Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Versailles: België gefrustreerd

18 juni 2019 Siebrand Krul

Na de wapenstilstand op 11 november 1918 was het nog lang geen vrede. Die kwam er pas na lange en moeizame onderhandelingen die de kaart van Europa hertekenden en een volledig nieuw politiek landschap creëerden. Hoewel België vol hoop naar de conferentie trok, moest het met vrijwel lege handen weer naar huis keren.

De onderhandelingen over het vredesakkoord startten in januari 1919 en vonden plaats in Parijs. Meer dan dertig oorlogvoerende landen ontvingen een uitnodiging en tekenden present: uiteraard de Europese landen en de landen van het Britse Empire, maar ook minder voor de hand liggende landen als Panama, China en Japan. Duitsland was op de conferentie door gastland Frankrijk nadrukkelijk niet uitgenodigd.
Het belang van de vredesconferentie was nauwelijks te overschatten. Aan het bestaan van vier keizerrijken – het Duitse, het Russische, het Oostenrijkse en het Ottomaanse – was een einde gekomen. Er waren, vooral in Centraal-Europa, nieuwe landen ontstaan en tal van grenzen dienden hertekend te worden. Vele landen – België op kop – hadden aanzienlijke oorlogsschade geleden, waarvoor zij zware herstelbetalingen eisten. Andere landen zagen in de nieuwe internationale machtsverhoudingen een geschikte gelegenheid om zich onafhankelijk te verklaren of om hun grondgebied uit te breiden. Geen wonder dat de belangstelling van pers en publiek enorm was. Bovendien speelde een internationale conferentie zich voor het eerst af voor het oog van de camera’s.

Plattegrond voor de tafelschikking bij de onderhandelingen. De grote mogendheden aan kop van de tafel. Links de zwaarbevochten drie Belgische stoelen, waarvan de naam van delegatieleider Hymans zelfs verkeerd gespeld is (‘Hymane’).

Verschillende doelen

Op 18 januari – niet toevallig de dag waarop in 1871 in Versailles het Duitse keizerrijk werd uitgeroepen – opende voorzitter Georges Clemenceau de conferentie in de prestigieuze Salon de l’Horloge van het ministerie van Buitenlandse Zaken op de Quai d’Orsay. Als premier had hij Frankrijk naar de overwinning geleid, nu wilde Clemenceau vooral de garantie dat Duitsland nooit meer een bedreiging voor Frankrijk zou kunnen vormen: Elzas en Lotharingen moesten opnieuw bij Frankrijk horen en Duitsland zou zware herstelbetalingen moeten ophoesten om de oorlogsschade te vergoeden.

De Amerikaanse schilder Dana Pond had in het paleis van Versailles een eigen studio waar hij allerlei deelnemers aan de conferentie schilderde. De eerste was generaal Tasker H. Bliss, maar er kwamen ook verpleegsters en bordenwassers voorbij.

Naast voorzitter Clemenceau zaten de Amerikaanse president Woodrow Wilson en de Britse premier David Lloyd George. Dat maakte meteen duidelijk dat Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten tijdens de vredesconferentie de touwtjes in handen zouden nemen. Samen met Italië vormden zij de ‘Grote Vier’, een select clubje waarbij ook Japan mocht aansluiten.
Een jaar eerder had Wilson zijn Veertien Punten voorgesteld, waarin het zelfbeschikkingsrecht van alle volkeren en de oprichting van een internationale Volkenbond centraal stond. Terwijl die verklaring voor Wilson de basis vormde van de komende onderhandelingen, wilde Lloyd George vooral de Britse hegemonie over de wereldzeeën vrijwaren. Daartoe zou de kracht van de Duitse vloot moeten worden gebroken en zou Duitsland zijn overzeese kolonies moeten afstaan. De drie geallieerde kopstukken hadden dus verschillende doelen voor ogen.

België speelde het spel hoog, wat gebiedsaanspraken betreft, te hoog. Nederland zou Zeeuws-Vlaanderen en Limburg moeten afstaan, Duitsland de kantons Eupen, Malmédy en Sankt Vith en ook Luxemburg moest er aan geloven. Alleen de kantons werden toegewezen, waardoor België een drie-talenland werd.

Voor de kleinere landen was het meteen duidelijk dat zij slechts een tweederangs rol kregen toebedeeld. De bijna eindeloze lijst van problemen – vredesvoorwaarden, economische heropleving, tewerkstelling, schadeloosstellingen, nieuwe grenzen, monetaire aspecten, militaire afspraken, enzovoort – zouden behandeld worden in vele commissies, waar de kleine landen slechts met mondjesmaat aan te pas zouden komen.

Lang bleef het spannend of Duitsland daadwerkelijk in zou stemmen met de voorwaarden. Vooral het erkennen van de schuldvraag zat het land hoog. Uiteindelijk werd het onvermijdelijke ingezien, maar deze vraag werd Europa uiteindelijk noodlottig.

België stiefmoederlijk bedeeld

Vooral België tekende hiertegen fel protest aan. Jarenlang hadden geallieerde politici het land geroemd als ‘Brave little Belgium’, het kleine land dat zich heldhaftig tegen de agressor verzette. Telkens opnieuw verklaarden zij dat het herstel van België een absolute voorwaarde was om met Duitsland vrede te sluiten. Geen wonder dat de Belgische delegatie vol optimisme naar Parijs vertrok. Toch liep het al meteen mis: voor de Belgische delegatie die uit drie afgevaardigden bestond – naar goede Belgische gewoonte een liberaal, een katholiek en een socialist – waren aan de conferentietafel slechts twee plaatsen voorzien. Net zoveel als voor Brazilië, dat slechts kortstondig bij de oorlog was betrokken. Genoeg om de flamboyante delegatieleider Paul Hymans een eerste keer in woede te doen ontsteken, waarna een stoel werd bijgeschoven.

In de ruimten grenzend aan de Spiegelzaal wordt het historische tafereel gadegeslagen.

Om zich bij een volgend Europees conflict beter te kunnen verdedigen, wilde België een deel van Zeeuws-Vlaanderen kunnen inlijven, zodat de Schelde open zou blijven voor marineschepen. Daarnaast wilde het land ook een deel van Nederlands-Limburg ten noorden van Maastricht inpalmen om de Maas als verdedigingslinie tegen een Duitse aanval te kunnen gebruiken. Ten slotte maakte het ook aanspraak op de Duitse kantons Eupen en Malmedy.
Bij de Grote Vier vielen de Belgische territoriale eisen absoluut niet in goede aarde, terwijl de Nederlandse regering uitermate verontwaardigd reageerde. Een ‘Belgische Commissie’ – samengesteld uit vertegenwoordigers van de vijf grote landen, maar zonder België – moest advies geven, waarna de Grote Vier zouden beslissen.

De toen nog ‘grote vier’ op 27 mei, met de Italiaanse leider Vittorio Orlando, die later kwaad wegliep omdat hij Fiume (Rijeka) niet kreeg.

Een nog veel groter probleem vormden de Duitse herstelbetalingen. Na vier jaar oorlog – waarbij grote delen van het land verwoest waren en de Belgische economie voor een groot deel ontmanteld en leeggeroofd was – hoopte België op aanzienlijke herstelbetalingen. Een eis die door het gedeeltelijk verwoeste Frankrijk ondersteund werd, maar in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten op weinig enthousiasme kon rekenen. ‘Le Boche paiera!’ (‘De Moffen zullen betalen!’) had de Franse minister voor Financiën Klotz uitgeroepen. Maar het probleem bleek complexer dan oorspronkelijk gedacht: zware herstelbetalingen konden Duitsland economisch onderuit halen, waardoor het bolsjewisme aan invloed dreigde te winnen. De Russische Revolutie lag nog vers in het geheugen en in Duitsland laaide het revolutionaire vuur nog gevaarlijk op. Dat risico wilden de geallieerde beslist vermijden. Na wekenlange discussies beslisten de Grote Vier ten slotte om het probleem van de herstelbetalingen los te koppelen van het eigenlijke vredesakkoord en het pas na de ondertekening van de vrede verder te behandelen.

De geallieerde leiders na de ondertekening.

Schrale troost: de Oostkantons

Als klein land kwam België er tijdens de conferentie dus nauwelijks aan te pas en wist weinig uit de brand te slepen. Tijdens de zeldzame gesprekken met de Grote Vier maakte Paul Hymans zich daarover steevast geweldig druk, echter zonder veel resultaat. Daarom riep hij de hulp in van koning Albert, die daarop als eerste staatshoofd per vliegtuig naar het buitenland reisde. Een gesprek met de Grote Vier volgde al snel: koninklijk bloed dwong nu eenmaal extra respect op. Toch verliep het overleg slechts gematigd positief. Albert kreeg de toezegging dat België Eupen en Malmedy mocht inlijven. Over andere territoriale toezeggingen en de verhoopte herstelbetalingen hielden de Grote Vier ook tegenover Albert de boot af.

Leslie’s Illustrated Weekly maakte uitvoerig gewag van de onderhandelingen, en ondertekening, met foto’s van Helen Johns Kirtland en reportages van haar man Lucian Swift Kirtland.

Hymans en zijn collega’s bleven aandringen op snelle herstelbetalingen. Toen die er niet kwamen, dreigden zij de conferentie te verlaten. Dat lag bijzonder moeilijk, want zopas was de Italiaanse eerste minister Orlando woedend naar Rome vertrokken, nadat de Italiaanse eisen op de havenstad Fiume (nu Rijeka) werden afgewezen. Ook Japan had de deur achter zich dichtgetrokken, toen haar aanspraken op de Chinese havenstad Qingdao eveneens op een njet stootten. Even leek het alsof de vredesconferentie op een fiasco afstevende…
Uiteindelijk bleken de Grote Vier – zonder Italië nu nog de Grote Drie – bereid tot toegevingen. In Afrika verkreeg België het mandaat over Ruanda-Urundi. Inzake de herstelbetalingen zegden de Grote Drie aan België een prioritaire betaling van twee miljard goudmark (honderd jaar later ongeveer 5,6 miljard euro) toe om de oorlogsschade te herstellen. Na nog meer verhitte discussies kreeg België als enige land bovendien de toezegging dat ook de leningen, die het land afsloot om oorlog te kunnen voeren, zouden vergoed worden.
Mark De Geest

Lees ook de andere helft van dit boeiende verhaal in de nieuwste G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder