Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Verlichte schelm

12 september 2019 Siebrand Krul

Ook in zijn ondeugden legde Romeyn de Hooghe een grote veelzijdigheid aan de dag. Misschien dat er daarom slechts zijdelingse blikken op ‘de bekwaamste etser van Europa’ werden geworpen en er beperkte aandacht was voor zijn werk. Alsof omzichtigheid nog steeds geboden was. Een onstuimig kunstenaar uit de Gouden Eeuw.

Romeyn de Hooghe leefde van 1645 tot 1708 in een van de meest turbulente episodes uit de Nederlandse geschiedenis. In 1648 werd de Republiek der Verenigde Nederlanden internationaal erkend. Het verhinderde niet dat de nieuwe staat gedurende De Hooghe’s levensjaren te maken kreeg met vijf oorlogen en met politieke omwentelingen in eigen land en in Engeland. Niettemin werd de ontstane vrede volop benut. De vaart zat er al goed in, maar nu groeide de Republiek uit tot een economische en politieke grootmacht.

Vlootschouw bij het vertrek van Willem III vanuit Hellevoetsluis naar Engeland, 11 november 1688. Een menigte mensen op de kade zwaait de prins uit die in een pink naar het schip zeilt dat hem naar Engeland zal brengen. Romeyn de Hooghe, 1688. (Rijksmuseum Amsterdam)

Geheel vlekkeloos verliep het allemaal niet. De nieuwe republiek was, bestuurlijk gezien, een merkwaardig fenomeen. De koning mocht dan zijn weggestuurd, zijn plaatsvervangers, de stadhouders, werden gehandhaafd als hoogste ambtenaar en militair leider. Het was te voorzien dat tussen de stadhouders en de stedelijke regenten rivaliteit zou ontstaan. Omwille van een ongestoorde handel wilden de steden krijgshandelingen tot het noodzakelijke beperken, terwijl de stadhouders, gezien hun functie, het meeste baat hadden bij oorlog.
Het liep al spaak in 1650. Willem II probeerde met geweld Amsterdam naar zijn hand te zetten. Toen hij al spoedig na de mislukte poging overleed, werd Oranje definitief van het stadhouderschap uitgesloten. Het verschafte de regenten de illusie van de ‘ware vrijheid’.

De Franse koning Lodewijk XIV te paard, die in een lange stoet op de stad Duinkerke (op de achtergrond) afrijdt, om in te nemen, 1658 of 1662. Romeyn de Hooghe, na 1658. (Rijksmuseum Amsterdam)

In 1672 werd de Republiek van alle kanten aangevallen: de ondergang dreigde. In allerijl werd Willem III, 21 jaar oud, in alle stadhouderlijke waardigheden hersteld. Johan de Witt, de man die Oranje had willen uitsluiten, werd gelyncht, samen met zijn broer Cornelis. Willem III wist vervolgens niet alleen de invallers te verdrijven, door zijn huwelijk kreeg hij ook nog zicht op de Britse troon. In 1688 kon hij daarop daadwerkelijk plaatsnemen. De Republiek werd daarmee de bijwagen van Engeland en verspeelde haar vooraanstaande rol in Europa.
Onder de beeldende kunsten in de Republiek waren schilderij en prent het sterkst vertegenwoordigd. Ze vonden gretig aftrek onder alle lagen van de bevolking. De prent genoot daarbij, als ‘gebruiksgrafiek’, minder aanzien dan het schilderij. Kunstenaars in het algemeen werden trouwens als niet meer dan bekwame ambachtslieden gezien, al schiepen ze de geniale werken die de roem van de Gouden Eeuw uitmaken.

Gezicht op Paleis Het Loo, omgeven door dertien bijbehorende gebouwen en het park. Romeyn de Hooghe, na 1690. (Rijksmuseum Amsterdam)

De woelige gebeurtenissen boden De Hooghe alle gelegenheid om zijn kundigheden te ontwikkelen en daarmee ook internationaal de aandacht te trekken. Naast de bulk van titelprenten en boekillustraties produceerde hij honderden nieuwsprenten, ingenieuze composities, volgestouwd met beeld en zinnebeeld. Ook bemiddelde hij behendig bij kunstaankopen, opende een tekenschool in Haarlem, maakte ontwerpen voor de tuinen van het Loo en had ook nog tijd om een rechtenstudie af te ronden met een doctoraat. Toen hij de markt betrad waren de ‘grote drie’ (Hals, Rembrandt en Vermeer) al op leeftijd. De Hooghe behoort tot de kunstzinnige nabloei van de eeuw.

Portret van mr. Romeyn de Hooghe door Jacob Houbraken, 1733. (Rijksmuseum Amsterdam)

Zoon van een knopenmaker, deed hij alle moeite om maatschappelijk op te klimmen. Het hielp daarbij niet dat zowel hij als zijn vrouw van zedeloos gedrag werden verdacht terwijl Romeyn met zijn libertijnse opvattingen over de godsdienst de dominees in de gordijnen joeg. Toen hij dan ook nog de Amsterdamse regenten met bijtende prenten tegen zich innam, leek het beter te verkassen naar Haarlem. Daar werd de beroemde etser met open armen ontvangen en wist hij door te dringen tot de voorposten van de stedelijk elite. Verder kwam hij niet. De stadsbesturen waren vrijwel gesloten familiebolwerken, waar een buitenstaander niet of nauwelijks aan te pas kwam. Toch wist hij dicht bij de machthebbers te geraken. Ondanks zijn bedenkelijke roep was zijn roem als kunstenaar voor Willem III groot genoeg om hem in te schakelen als propagandist voor de zaak van Oranje. Na 1688 afficheerde hij zich als ‘koninklijke commissaris’. Kort daarna confronteerden Amsterdamse regenten hem met een reeks gemotiveerde aanklachten die hij op doortrapte wijze tegen hen wist te keren.

Titelprent voor Leeven en Dood der doorlugtige heeren Gebroeders Cornelis de Witt (…) en Johan de Witt’ van Emanuel van der Hoeven. Romeyn de Hooghe, 1704. (Rijksmuseum Amsterdam)

Willem III bezweek in 1702 plotseling aan een longontsteking waarna in de Republiek meteen de ‘ware vrijheid’ werd hersteld. De Hooghe probeerde nu bij de regenten in het gevlij te komen. Hij leverde een veelzeggende titelprent voor een boekwerk over de gebroeders De Witt en stelde een lijvige beschrijving samen van de staatsinstellingen van de Republiek. Hij verdiepte zich ook in de oorsprong van de godsdiensten. De rationalistische inhoud ervan maakt hem, zegt Van Nierop, tot een aanhanger van Radicale Verlichting. Desondanks manifesteerde zich ook in deze periode zijn neiging om met de financiën te rommelen.
Jan van der Meer

Openingsbeeld: Allegorie op de onenigheid tussen Amsterdam en Willem III in de vorm van een fabel. De herder (Willem III) probeert de zevende koe bij de rest van de kudde te houden om zich tegen de wolf (Frankrijk) te kunnen verdedigen. Een vos jaagt de koeien op. Romeyn de Hooghe, 1684. (Rijksmuseum Amsterdam)

Lees het gehele artikel in de ‘Heksen’-special van G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder