Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Hendrik de Man: socialist op drift

23 augustus 2019 Siebrand Krul

Een jonge intellectueel uit Antwerpen schopt tegen de heilige huisjes van het marxisme, klimt naar de top van de socialistische partij en de Belgische politiek, bakt zoete broodjes met de koning en de Duitse bezetter, wordt bij verstek veroordeeld en rijdt zich in ballingschap finaal te pletter tegen een Zwitserse trein.

Met bedreven pen schreef Jan Willem Stutje een onthutsende biografie over een ontspoorde bochtenmaker die zich aldoor socialist bleef noemen.
Bij de slotherdenking van Wereldoorlog I wekte Emanuel Macron opschudding met zijn uitspraak over Maarschalk Pétain: ‘Ik wil geen enkele bladzijde van de geschiedenis onder de mat vegen. In WO I was Pétain een groot soldaat. Zoals de menselijke natuur is de politiek soms ingewikkelder dan men denkt. Je kunt een groot soldaat geweest zijn in de eerste oorlog en nefaste keuzes gemaakt hebben in de tweede,’ sprak de Franse president. Bijna een jaar lang hield ‘de held van Verdun’ stand tegen de Duitse overmacht, maar collaboreerde tijdens WO II als leider van de Vichy-regering met de nazi’s en wordt sindsdien doodgezwegen.

Belgische socialisten op missie in Rusland na de revolutie bij soldaten van het Sovjetleger in Sint-Petersburg,1917: centraal zit Hendrik de Man in uniform. Naast hem Emile Vandervelde en Louis de Brouckère (in burgerpak), (Amsab-ISG, Gent)

Een vergelijkbare gespletenheid geldt voor Hendrik de Man, wiens naam in het Interbellum onlosmakelijk verbonden raakte met het zogenoemde Plan van de Arbeid: een opmerkelijk parcours als voorman van het socialisme, gevolgd door verkeerde keuzes in oorlogstijd, zijn internationale reputatie op de schop. Lange tijd bleef het oorverdovend stil rond één van de schaarse ideologen van de Belgische sociaaldemocratie – hoewel sporen van zijn gedachtegoed toch sporadisch opdoken in het links discours -, pas in de jaren 1970 kwam het historisch onderzoek schoorvoetend op gang. Binnen de rode familie wordt zijn oorlogsverleden geredelijk door de mantel der liefde toegedekt, met als strengste eindrapport: verdienstelijk als theoreticus, mislukt als politicus. Hoe dan ook laat hij een zwarte bladzijde na die de huidige partij af en toe nog zuur opbreekt. Telkens wanneer de Vlaams-nationalisten uit linkse hoek hun collaboratieverleden krijgen aangewreven, slaan ze terug met Hendrik de Man, afgelopen jaar nog in de discussie over het Marrakech-pact.

Hendrik de Man als minister van Financiën tijdens een persconferentie, 1937. (Amsab-ISG, Gent)

Democratisch internationalist? Autocratisch nationalist?

Veegt een fout oorlogsverleden alle vroegere verdienste weg? Of kunnen tijdsgeest, precaire omstandigheden of overmacht de rekening verzachten? Bij Stutje alvast niet: ‘Hendrik de Man was een abject figuur,’ luidt het verdict van de Nederlandse historicus over de socialistische voorzitter die in 1940 zijn eigen partij ophief en al zijn kameraden in de steek liet. ‘Hij was geen fascist, maar veel van wat hij deed en dacht was wel fascistisch’, stelt de auteur in een interview. In zijn boek vallen de zware woorden niet, het eindoordeel is aan de lezer.

In Nederland werd het Plan van de Arbeid in 1935 opgezet door de SDAP en het NVV om vooral met grote publieke werken de economie te stimuleren. In het Belgische plan stonden nationalisaties centraal.

In een stevig onderbouwde evocatie van de turbulente jaren komt De Mans bochtenwerk uit de verf – van anarchist, naar marxist tot planist, van democratisch internationalist tot autocratisch nationalist –, met voor het eerst ook aandacht voor zijn privé-leven, relevant in de mate het meer licht werpt op zijn karakter en opvattingen. Er kan geen scheiding zijn tussen woord en daad, op het eind van de rit weegt de eigen actie zwaarder door dan de ideeën. Opmerkelijk stelt Stutje vast dat vandaag opnieuw naar zijn vroegste ideeëngoed wordt gegrepen: een nieuwe elite van linkse intellectuelen en politici ziet in het cultuursocialisme zoals gepropageerd door De Man een mogelijke remedie voor de actuele crisis van de Europese sociaaldemocratie, die niet in staat blijkt om de gevolgen van de globalisering op te vangen. Ook toen zaten de socialisten in zwaar weer.

Van democraat tot autocraat

Hendrik de Man (1885-1953) streed in WO I als vrijwilliger aan het front en trok nadien naar Leipzig waar hij economie, psychologie, wijsbegeerte en geschiedenis studeerde; het zorgde voor een levenslange Duitse oriëntatie. In Zur Psychologie des Sozialismus (1926) en Die sozialistische Idee (1933), verschenen in Frankfurt en veelvuldig vertaald, leverde hij scherpe kritiek op het gangbare marxisme in de Europese sociaaldemocratie. Lid van de Belgische Werkliedenpartij (BWP) was hij het niet eens met de gevolgde koers en zag meer heil in ‘cultuursocialisme’, populair in de Duitse jeugdbeweging, dat meer samenhorigheid en begeestering moest wekken rond eigen cultuur, waarden en identiteit.

Om de enorme werkloosheid van de recessie te bestrijden, bedacht hij in 1933 het Plan van de Arbeid, al snel het Plan de Man genoemd, een vroeg voorbeeld van planeconomie. Als minister van Openbare Werken (1934-1935) en minister van Financiën (1936-1938) slaagde hij er echter niet in het tij te keren; tegengewerkt door de banken werd het plan niet verder uitgevoerd. Ontgoocheld ging De Man als voorzitter van de BWP helemaal de autoritaire toer op. Na de Duitse inval in 1940 ontbond hij eigenmachtig zijn partij en riep de bevolking op zich niet te verzetten tegen de bezetter: ‘Voor de werkende klassen en voor het socialisme is de ineenstorting van een vermolmde wereld geenszins een ramp, maar eerder een bevrijding.’ Terwijl de Belgische ministers de vlucht namen en een regering in ballingschap oprichtten, trad De Man metterdaad op als premier van België en als belangrijkste raadgever van koning Leopold III. Samen zagen ze alle heil in de Nieuwe Orde, in een autoritaire staat rond vorst en vaderland onder Duitse voogdij. Niet het proletariaat maar een intellectuele elite moest de leiding in handen nemen en de nieuwe corporatieve staat inrichten: de Unie van Hand- en Geestesarbeiders, een coöperatie van werkgevers en werknemers, zou de bestaande vakbonden vervangen. Hitler had er geen oren naar en verkoos een militair bestuur. De rol van De Man was uitgespeeld, in het voorjaar van 1941 kreeg hij een spreekverbod en trok zich terug in de Franse Alpen, waar hij prompt een afrekening met zijn vroegere partijgenoten neerschreef. Na de bevrijding zocht hij politiek asiel in Zwitserland, waar hij tot zijn accidentele dood in 1953 in ballingschap leefde. In België werd hij in 1946 wegens hoogverraad bij verstek veroordeeld tot twintig jaar cel en tien miljoen frank boete. De troonsafstand van Leopold III ontnam hem alle hoop op een mogelijke politieke terugkeer of eerherstel.
André Capiteyn

Jan Willem Stutje, Hendrik de Man. Een man met een plan
Uitgeverij Polis/Pelckmans, Kalmthout 2018. 530 blz., € 34, 99 ISBN 978 94 631 0187 5

Openingsbeeld: Hendrik de Man in militair uniform met koningin Elisabeth, de moeder van Leopold III, afkomstig uit Beieren, op het bordes van het kasteel van Wijnendaele bij Torhout, mei 1940. (Amsab-ISG, Gent)

Lees nog veel meer interessante geschiedenissen in de nieuwste G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder