Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

‘Hier ruhen Deutsche Soldaten’

12 september 2019 Siebrand Krul

Wie honderd jaar na het einde van de Grote Oorlog door de Vlaamse Westhoek rijdt, passeert voortdurend Britse begraafplaatsen. Van de Duitse begraafplaatsen is nauwelijks een spoor te bekennen. Toch stierven tijdens de Eerste Wereldoorlog in België meer dan 200.000 Duitse soldaten. De meesten ervan liggen nog altijd in België begraven. Maar waar?

Toen in 1918 een einde aan de oorlog kwam, lagen er ruim 135.000 Duitse soldaten begraven op Belgische bodem. Bovendien waren er naar schatting 50.000 op het slagveld vermist zonder ooit een graf te krijgen. Nog eens 20.000 à 30.000 gesneuvelden waren naar Duitsland overgebracht, naar een graf in vaderlandse bodem. In totaal ging het dus om ruim 200.000 Duitse gesneuvelden.

Adinkerke (De Panne), een gemengde Duits-geallieerde begraafplaats.

Bij het begin van de oorlog kregen de meeste soldaten een oorlogsgraf op de plaats waar zij vielen. Anderen werden begraven op het plaatselijke kerkhof of op een van de talloze begraafplaatsen, die het Duitse leger van bij het begin van de oorlog aanlegde. Vanaf de zomer van 1915 werden de individuele graven systematisch overgebracht naar Duitse begraafplaatsen. Dat werk werd uitgevoerd door Belgische arbeidskrachten, Russische krijgsgevangenen en Duitse arbeidstroepen van de Etappen-Inspektion der Gräberverwaltung.

Duitse militaire begrafenis.

Vaak legden regimenten een eigen begraafplaats voor hun gevallen kameraden aan. Omdat dit al snel leidde tot een wildgroei in vormgeving van de grafmonumenten en aanleg van de begraafplaatsen, probeerde de legerleiding enige eenvormigheid aan te brengen. Zo werd bijvoorbeeld een standaard houten kruis ontworpen, waarop enkel nog de naam en datum moest worden aangebracht. De identiteit van de gesneuvelden en de plaats waar zij werden begraven, werden nauwkeurig genoteerd. Vaak tevergeefs, want nog tijdens de oorlog werd een aantal begraafplaatsen verwoest door het oorlogsgeweld.

Op de militaire begraafplaats Evere (Brussel) liggen ruim 1.100 Duitse soldaten.

Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge

Na de oorlog kwam het beheer van de Duitse oorlogsgraven in handen van de Britten, Fransen en Belgen. In tegenstelling tot Frankrijk, waar de Duitse oorlogsgraven op een beperkt aantal begraafplaatsen werden samengebracht, liet de Belgische overheid de oorlogsgraven, ondertussen verspreid over bijna 1.600 locaties in ruim 700 gemeenten, onaangeroerd. Vaak lagen zij er na korte tijd vrij onverzorgd bij. Dat gebrek aan onderhoud en zorg veroorzaakte een groeiend ongenoegen bij de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge.

De militaire begraafplaats in aan de Dorpsstraat in Leffinge (Middelkerke) werd begin 1915 aangelegd door het Marinekorps Flandern. Ze bleef heel de oorlog in gebruik. In 1957/58 werden de Duitse gesneuvelden overgebracht naar Vladslo. Op de foto de Marine-Nahkampfgruppe Mariakerke.

In 1925 sloten Belgen en Duitsers een akkoord waarbij het aantal Duitse begraafplaatsen drastisch zou worden verminderd en Duitsland zou instaan voor het onderhoud ervan. De volgende jaren werden tientallen kleinere begraafplaatsen gegroepeerd, de erevelden op gemeentelijke begraafplaatsen heringericht. Tien jaar later was het aantal Duitse begraafplaatsen en erevelden teruggebracht tot 175. Daarnaast bleven er Duitse graven behouden op minstens negentig Britse begraafplaatsen alsook op een aantal gemengde Frans-Duitse begraafplaatsen. De Duitse begraafplaatsen in België kwamen voortaan onder beheer van de Amtliche Deutsche Gräberdienst. Voortaan kregen de graven een eenvormig houten kruis, waarin de namen van de begraven soldaten werden gegraveerd.
Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog kwam het beheer van de Duitse begraafplaatsen in handen van de Wehrmacht. In juni 1940 bracht Hitler een opgemerkt bezoek aan de begraafplaats van Langemark, dat in de propaganda breed werd uitgesmeerd.

De gemengde begraafplaats Rossignol in Belgisch Luxemburg. (Foto Mark De Geest)

Een Kameradengrab met 25.000 graven

Na de Tweede Wereldoorlog werd de zorg voor de Duitse begraafplaatsen in handen gelegd van de Belgische patriottische verenigingen Nos Tombes (Onze Graven) en Souvenir Belge (Belgische herdenking), later ook van het Belgische Rode Kruis. In 1953 werd met de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge een nieuwe overeenkomst gesloten, waarbij het aantal Duitse begraafplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog opnieuw drastisch zou ingeperkt worden en de Volksbund het beheer ervan op zich zou nemen. De volgende jaren werd het overgrote deel van de Duitse graven samengebracht op vier grote verzamelbegraafplaatsen in West-Vlaanderen. De geïdentificeerde graven werden meestal overgebracht naar Vladslo, de niet-geïdentificeerde naar Langemark, waar bijna 25.000 van hen verzameld werden in het Kameradengrab.

De Duitse soldatenbegraafplaats Vladslo bestaat vooral uit verzamelgraven.

Andere graven werden overgebracht naar Menen – dat met 48.000 graven de grootste Duitse begraafplaats in België werd -, terwijl Hooglede zijn aantal van meer dan 8.000 graven min of meer behield. Wegens het grote aantal graven op een kleine oppervlakte zag men zich genoodzaakt de overblijfselen te begraven onder granieten stenen, die ieder niet minder dan twintig namen droegen. De inrichting van deze begraafplaatsen werd erg sober gehouden, met hier en daar een aantal kruisen of een enkele beeldengroep, zoals het bekende Treurende Ouderpaar van Käthe Kollwitz in Vladslo, op slechts enkele meters van haar gesneuvelde zoon Peter.

Käthe en Karl Kollwitz (links) bij de vaderfiguur van het door Käthe ontworpen beeld Treurend ouderpaar, op de begraafplaats Roggeveld, waar hun zoon Peter rust. In 1956 worden de graven en de beelden overgebracht naar Vladslo.

Gezamenlijke Frans-Duitse rust in de Ardennen

Naast de grote begraafplaatsen in West-Vlaanderen bleef een groot aantal Duitse gesneuvelden achter op gemeentelijke begraafplaatsen. Zo bevat het Duitse ereperk in Evere bijvoorbeeld meer dan 1.100 Duitse graven – met opzij het opmerkelijke graf van de zesjarige Ursula Brückner, die in mei 1916 in Brussel overleed -, terwijl de stedelijke begraafplaats van het Luikse Robermont bijna 800 graven bevat. Van de meer dan 1.300 Duitse gesneuvelden op de Westerbegraafplaats van Gent bleven er na overbrenging naar Vladslo en Langemark slechts twee over: bemanningsleden van de Duitse Zeppelin LZ37 die in juni 1915 door de Britse piloot Reginald Warneford boven de randgemeente Sint-Amandsberg werd neergehaald.
Mark De Geest

De gemengd Duitse-Franse begraafplaats Bellefontaine. (Foto Mark De Geest)

Lees de andere helft van dit bijzondere verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder