Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Politieke moord: Oldenbarnevelt

08 mei 2019 Siebrand Krul

Van de zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis is de executie van Johan van Oldenbarnevelt op 13 mei 1619, 400 jaar geleden, op last van prins Maurits, een van de zwaarmoedigste. Aan de vooravond van het hervatten van de oorlog tegen Spanje, en in de verscheurende discussies rond de Synode van Dordrecht, offerde een Oranje de wellicht beste bestuurder die het land heeft gehad. Hoe kwam het zover?

In een tijd van toenemend centralisme en vorsten met absolutistische trekjes, was de Republiek een buitenbeentje. In deze statenbond legden twee functies veel gewicht in de schaal: de landsadvocaat van Holland (vanaf 1621 ‘raadspensionaris’) en de stadhouder. De landsadvocaat was de secretaris van de Staten van Holland, de vertegenwoordiger van de ridderschap van Holland in dit college en de woordvoerder van het gewest Holland in de Staten-Generaal. Omdat doorgaans de wil van Holland wet was, was de inbreng van de landsadvocaat niet zelden doorslaggevend. Zeker als een krachtige en dominante persoon deze functie vervulde, zoals Johan van Oldenbarnevelt. Hij stond te boek als kil, rancuneus, snobistisch en schraapzuchtig, maar werd wel gerespecteerd. Dit dankte hij aan zijn overzicht, energie, snelheid van werken en aan zijn fenomenale geheugen.

In 1617 maakte Michiel Jansz. van Mierevelt een portret van Johan van Oldenbarnevelt. Twee jaar eerder had diens echtgenote Maria van Utrecht geposeerd voor Paulus Moreelse (hieronder).

In de begindagen van de Republiek beperkten de taken van de stadhouder zich steeds meer tot militaire aangelegenheden. Van erfopvolging was toen nog geen sprake. Op voordracht van Oldenbarnevelt werd Maurits benoemd tot opperbevelhebber van de strijdmacht van de gewesten. Samen met zijn neef Willem-Lodewijk concentreerde Maurits zich op zijn militaire taken. Het bestuur liet hij over aan de Gewestelijke Staten en aan zijn mentor Oldenbarnevelt.

Scheur in het bastion

De door de wol geverfde bestuurder en geslepen diplomaat Johan van Oldenbarnevelt en de jeugdige Maurits vormden jarenlang een hechte combinatie. De eerste scheur ontstond door de Slag bij Nieuwpoort, 1600. Eind 16de eeuw zette Oldenbarnevelt zijn zinnen op een verovering van Duinkerken. Niet alleen kon de daar gestationeerde Spaanse oorlogsvloot een fikse klap worden toegebracht, vooral de kapers moesten een kopje kleiner worden gemaakt. Dit Duinkerker kapernest bracht doorlopend grote schade toe aan de handel en visserij van de Republiek. Er werd een enorm leger op de been gebracht en Maurits wist bij Nieuwpoort ternauwernood te winnen. De risico’s van de veldtocht waren groot en het resultaat nihil. Het gevolg was dat Maurits en Oldenbarnevelt gebrouilleerd raakten.

Salomon Savery maakte in 1649 (naar een gravure) een schilderij waarin de overwinning van de contraremonstranten verbeeld wordt. Op de weegschaal worden (in aanwezigheid van Gomarus, Arminius, Johan van Oldenbarnevelt en anderen) de argumenten van de contraremonstranten en de remonstranten tegen elkaar afgewogen. Maurits doet de balans ten gunste van de contraremonstranten doorslaan door zijn zwaard op de weegschaal bij de werken van Beza en Calvijn te leggen. Rechts, door een venster zichtbaar, de afdanking van de waardgelders op de Neude in Utrecht.

Hun meningen liepen almaar verder uiteen en werden zichtbaar in de aanloop naar het Twaalfjarig Bestand (1609-1621): de koopman en de soldaat hadden uiteenlopende belangen. Vanaf 1605 raakte Oldenbarnevelt ervan overtuigd dat een militaire overwinning er op korte termijn niet inzat, de geldverslindende veldtochten en langdurige belegeringen ten spijt. Met name de Hollandse kooplieden klaagden steen en been over de risico’s die ze liepen en de verliezen die ze leden door de voortdurende oorlog. Na de uitbreiding van hun handelsactiviteiten naar ‘de West’ en ‘de Oost’ klonken de jammerklachten steeds luider. Voor Oldenbarnevelt zinde nu op beëindiging van de oorlog. Dit was Maurits tegen het zere been: het zou hem veel geld kosten (minder salaris, minder profijtelijke plunderingen en kaapvaart), maar ook prestige. Maar de Oranjes moesten hun verzet tegen het Bestand opgeven, verzacht door een massa goud. Nu de wapens rustten, staken de oude tegenstellingen weer de kop op, en die vonden een uitweg in ongekende religieuze twisten.

Albertus van Brondgeest maakte in 1847 deze tekening van prins Maurits (penseel in zwart en zwart en rood krijt).

Een religieuze splijtzwam

Ook al waren er in 1609 in de Republiek nog ongeveer evenveel katholieken als calvinisten, dat betekende niet dat er van gelijkheid sprake was. Alleen de Nederduits Gereformeerde Kerk kon zich publiekelijk uiten, andere kerkgenootschappen werden ondergronds gemanoeuvreerd. De gereformeerden waren onderling sterk verdeeld, in het bijzonder over de uitleg van de genadeleer, de predestinatie. Aan weerszijden stonden de Leidse theologen Arminius en Gomarus. A.Th. van Deursen vatte het kort samen: ‘volgens Arminius is [Goddelijke] verkiezing een vrucht van geloof, volgens Gomarus is geloof een vrucht van verkiezing’. Voor 17de-eeuwers raakte deze kwestie de essentie van het menselijke bestaan, want hun leven eindigde niet met de dood, dat wisten ze zeker. Met wiens leer zouden ze gerust kunnen sterven, met die van Arminius, of juist met die van Gomarus? Het debat escaleerde, spleet de kerk, en weldra ook de staat.

Een cruciale kwestie in het escalerende conflict tussen Maurits en Oldenbarnevelt was de aanstelling van de waardgelders in Utrecht. Op aandrang van Oldenbarnevelt huurde het stadsbestuur van Utrecht er zeshonderd in, veel meer dan nodig. Daarom beschouwde Maurits dit als een openlijke provocatie. Eind juli 1618 dreef de stadhouder de kwestie op de spits. Midden op de Neude staan de soldaten van Maurits aangetreden. Aan de linkerkant, bij het wachthuis, leveren de waardgelders hun wapens in. Maurits (op het derde paard van rechts) en naast hem zijn halfbroer Frederik Hendrik worden door legerofficieren begroet.

De regenten die vertegenwoordigd waren in de Staten van Holland streefden het ideaal na van een open kerk die ruimte aan iedereen bood. Zij vonden dat zowel de leer van Arminius als die van Gomarus gepredikt mocht worden en dat beide richtingen elkaar volledig moesten aanvaarden. De Staten van Holland zagen het liefst dat de twee richtingen met elkaar hetzelfde gebouw deelden, naar dezelfde preken luisterden en het avondmaal aan dezelfde tafel vierden.
In de praktijk kwam hier niets van terecht. Op tal van plaatsen weigerden de volgelingen van Gormarus (contraremonstranten genoemd) samen te werken met de Arminianen (de remonstranten). Zij liepen graag elke zondag naar een naburig dorp voor een preek van een ‘juiste’ dominee. Aan die wandeltochten langs modderige paden hielden de contraremonstranten hun spotnaam van slijkgeuzen over.

Allegorie op het Twaalfjarig Bestand 1609 is een anonieme propagandaprent naar een tekening van David Vinckboons. Centraal staat de personificatie van het Bestand, zittend op een tot triomfkar omgebouwde affuit met kanon. Achter de kar de geketende Oorlog (Bellum) en een groep soldaten, op de paarden zitten aartshertog Albrecht en Isabella Clara Eugenia. Ze komen aan bij een doorgang met twee tronen. Op de ene zetelen de vrije Nederlanden (met prins Maurits en leden van de Staten) en rechts de Nederlanden onder de aartshertog (met koning Filips III en veldheer Spinola). In de wolken verlaat Mars zijn strijdwagen om Venus te omhelzen.

De teerling is geworpen

In Den Haag liep de twist uit de hand nadat de contraremonstrantse predikant, Rosaeus, werd geschorst. Hij verkaste naar Rijswijk, waar honderden Hagenaars zijn diensten bezochten. Het verzoek om een eigen kerkruimte werd door het remonstrantse stadsbestuur toegestaan op voorwaarde dat Rosaeus daar niet over de vloer kwam. Algauw puilde de kerk uit, er volgden demonstraties op het Binnenhof, waarop de Hollandse Staten de stadhouder vroeg om de orde te herstellen. Na Maurits’ weigering wierven de Staten zelf 4.000 soldaten (de ‘waardgelders’). In juli 1617 verscherpte het conflict zich. De contraremonstranten kraakten de leegstaande Kloosterkerk, op een steenworp afstand van de woning van landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt aan de Kneuterdijk. Twee weken later woonde prins Maurits hier een kerkdienst bij. Zijn boodschap aan de remonstranten was duidelijk: van de stadhouder hoefden zij niets meer te verwachten. Volgens professor Maarten Prak was er vanaf dat moment geen weg meer terug: ‘de teerling is geworpen’.

Johannes van Dregt maakte in 1790 een grisaillesschilderij waarin Oldenbarnevelt als symbool van de vrijheid werd verheerlijkt. In deze periode omarmden de patriotten de landsadvocaat als een van hun heldhaftige voorbeelden.

In de propagandastrijd die toen losbarstte, hadden de contraremonstranten een overwicht. Als een kat in het nauw namen de Staten van Holland op 4 augustus 1617 een besluit dat de geschiedenis is ingegaan als de ‘Scherpe resolutie’. Daarin werd besloten dat een nationale synode strijdig was met de gewestelijke soevereiniteit, werden klachten tegen stadsbesturen bij voorbaat niet-ontvankelijk verklaard, kregen de steden toestemming om eigen waardgelders te werven en werd ieder die onder ede stond van Gewestelijke Staten of steden ernstig gemaand uitsluitend hún instructies op te volgen – ‘oock niet theghenstaende eenighe andere bevelen’, lees: die van Maurits.

Voor de verbouwing van het Rijksmuseum had in de zaal van de afdeling Nederlandse Geschiedenis Johan van Oldenbarnevelt een eigen vitrine. Daarin stond een 17de-eeuwse terracotta buste van de landsadvocaat en hingen twee stokken waarvan lange tijd gedacht werd dat ze van Oldenbarnevelt waren. Het beulszwaard ging door voor het zwaard dat door de beul gehanteerd werd. Deze foto werd in 2001 gemaakt.

‘Conspiratie tegen ’t landt’

Johan van Oldenbarnevelt was het brein achter deze vergaande resolutie, waarmee hij willens en wetens de eenheid van de Unie van Utrecht op het spel zette. Het onttrekken van een deel van de troepen aan het commando van de opperbevelhebber zette veel kwaad bloed bij stadhouder Maurits. Die begon op zijn beurt een lastercampagne om de andere gewesten tegen Holland, c.q. Oldenbarnevelt, op te zetten. In Holland trok hij, uiteraard vergezeld van een intimiderende troepenmacht, van stad naar stad om het stadsbestuur ervan te doordringen om géén waardgelders in dienst te nemen. Maurits beschuldigde de landsadvocaat van ‘conspiratie tegen hem ende staet van ’t landt’. Bij beiden speelden ook tegengestelde ideeën over de buitenlandse politiek een rol.
In augustus 1618 kreeg Maurits het voor elkaar dat de Staten-Generaal hem een volledige volmacht gaven om alles te doen wat nodig was voor de ‘verseeckertheyt, rust ende welvaert van de landen’. Deze resolutie was opgesteld zonder dat (de door ziekte tijdelijk gevelde) Oldenbarnevelt en zijn medestanders (waaronder Hugo de Groot) ervan op de hoogte waren. Zij werden kort daarna op gezag van de Staten-Generaal gearresteerd. De aanhouding op Hollands grondgebied, buiten medewerking van de Staten van Holland, was volslagen in strijd met de rechtsorde en de Staten protesteerden fel maar tevergeefs.
Cor van der Heijden

Openingsbeeld: In de 16de en 17de eeuw werden enorm veel prenten vervaardigd. Deze speelden een belangrijke rol in de nieuwsvoorziening, vaak actueel en in grote oplages. De bekendste prent van de executie van Johan van Oldenbarnevelt was die van Claes Jansz. Visscher. Het schavot was opgesteld tegen de voorgevel van de Grote Zaal op het Binnenhof. Op deze prent is goed te zien dat het verblijf van Maurits (de toren aan de linkerzijde) via een gaanderij met de Hofkapel was verbonden. Maurits volgde de terechtstelling vermoedelijk vanuit zijn werkkamer.

Benieuwd naar het complete artikel? En nog veel meer historische verhalen? Koop de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu in de winkel voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder