanaf zijn geboorte in Dendermonde lange tijd in het huidige België en Nederland. In zijn memoires schrijft hij dat zijn leven onfortuinlijk begon. Zijn eerste min viel boven op hem in slaap, de tweede liet hem vallen op een stenen vloer, de derde raakte met hem bedolven onder een instortende muur, terwijl zijn gezicht op driejarige leeftijd gehavend werd door schampschoten van een pistool. Hij leek voor galg en rad op te groeien als kleptomaan, bendeleider, bon vivant, gokker en drinker, op vele vrouwen verliefd en zich op vele plekken onmogelijk makend.

John Gabriel Stedman, ca. 1783 afgebeeld als kapitein.

Eigen grafschrift

Net als zijn vader ging hij het leger in. Op 28-jarige leeftijd kwam hij met een expeditieleger, verwelkomd met saluutschoten, op de Hillegonda Jacoba in Suriname aan. Aanvankelijk beschreef hij het groene Suriname als het paradijs, maar vier jaar later, bijna bezweken aan rode hond, malaria en dysenterie, schrijft hij dat het je ook ziek maakt. 90% van de bevolking bestond uit slaven; hij moest marrons (gevluchte slaven) uit het oerwoud terughalen (terwijl hij ze ‘these poor, miserable, ill-treated people’ noemde).

Joanna, links klein afgebeeld met Johnny, gravure op basis van tekening van Stedman.
Anaconda geschoten door Stedman, die aanwijzingen geeft hoe hem te villen, gravure op basis van tekening van Stedman.

Hij werd meermalen in het binnenland gestationeerd, geplaagd door mampieren (kleine vliegjes), zandvlooien, bloedzuigende vleermuizen, huidaandoeningen en verdronk bijna in een moeras, zichzelf typerend als ‘the forlorn Crusoe in his worst conditions’. Maandenlang was hij bedlegerig en de dood vrezend, schreef hij alvast zijn grafschrift: ‘Under this stone, lays the skin and bone, while the flesh was gone of poor Stedman…’ Gebruind door het buitenleven werd hij, aangezien voor een marron, bijna doodgeschoten.

Boven en onder: Stedman, Joanna en Johnny tijdens een verblijf op een plantage. Gravure op basis van tekening van Stedman.


Hij vond niet dat slavernij afgeschaft moest worden, zoals enkele tijdgenoten, maar wel dat slaven goed behandeld moesten worden, kocht zijn trouwe slaaf vrij en werkte aan een boek over Suriname: Narrative of a Five Years’ Expedition, against the Revolted Negroes of Surinam, over het leven op plantages, de ontberingen van slaven, de landsgeschiedenis, geografie, flora, fauna (beschrijvingen van 216 dieren en 120 planten), de bevolking en zijn relatie met slavin Joanna, vijftienjarige mulattin, met wie hij zoontje Johnny kreeg. Toen hij na 4,5 jaar terugging naar Holland, weigerde ze mee te gaan, omdat hier op haar neergekeken zou worden.

Zicht op de waterkant bij Paramaribo.

Als God in Engeland

Stedman verbleef vervolgens als luitenant zeven jaar in Holland, schaatste, schilderde, maakte kijkkasten (diorama’s), vertoefde als kosmopoliet in hogere kringen en trouwde als 39-jarige met de zeventienjarige Adriana Wierts. De romanticus ondertekende zijn huwelijksbelofte met eigen bloed. Na de dood van Joanna liet hij zoon Johnny overkomen. Ze vertrokken naar Engeland, omdat John in de Schotse Brigade de Britse koning George III ging dienen. Ze verbleven aanvankelijk in wereldstad Londen, maar verhuisden later naar Tiverton (Devon), waar hij, niet in actieve dienst, een leven leidde als hereboer, pater familias en schrijver: ‘Ik woon hier op een heuvel in een prachtig, modern huis…’, schreef hij zijn zuster.

Hij hield dagboeken bij, schreef essays, een komedie, een autobiografie en maakte zijn Surinaamse boek af. Dat werd meteen een succes in 1796, onder andere omdat de beschrijving van de wrede behandeling van slaven door sommige plantage-eigenaren een instrument werd in handen van abolitionisten. Het werd vanuit het Engels in het Nederlands en nog vier talen uitgegeven. Stedman verzorgde tachtig tekeningen, die door kunstenaars werden omgezet in gravures. Hoewel hij nog vier kinderen kreeg met Adriana, eisten de ‘tropenjaren’ hun tol. Toen hij in 1793 gevraagd werd als majoor actief te gaan vechten tegen de Fransen, accepteerde hij, maar omdat hij te zwak bleek, ging hij in 1795 met pensioen. Begin 1797 werd hij, 52 jaar oud, om middernacht begraven met in zijn kist een haarlok van beide moeders van zijn kinderen.

De schedels van luitenant Lepper.

Journalist Roelof Van Gelder schreef een prettig leesbare biografie, zeer gedetailleerd dankzij de vele geschriften die Stedman naliet, en passant een kijkje biedend in de maatschappelijke omstandigheden tijdens Stedmans leven en geïllustreerd met afbeeldingen, deels afkomstig van hemzelf.
Lex Veldhoen

Roelof van Gelder
Dichter in de jungle. John Gabriel Stedman 1744-1797
Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam 2018. 398 blz., € 34,99 ISBN 978 90 450 3272 6

Bezoektip:
Tot 2 februari loopt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam een grote Suriname-tentoonstelling.

Lees het volledige artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder