Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Vechtende koning

23 augustus 2019 Siebrand Krul

Worms in de zomer van 1495: een stad hult zich voor de Rijksdag in feesttooi. De Obermarkt is in een toernooiveld omgetoverd, dat in de hitte met water besprenkeld moet worden om stofwolken te voorkomen. Een opgewonden menigte verdringt zich rond het strijdperk en op de twee tribunes, versierd met tapisserieën van goudbrokaat, heeft de hoge adel plaatsgenomen.

Een ereplaats is er voor Maximiliaans echtgenote Bianca Maria Sforza met haar hofdames. Een heraut te paard begeeft zich in het perk, maant het publiek tot rust en herinnert het aan de draconische straffen die er op orderverstoring staan. Dan roept hij de deelnemers die zich voor de tweekamp aangemeld hebben uit hun pronktenten. Aan het publiek presenteren zich op hun strijdros Claude de Vaudrey, de Bourgondische kamerling van de Franse koning, en – een fluistering gaat door de rijen – de koning van het Heilige Roomse Rijk, Maximiliaan I hoogstpersoonlijk, in een blank geschuurd, glanzend pronkharnas, met de lans paraat, zijn paard in een fraai sjabrak gehuld. Maanden geleden heeft Vaudrey hem al uitgedaagd, wel wetende dat een tweegevecht met een staatshoofd erg ongebruikelijk is. Een klaroenstoot weerklinkt en de ruiters stormen op elkaar af. Als van allebei de lansen breken, zetten ze het gevecht te voet met hun zwaarden voort. In een wild handgemeen weet Maximiliaan uiteindelijk zijn tegenstander het wapen uit de hand te slaan. De Bourgondiër geeft zich over, de scheidsrechter beduidt met het breken van zijn staf dat de strijd ten einde is en wijst Maximiliaan als winnaar aan. Die ontvangt als ereprijs een gouden ketting en ring, welke hij onmiddellijk in een gebaar van verzoening aan Claude de Vaudrey schenkt, die de schat weer zonder aarzeling in de handen van koningin Bianca Maria Sforza legt.

Intocht van keizer Maximiliaan in Gent, door Anton Petter. (Kunsthistorisches Museum Belvedere Wenen)

Wat een schitterende triomf voor de Habsburgse koning! Hij had immers niet alleen en plein public een staal-tje van zijn krijgskunst en mannelijkheid gegeven, maar ook een plaagstoot uitgedeeld aan de Franse koning, zijn eeuwige tegenstrever. Begrijpelijk dus dat Maximiliaan zich in zijn overwinning wilde vermeien: het kostbare, uit een beroemde Milanese kunstsmederij stammende harnas van Claude de Vaudrey confisqueerde hij voor zijn persoonlijke collectie. Het is nog steeds te zien in de Weense ‘Hofjagd- und Rüstkammer’. Daarnaast liet hij in zijn persoonlijke toernooiboek Freydal een ingekleurde pentekening van zijn krachtmeting met de Bourgondiër opnemen: we zien hoe hij in het lijf-aan-lijfgevecht met de strijdhamer op z’n tegenstander inbeukt, onderwijl een krachtige trap tegen diens scheenbeen uitdelend. Ook in zijn autobiografische werk Theuerdank staat hij stil bij het toernooi, dat blijkens berichten van tijdgenoten het nodige opzien baarde.

Zwaar harnas van aartshertog, later keizer Maximiliaan, gemaakt door Lorenz Helmschmid in Augsburg, omstreeks 1485. Dit type uitrusting stond bekend als ‘Stechzeug’ en was bedoeld voor een specifiek onderdeel van een toernooi, bekend als de Duitse wijze. (Cleveland Museum of Art)

Maximiliaan zag in toernooien de elegantste gelegenheid tot zelfstilering. Dit was namelijk de indruk die hij bij het publiek achter wilde laten: die van een onoverwinnelijke, afgetrainde krijger, een prachtlievende, genereuze vorst en mecenas als stralend middelpunt van de haute volée. De koning en latere keizer liet zich dan ook wel wat aan zijn imago gelegen liggen – hij gaf er immense sommen aan uit en zette in de bepaald gewelddadige tweekamp lijf en leden op het spel. Door de hardhandige wijze waarop hij verschillende keren van het paard viel, kon hij uiteindelijk niet goed meer kon lopen. Toch piekerde hij er niet over om het ridderlijke krachtvertoon eraan te geven: hij ging zowel met leden van de hoge als van de lagere adel een partijtje vechten aan, in alle gebieden die tot de Habsburgse invloedssfeer behoorden – om een soldateske band te smeden waar anders alleen formele verplichtingen en politieke allianties zouden zijn. De eredienst aan de ridderlijke idealen die op de toernooien vorm kreeg, werkte als verbindend element in de feodale maatschappij.

Keizer Maximiliaan vecht zich naar de overwinning in Livorno. Fresco uit omstreeks 1570 in het Palazzo Vecchio Museum.

Natuurlijk vergrootte een overwinning in de tweekamp ook Maximiliaans prestige. ‘Hij heeft bewezen wat voor man hij is,’ schreef de secretaris van de Venetiaanse gezant in 1502 in zijn dagboek, nadat hij Maximiliaan op een toernooi in Hall, bij Innsbruck, aan het werk gezien had. Een topconditie was een absolute voor-waarde om de tegenstander in het stof te doen bijten. In zijn nauwelijks verholen autobiografische werk De witte koning schildert Maximiliaan hoe hij zich van jongs af aan oefende in de jacht, het paardrijden en de omgang met wapens. Met name worden genoemd het schieten met boog en kruisboog, het gevecht met zwaard, ponjaard, mes en dorsvlegel, het hanteren van speer en lans te paard. Verder bekwaamde hij zich in specifieke toernooivaardigheden, zoals de Duitse en Italiaanse variant van het ‘steken’ en het ‘rennen’ met blanke wapens. Het spreekt voor zich dat de vorstelijke telg binnen de kortste keren al die wapens perfect wist te hanteren en zijn leermeesters aftroefde. Al gauw, zo laat hij in zijn boek weten, waren zijn grootse toernooien ‘in de hele wereld zo bekend, dat tal van koningen, prinsen, graven, heren en ridders ervoor naar het hof van de witte koning kwamen.’
Als we bij deze atletische en militaire vaardigheden Maximiliaans brede talenkennis en zijn gedegen muzika-le ontwikkeling optellen, zien we dat hij zijn best deed om aan een ideaalbeeld van een hoofse ridder te voldoen dat opvallende gelijkenis vertoont met de manier waarop Godfried van Straatsburg de held van zijn versepos Tristan en Isolde schildert.

Fresco aan de zuidwand van de grote wapenzaal van het Landhaus in Klagenfurt, geschilderd door Josef Ferdinand Fromiller in 1740. Voorgesteld wordt keizer Maximiliaan I bij de overgave van de stad Klagenfurt en de Karinthische landstanden op 24 april 1518.

Als Maximiliaan even niet ‘voor het echie’ vocht op het slagveld, organiseerde hij gelijk ‘kortswijl’ en ‘ridderspel’. Hij greep bij voorkeur rijksdagen, hoogadellijke bruiloften, carnavalsfeesten en vredesonderhande-lingen aan om zich ten overstaan van een talrijk en tegelijk zeer select publiek als vrijgevig mecenas en prachtlievend vorst te presenteren, ook al moest hij het geld daarvoor lenen van burgerlijke geldschieters als de Fuggers uit Augsburg. Toernooien gingen steeds vergezeld van dansfeesten, gemaskerde bals en banketten. Dit nevenprogramma was vaak allegorisch van opzet, wat dan van tevoren door de heraut bekend ge-maakt werd. Zo volgde in Worms op het toernooi een banket in de stedelijke balzaal dat naar het voorbeeld van de legendarische tafelronde gemodelleerd was. Vorsten en ridders werden er door Maximiliaan plechtig onderscheiden met de namen van de vazallen van koning Arthur.

Schildering aan de Ulmer Poort in Memmingen. Middenonder Maximiliaan.

Maximiliaan had de nodige ideeën om de amusementswaarde van de toernooien te verhogen. Hij stimuleerde het ‘rennen’ met blanke wapens om de sensatielust aan te wakkeren, blies het ‘steken’ met beenharnas en hoog zadel nieuw leven in omdat de lansen daarbij zo grandioos versplinterden en nam uit Italië een vorm van ‘steken’ over waarbij de ruiters aan weerszijden van een houten beschot op elkaar inreden. Daarnaast volgde hij de ontwikkelingen in het vak van de harnasmakers op de voet.
Zijn wapenrusting werd steeds ingenieuzer, opzichtiger en zwaarder. Zo liet hij een borstpantser met een veermechanisme ontwikkelen, waardoor het daarvoor geplaatste schild gelanceerd werd als de lans van de tegenstander doel trof. Een waar knaleffect was mogelijk als er ook blikken driehoeken losjes aan het schild gehecht waren. Bij een voltreffer vlogen die als in een vuurwerk door de lucht. Een eigenaardigheid van Maximiliaans toernooien was het zogeheten ‘Krönl-Rennen’, waarbij de contrahenten verschillend bewapend waren, de een voor het ‘steken’, de ander voor het ‘rennen’.

Het befaamde schilderij van Maximiliaan I door Peter Paul Rubens. (Kunsthistorisches Museum Wien)

Een complete staalkaart aan toernooivormen, een overzicht van alle van pas komende wapenrusting en de door de deelnemers in het schild gevoerde onderscheidingstekens liet Maximiliaan opnemen in zijn toernooiboek Freydal, dat in 1512 ter hand genomen maar nooit voltooid werd. Het boekwerk omvat nog altijd 255 veelkleurige miniaturen waarin de heldendaden van Maximiliaans alter ego Freydal zijn vereeuwigd. De naam Freydal is afgeleid van Freyd-alb, Beiers dat zoveel wil zeggen als ‘vrolijke, witte jongeling’. De held van het verhaal wordt er door drie koninklijke jonkvrouwen op uitgestuurd een bruid te werven en moet op 64 toernooien bewijzen uit welk hout hij gesneden is. Het bloed en zweet van het ‘houwen en steken’, de daarop volgende feestelijke verkleedpartijen – het figureert in geuren en kleuren in de boekverluchtingen van diverse Zuid-Duitse kunstenaars. Een feest der zinnen, ter afleiding van zorgen om een lege staatskas.
Karin Schneider-Ferber

Toernooiharnas voor Maximiliaan, omstreeks 1485-1490. (Collectie Kunsthistorisches Museum Wenen)

Openingsbeeld: Filips de Schone van Spanje, keizer Maximiliaan I, Bianca Maria Sforza, Maria van Bourgondië met aartshertogin Margaretha. Glas-in-loodvenster in de burchtkerk van Wiener Neustadt, 16de eeuw.

Lees het hele verhaal, en nog veel artikelen over riddertoernooien in de nieuwste G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder